Er zijn op dit moment maar liefst twee ‘Runner’ films in omloop. Er is de achtervolgings-actie-komedie Runner (2026) met Alan Ritchson en Owen Wilson, en er is deze The Runner (2026) met Gal Gadot. Iets zegt me dat ik de verkeerde film heb bekeken, want deze laatste was toch niet veel soeps. Veel gehijg, geloop en uiteindelijk komen we nergens. Ik hoopte op een adrenalinestoot met de ex-Wonder Woman in de hoofdrol, maar kreeg vooral een 84 minuten durende joggingsessie voorgeschoteld die zichzelf verwart met een thriller.
Korte inhoud Maia Marten (Gal Gadot) is een Londense topadvocate en alleenstaande moeder die haar zoontje Noah naar school brengt en dan aan haar ochtendjogging begint. Die loopt algauw uit de hand: een anonieme beller (Damian Lewis) laat haar weten dat hij Noah ontvoerd heeft en zijn insulinepomp gehackt. Ze krijgt een uur om dwars door de stad naar een hotel te rennen en er een getuige te vermoorden die anders een misdaadbaas achter de tralies zou getuigen. Regisseur Kevin Macdonald (The Last King of Scotland) filmt die tocht als één lange achtervolging door Kentish Town, King’s Cross en Somerset House, terwijl Maia’s verleden als atlete en slachtoffer van een gewelddadige vader mondjesmaat wordt onthuld.
Het concept is niet nieuw, maar dat hoeft geen probleem te zijn; Run Lola Run (1998) en Nick of Time (1995) bewezen dat je met een simpel, mechanisch idee best een strak uur suspense kunt bouwen. Macdonald, die eigenlijk wel een uitstekende regisseur is, mikt duidelijk op diezelfde adrenaline, maar verliest zich in stijlmiddelen die de spanning eerder afremmen dan opjagen. Slow-shutter-effecten, wazige zooms, hyperkinetische montage: het is allemaal aanwezig, maar het begint allemaal aan te voelen als de lens flares van J.J. Abrams – het probeert een flutverhaal te verkopen met visuele gimmicks. In plaats van je middenin Maia’s paniek te trekken, houdt die opgefokte esthetiek je op afstand, als een reclamespot voor Strava die zich verbeeldt dat hij een psychologische thriller is.
Anthony Dod Mantle, de man die met zijn camera Slumdog Millionaire (2008) een Oscar bezorgde, doet wat hij kan met een premisse die in wezen neerkomt op één persoon die een uur lang door straten rent. Zijn beelden van Londen bij daglicht hebben iets rauws en glimmends tegelijk, en de manier waarop hij dichtbij Gadot’s gezicht blijft plakken, geeft de film af en toe echt fysieke urgentie. Maar zelfs de beste cameravoering kan een script niet redden dat zichzelf voortdurend in de weg loopt. Continuïteit van de Londense geografie is ver te zoeken; Maia lijkt soms binnen twee minuten van de ene naar de andere kant van de stad te teleporteren, en wie de stad ook maar een beetje kent, zal meermaals de wenkbrauwen fronsen. Maar goed, voor de doorsnee Amerikaan zal dat geen probleem zijn. Toch heb ik een vermoeden dat het productiebudget tussen de 15-30 miljoen dollar lag, en dus is de investering wel te verantwoorden.
Gadot zelf doet fysiek alles wat gevraagd wordt, en dat is nogal wat: ze trainde naar verluidt negen maanden onder een voormalige olympische sprinter, en dat is op het scherm te zien. Ze rent, valt, bloedt en krabbelt weer recht met een geloofwaardige uitputting. Alleen: rennen is geen acteren, en net op de momenten dat de film om emotie vraagt, valt Gadot terug op een soort behoedzame, bijna afstandelijke intensiteit die nooit echt paniek, wanhoop of moederlijke doodsangst laat zien. Wanneer ze moet huilen om haar zoon, voelt het meer als een acteeroefening dan als een instorting. Dat is jammer, want net dat contrast tussen fysieke kracht en emotionele kwetsbaarheid had deze rol kunnen dragen. Ofwel had de regisseur haar een meer duidelijke karaktertrek moet geven, een vrouw met een attitude, met humor, met sarcasme. Gal Gadot is een mooie vrouw, maar ze is niet het soort actrice die een persoonlijkheid zal brengen in haar karakters, als dat al niet door de regisseur of scenarist is uitgewerkt. En dus blijven we over met een vrij steriele vertolking.
