Moana/Vaiana (2026) ** recensie

Er bestaat een woord voor een kopie die perfect op het origineel lijkt maar toch net dat beetje ziel mist: surrogaat. Moana/Vaiana (2026) is exact dat, een surrogaat, en de makers lijken daar zelf ook wel van bewust te zijn geweest, want ze hebben geen letter aan de originele partituur durven wijzigen. Tien jaar na de animatieklassieker terugkeren met een shot-voor-shot kopie is geen gedurfde zet, het is willen kapitaliseren op iets wat succesvol was door het in een ander kleedje te steken. Ik had echt een The Lion King (2019) remake gevoel. Het heeft geen enkele toegevoegde waarde op het origineel. Er was ooit een tijd waarin in uitkeek naar een live action verfilming van een Disney animatiefilm, zeker na het zien van het knappe Cinderella (2015) van Kenneth Branagh, maar Branagh was een regisseur die iets met de content deed en niet gewoon een copy paste film bracht.

© Disney

Korte inhoud Op het Polynesische eiland Motunui wordt Moana (Catherine Laga’aia) klaargestoomd om ooit haar vader op te volgen als opperhoofd, maar haar hart trekt voortdurend richting de horizon. Wanneer de visgronden leeglopen en de oogst mislukt, ontdekt ze via haar grootmoeder Tala (Rena Owen) dat enkel het terugbrengen van het gestolen hart van de godin Te Fiti het eiland kan redden. Samen met de arrogante halfgod Maui (Dwayne Johnson) trekt ze de oceaan op, waar ze onder meer de reuzenkrab Tamatoa (met de stem van Jemaine Clement) en het vuurmonster Te Kā tegenkomt. Het verhaal, de liedjes en zelfs de shotcompositie volgen op de minuut na wat Moana (2016) ons al vertelde.

Eerst even de olifant in de zaal, want die verdient het om benoemd te worden: waarom in godsnaam nu al? Disney heeft de gewoonte om zijn animatieklassiekers pas na twintig, dertig jaar terug te halen, wanneer de ouders die als kind in de zaal zaten, nu zelf met hun kinderen komen kijken. Bij “Beauty and the Beast” of “The Lion King” begreep je nog wel die logica, zelfs als je de resultaten matig vond. Bij Moana is er geen enkele generatiekloof om te overbruggen. De kinderen die de animatiefilm zagen tijdens de corona-lockdowns kijken nu, tien jaar later, naar exact dezelfde plot met andere gezichten erop. Dat maakt de vraag naar het bestaansrecht van deze film onvermijdelijk, en de film zelf biedt daar geen enkel weerwoord op. Regisseur Thomas Kail komt uit het theater, en dat merk je, in positieve en negatieve zin. Zijn ervaring met “Hamilton” verraadt zich in de manier waarop hij de musicalnummers in scène zet; “You’re Welcome” krijgt bijvoorbeeld een theatrale touch met geanimeerde muurschilderingen die over Maui’s opschepperij heen kruipen, en voor een paar minuten voelt de film aan alsof hij zichzelf toestemming geeft om absurd te zijn. Buiten die scènes is Kail echter vooral bezig met kopiëren in plaats van regisseren. Er is geen enkel moment waarop je het gevoel krijgt dat hij zich afvraagt hoe een scène ook anders had gekund. Elke keuze is er al eens gemaakt, tien jaar geleden, door iemand anders, met potlood en een 3D-animatieprogramma in plaats van camera’s. Dat brengt ons bij het grootste probleem van deze prent: ze durft niet. Het scenario van Jared Bush, die ook aan het origineel schreef, en Dana Ledoux Miller volgt de animatiefilm zo trouw dat je als kijker voortdurend zit te wachten op het moment waarop het verhaal je verrast. Dat moment komt niet. Nergens wordt er een nieuwe laag aan Moana’s zoektocht toegevoegd, nergens krijgt Maui’s schuldgevoel iets extra’s mee dat de personages dieper maakt dan hun tekenfilmversies. Je zou verwachten dat een levensechte cast en twee uur speeltijd ruimte scheppen voor nuance. In plaats daarvan voelt het net benauwder aan, alsof iedereen bang was om van het script af te wijken.

