Er bestaat een specifiek soort stilte die luider is dan gebrul, en Oliver Hermanus kent hem als geen ander. In The History of Sound (2025) giet hij die stilte over twee mannen die elkaar liefhebben zonder het ooit hardop te mogen zeggen, en het resultaat is een film die je bewondert meer dan dat je erdoor geraakt wordt. Knap gemaakt, zeker. Maar ook zo terughoudend dat je soms het gevoel hebt naar een prachtig ingelijst schilderij te kijken in plaats van naar een kloppend hart.
Korte inhoud In 1917 ontmoet de verlegen boerenzoon Lionel (Paul Mescal), die als kind al ontdekte dat hij kleuren en smaken hoort in muziek, de vlotte compositiestudent David (Josh O’Connor) aan het conservatorium van Boston. Hun gedeelde liefde voor volksliedjes groeit uit tot een geheime affaire, tot de Eerste Wereldoorlog hen uit elkaar rukt. Wanneer David terugkeert, herenigen ze zich voor een tocht door de bossen van Maine om vergeten volksmuziek op wasrollen vast te leggen, een missie die hun band opnieuw op de proef stelt en Lionels leven decennialang zal blijven achtervolgen.
Wat meteen opvalt, is hoe consequent regisseur Hermanus zijn eigen handschrift doorzet. Na de ingehouden mannelijkheid van het Zuid-Afrikaanse leger in Moffie (2019) en de stijve Engelse beleefdheid in Living (2022) vindt hij hier weer een gemeenschap die haar diepste gevoelens wegstopt achter goede manieren. Dat is knap volgehouden, maar het wordt ook stilaan zijn handicap. Waar Living die ingehoudenheid net gebruikte om één late doorbraak van emotie des te harder te laten aankomen, blijft die doorbraak hier grotendeels uit. Je voelt de vingerafdruk van de vakman, maar mist het risico van iemand die zijn personages ook eens laat ontsporen.
Het scenario van Ben Shattuck, gebaseerd op zijn eigen kortverhalen, is intelligent in structuur maar wankel in ritme. De film opent sterk, valt daarna even stil tijdens de oorlogsscheiding, herleeft prachtig tijdens de opnametocht door Maine, om vervolgens uit te waaieren naar Rome, Oxford en een web aan nevenpersonages die nooit helemaal tot leven komen. Twee uur is niet overdreven lang op papier, maar door die versnippering voelt de film wél lang aan, alsof je drie korte verhalen na elkaar leest zonder dat iemand de overgangen heeft gladgestreken. Lionels synesthesie, dat mooie detail waarbij hij muziek ruikt en proeft, wordt in de openingsscène geïntroduceerd en vervolgens straal genegeerd, wat op zijn zachtst gezegd jammer is voor een personage wiens hele identiteit om geluid draait.
Aan acteerwerk ontbreekt het nochtans niet. Mescal brengt die typische kwetsbare stilte die hem sinds Aftersun zo goed afgaat, en zingt bovendien overtuigend genoeg om je te doen geloven dat deze jongen echt een gave heeft. O’Connor is de interessantere van de twee: zijn permanente, licht flikkerende glimlach oogt eerst charmant, later ronduit ondoorgrondelijk, en dat is precies de bedoeling, al wringt het dat we nooit echt weten wat erachter schuilt. Chris Cooper duikt op als de oudere Lionel en tilt in een handvol scènes de film naar een emotioneel niveau dat de rest angstvallig probeert te vermijden. Ook een korte, indringende monoloog van Hadley Robinson, als de vrouw die David uiteindelijk trouwt, zet meer teweeg dan de meeste scènes tussen de twee hoofdrolspelers samen.
Visueel is er weinig op aan te merken. Cameraman Alexander Dynan schildert de kale bossen van Maine, het prachtige licht van Rome en de mistige Engelse kastelen met een consequente, ietwat verbleekte palet dat de film een schilderachtige, bijna museale kwaliteit geeft. Precies dat woord, museaal, blijft echter door je hoofd spoken tijdens de langere passages: alles is zo verzorgd gecomponeerd dat de vonk van spontaniteit ontbreekt. Composer Oliver Coates ondersteunt dat gevoel met een score die eerder observeert dan meesleept. Vergelijk het gerust met Brokeback Mountain (2005), waar het landschap letterlijk mee ademde met de verboden liefde. Hier voel je vooral hoe zorgvuldig iedereen zijn best doet om niets te forceren, en soms wens je dat er gewoon eens iets fout ging.
Toch zou het onterecht zijn om The History of Sound weg te zetten als een mislukking. De film heeft momenten van echte schoonheid, vooral wanneer Lionel en David voor het eerst een lied op een wasrol vastleggen en je voelt hoe muziek voor hen een taal wordt die woorden overbodig maakt. Het probleem is dat die momenten schaars zijn in een film die verder vooral fluistert waar ze had mogen roepen. Hermanus bewijst voor de zoveelste keer dat hij weet hoe je ingehouden verlangen in beeld brengt, maar dit keer vergeet hij net dat ene beslissende moment waarop de deur toch eens wagenwijd open moet. Kortom, mooi gefilmd verdriet blijft verdriet op afstand, en dat is uiteindelijk de kern van het probleem. The History of Sound is een sierlijke, oprecht ontroerende film over twee mannen die nooit helemaal durven zeggen wat ze voelen, maar wie eerlijk is, moet toegeven dat de film zelf soms hetzelfde euvel heeft. De film is vanaf 16 juli 2026 beschikbaar bij jou thuis op DVD en Blu-ray.
Review The History of Sound (2025)
Recensie door Natalie op 1 augustus 2026

Nog niet gezien maar stond op mijn lijstje.