De trailer van Ice Cream Man (2026) brengt heel wat teweeg. Nog voor iemand het gore-gehalte kon tellen, ontstond er al een gerucht over iets wat helemaal niet met bloed te maken heeft: met name kunstmatige intelligentie. En laten we eerlijk zijn, dat is precies het soort ophef waar Eli Roth stiekem van geniet, ook al doet hij nu alsof het hem overkomt.
Korte inhoud In het pittoreske kuststadje Bayleen Bay rijdt op een zonovergoten dag een ijscowagen binnen, bestuurd door een angstaanjagend zwijgzame ijsman (Ari Millen). Alle kinderen krijgen gratis ijs met griezelige namen als Serpent Swirl en Locust Lick. ’s Nachts slaat het noodlot toe: de kinderen ontwaken als moordlustige zombies en beginnen ouders, leerkrachten en andere volwassenen op gruwelijk creatieve wijze af te slachten. Enkel wie het ijs niet at, zoals de lactose-intolerante Jared (Charlie Zeltzer) en zijn vriendinnetje Mia (Kiori Mirza Waldman), blijft buiten schot en moet een weg zoeken om de vloek te breken.
Wat meteen opvalt in de beelden: Roth heeft duidelijk geen zin om subtiel te zijn. De felle, bijna kunstmatig zonnige kleuren doen denken aan een Coca-Cola-reclame uit de jaren vijftig, en dat contrast met de latere bloedbaden lijkt bewust opgezocht. Het is een truc die hij ook in Thanksgiving (2023) gebruikte, en die daar wél werkte omdat de satire er scherper op aansloot. Hier voelt het voorlopig vooral als sfeerbehang, leuk om naar te kijken, maar zonder dat er iets onder zit dat je bijblijft.
Ari Millen is wat de trailer betreft de enige die er echt bovenuit steekt. Geen woord zegt hij, en dat hoeft ook niet: die grijns, dat keurige uniform met vlinderdas, dat waanzinnige geduld waarmee hij ijsjes uitdeelt terwijl je weet dat er iets grondig mis is, dat is precies het soort minimalistisch acteerwerk waar horror op drijft. Het deed me meteen denken aan Art the Clown uit de Terrifier films. Vergelijk het gerust met een stille slasher-icoon in wording. Of Millen dat charisma ook kan vasthouden wanneer het personage uiteindelijk moet gaan praten (want dat komt eraan, dat weten we uit de andere besprekingen die al circuleren), is een andere vraag. Stilte is makkelijk indrukwekkend, dialoog veel minder. De kindacteurs krijgen in de trailer een schier onmogelijke opdracht: overtuigend overkomen als zowel slachtoffer als bloeddorstige moordmachine, binnen luttele seconden beeldmateriaal. Dat is een hoog risico voor Roth, want als die overgang er geforceerd uitziet, zoals sommige shots al laten vermoeden, dan valt het hele concept plat. Het is trouwens precies dat concept, kinderen als instrumenten van geweld, dat de morele lading van de film zwaarder maakt dan Roth misschien beseft. Hij flirt hier met iets dat verder gaat dan shockwaarde alleen, en de trailer laat nog niet zien of hij dat spel bewust speelt of gewoon per ongeluk aanraakt.
Dan de olifant in de kamer: de AI-kwestie. Roth beweerde eerst dat hij zelf, met potlood en geduld, de Fleischer-geïnspireerde animatiesequentie had getekend. Nadien moest hij toegeven dat het productiehuis Dark Half, gespecialiseerd in AI-beeldmateriaal, mee aan de kar trok. Op zich is het gebruik van AI in twee korte scènes geen doodzonde, veel regisseurs experimenteren ermee. Het probleem is de leugen die eraan voorafging. Wie een indruk van artisanaal vakmanschap probeert te verkopen terwijl er machinaal gegenereerde beelden inzitten, ondermijnt zijn eigen geloofwaardigheid, en dat in een genre waar praktische effecten en ambachtelijke overtuigingskracht net de kern van de aantrekkingskracht vormen.
Wat de trailer verder prijsgeeft, doet vermoeden dat Roth opnieuw voor kwantiteit boven kwaliteit kiest: de ene kill nog absurder dan de andere, tot het punt waarop het bijna een parodie op zichzelf wordt. Dat kan werken als je puur voor de spektakelwaarde gaat, maar het risico is dat de film, net als sommige eerdere Roth-projecten, uiteindelijk meer indruk maakt door het aantal liters kunstbloed dan door enige vorm van spanningsopbouw. De montage in de trailer oogt bovendien nerveus, bijna gehaast, wat kan wijzen op een film die zijn eigen tempo niet vertrouwt.
Toch is er iets aan deze trailer dat je, ondanks alle scepsis, wel wil zien uitgewerkt. De visuele stijl heeft lef, Millen heeft aanwezigheid, en het premisse van een kinderlijke horror is origineel genoeg om nieuwsgierig te blijven. Maar de combinatie van een regisseur die liegt over zijn eigen productieproces en een verhaal dat kinderen als wapentuig gebruikt, zorgt voor een ongemakkelijke nasmaak nog voor de aftiteling is begonnen. Ice Cream Man belooft alvast één ding met zekerheid: dit wordt geen film waar je onbewogen bij blijft, in welke richting dat onbehagen ook uitslaat. Of het scoopje talent dat in deze trailer zit ook standhoudt over negentig minuten, valt nog te bezien. Maar reken maar dat het gesprek over deze ijsman, terecht of niet, allang niet meer over ijsjes gaat.

Het deed me inderdaad denken aan Terrifier, maar dan nog platter