Er is een bepaalde ironie in het feit dat A View to a Kill (1985) zo hardnekkig onderaan de Bond-ranglijsten bengelt, terwijl de film twee van de meest memorabele schurken uit de hele reeks op zijn palmares heeft staan. Critici hadden 40 jaar geleden hun vonnis al geveld nog voor ze een bioscoopkaartje kochten – en dat is precies het probleem met recensies die eerder een afrekening zijn dan een analyse. Tijd om de klok terug te draaien en de verdiensten van deze laatste Roger Moore Bondfilm in de verf te zetten.
Korte inhoud: Als een Sovjet-microchip opduikt die identiek is aan chips die James Bond (Roger Moore) terugvindt in Siberië, richt MI6 haar vizier op de excentrieke techmagnaat Max Zorin (Christopher Walken), verdacht van dubbelspel met de KGB. Bond infiltreert samen met de koelbloedige Sir Godfrey Tibbett (Patrick Macnee) Zorins uitgestrekte domein in Frankrijk, waar hij ook de mysterieuze Stacey Sutton (Tanya Roberts) ontmoet. Het spoor leidt naar Silicon Valley, waar Zorin – product van een Nazi-eugenetica-experiment – een seismische aanval plant om de wereldwijde microchipmarkt naar zich toe te trekken, geflankeerd door zijn onaantastbare handlangster May Day (Grace Jones).
Wat weinig recensenten destijds wilden erkennen: regisseur John Glen leverde een Bond die eerder aansluit bij de urbane actiemodus van de jaren tachtig dan bij de megalomane ruimteoperettes van voorganger Moonraker (1979). Het script van Richard Maibaum en Michael G. Wilson laat de gigantische lasers en ruimtestations achterwege; in plaats daarvan krijg je een Wall Street-schurk die chips smokkelt zoals anderen aandelen manipuleren. De slechterik is geen cartoon-villain die de wereld wil opblazen – hij wil er gewoon de markt mee domineren. Dat is, raar maar waar, een stuk subtieler dan wat de franchise eerder in petto had.
De echte zonde van A View to a Kill is niet de leeftijd van zijn hoofdrolspeler (57) – het zijn de verspilde kansen. Christopher Walken als Max Zorin is een cadeau dat de film niet volledig uitpakt. De man speelt zijn rol met een soort klinische vrolijkheid die kippenvel geeft: hij lacht als hij zijn eigen mannen neermaait met een Uzi, hij mompelt zijn dreigementen alsof hij bestellingen doorgeeft, en in de scène waarin hij Bonds ware identiteit ontdekt, reageert hij met niet meer dan een nonchalante grijns – alsof het hem vervelen zou om er iets om te geven. Walken werd als eerste Oscar-winnaar ooit gecast als Bond-schurk, en zijn prestatie verdient beduidend meer dan het script hem biedt. Het personage Zorin heeft het potentieel van een Hannibal Lecter maar krijgt de uitwerking van een doorsnee aandelen fraudeur.
Tegenover Walken staat Grace Jones als May Day, en die steelt elke scène waar ze in verschijnt. Jones is geen actrice in de klassieke zin – ze is een fenomeen. Haar aanwezigheid is zo overweldigend dat ze de regels van het Bond-universum even herschrijft: dit is geen handlangster, dit is een kracht. De beroemde sprong van de Eiffeltoren is prachtig gechoreografeerd, maar het is haar bijna onverstoorbare killer instinct dat May Day tot een van de meest iconische figuren uit de reeks maakt. Dat haar ommekeer aan het einde gehaast aanvoelt en weinig dramatisch verdiend is, ligt niet aan Jones maar aan een script dat haar personage opoffert voor een sentimenteel gebaar.
Moores zevende en laatste Bond is tegelijk zijn meest kwetsbare. Op zijn leeftijd was hij de oudste acteur die ooit 007 speelde. De stuntdubbelaars zijn soms zo opvallend aanwezig dat je je afvraagt of de montage per ongeluk de verkeerde draaidag heeft gebruikt. En toch: in de scènes die hem vragen te acteren in plaats van te sprinten, het paardrijden op Zorins domein, de doodse stilte waarmee hij de moord op zijn vriend verwerkt, de droge ironie waarmee hij elke situatie ontmijnt, is Moore op zijn allerbest. Zijn Bond is nooit de stoere huurmoordenaar van Connery; het is een charmante aristocraat die toevallig ook heel gevaarlijk is. Dat onderscheid heeft de reeks tien jaar lang overeind gehouden. Tegenwoordig zijn acteurs op leeftijd schering en inslag, of hoe oud denk je dat Liam Neeson was in de Taken films of Tom Cruise in de M:I films? Clint Eastwood ging dit jaar met pensioen…op zijn 93ste! Wij zagen dat we moeten werken tot ons 67ste.
