Europese cinema heeft een gat, en het zit in het midden

Er is iets fundamenteel scheefgegroeid in de Europese cinema. Niet omdat er te weinig talent is, integendeel. Niet omdat er te weinig films worden gemaakt, ook dat niet. Het probleem zit ergens anders. Europa maakt meer films dan ooit, wint prijzen op de grootste festivals ter wereld, en slaagt er tegelijk steeds minder in om een breed publiek te bereiken. Dat is geen tijdelijke dip. Dat is een structureel probleem. We praten graag over de tegenstelling tussen kunst en commercie, alsof dat de kern van de zaak is. Alsof Europese cinema moet kiezen tussen auteurschap en publieksgerichtheid. Maar dat is een vals debat. De echte vraag is veel eenvoudiger, en tegelijk ongemakkelijker: waar zijn de films tussenin? De Europese cinema heeft geen gebrek aan uitersten. Aan de ene kant heb je de auteursfilm, gedragen door subsidies, festivals en internationale erkenning. Aan de andere kant is er het commerciële spektakel, dat in Europa steeds vaker geïmporteerd wordt uit de Verenigde Staten. Vroeger hadden we Frankrijk die regelmatig kon uitpakken met een internationale blockbuster (Taken, The Transporter,…), maar deze tijden lijken voorbij. Wat ontbreekt, is de middenlaag. De film die niet gemaakt wordt om prijzen te winnen, maar ook niet puur als franchiseproduct bestaat. De film die mensen effectief naar de bioscoop trekt, zonder daarvoor een marketingmachine van honderden miljoenen nodig te hebben. En precies die laag is essentieel.

midjourney

De cijfers maken dat pijnlijk duidelijk. Volgens het European Audiovisual Observatory (EAO) werden in Europa in 2025 naar schatting 796 miljoen bioscoopkaartjes verkocht – een daling van 5,5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor, en het laagste niveau sinds 2022. Het bioscoopbezoek in Europa blijft onder het pre-pandemische niveau hangen, terwijl het aantal geproduceerde films recordhoogtes bereikt en de ticketprijs ter compensatie alsmaar blijft stijgen. Er is dus geen probleem aan de aanbodzijde. Er is een probleem aan de connectie met het publiek. Europa produceert films die bestaan, maar niet circuleren. Films die gemaakt worden, maar nauwelijks gezien worden.

Tegelijk zie je iets merkwaardigs gebeuren. In een handvol Europese landen stijgt het marktaandeel van nationale films, zo blijkt uit het UNIC-rapport gepubliceerd op 11 februari 2026. Denemarken, Frankrijk, Italië: allemaal tonen ze dat lokale films wél een publiek kunnen vinden. Maar kijk je dichter, dan zie je dat het bijna altijd om één type film gaat: toegankelijke publieksfilms. Komedies, drama’s, herkenbare verhalen. Niet de festivalfilms die internationaal circuleren, maar films die lokaal verankerd zijn. Dat is geen detail. Dat is de ruggengraat van het systeem. Een bioscoop overleeft niet op prestige. Ze overleeft op tickets. En tickets worden verkocht door films waar mensen effectief voor willen buitenkomen. Dat hoeft geen Hollywood te zijn. Maar het moet wel iets zijn dat aanspreekt. Zonder die instroom valt het hele ecosysteem stil. Dan verdwijnen zalen. En als zalen verdwijnen, verdwijnt ook de ruimte voor de films die minder evident publiek aantrekken. Dat is de paradox waar Europa vandaag in zit. We beschermen de kunstfilm, maar verwaarlozen de voorwaarden die nodig zijn om die kunstfilm überhaupt zichtbaar te maken.

De middenlaag speelt daarin een cruciale rol. Films die een publiek weten te bereiken, zonder massaproduct te zijn. Films die winst kunnen maken, of op zijn minst hun kosten terugverdienen. Films die een brug slaan tussen cultuur en consumptie. Ze zorgen voor doorstroming, voor inkomsten, voor gewoonte. Voor een publiek dat blijft terugkomen. Maar net die films vallen vandaag tussen wal en schip. Voor subsidiefondsen zijn ze vaak te commercieel. Voor distributeurs zijn ze te onzeker. Ze hebben niet het prestige van de auteursfilm, en niet de schaal van de blockbuster. Ze passen niet in het systeem zoals het vandaag georganiseerd is. En dus worden ze minder gemaakt, minder ondersteund, minder zichtbaar. Het gevolg is voorspelbaar. Landen die deze middenlaag niet actief ondersteunen, zien hun marktaandeel dalen. Hun films bereiken minder mensen. Hun bioscopen worden kwetsbaarder. En uiteindelijk verschraalt het hele landschap. België is daar een goed voorbeeld van. Het heeft sterke auteurs, internationaal erkend. Maar een consistente middenlaag ontbreekt grotendeels. De cijfers tonen het: een dalend bioscoopbereik, een beperkte doorstroming naar een breed publiek. Films vinden wel hun weg naar televisie of streaming, maar verliezen onderweg hun culturele impact. Ze bestaan, maar ze leven niet. Ook in Nederland zien we een gelijkaardige trend.


