Licence to Kill (1989) ***½ recensie

Wanneer je de intro’s en naamvermeldingen zou weglaten zou je haast niet weten dat we hier te maken hebben met een James Bond film. Het lijkt eerder op een actie-thriller die ondanks de uitzinnige stunts toch met beide voeten in een realistisch kader staat. Licence to Kill (1989) werd bij zijn release weggezet als een mislukte Amerikanisering van de franchise, maar ik vind hem echter één van de meest gelaagde en dappere avonturen die 007 ooit beleefde, en ik ben er zeker van dat ik niet alleen sta met deze mening. Ja, de film heeft zwaktes, niet alle karakters worden waardig uitgewerkt en in vergelijking met de vorige film is er veel minder intrige. Maar dat zijn reputatie zo lang onderweg was, zegt minder over de kwaliteit van de film dan misschien over de conservatieve verwachtingen van een publiek dat zijn Bond nu eenmaal niet graag terugvond in de buurt van een haaienbak. Maar Bond gaat door vuur, water en lucht en de tegenstand is vaak brutaal. Het script begon als “Licence Revoked” maar werd hernoemd omdat Amerikanen de term associeerden met het verliezen van een rijbewijs.

Artwork by Davian
Based on imagery from the movie / courtesy of the copyright holder

Korte inhoud: Op de trouwdag van zijn vriend en CIA-agent Felix Leiter (David Hedison) helpt James Bond (Timothy Dalton) bij de arrestatie van drugsbaron Franz Sanchez (Robert Davi). Die ontkomt echter na een betaalde tip, vermoordt Leiters vrouw en laat de agent door een haai verminken. Als MI6 weigert actie te ondernemen, legt Bond zijn licentie neer en trekt op eigen houtje ten strijde, ondersteund door ex-CIA-piloot Pam Bouvier (Carey Lowell). Hij infiltreert Sanchez’ imperium met als doel het van binnenuit te vernietigen – en de man uiteindelijk met eigen handen af te rekenen.

Timothy Dalton speelt Bond hier voor de tweede en laatste keer, en het is meteen zijn sterkste vertolking. Waar zijn debuut in The Living Daylights (1987) nog een compromis was tussen het nieuwe en het vertrouwde, laat hij hier alle remmen los. Zijn Bond is verbeten, kwetsbaar en gevaarlijk – een man die niet lacht om zijn eigen grappen omdat hij er geen maakt. Dat polariseerde destijds, maar in retrospect sluit het naadloos aan bij wat Daniel Craig twee decennia later zou doen, maar dan voor honderden miljoenen dollar budget, een véél beter script en met het volledige ondersteuning van de filmpers. Dat Dalton er niet de vruchten van plukte, is één van de stille onrechtvaardigheden van de franchise.

Ook voor regisseur John Glen was dit zijn laatste Bondfilm en bizar genoeg vind ik dit ook zijn beste film en misschien ook de meest afwijkende van wat iedereen verwacht wat een Bondfilm moet zijn. Vijf films is in ieder geval een record dat nog altijd overeind staat. Hij kiest voor een verteltempo dat zich nergens haast. Dat is zowel een kracht als een lichte zwakte. De opbouw van de spanningsboog werkt, de manier waarop Bond steeds dieper in Sanchez’ vertrouwen doordringt heeft iets van een klassiek infiltratieverhaal. Maar bij momenten voelen sommige side-plots onderontwikkeld, met name de Chinese geheime dienst of de evangelist-figuur Professor Joe Butcher gespeeld door een verbluffend verkeerd gecaste Wayne Newton – belasten de plot meer dan ze bijdragen. Het lijkt alsof ze een prachtige locatie kregen en bij gevolg een sekte verhaal hier gingen bij sleuren. Gelukkig heeft Glen oog voor spektakel: de openingssequentie, waarin Bond in zijn trouwkostuum vanuit een helikopter een vliegtuig met een lasso vastmaakt, is zo brutaal elegant dat Christopher Nolan haar jaren later zou recycleren voor de opening van The Dark Knight Rises (2012) – een feit dat Nolan overigens openlijk bevestigde.

De echte revelatie is Robert Davi als Franz Sanchez. Geen plan voor wereldoverheersing, geen laserkanon in een vulkaan – gewoon een intelligente, kalme man die zijn imperium runt op basis van loyaliteit en die met chirurgische precisie afrekent met wie hem bedriegt. Davi speelt hem met een duistere charme die geloofwaardig én dreigend is, en het script heeft het zeldzame inzicht dat Sanchez en Bond in wezen elkaars spiegelbeelden zijn: beiden gedreven door loyaliteit, beiden bereid voor hun principes iemand te doden. Dat maakt de krachtmeting bijzonder. Een jonge Benicio Del Toro – toen 21 jaar, vandaag Oscarwinnaar – is zijn sinistere handlanger Dario, en toont al die onheilspellende aanwezigheid die hem later groot zou maken.

