Practical Magic 2 (2026) **½ de vloek van een vervolgfilm

Ik denk dat iedereen verrast was om Practical Magic 2 (2026) te zien opduiken in de bioscoop. Het origineel was een leuke komedie maar nu niet meteen een film die je zou herbezoeken. Veel van de “magie” kwam van de casting van twee van de knapste actrices in Hollywood. Ondertussen zijn we meer dan 28 jaar later en de actrices zitten niet meer in die categorie van jonge vrouwen die op jacht zijn naar een jonge knappe man. En dus zag je het al aankomen één uur in de wind, … de dochters. Wat overblijft is een reünie die wel charmant oogt op de affiche, maar amper standhoudt.

© Courtesy of Warner Bros. Pictures

Korte inhoud Achtentwintig jaar na het origineel wonen Sally (Sandra Bullock) en Gillian Owens (Nicole Kidman) nog steeds samen met hun tantes Jet (Dianne Wiest) en Franny (Stockard Channing) in het bekende huis in Massachusetts. De familievloek, die elke man fataal wordt zodra hij verliefd wordt op een Owens-vrouw, bleek toch niet gebroken: Sally’s tweede echtgenoot stierf ondertussen, waarna ze haar magie afzweert en haar dochters Kylie (Joey King) en Antonia (Maisie Williams) laat vergeten dat ze heksen zijn. Wanneer Kylies vriend Gideon in coma raakt nadat ze haar liefde bekent, trekt ze naar Engeland om de vloek definitief te verbreken, met Sally en Gillian in haar kielzog en professor Ian Wright (Lee Pace) als bijkomende, weinig noodzakelijke romantische lijn.

Om deze film goed te begrijpen, moet je eerst begrijpen hoe vreemd het parcours van het origineel eigenlijk was. Practical Magic (1998) werd bij release grotendeels weggehoond, deels omdat critici er geen vat op konden krijgen, deels omdat een film met zoveel vrouwelijke personages en zoveel wisselende registers destijds blijkbaar als een probleem gold in plaats van een troef. Pas via kabel, vliegtuigschermen en jarenlang thuiskijken groeide het origineel uit tot cultfenomeen, precies het soort traag opgebouwde affectie die zich moeilijk laat herhalen op commando. Dat Warner Bros. die affectie nu alsnog te gelde wil maken, verbaast niemand; dat het resultaat zo weinig van die eigenzinnigheid overneemt, wel.

Regisseuse Susanne Bier, die het stokje overneemt van Griffin Dunne, benadert het materiaal vreemd genoeg niet als eerbetoon aan het origineel, maar als een generieke franchise-opener. Haar beeldtaal met veel licht en weinig sfeer doet eerder denken aan een tienerfantasy uit het midden van de jaren 2000 dan aan het herfstige, kneuterige Massachusetts dat Dunne indertijd zo overtuigend neerzette, en die wat mij betreft nog de beste kwaliteit was van deze 90’s film. Simon Duggans camerawerk mist de textuur die de eerste film zijn identiteit gaf, en zelfs de openingstitels lijken uit een andere productie te komen. Dat is jammer, want net die visuele knusheid was een groot deel van waarom mensen ooit verliefd werden op dit universum.

Het scenario, opnieuw mede geschreven door Akiva Goldsman samen met Georgia Pritchett en Kelly Marcel, torst een merkwaardig grote lading plot voor een verhaal dat in essentie draait om twee zussen die hun plek in elkaars leven herontdekken. Een dodenvloek, een mysterieus boek vol onleesbare pagina’s, een reis naar Engeland, een schurk die pas na ruim een uur opduikt en dan nog weinig indruk maakt: het is te veel voor een film die zichzelf presenteert als warme comfortkost. Die overdaad aan intriges zorgt er bovendien voor dat de jongere generatie amper ruimte krijgt om te ademen. Vooral Antonia, ooit veelbelovend opgezet als aspirant-arts, verdwijnt grotendeels naar een ziekenhuiskamer om er, letterlijk, bij een comateuze vriend te blijven zitten. Williams verdient beter dan dat, en het scenario lijkt zich daar zelf ook half bewust van, zonder er iets aan te doen.

Interessanter dan wat er op het scherm gebeurt, is misschien wel wat eraan voorafging. Bullock heeft de voorbije maanden meermaals laten optekenen hoe zwaar de persrondes rond het origineel destijds aanvoelden; ze werd toen verweten dat de film te veel vrouwen, te veel heksen en te veel wisselende tonen bevatte, alsof dat op zich al een probleem was. Die anekdote zegt minstens evenveel over de industrie van toen als over de film zelf, en het is een beetje wrang dat uitgerekend het verhaal over verguisde vrouwen die uiteindelijk hun kracht terugvinden, decennia later moet dienen om diezelfde industrie gerust te stellen dat ouder wordende sterren nog steeds geld opleveren. Want laat dat nu net de andere kant van dit verhaal zijn. Dat twee actrices van in de zestig een grote studioproductie mogen dragen, zou normaal gezien iets zijn om te vieren. Toch wringt er iets: die kans kwam er niet zomaar, maar precies omdat Bullock en Kidman opvallend weinig sporen van die achtentwintig jaar op hun gezicht laten zien. Vergelijk dat met de manier waarop Hollywood omgaat met acteurs zoals Tom Cruise, die op zijn negenenvijftigste zonder veel plichtplegingen terugkeerde als romantische hoofdrolspeler, terwijl zijn tegenspeelster uit het origineel simpelweg niet meer werd uitgenodigd. Nostalgie verkoopt dus prima, zolang de sterren die haar moeten belichamen niet al te zichtbaar verouderen. Dat is een ongemakkelijke voorwaarde, en de film zelf heeft er geen boodschap over, laat staan een antwoord op.

