The Dog Stars (2026) ** recensie

Het einde van de wereld is stilaan een genre op zich geworden, met eigen clichés, eigen kostuums en, blijkbaar, een onuitputtelijke voorraad Sprite die de apocalyps overleeft. Ridley Scott voegt met The Dog Stars (2026) zijn naam toe aan die rij, en het resultaat is een film die er op elk moment adembenemend uitziet en tegelijk zelden iets te vertellen heeft. Dat is op zijn zachtst gezegd een vreemde paradox voor een regisseur die met Alien en Blade Runner ooit het genre zelf heruitvond. Bijna vijftig jaar later blijkt hij nog altijd te weten hoe je een frame vult; wat hij precies met dat frame wil zeggen, is een ander verhaal. En dat is een beetje het probleem van Ridley geworden en het feit dat hij tot op vandaag nog altijd geen Oscar heeft weten te verzilveren voor Beste Regisseur (ook al moest hij deze krijgen voor Gladiator). Ridley is één van de beste acteurs-regisseurs én een visuele kunstenaar, maar op vlak van verhaal moet hij in bezit zijn van een goed script. En als het script hapert of niets te vertellen heeft, dan krijg je een visueel mooie film (voor 110 miljoen dollar mag dat wel), maar blijf je op je honger zitten.

2026 20th Century Studios. All Rights Reserved.

Korte inhoud Jaren nadat een griepvirus het grootste deel van de mensheid heeft weggevaagd, overleeft de voormalige monteur Hig (Jacob Elordi) samen met zijn hond Jasper en de norse ex-militair Bangley (Josh Brolin) op een verlaten vliegveld in Colorado. Terwijl Bangley het liefst iedereen doodschiet die zijn hek nadert, blijft Hig geloven dat er ergens, ergens ver weg, nog een restje beschaving overeind staat. Een zwak radiosignaal uit Grand Junction zet hem aan het reizen, en die tocht brengt hem, na een noodlanding, bij de boerin Cima (Margaret Qualley) en haar wantrouwige vader Pops (Guy Pearce), terwijl bendes plunderaars overal om hen heen op de loer liggen.

Wanneer David Fincher met een nieuwe Director of Photography werkt, zal dat Ridley Scott zijn opgevallen. De Amerikaan Erik Messerschmidt had voor Fincher de serie “Mindhunter” mogen inblikken en net na deze serie zette Ridley Scott hem op zijn eigen serie “Raised by Wolves”. Erik won de Oscar voor Mank (2020) en deze film was de eerste keer dat Ridley Scott met hem werkte op een langspeelfilm. En ja, visueel is het knap gefotografeerd. De luchtopnames boven de bergen (in werkelijkheid de Italiaanse Apennijnen, niet de Rockies) hebben iets betoverends, alsof Scott even zijn zin in natuurdocumentaires heeft botgevierd. Er zit iets bijna religieus in de manier waarop Hig zijn motor uitzet en gewoon laat drijven boven de bergketens, geluidloos, alsof hij een moment lang overweegt om nooit meer terug te keren. Dat soort beelden verantwoordt op zich al een bioscoopticket. Maar mooie beelden zijn geen verhaal, en daar wringt het schoentje. Het scenario van Mark L. Smith, gebaseerd op de roman van Peter Heller, hapt naar adem tussen twee registers die elkaar voortdurend in de weg zitten: een ingetogen rouwdrama enerzijds, een actievolle overlevingsthriller anderzijds. Het compromis is een film die noch traag genoeg is om echt te verstillen, noch snel genoeg om je vast te grijpen. Ook de ordinaire dialogen die voornamelijk bestaat uit schuttingtaal, kan dit verhaal niet redden. Een film als Children of Men (2006) weet deze balans toch goed te houden, en dat is trouwens één van de weinige films waar de film beter is dan het boek. En dit is trouwens ook de reden waarom de regisseur van Children of MenAlfonso Cuarón maar liefst 4 Oscars heeft en Scott nog altijd moet wachten op zijn eerste. Ridley ziet zichzelf nu blijkbaar meer als een influencer dan als een filmmaker, ik zou graag hebben dat hij opnieuw wat meer die filmmaker wordt van in zijn beginjaren.

