Drie Marvel-films in één jaar. Het klinkt als 2015 opnieuw, toen dat recept nog vanzelfsprekend leek, en het klinkt ook meteen als een risico, want de laatste keer dat Marvel dat tempo probeerde vast te houden liep het faliekant af. Toch is dat exact wat Disney nu plant voor 2028: een X-Men-reboot, een Ghost Rider-film met Ryan Gosling in de hoofdrol en Black Panther III, alle drie binnen twaalf maanden in de zalen. Na een schamel 2027 met enkel Avengers: Secret Wars als houvast, moet 2028 het jaar worden waarin de studio bewijst dat ze niet alleen kan overleven op ambitie, maar ook op kwaliteit. Op 5 mei 2028 opent de nieuwe X-Men-film, geregisseerd door Jake Schreier en met een cast die Sadie Sink, Kit Connor, Christopher Abbott, Samara Weaving, Inde Navarrette, Maya Boyd en Adam Driver als de schurk Mr. Sinister samenbrengt. Op 28 juli volgt Ghost Rider, geregisseerd door Shawn Levy, met Ryan Gosling als de nieuwe Spirit of Vengeance, na twee rondes van Nicolas Cage bij Sony. Het jaar sluit af op 15 december met Black Panther III, waarin David Jonsson de zoon van T’Challa speelt en Letitia Wright en Winston Duke terugkeren. Drie films, drie totaal verschillende genres, en drie totaal verschillende manieren om Marvel ofwel weer geloofwaardig te maken, ofwel opnieuw de mist in te laten gaan.



© Marvel
Laten we beginnen bij het project met de meeste druk erop: X-Men. Fox heeft die franchise decennialang in leven gehouden met wisselend succes, en de vraag was altijd hoe Marvel Studios die mutanten zou binnenloodsen zonder dat het aanvoelt als een verplicht nummer. De castingkeuzes zijn intrigerend, niet per se omdat ze veilig zijn, maar net omdat ze dat niet zijn. Christopher Abbott als Professor X is een keuze die niemand had zien aankomen, en dat is precies waarom ze werkt op papier: hij is een acteur die intensiteit brengt zonder te overacteren, iets waar het personage nood aan heeft na decennia van Patrick Stewart-achtige waardigheid. Adam Driver als Mr. Sinister is dan weer de logische stap voor een acteur die zich de afgelopen jaren specialiseert in mannen die op het randje van ineenstorting balanceren. Regisseur Jake Schreier bewees met Thunderbolts* (2025) al dat hij karakters zwaarte kan geven zonder de actie te verwaarlozen, en dat is precies wat een X-Men-film nodig heeft: minder spektakel om het spektakel, meer emotionele stakes.
Dan Ghost Rider, en hier wringt de nieuwsgierigheid het meest. Gosling is een acteur die zelden de voor de hand liggende keuze maakt, en een personage als de Spirit of Vengeance, letterlijk een brandende schedel op een motor, is op het eerste gezicht een vreemde match voor iemand die zijn carrière bouwde op ingehouden, ironische performances. Maar misschien is dat net de charme: Gosling kan een schreeuwerig personage geloofwaardig maken door het net níet schreeuwerig te spelen. Shawn Levy regisseert, en zijn palmares is op zijn minst wisselvallig; Deadpool & Wolverine (2024) bewees dat hij fanservice kan combineren met een verrassend warm hart, maar zijn eerdere werk (Night at the Museum, Real Steel) verraadt ook een neiging naar het gladde en het veilige. Ghost Rider verdient geen tweede Nicolas Cage-fiasco met slechte cgi en een verhaal dat nergens naartoe gaat. Als Levy die valkuil vermijdt en het personage echt gothic en ongemakkelijk durft te maken in plaats van het te temmen tot een pretpark-attractie, kan dit de verrassing van het jaar worden.
Black Panther III is misschien wel de meest zekere waarde van het drietal, en dat zeg ik met enige aarzeling, want zekerheden zijn er niet meer in de comic-wereld. Maar Ryan Coogler weet wat hij doet met deze franchise; hij combineert politieke ondertoon met emotioneel gewicht op een manier die de rest van de MCU zelden lukt. Dat David Jonsson nu de zoon van T’Challa speelt, is een generatiewissel die goed aanvoelt na het overlijden van Chadwick Boseman en de manier waarop Coogler die leegte in de tweede film met waardigheid heeft ingevuld. Letitia Wright en Winston Duke keren terug, en beiden krijgen ook al een cameo in Avengers: Doomsday (2026), wat suggereert dat Marvel deze keer wél de moeite doet om zijn universum coherent te laten aanvoelen in plaats van elke film als een eiland te behandelen.
Wat deze drie films gemeen hebben, is dat ze alle drie op hun eigen manier een test zijn. X-Men moet bewijzen dat Marvel nieuwe personages nog steeds kan lanceren zonder toe te geven aan formule. Ghost Rider moet bewijzen dat een regisseur met een geschiedenis in comfortabele familiefilms ook durf kan tonen. En Black Panther III moet simpelweg bewijzen dat de beste franchise van de MCU dat nog steeds is. Los van elkaar zijn het drie interessante gokken; samen zijn ze een statement dat Marvel niet van plan is zich stil te houden na Avengers: Doomsday en Secret Wars, wat na het rommelige 2025 met Captain America: Brave New World, Thunderbolts en The Fantastic Four: First Steps best gedurfd is. Toch blijft er een addertje onder het gras: drie films in één jaar is precies het tempo dat drie jaar geleden faalde, niet omdat de concepten slecht waren, maar omdat de uitvoering karakterloos aanvoelde. Marvel lijkt nu wél te kiezen voor regisseurs met een duidelijke stem (Coogler, Schreier, en in mindere mate Levy) in plaats van inwisselbare studio-vaklui, en dat is het belangrijkste signaal dat ze geleerd hebben van hun eigen fouten. Of ze die les ook echt hebben begrepen, zullen we pas weten wanneer de eerste trailers verschijnen. Voorlopig is 2028 op papier het meest ambitieuze Marvel-jaar sinds lang, en ambitie is tenminste een begin.
X-Men kan wel kick-ass zijn als ze het niet verkloten, Black Panther is versleten en zouden ze beter rebooten
klopt x men kan iets worden mer sinister en hoop ghostrider ook maar blach panther is over en out !!! deel 2 was slecht en eigenlijk deel 1 het einde was ooj niet al te best