Diezelfde ongemakkelijkheid duikt op in de castingkeuzes rond de jongere generatie. Evan Rachel Wood, die in het origineel Kylie speelde, liet weten dat niemand van de productie contact met haar opnam toen bleek dat ze niet zou terugkeren; enkel Joey King, haar opvolgster, nam de moeite om persoonlijk te bellen. Regisseuse Bier verdedigde de beslissing door te wijzen op de leeftijd van het personage, dat nu net van de universiteit komt, wat inderdaad een zekere logica heeft. Maar het zegt ook iets over hoe dit soort vervolgfilms omgaat met continuïteit: de oudere generatie krijgt alle egards, de jongere wordt zonder veel omhaal ingewisseld zodra het verhaal dat uitkomt. Precies dat wringt met een film die zich voortdurend beroept op erfenis, familie en het doorgeven van een fakkel. Kidman krijgt de meeste ruimte om te spelen en grijpt die kans met beide handen: haar Gillian blijft losbandig, wat schamper en oprecht plezant om naar te kijken, misschien wel de enige plek in de film waar iets voelt als improvisatie in plaats van uitvoering. Bullock daarentegen zit vast in het teruggetrokken, licht nerveuze register dat ze de jongste jaren wat te vaak herhaalt. Het is geen slechte performance, maar wel eentje die weinig risico neemt op een moment dat het personage daar juist om vraagt: een vrouw die twee keer een echtgenoot verloor en zichzelf voor de tweede keer moet toestaan om weer iets te voelen.


© Courtesy of Warner Bros. Pictures

Wie het scenario nauwkeurig volgt, struikelt bovendien over een handvol kleine inconsistenties die de indruk wekken dat er onderweg scènes zijn gesneuveld. De schurk beweert zonder magie geboren te zijn, maar voert moeiteloos vervloekingen uit, wat de regels van dit universum op losse schroeven zet. Een romantisch etentje rond een dessert van warme appeltaart met custard wordt later hernomen alsof het personage dat gerecht voor het eerst ontdekt, terwijl datzelfde personage er eerder al lyrisch over deed. Klein bier, zeker, maar het soort slordigheid dat opvalt in een film die verder zo gepolijst oogt.

Het tempo is misschien wel het grootste probleem. Op 130 minuten, een half uur langer dan het origineel, voelt de film aan als een verhaal dat drie keer denkt te eindigen voor het dat effectief doet. De climax, doorspekt met matige visuele effecten, sleept zich voort richting een epiloog die uitpakt met een bruiloft, een verzoening en nog een laatste knipoog naar de eerste film, alsof de makers bang zijn dat je iets zou vergeten. Net dat gebrek aan vertrouwen in het eigen materiaal, die drang om alles nog eens te benoemen, te herhalen, te bevestigen, ondermijnt wat de film juist wil bereiken: het gevoel dat je gewoon weer bij die twee zussen op bezoek bent, zonder dat er voortdurend iemand naast je staat om uit te leggen wat je precies voelt.

Het is ook opvallend hoezeer deze sequel, ondanks alle nadruk op zusterschap en vrouwelijke kracht, uiteindelijk draait rond de mannen die de Owens-vrouwen wel of niet mogen liefhebben. Waar het origineel zijn hart vond in de band tussen Sally en Gillian, verschuift deze film het emotionele zwaartepunt naar Kylies obsessie met het redden van haar vriend en Sally’s aarzelende romance met de professor. Gillian, de vrouw zonder liefdesverhaal, wordt daardoor bijna een bijfiguur in haar eigen film, en dat voelt als een vreemde ironie voor een franchise die zich zo nadrukkelijk profileert als een viering van vrouwelijke solidariteit. Vergelijk dat gerust met andere recente legacy sequels. Waar Top Gun: Maverick (2022) erin slaagde om nostalgie te combineren met een verhaal dat ook op eigen benen kon staan, en Blade Runner 2049 (2017) zijn voorganger gebruikte als vertrekpunt in plaats van eindpunt, blijft Practical Magic 2 grotendeels steken in het aftikken van herkenningspunten: de margarita’s, het nummer Coconut, het huis op de klif. Dat soort fanservice werkt precies één keer, en deze film speelt die kaart meerdere keren uit, tot het effect ervan volledig verdampt.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. De laatste tien minuten, wanneer het plot eindelijk even rust neemt en de film zich louter concentreert op de twee zussen samen in de keuken, tonen precies wat deze productie de rest van de tijd mist: gemak, warmte, en het gevoel dat er hier niets bewezen moet worden. Dat die scène werkt, bewijst dat het talent en de chemie wel degelijk aanwezig zijn. Het probleem is dat de film ze bijna twee uur lang begraaft onder plot, lore en een franchise-ambitie die niemand echt gevraagd had. Wie enkel komt voor Bullock en Kidman samen op het scherm, krijgt precies genoeg om tevreden naar buiten te lopen. Wie meer verwacht dan nostalgische reflexen en een paar goedgemikte margarita-grapjes, komt bedrogen uit. Deze heksen hebben hun kruiden nog, maar de betovering is ondertussen verdampt. Op is de film bij ons uitgekomen.

Review Practical Magic 2 (2026)
Recensie door op

Beoordeling: 2.5 / 5

rating

3 Comments

  1. Sara

    Er is niks anders in de bioscoop 🙂

    Reply ↓
  2. Aless

    Na Prada 2 zijn we blijkbaar in de periode van de oude sequels

    Reply ↓
  3. Byron

    Die twee zijn goed geconserveerd, damn 😮

    Reply ↓

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.