GoldenEye (1995) ***½ recensie

Zes jaar stilte. Geen Aston Martin, geen martini, geen dubbelzinnige one-liner. Nadat de cijfers wat minder waren bij Licence to Kill (1989) belandde de Bond-franchise in een juridisch moeras tussen productiehuis Danjaq en een stervend MGM, en leek 007 definitief ten grave gedragen. Dat GoldenEye (1995) er überhaupt gekomen is, grenst aan het miraculeuze. Dat het ook nog eens één van de sterkste films uit de reeks werd, al helemaal.

Artwork by Davian
Based on imagery from the movie / courtesy of the copyright holder

Korte inhoud: In 1986 infiltreren de MI6-agenten James Bond (Pierce Brosnan) en Alec Trevelyan (Sean Bean) – agent 006 – een Sovjet chemische wapenfaciliteit. De missie loopt mis: Trevelyan wordt neergeschoten en vermoedelijk gedood. Negen jaar later duikt een mysterieuze misdaadsyndicaat genaamd Janus op, dat een verwoestend elektromagnetisch wapensysteem – de GoldenEye-satelliet – steelt en inzet boven Siberië. Bond wordt op onderzoek gestuurd en ontdekt al snel dat zijn oude vriend springlevend is – en de man achter het complot.

Wat GoldenEye meteen onderscheidt van zijn voorgangers, is de bewuste keuze om de Bond-formule niet zomaar door te draaien alsof er niets veranderd was. Regisseur Martin Campbell – een Nieuw-Zeelander, trouwens, en daarmee de eerste niet-Britse regisseur in de reeks – zet zijn nieuwe 007 meteen in een wereld die hem kritisch bekijkt. De openingsscène met de beroemde bungeesprong van de Verzasca-dam in Zwitserland – destijds de hoogste stuntsprong van zijn soort ooit gefilmd, meer dan 220 meter hoog – is spectaculair, maar wat écht beklijft is de confrontatie met de nieuwe M, gespeeld door Judi Dench. Zij omschrijft Bond als: “Een seksistisch, misogyn dinosaurus. Een reliek van de Koude Oorlog.” De scène is scherp, grappig en net iets te raak om weg te lachen. Het is 1995, en Bond voelt dat.

Het is Pierce Brosnan die die paradox moet dragen: een personage dat tegelijk verouderd én onmisbaar is. En hij doet het met verve. Brosnan heeft de fysieke aanwezigheid die Connery had, de droge humor van Moore, een vleugje van de rauwheid van Dalton, maar voegt er iets menselijks aan toe – een flard van kwetsbaarheid wanneer hij oog in oog staat met zijn “dode” vriend. Dat hij er tien jaar op had moeten wachten – zijn contract voor de televisieserie Remington Steele blokkeerde hem eerder al toen Moore stopte – geeft zijn optreden achteraf iets van ingehouden energie. Hij wílde dit en je voelt het.

De eigenlijke kroon van GoldenEye is Sean Bean als Alec Trevelyan. Bond-schurken zijn doorgaans karikaturale despoten die hun plannen uitleggen vanuit een vulkaan, maar Trevelyan is iets anders. Zijn ouders waren Lienz-Kozakken die na de Tweede Wereldoorlog door de Britten werden uitgeleverd aan de Sovjet-Unie – een weinig glorieuze bladzijde uit de Britse geschiedenis. Hij kent Bond van binnenuit, spreekt zijn taal, gebruikt zijn zwakheden. “Je weet James, ik was altijd de betere.” Bean speelt hem met een ijle, gespannen intelligentie – jammer genoeg bemoeilijkt zijn casting wel geloofwaardigheid, want Bean was halverwege de dertig en speelt een personage dat een trauma uit de jaren veertig meedraagt. Maar in de scène tussen de gebroken Sovjetstandbeelden – één van de mooiste en meest symbolisch geladen momenten uit de hele reeks – vergeet je dat volledig.

Campbell heeft ook oog voor actie die niet alleen spectaculair is, maar ook een zeker brein toont. De tankachtervolging door Sint-Petersburg – grotendeels gedraaid op een achtergrond van een gigantische studio nagebouwd in Leavesden Studios, een voormalige Rolls-Royce-fabriek in Hertfordshire – is luidruchtig en inventief. Bond die even stopt, zijn das rechtzet, en verder rijdt: dat is Bond op zijn best. Cinematograaf Phil Meheux geeft de film een andere, lichtelijk koelere beeldtaal dan zijn voorgangers, wat past bij de nieuwe toon die Campbell nastreefd.