Neem het eerste uur. Scott neemt uitgebreid de tijd om Hig en Bangley te introduceren, hun dagelijkse routines, hun kaartspelletjes met nutteloos geworden bankbiljetten, hun bezoekjes aan een gemeenschap van mennonieten geleid door Aaron (Benedict Wong). Dat zou allemaal kunnen werken als karakteropbouw, als de film ons ooit echt liet voelen wie deze mensen waren voor de wereld verging. In plaats daarvan blijft het bij sfeerschetsen: verlaten tankstations, omvergereden auto’s, een verwelkte kerstboom in een winkelcentrum. Allemaal wel knap in beeld gezet, maar het stapelt zich op zonder ooit ergens naartoe te leiden. Tegen de tijd dat het eerste echte actiemoment zich aandient, heb je als kijker vooral veel sfeer en product placement geconsumeerd en weinig verhaal, en deze prent duurt zo goed als 2 uur lang.

Elordi doet wat er van hem gevraagd wordt, maar wat er van hem gevraagd wordt is niet veel meer dan gefronste wenkbrauwen en een blik die zegt: ik draag een verlies met me mee, vraag er niet naar. Zijn personage blijft een schets, een optelsom van “ik heb mijn zwangere vrouw verloren” en “ik gelooft nog in het goede”, zonder dat we ooit voelen wat die vrouw voor hem betekende en waarom hij positief blijft. Het zijn kleine details, maar ze zijn wel essentieel voor de toeschouwers om meer vat te krijgen op deze personages. De flashbacks naar hun huwelijk zijn functioneel in plaats van ontroerend: we zien haar zwanger, we zien haar ziek worden, en dat is het zowat. Er is geen anekdote, geen eigenaardigheid, geen klein detail dat haar tot een mens maakt in plaats van een symbool voor Hig’s verdriet. Wanneer hij later fluistert dat hij haar “gedood” heeft, voelt dat als een dramatische zin die op papier ontroerend leek en op het scherm vooral geforceerd overkomt. De emotionele impact blijft uit, en achteraf heb je zoiets van, dit had misschien véél beter kunnen zijn mocht Cuarón dit boek in handen kreeg.

Brolin daarentegen stapt moeiteloos in de rol van de cynische overlever en is, zoals wel vaker, de beste reden om te blijven kijken; zijn Bangley heeft tenminste een randje humor tussen alle bloedvergieten door. Hij noemt indringers “kakkerlakken”, verbrandt hun lichamen, en gaat vervolgens rustig weer een sigaar roken alsof er niets gebeurd is, en toch slaagt Brolin erin om je die man ook een beetje te doen begrijpen. Pearce brengt eenzelfde soort norse charme mee als de wantrouwige Pops, wat het des te jammer maakt dat de film hem en Brolin amper samen op het scherm zet; twee acteurs die duidelijk plezier zouden hebben aan een scène samen, en de film gunt het hun nooit. Qualley krijgt helaas weinig om mee te werken. Haar personage is vooral aanwezig om Hig te doen glimlachen, en de chemie tussen de twee voelt eerder verplicht dan verleid; twee knappe mensen die elkaar tegenkomen in een verwoeste wereld, meer is het zelden. Cima heeft, net als Hig, een echtgenoot verloren, en de film denkt blijkbaar dat gedeeld verdriet automatisch chemie oplevert. Dat klopt zelden in het echte leven, en het klopt hier ook niet. Er is NUL chemie tussen die twee aantrekkelijke wezens. NUL! Hun gesprekken over wat ze missen (verkeer, muziek, een normale dag) blijven aan de oppervlakte hangen, alsof het script bang is om ergens specifiek te worden.




The Dog Stars © 2026 20th Century Studios. All Rights Reserved.