Damian Lewis, voornamelijk een stem in een oortje, krijgt de ondankbare taak om een schurk te spelen zonder gezicht, zonder motief van betekenis en met dialogen . Zinnen als dreigementen over hoeveel bloed er in een mensenlichaam zit, klinken minder verontrustend dan bedoeld en meer als een scenarist die wanhopig on-the-nose probeert te zijn. Lewis doet wat hij kan met zijn stembuiging, en heeft ontegensprekelijk een sinistere klank, maar zonder gezicht of achtergrond blijft hij een functie in plaats van een personage. Zonde van een acteur die in “Homeland” en “Billions” bewees hoe interessant hij kan zijn wanneer een script hem de ruimte geeft. Kiefer Sutherland deed het naar mijn aanvoelen wel beter in een gelijkaardige stem-rol in de film Phone Booth (2002) maar de beste stem blijft voor mij Ted Levine in mijn guilty pleasure film Joy Ride (2001).
Het schijt-scenario van schijt-scenarist Mark Gibson is het echte struikelblok. De logica rammelt voortdurend: waarom zou een crimineel meesterbrein zijn slachtoffer dwingen om urenlang te rennen in plaats van gewoon een taxi te nemen? Waarom heeft hij een uitgekiende plan B met een bom klaarliggen als plan A eigenlijk al zou moeten volstaan? Die vragen worden nooit overtuigend beantwoord, en dat zou nog te vergeven zijn als de rit zelf meeslepend genoeg was om je ervan te weerhouden ze te stellen. Dat is ze net niet. Het scenario stapelt obstakel op obstakel, zonder dat er ooit een gevoel van escalatie ontstaat; het voelt eerder als een checklist van actiemomenten dan als een organisch opgebouwde crisis. Wat de film ook probeert, en faalt, is een statement maken over onze verslaving aan smartphones. De ontvoerder hackt Maia’s telefoon, leest haar mails, bootst haar stem na met AI en manipuleert haar sociale leven, allemaal om te bewijzen hoe kwetsbaar we zijn in een wereld vol schermen. Het probleem is dat die kritiek zichzelf ondermijnt: de film gebruikt exact dezelfde technologische trucjes om spanning te forceren die hij voorwendt te bekritiseren. Hoe zoiets doorheen het stadium van pre-productie is geraakt is mij een mysterie. De man heeft trouwens nog niets geschreven die de moeite is om te bekijken. Het is spijtig voor Gal Gadot, want zij had echt nood aan een goede film, maar dit zal het niet worden.
Toch is The Runner niet zonder verdienste. Een scène waarin Maia een metrostation moet bereiken voor de trein vertrekt, heeft een montage en tempo die eindelijk laten zien wat de film had kunnen zijn: kort, hard, doelgericht. Het is jammer dat die energie niet volgehouden wordt. In plaats daarvan verzandt het derde bedrijf in een twist die zo geforceerd aanvoelt dat je bijna medelijden krijgt met de filmploeg die dit in beeld moest zetten. Wat als slim bedoeld is, komt over als een goedkope true-crime-achtige onthulling, ingevoegd omdat de film nu eenmaal een verrassing nodig had, niet omdat het verhaal er om vroeg.
Vergelijk het met Carry-On (2024) van twee jaar geleden, dat hetzelfde stramien van een gewone burger die door een onzichtbare crimineel gemanipuleerd wordt, veel scherper wist te benutten door de machtsverhouding tussen slachtoffer en dader echt te laten schuren. The Runner mist die precisie. Het voelt als een film die zijn eigen premisse niet vertrouwt, en daarom voortdurend probeert te compenseren met stijl, achtergrondverhaal en plot twists in plaats van gewoon te vertrouwen op het simpele, effectieve idee waarmee het begon: een moeder die tegen de klok rent om haar kind te redden. Uiteindelijk is The Runner een film die harder werkt aan zijn eigen conditie dan aan zijn verhaal. Gadot’s sprint door Londen levert knappe beelden op, wat sfeer en een enkele geslaagde actiescène, maar de motor onder de motorkap hapert voortdurend. Als thriller is deze film ademloos zonder ooit echt spannend te zijn; als karakterstudie blijft hij oppervlakkig; als technologiekritiek is hij zelf verslaafd aan de trucjes die hij aanklaagt. Je kunt Gadot niet verwijten dat ze niet genoeg vaart maakt, want dat doet ze wel. Het scenario daarentegen blijft hopeloos op de plaats trappelen.
Wie op zoek is naar een vluchtige avond streamen zonder al te veel verwachtingen, kan met The Runner nog wel een tijdje vermaakt worden door de aanhoudende beweging en de glimmende Londense locaties. Maar wie hoopt op een echte cardio-thriller, kan beter zelf gaan lopen; die tijd is beter besteed dan wachten tot deze film ooit zijn tweede adem vindt. De film is te zien op Prime sinds 2 september 2026.
Review The Runner (2026)
Recensie door Dave op 3 september 2025

Precies een rol voor Tom Cruise 🙂
De trailer toont eigenlijk al de hele film
Kal-El NOOOOOOOOO !
De Alan Ritchson film zal beter zijn
Ik moet zeggen, de Jason Statham vertolking van Damien Lewis klinkt goed