prey

  • Michael Crichton (1942-2008) overleden

    Pin it!

    De man heeft een paar flauwe films geregisseerd, zoals Coma (1978), Looker (1981), The First Great Train Robbery (1979), Westworld (1973) en Runaway (1984), maar is voornamelijk bekend als bedenker van de ziekenhuisserie "ER" (1994), en door zijn 15 romans, waarvan The Andromeda Strain en Jurassic Park de bekendste zijn. Maar eergisteren in Los Angeles overleed Michel Crichton (66) aan de gevolgen van kanker, volgens de nieuwsgroep CNN.

    Looker Coma Great Train Robbery Twister

    Michael Crichton werd geboren in Chicago in 1942 en studeerde op Harvard summa cum laude af op de raciale geschiedenis van het oude Egypte. Na een docentschap antropologie aan Cambridge University werd hij arts in opleiding op Harvard Medical School, en begon hij geld bij te verdienen met het schrijven van thrillers onder een pseudoniem. Zijn eerste boek onder eigen naam, The Andromeda Strain, uitgebracht in 1972, over een dodelijke bacterie die door corrupte geleerden op de wereld wordt losgelaten, werd meteen aan Hollywood verkocht. Crichton verhuisde naar Los Angeles, schreef naast romans ook filmscripts en regisseerde zelf tussen de bedrijven door een aantal films. Vanaf 1994 schreef en produceerde hij de baanbrekende NBC-ziekenhuisserie E.R., die vijftien seizoenen en 350 afleveringen zou blijven lopen.

    Crichton heeft wel nooit geen literaire erkenning verkregen; daarvoor lazen zijn boeken te veel als een uitgeschreven filmscript en was zijn stijl te plat, met veel dialoog en weinig beeldspraak. "Ik denk dat je als schrijver de verplichting hebt om je publiek wakker en geboeid te houden," zei hij aan Vanity Fair, om daarna te benadrukken dat zijn maatstaf niet het overgestileerde werk van Henry James was, die hij zelf omschreef als: "incredibly badly written. It looks like a first draft", maar eerder geïnspireerd was door de originaliteit en verhalende kracht van Edgar Allan Poe, of Arthur Conan Doyle.

    Congo Disclosure The Andromeda Strain Jurassic Park

    Crichtons sterkte was de onheilspellende toekomst en de bijna griezelige actualiteit, van zijn oeuvre. De kloontechnologie in Jurassic Park, waarin onverantwoordelijke genetici met behulp van computers en biotechnologie dinosauriërs op de aarde zetten, bleek twee jaar na de publicatie in theorie mogelijk. De anti-Japanse teneur van het hi- tech-detectiveverhaal Rising Sun (1993) liep vooruit op een breed maatschappelijk debat in Amerika over Japanse investeringen en economische afhankelijkheid. In Disclosure (1994) keerde Crichton zich tegen de uitwassen van de processen wegens ongewenste intimiteiten, in de nog niet-verfilmde Prey uit 2002 ging hij tekeer tegen de nanotechnologie, en in zijn laatste boek Next uit 2006 van die van de biotechnologie en gentherapie. Crichton lag ook aan de bron van films als Congo (1995), Twister (1996) en Timeline (2003).

    Hij nam ook controle over The 13th Warrior (1999) van regisseur John McTiernan, een film die gebaseerd was op het boek van Crichton over een nomadische krijger die zich aansluit bij een groep Noormannen in de strijd tegen een beestachtig volkje. Het resultaat bleef hoe dan ook slecht. Je bent een regisseur of je bent het niet, en Crichton had verschillende malen bewezen dat hij dat niet was.

    The 13th Warrior Sphere Rising Sun Jurassic Park The Lost World

    Maar de auteur maakte zich niet echt populair nadat hij in 2004 zelfs het onderwerp was van controverse door zijn roman State of Fear, waarin hij onder meer tekeer ging tegen de milieubeweging, de ecologische beweging en de anti-globalisten. Hij beschouwde de milieubeweging als een soort religie. Zijn ontkrachting van het broeikaseffect maakte hem naar verluidt tot een van de moderne schrijvers die de goedkeuring van George W. Bush kunnen wegdragen. Maar de auteur kreeg heftige kritiek van de wetenschappelijke wereld omdat zijn "fictie" boek voetnoten had die verwezen naar bestaande cijfers die compleet uit de context werden gerukt en gebruikt om zijn theorie te staven en de schijn over te brengen van een wetenschappelijk werk. Maar het was duidelijk dat Crichton eigenlijk zelf geen flauw benul had van wat hij op papier had gezet, en eigenlijk niet beter was dan Dan Brown (The Da Vinci Code). En nadat de literaire wereld hem de rug toekeerde, kreeg hij het dan ook aan de stok met de wetenschappelijke wereld.

    Zoals zijn grote literaire voorbeelden (Poe, Conan Doyle en Jules Verne) hun verhalen graag doorspekten met wetenschappelijke details en logische redeneringen, zo wisselde Michael Crichton zijn verrassende plotwendingen af met academische verhandelingen die soms wel een paar bladzijden achter elkaar beslaan. Wie Crichtons romans vanaf 1972 goed heeft gelezen kan dan ook een aardig mondje meepraten over uiteenlopende dingen als neurobiologie, het sociaal gedrag van mensapen, biofysica, internationale economie, tijdreizen, het ‘zogenaamde’ broeikaseffect, en niet te vergeten het klonen van dinosauriër. En van zijn werk zijn toch een paar knappe films afgeleverd.