Wat de animatiefilm sterk maakte, was net dat spanningsveld tussen traditie en ontdekking: Moana’s vader die vasthoudt aan regels die het eiland ooit beschermden, tegenover een dochter die aanvoelt dat diezelfde regels haar volk nu net in de weg staan. Die kern-boodschap is nog altijd aanwezig in de remake, want je kan ze moeilijk wegsnijden zonder het hele verhaal te ontmantelen, maar ze krijgt geen enkele nieuwe invulling. Terwijl Moana in het verhaal zelf leert dat je soms buiten de gebaande paden moet durven stappen om je volk te redden, blijft de film die haar naam draagt zelf angstvallig binnen de lijntjes kleuren. Het is een ironie die de makers ofwel niet hebben opgemerkt, ofwel bewust hebben genegeerd, en beide mogelijkheden zijn allesbehalve geruststellend. Die angst heeft ook gevolgen voor het tempo. Waar de animatiefilm elke scène strak had ingekort tot precies de lengte die ze nodig had, sleept deze versie zich soms voort, vooral in het middenstuk waarin Moana en Maui elkaar leren vertrouwen. In 2016 voelde die ontdekkingstocht spannend aan omdat je als kijker mee op reis ging; nu weet je al lang van tevoren waar elke golf je naartoe brengt, en dat maakt van een verhaal over avontuur, ironisch genoeg, iets behoorlijk voorspelbaars. Het openingskwartier werkt nog wel, net als de climax, maar alles daartussenin voelt aan als een verplicht nummer dat wordt afgewerkt in plaats van beleefd.


© Disney, All rights reserved

Aan de acteurs zelf ligt de teleurstelling niet. Laga’aia, die hier haar filmdebuut maakt, brengt een aanstekelijke directheid mee die nooit overdreven aanvoelt, en haar zangstem torst de bekende nummers moeiteloos. Het probleem is dat ze zelden de kans krijgt om iets van zichzelf in de rol te leggen; ze recreëert grotendeels wat Auli’i Cravalho tien jaar geleden al deed, en dat is jammer, want in de weinige momenten waarop ze van het script mag afwijken, zoals haar geïrriteerde blik wanneer Maui haar wegwuift, toont ze dat er meer in haar zit. Johnson doet wat Johnson altijd doet: hij glimlacht, knipoogt, spant zijn spieren en levert een performance af die evengoed uit een andere film had kunnen komen. Waar de tekenfilmversie van Maui zijn ijdelheid in elke overdreven pose kon leggen, moet Johnson het nu doen met wenkbrauwen, en dat is simpelweg te weinig om het personage evenveel lucht te geven. Er is bovendien een merkwaardige spanning tussen de fysieke aanwezigheid van Johnson en het feit dat hij intussen een van de bekendste gezichten van Hollywood is. In 2016 kon hij zich volledig verstoppen achter de stem van een tekenfilmfiguur; nu sleept hij zijn eigen imago mee de bioscoopzaal binnen, en dat maakt het moeilijker om in Maui te geloven als een halfgod die worstelt met eigenwaarde, in plaats van als een sterspeler die precies weet dat de camera al lang overtuigd is. Het is geen kwestie van talent, want Johnson heeft dat wel, maar van een personage dat nu eenmaal beter functioneerde als getekende karikatuur dan als levensecht lichaam.

Wat de film wél overeind houdt, zijn de bijrollen en toch ook wel een beetje de muziek. Owen geeft Tala een lichtheid die goed samenspeelt met de striktheid van de rest van het gezin, en Jemaine Clement heeft duidelijk plezier in zijn rol als Tamatoa, al voelt “Shiny” eerder als een herhaling dan als een verrassing. De partituur van Lin-Manuel Miranda blijft overeind, simpelweg omdat ze tien jaar geleden al onberispelijk was; “How Far I’ll Go” en “We Know the Way” werken nog steeds, maar dat is een compliment aan het verleden, niet aan deze film. Het nieuwe eindcredits-nummer, gezongen door Laga’aia, Johnson en Cravalho, komt en gaat zonder een spoor achter te laten.