Dat is tekenend voor het grotere probleem van The Dog Stars: het wil iets zeggen over verbondenheid, over vertrouwen versus wantrouwen, over de vraag wat overleven eigenlijk waard is als je niemand meer hebt om voor te leven, maar het scenario is te lui om die ideeën uit te werken. Personages praten over verlies in plaats van het te tonen. De film flirt ook nog eens voortdurend met een politieke lezing, Hig en Bangley als karikaturen van twee kanten van hetzelfde land, de ene pleit voor openheid, de andere voor gesloten grenzen, maar durft nooit door te bijten. Het wil zowel begripvol zijn voor Bangley’s paranoia als voor Hig’s naïviteit, en eindigt daardoor nergens. Nog meer storend is de manier waarop de film zijn antagonisten tekent: horden gemaskeerde, tatoeage-bedekte plunderaars die schreeuwend en met pijl en boog aanvallen, in een beeldtaal die onmiskenbaar leunt op de oudste, meest ongemakkelijke westernclichés en Mad Max films. Waar de mennonieten, de enige gemeenschap die vreedzaam samenleeft, opvallend wit en christelijk blijven, zijn de gewelddadige horden gecodeerd op een manier die je eerder verwacht in een western uit de jaren ’60 dan in een productie uit 2026. Het is een keuze die de film nooit bevraagt, laat staan verantwoordt, en die een schaduw werpt over wat verder een redelijk onschuldig, zij het bloederig, avonturenverhaal wil zijn. Je kan het aan de scenarist wijten, aan de regisseur, aan beiden, maar het went niet, en het went ook niet dat de film er zelf geen weet van lijkt te hebben.

Scott is een regisseur die z’n actiescènes nog altijd met verve neerzet, dat wel; de nachtelijke aanval op het compound, gefilmd deels door een nachtkijker, zit strak in elkaar, en de finale in Grand Junction, met een heerlijk over-de-top Allison Janney als zelfverklaarde leidster van een bizarre enclave, geeft de film eindelijk wat gekte die het daarvoor node miste. Het is bijna alsof er een heel andere, veel interessantere film schuilt in die laatste twintig minuten, eentje die zich niet inhoudt, die de absurditeit van het overleven durft te omarmen in plaats van ze telkens weer in te ruilen voor plechtstatige stiltes. Toch is dat te weinig, te laat. The Dog Stars torst een tempo dat het eerste uur amper vooruit komt met personages die nooit voorbij hun functie in de plot geraken. Voor een regisseur die op zijn 88 (!) nog altijd stilistisch scherp is, blijft het frustrerend hoezeer hij zich hier laat vangen door een scenario dat zijn eigen ambities niet aankan. Ik heb de roman zelf niet gelezen maar ik had ergens gelezen dat het boek vooral leefde van introspectie en ambiguïteit; de film heeft dat in ieder geval ingeruild voor spektakel en vereenvoudiging. Ik moet misschien eens het boek gaan lezen want ergens zat hier wel een betere film in. Het decor is de ster; de rest wordt erdoor overschaduwd, en dat is precies het probleem. Zelfs Jasper de hond, wiens lot je van bij het begin voelt aankomen, krijgt niet de emotionele impact die je zou verwachten; zijn dood wordt aangekondigd met veel bombarie en voelt toch merkwaardig licht. Kortom, allemaal mooi om naar te kijken, maar compleet steriel: dat is de erfenis die deze wereld overleeft. De film is vandaag op te zien in de bioscoop.

Review The Dog Stars (2026)
Recensie door op

Beoordeling: 2 / 5

rating


4 Comments

  1. RocknRolla

    Je moet toegeven dat Ridley de meest inconsistente regisseur is in de filmgeschiedenis

    Reply
  2. Centurion92

    Scott houdt van zijn job en heeft zijn kritische vermogen verloren om een zwak script van een schitterend script te onderscheiden, denk ik

    Reply
  3. Wim

    Matchstick Men blijft mijn favo Scott film na Alien en Blade Runner.

    Reply
  4. Bramstoker

    Josh Brolin had wel in een interview laten vallen dat hij het soms wat frustrerend vond hoe Ridley zijn acteurs regisseerde. Ja, meestal zijn de vertolkingen sterk, maar ik denk vooral dat het grotendeels te wijten is aan de acteurs zelf. En misschien is hij hierin net iets beter dan Nolan, dat hij perfect kan inschatten wat werkt.

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.