De vrouwelijke rollen zijn, eerlijk gezegd, gemengd. Carey Lowell als Pam Bouvier is een aangename verademing: een piloot met ruggengraat die Bond regelmatig van repliek dient en zijn ego bijstelt waar nodig. Haar bijnaam op de set, “Pambo”, verdiende ze omdat ze de stunts zelf uitvoerde. Minder overtuigend is Talisa Soto als Lupe Lamora, wier prestatie helaas niet verder reikt dan mooi zijn. Het script slaagt er bovendien niet in om Bouvier tot het einde toe consistent te houden: haar transformatie in de laatste act van competente partner naar jaloerse Bond-mededingster doet afbreuk aan wat ervoor opgebouwd werd. Dat is een scenario-fout van en , niet een acteerprobleem. Hoewel, de scenaristen hebben ook wat pareltjes in de film gestoken. De beroemde scène waarbij Bond ontslag neemt – opgenomen in het huis van Ernest Hemingway in Key West – bevat zelfs een stille literaire knipoog: Bond noemt het “a farewell to arms.” Weinig Bondfilms hebben zoveel laagjes als je bereid bent te kijken.


© United Artists / Eon Productions

Cinematografisch van Alec Mills doet Licence to Kill wat het moet doen: de Mexicaanse locaties geven de film een droge hitte die past bij de sfeer, en de praktische stunts houden een geloofwaardigheid vast die later computergestuurde chaos nooit helemaal heeft kunnen evenaren. Michael Kamens partituur – hij verving de zieke John Barry – draagt de film op zijn schouders met een nerveuze, koperrijke urgentie. Het titelnummer van Gladys Knight is ronduit één van de beste bondnummers ooit gemaakt, gebaseerd op de hoornaanzet van Goldfinger (1964) en met een power die de meeste van haar opvolgers beschaamd maakt. De slotballade van Patti LaBelle, “If You Asked Me To”, werd een kleine hit en klinkt nog altijd beter dan de coverkant van Céline Dion ooit zal doen.

De zomer van 1989 was meedogenloos voor Licence to Kill: Batman, Indiana Jones en de Ghostbusters zogen de zuurstof weg uit de bioscoopzalen. De film haalde niet meer dan 175 miljoen dollar op – geen mislukking, maar ook niet het verwachte record. Dalton zou daarna nog een derde Bond maken, met als werktitel “Property of a Lady”, maar juridische problemen bij MGM sleepten zo lang aan dat hij de rol in 1994 moest neerleggen. Pierce Brosnan volgde hem op, gooide het stuur terug naar de charme en de kwinkslagen, en the rest is geschiedenis – maar ook een stap achteruit vergeleken met wat Dalton had neergezet. Licence to Kill is geen perfecte film. De pacing heeft zijn aarzelende momenten, het derde bedrijf met de tankwagens durft wat lang aan te slepen voor hij volledig ontploft, en sommige personages verdienen meer schermtijd dan ze krijgen. Maar het is een Bond die iets op het spel zet – emotioneel, narratief, formeel – en dat maakt hem waardevoller dan tien films die enkel de bestaande formule netjes invullen. Dat hij bijna dertig jaar op erkenning moest wachten, is niet zijn schuld. Het was gewoon de verkeerde film op het verkeerde moment – maar de perfecte film voor nu. Tijd om de film te herontdekken, dus. De film kwam uit op 4k UHD op .


Review Licence to Kill (1989)
Recensie door op

Beoordeling: 3.5 / 5

rating

8 Comments

  1. Bautista

    Wat ik me kan herinneren van deze film is de chase met de tankers, wat een scene 😮

    Reply
  2. PJ

    Benicio del Toro is geweldig in dees

    Reply
  3. Kobe

    Sanchez is inderdaad ook wel een goeie slechterik, niet zo cartoonesk als andere Bond villains

    Reply
  4. Joshua

    ik vond em nogal grimmig voor een bond film, das ni per se slecht maar het verraste mij wel. die scene met de haaien was best wel heftig voor die tijd zeker. Voelde niet aan als een Bond-film, meer als een standalone spionage thriller.

    Reply
  5. joris

    kzou zeggen top 10 bond film maar zeker geen top 5, het mist gwn wat polish op sommige vlakken, de regie voelt soms wat goedkoop aan

    Reply
  6. Silverback

    Cocaine verdunnen in benzine was eigenlijk gebaseerd op iets dat echt gebeurde in drugssmokkel. Drugs kan opgelost worden in heel wat vloeistoffen, waaronder dus ook petroleumproducten zoals benzine. Dus alles voelde wel realistisch aan.

    Reply
  7. Stijn

    Ik vind em wat overrated, 2,5 ster was voldoende. Die ninja scene was belachelijk.

    Reply
  8. DennisVDW

    Het feelgood einde met Felix slaat wel nergens op. Zijn vrouw werd brutaal vermoord en hij heeft een been kwijt, maar laten we nog eens goed lachen. Gewoon misplaatst in het verhaal.

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.