Euopean movies 2026 – courtesy of The PR Factory / Vedette / FIFF Namur

En daar wringt het. Streaming wordt vaak gezien als de grote vijand, de grote concurrent van de bioscoop, maar dat is te simpel. Netflix, HBO Max en Amazon Prime investeren in Europese content, maar doen dat volgens hun eigen logica. Ze versterken wat al werkt binnen hun model: zichtbaarheid, data, onmiddellijke consumptie. Wat ze niet doen, is een bioscoopcultuur in stand houden. Dat is ook niet hun rol. Dan Li, één van de Netflix bazen, liet onlangs op Variety weten dat ze niet meer willen samenwerken met regisseur die hun films in de bioscoop willen. Er is echter een belangrijke nuance: uit het EAO-onderzoek blijkt dat meer dan 60 procent van de EU-films op lineaire televisie of VOD een bioscooprelease achter de rug heeft – bij betalende TVOD-diensten loopt dat zelfs op tot 71 procent. Platforms kiezen structureel vaker voor films die de bioscoop gepasseerd zijn. Een theatrale release is met andere woorden niet alleen een cultureel gebaar; ze is een ticket tot zichtbaarheid in alle vensters die volgen. En met alle respect voor M. Li, maar als hij de kans krijgt om met een grote naam te werken die een bioscooprelease wil, zal hij dat ook niet nalaten.

Zonder bioscoop verdwijnt iets essentieels. Niet alleen een vertoningsplek, maar een context. Een gevoel van relevantie. Een film die in een zaal speelt, leeft anders. Hij bouwt momentum op. Hij wordt besproken. Hij krijgt gewicht. En dat gewicht begint bij bereik. De ironie is dat het publiek er wel is. Mensen gaan nog steeds naar de bioscoop, maar selectiever. Ze kiezen voor films die het gevoel geven dat ze de moeite waard zijn. Dat kan een blockbuster zijn, maar evengoed een lokale film die iets raakt. Wat ze minder doen, is gokken op iets dat ze niet kennen. Precies daarom is die middenlaag zo belangrijk. Ze verlaagt de drempel. Ze bouwt vertrouwen op. Ze creëert een relatie tussen publiek en lokale cinema. Zonder die relatie blijft de auteursfilm een nicheproduct, hoe goed hij ook is.

Het probleem is dus niet dat Europa te weinig investeert in film. Het probleem is dat het te weinig investeert in het soort films dat een publiek opbouwt. Dat vraagt een andere manier van denken. Minder focus op productie alleen, meer op circulatie. Meer aandacht voor distributie, marketing, publiekswerking. En vooral: de erkenning dat niet elke film op dezelfde manier beoordeeld moet worden. Een publieksfilm heeft andere noden dan een auteursfilm. Als je die twee met dezelfde logica behandelt, verlies je ze allebei. De oplossing ligt niet in meer geld alleen. Ze ligt in gerichter investeren. In het bewust versterken van die middenlaag. Niet als compromis, maar als fundament. Want zonder midden verdwijnt de samenhang. En zonder samenhang blijft er weinig over. Een handvol prijswinnende films die internationaal circuleren, en een publiek dat vooral naar buitenlandse producties kijkt. Dat is geen ecosysteem. Dat is fragmentatie. Als de Europese cinema relevant wil blijven, moet ze opnieuw leren bouwen van binnenuit. Niet vertrekken van wat prestigieus is, maar van wat werkt. Van films die gezien worden, gedeeld worden, herinnerd worden. De Europese cinema hoeft niet gered te worden van Hollywood. Ze moet gered worden van haar eigen blinde vlek. En die blinde vlek zit precies in het midden.

8 Comments

  1. Tristan

    Luc Besson is met zijn vermeend misbruik en zijn recente films die geen publiek vonden gedaan. Maar inderdaad, er moeten gewoon meer publieksfilms gemaakt worden. VAF is verouderd en niet meer mee met zijn tijd.

    Reply ↓
  2. Loïc

    Wel bizar dat er dan zoveel producties zijn als die gewoon geen bezoekers vinden.

    Reply ↓
  3. Vince

    Die Species wil ik nu wel zien, en is het eerste wat ik er van hoor. Misschien wat meer Belgische producties aan bod laten komen op de filmblog zou ook helpen 😉

    Reply ↓
  4. yves

    bij ons is de middenmoot al tijdje dood !!! hazard was zware flop , zillion was wel wel top maar je kon er niet naast kijken !! nachtvlinders flop niemand wist die in bios was patsers 2 was ook flop !!! nudat fc kampioenen gedaan is en verheyen en van looy eigenlijk gestopt zijn is er geen publieks film meer alleen artsie fartsie gelijk close, girl !! en waalse films geraken niet eens tot hier terwijl bv la nuit se traine een top film is !!!

    Reply ↓
  5. Felix

    En nu met de komst van AI zal het er niet beter op worden voor Europese producties, tenzij ze een totaal verbod maken, maar ik zie dat nog niet gebeuren

    Reply ↓
  6. Seth

    Wat ben je met een Oscar film die flopt aan de box-office? Als het flopt wil dat zeggen dat niemand die heeft gezien.

    Reply ↓
  7. MartaRut

    Ik ga mijn Vlaamse films wat opkrikken op het festival van Gent

    Reply ↓
  8. arjen

    En ik heb de indruk dat er na al die besparingen op cultuur, niet alleen in Belgie maar in gans Europa, het er niet beter op zal worden.

    Reply ↓

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.