Cinematografisch biedt A View to a Kill een genereus menu. Parijs schittert met een prachtige moordscène op de Eiffeltoren, gevolgd door een koortsachtige taxi-achtervolging door de Parijse straten in de voorkant van een in tweeën gezaagde Renault. De scènes op Zorins Normandisch domein, ondersteund door een sublieme partituur van John Barry die met “Bond Meets Stacey” zijn meest lyrische Bond-thema ooit aflevert, belichamen alles wat de franchise op haar best doet: glamour, spanning en een gevoel van onverstoorbaarheid. San Francisco pakt dan weer spectaculair uit met een firetruck-achtervolging die méér schade aanricht dan de gemiddelde oorlogsfilm, al begint het derde bedrijf wat aan stoom te verliezen zodra Bond en Stacey een mijn binnenstappen in respectievelijk een overall met stiletto-hakken.
En zo zijn we beland aan Tanya Roberts als Stacey Sutton, zonder twijfel de zwakste schakel van de film, maar de schuld ligt eerder bij het script dan bij de actrice. Haar personage is geschreven als een passieve schoonheid die schreeuwt waar ze zou moeten handelen, en dat contrast met de volstrekt autonome May Day maakt haar passiviteit extra schrijnend. Roberts ontving destijds een Razzie-nominatie, wat eerder iets zegt over de neiging van het publiek om actrices de rekening te presenteren voor slecht geschreven rollen dan over haar werkelijke prestatie. De chemie met Moore is er niet – maar eerlijk was er ook geen chemie in Moonraker of For Your Eyes Only.
Dan is er nog de titelsong. Duran Durans “A View to a Kill” – geschreven door John Barry, geproduceerd door oud-Chic-bassist Bernard Edwards en gezongen door een band die zichzelf half uit elkaar had gespeeld – is het enige Bond-thema ooit dat de nummer 1-positie bereikte in de Verenigde Staten. Het is een meesterwerk van synthwave-elegantie dat de film een zekere tijdloze geloofwaardigheid verleent, en dat Moores ietwat verouderd imago met één riff wegveegt. Dat John Barry de melodie vervolgens met een cynische knipoog verweven zou hebben in de partituur van de scène waar Bond ontsnapt uit de brandende City Hall, is een detail dat de film net dat tikje extra geeft.
A View to a Kill is niet Moores beste Bond – dat blijft voor mij The Spy Who Loved Me (1977) – maar het is bij lange na niet de ramp waarvoor het decennialang is versleten. Het bracht tevens een niet onaardige 152 miljoen dollar op met een productiebudget van 30 miljoen, wat tegenwoordig als een succes-verhaal beschouwd zou worden. Het is een film met schitterende hoogtepunten, twee onvergetelijke schurken, één van de beste Bond-scores en een hoofdrolspeler die op waardige wijze afscheid neemt van een rol die hij véél langer heeft volgehouden dan iedereen had verwacht. Dat Lois Maxwell als de altijd vertederende Miss Moneypenny in tranen afscheid neemt in haar laatste scène, geeft het geheel iets onverwacht poignants. Je kijkt naar het einde van een tijdperk – en dat tijdperk heeft zich, ondanks alles, aardig goed gehouden. De film kwam uit op 4k UHD op 15 september 2015.
Review A View to a Kill (1985)
Recensie door Dave op 20 juni 2026

Mijn top Roger Moore Bondfilms van beste tot slechtste:
1. Live and Let Die
2. The Spy Who Loved Me
3. Octopussy
4. Moonraker
5. For Your Eyes Only
6. A View To A Kill
7. The Man With The Golden Gun
Er zitten een paar goede scenes in, maar toch teleurstellend, zeker het einde met doe zeppelin
Het is meer guilty pleasure dan een goed verhaal
Goede muziekscore maakt veel goed, maar inderdaad, hij was echt oud in de film en ik denk dat zijn stuntman meer in de film zit dat hemzelf.
Ik heb die film voor het eerst gezien zo’n maand geleden op Netflix en vond het wel een leuke film, Grace Jones was geweldig, en ja, James Bond zag er niet meer zo jog uit, maar het werkte binnen het verhaal.