Famke Janssen als Xenia Onatopp is een schaamteloos buitensporig karakter – een voormalig Sovjet-gevechtspiloot die mannen letterlijk doodknijpt met haar dijen – dat in andere handen puur ridicuul zou zijn. Janssen speelt haar met een soort wellustige precisie die het personage net boven de karikaturale grens houdt. Haar eerste scène in het casino, haar ogen die nauwelijks hun enthousiasme voor geweld verbergen: dat is acteren. Famke brak een rib tijdens de saunagevechtsscène nadat ze Pierce Brosnan had aangespoord haar zo hard mogelijk tegen de muur te smijten. Izabella Scorupco als Natalja Simonova is dan weer een Bond-girl die voor eens over meer beschikt dan decoratieve kwaliteiten – haar emotionele breekpunt na de aanval op het radarstation, schreeuwend naar een kapot stemherkenningssysteem, is een moment waarin een vrouwelijk personage werkelijk menselijk aanvoelt. Hun gesprek op een Cubaans strand – waar ze hem vraagt waarom hij zo kil is en hij antwoordt dat het de enige manier is om zijn job te dragen – is het meest menselijke moment in de gehele film. Alan Cumming als de narcistische computernerd Boris Grishenko, die constant zijn eigen genialiteit uitroept, levert dan weer een soort komische tegenpool die de film lucht geeft zonder hem te ondermijnen. Zijn einde – bevroren onder vloeibaar stikstof terwijl hij net “I am invincible!” geroepen heeft – deed me wel wat denken aan een scene uit de Road Runner cartoon.


© United Artists / Eon Productions

Waar GoldenEye minder sterk in is, is de coherentie van zijn screenplay. De motivatie van Trevelyan schuift doorheen de film – is het geld, is het haat, is het wraak? – en de plot bevat genoeg gaten om een satelliet door te sturen. Maar datgene waar ik echt een hekel aan had, dat was de muziek van de Franse componist Éric Serra – een electronisch, soms bijna geluidsexperimenteel landschap – de tankscore moest zelfs in allerijl herschreven worden door John Altman in een meer traditionele stijl. Het was misschien een moedige keuze om iets anders te proberen, maar dit was gewoon smaakloos. Het titelthema, gezongen door Tina Turner op muziek van Bono en The Edge – die overigens allemaal buren van elkaar waren in het zuiden van Frankrijk – is deugdelijk maar niet memorabel. En de productplaatsing bereikt op momenten een niveau dat zelfs voor een Bondfilm buitensporig aanvoelt: een tank die door een piramide van Perrier-flessen raast is minder Bond en meer reclamespotje. En ja, de film heeft geld gekost en daarom ook de veelvoud aan product placement. Je moet het er allemaal bij nemen; van de blikken Perrier tot Bond’s Omega Seamaster.

GoldenEye is ook de eerste Bond-film met een volledig origineel verhaal, niet gebaseerd op enig werk van Ian Fleming – hoewel de filmtitel wél een eerbetoon is aan Flemings Jamaicaans landgoed, vernoemd naar een operatie die hij zelf ontwierp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was ook de laatste film die grondlegger Albert “Cubby” Broccoli voor zijn dood zou zien, en de eerste volledig geproduceerd door zijn dochter Barbara Broccoli samen met Michael G. Wilson. Een overdracht van stokje, zowel letterlijk als figuurlijk. GoldenEye was bovendien de eerste Bondfilm die ooit in Rusland zelf werd opgenomen, al was dat een bureaucratische nachtmerrie: bijna 150 vergunningen waren nodig, en op een dag stopten de opnames volledig nadat een lokale krant berichtte dat de crew de stad aan het vernietigen was. Het waren replica’s van straatstenen. Maar goed.

Campbell zou tien jaar later opnieuw worden ingeschakeld voor Casino Royale (2006) – en dat is geen toeval. GoldenEye is in essentie een proto-reboot die de toon zet voor wat Bond kan zijn wanneer er iemand achter de camera staat die hem serieus neemt zonder de ironie te verliezen. Het is geen perfecte film. Maar het is een onmisbare. Trevelyan valt aan het eind honderden meters naar beneden, overleeft dat amper, en wordt vervolgens platgedrukt door een brandende satellietschotel. Bond hangt aan de onderkant van een helikopter, de Bondgirl aan de stuurknuppel. Dat is geen actie. Dat is poëzie van de meest onzinnig sublieme soort. De film kwam uit op 4k UHD op .

Review GoldenEye (1995)
Recensie door op

Beoordeling: 3.5 / 5

rating



3 Comments

  1. Whedon

    Ik vond dit best wel een grappige Bond

    Reply
  2. Maarten

    Inderdaad de beste Pierce Brosnan Bond film, spijtig van de elektronische muziek

    Reply
  3. Volkan

    Is één van de oudere Bondfilms die nog steeds het bekijken waard is

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.