Een ander detail dat opvalt, en niet in het voordeel van de film, is hoe de dierlijke sidekicks zich gedragen. Het kippetje Heihei en het varkentje Pua waren in de tekenfilm grappig omdat hun bewegingen de elastische logica van animatie volgden; ze konden compleet onlogisch reageren zonder dat het stoorde, want alles in dat universum gehoorzaamde aan diezelfde losse fysica. Zet datzelfde gedrag nu naast levensechte decors en levensechte acteurs, en plots springt het eruit als een vreemd element dat niet bij de rest past. Het is een klein probleem op zich, maar het is exemplarisch voor de grotere denkfout van deze remake: wat in animatie vanzelfsprekend werkte, werkt niet automatisch mee in een fotorealistische wereld, en de film heeft daar nauwelijks een antwoord op gezocht.

Visueel is er weinig te vieren, en dat verbaast, want cameraman Oscar Faura bewees met werk als The Impossible en The Orphanage dat hij water en natuur wél tot leven kan wekken en ook heel dramatisch licht kan neerzetten. Hier krijgt hij weinig ruimte om dat te tonen; de kleuren zijn gedempt, het licht is verrassend vlak voor een verhaal dat zich grotendeels op een zonovergoten eiland afspeelt, en de digitale achtergronden verraden zich constant. Waar de animatiefilm de oceaan liet aanvoelen als een personage op zich, met een eigen wil en een eigen kleurenpalet, voel je hier overal de cgi Het is een vreemde paradox: een verhaal over het verlaten van veilige oevers, verteld door een productie die zelf niet één stap buiten de gebaande paden durft te zetten. Nu goed, misschien is dat alles ietwat onrechtvaardig ten opzichte van het jongere publiek waarvoor deze film ook gemaakt is. Kinderen die de animatiefilm nooit zagen (wie ze zijn weet ik niet maar zo goed als ale +7 jarige heeft de animatiefilm ondertussen gezien), zullen hier ongetwijfeld een plezierige avond aan beleven, en dat is geen minachtend compliment, want een goed verhaal blijft een goed verhaal, ook in zijn derde jas. De vraag is alleen of dat argument volstaat om een productie van deze omvang te verantwoorden. Er zijn genoeg manieren waarop Disney zijn eigen catalogus kon herwerken zonder simpelweg te herhalen; en ja er was niet alleen Cinderella, maar kijk naar wat The Jungle Book (2016) destijds deed met zijn bronmateriaal. Hier ontbreekt precies die ambitie, en dat weegt zwaarder door naarmate de film vordert. Deze remake blijft vooral een bewijs dat je een reis niet twee keer even opwindend kan navertellen als je exact hetzelfde kompas gebruikt. Moana/Vaiana loopt in de bioscoop vanaf .


Review Moana/Vaiana (2026)
Recensie door op

Beoordeling: 2 / 5

rating

7 Comments

  1. Silverback

    Vreselijke pruik …

    Reply
  2. Stef

    Daar waar de animatiefilm volwassenen nog kon bekoren denk ik dat deze film bestemd is voor de allerjongsten

    Reply
  3. Laura

    Met alle respect voor Dwayne Johnson, maar wordt hij niet wat oud voor dergelijke rollen?

    Reply
  4. Isa

    Momoa heeft iets van John Cena in Barbie !)

    Reply
  5. Dylan

    Assepoester werkt omdat het zich hoofdzakelijk afspeelt op een brij realistische setting, hier heb je een water avontuur met monsters, en dat is al veel moeilijker voor een live-action film.

    Reply
  6. joris

    Weet iemand hoeveel de film heeft gekost?

    Reply
    1. Noa

      250 miljoen dollar dus moet een half miljard ophalen tijdens zijn release, wat wel zal lukken gezien het genre film.

      Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.