Er is iets heerlijk pervers aan een regisseur die twee jaar na een gelikte vampieren-productie Nosferatu (2024) besluit: laat ik het nu maar eens over wolven hebben. Robert Eggers heeft nooit verborgen dat hij graag in de modder gaat liggen, en de eerste trailer van Werwulf (2026) bewijst dat hij zich dit keer niet gaat inhouden. Geen glimmende gotische villa’s, geen fluwelen jurken die decoratief wapperen in de wind. Dit is drek, mist en een man die letterlijk uit elkaar valt van binnenuit. Precies wat je zou verwachten van iemand die zijn eigen film “het donkerste dat hij ooit geschreven heeft” noemt, en je gelooft het meteen.
Korte inhoud Werwulf speelt zich af in het 13de-eeuwse Engeland, waar een naamloze boer (Aaron Taylor-Johnson) vervloekt is en langzaam verandert in iets wat niet meer menselijk is. Zijn vrouw en moeder van zijn kinderen (Lily-Rose Depp) probeert hem vast te houden terwijl het lot hem naar de duisternis trekt, en een jager (Willem Dafoe) besluit dat het beest opgejaagd moet worden. Geen zilveren kogels, geen bijtincidenten die de plot in gang zetten: Eggers wist bewust alle clichés van decennia weerwolvenfilms weg en bouwt zijn mythologie op vanuit middeleeuwse bronnen en dorpsfolklore. Middeleeuws Engels, ingetogen dialoog vertaald voor moderne oren, en een sfeer die eerder aan een historisch drama over trauma doet denken dan aan een creature feature.
Wat meteen opvalt: dit voelt niet als Nosferatu met een vachtje. Waar die film draaide om verlangen en obsessie in een negentiende-eeuws decor vol symmetrische deuren en kaarslicht, oogt Werwulf ruiger, natter en veel minder esthetisch verfijnd. Dat is een compliment. Eggers en zijn vaste cameraman Jarin Blaschke filmden op 35mm en verwerkten een orthochromatische bewerking om de huid van de acteurs zieker en vuiler te laten ogen, met korrelstructuur van zwart-witfilm over kleurenbeeld heen gelegd. Op het scherm levert dat beelden op die er niet uitzien alsof ze uit 2026 komen, wat exact de bedoeling is. Je ziet geen filmset, je ziet een wereld die zelf ziek is.
Taylor-Johnson krijgt in de fragmenten weinig woorden, en dat is precies goed gecast. Zijn kracht ligt in fysiek acteren, dat bewees hij al in kleinere rollen, en hier lijkt hij zichzelf compleet weg te geven aan iets wat verder gaat dan een pak protheses. Contorsies, naaktheid in regen en sneeuw, weken werk met een bewegingscoach: dat proef je zelfs in een trailer van anderhalve minuut. Depp krijgt minder schermtijd, maar haar aanwezigheid is doelbewust ingetogen tegenover haar hysterische, bezeten rol in Nosferatu. Dat is een slimme tegenzet van Eggers: geen twee keer dezelfde noot spelen met dezelfde actrice. Dafoe, die inmiddels bijna standaard aanwezig is in elke Eggers-productie, oogt precies zoals je hem wil: droog, dreigend, met iets van galgenhumor onder de oppervlakte, ook al horen we hem amper spreken.
Qua montage is de trailer opvallend traag opgebouwd, met lange stiltes en een groeiend geluid van gegrom en ademhaling in plaats van de gebruikelijke jumpscare-staccato die de meeste horrortrailers tegenwoordig gebruiken. Dat vraagt om lef van de studio, want een groot deel van het publiek is getraind op snelle bevestiging dat er “iets engs” gaat gebeuren. Eggers geeft dat niet weg, hij laat de spanning zich opbouwen als een langzaam etterende wonde. Alleen op het einde, wanneer we Taylor-Johnson zien transformeren, versnelt het tempo abrupt. Het contrast werkt, al is het natuurlijk onmogelijk om op basis van anderhalve minuut te beoordelen of die vertraagde opbouw twee uur lang volgehouden kan worden zonder dat de film in zichzelf verzandt. Dat is het risico van elke Eggers-film, en hij is er tot nu toe telkens mee weggekomen.
Waar ik wel voorzichtig over ben: het scenario, geschreven met vaste medewerker Sjón, belooft een psychologische laag over trauma en mannelijke woede die je in de beelden nog niet echt terugziet. Dat kan de film optillen boven een simpel monsterverhaal, maar het kan ook eindigen als een te zwaar aangezette metafoor die zichzelf serieuzer neemt dan nodig. Eggers flirt daar wel vaker mee. The Northman (2022) balanceerde precies op die grens tussen mythische kracht en zelfgenoegzaamheid. Hier lijkt de weegschaal, op basis van wat we zien, net iets meer richting het eerste te hellen.
Dus nee, we hebben de film nog niet gezien, en ja, trailers liegen soms harder dan een weerwolf onder volle maan. Maar alles wat hier voorbijkomt, van de cast tot de visuele keuzes tot het compromisloze tempo, wijst op een regisseur die precies weet wat hij wil en zich daar niets van laat aantrekken. Werwulf ziet er niet uit als entertainment. Het ziet eruit als iets dat je achtervolgt tot lang na de aftiteling, en dat is precies waarom ik er op 25 december 2026 wil bij zijn.

Ik vond de eerste 40 minuten van Nosferatu goed, de rest was onzin
In Eggers we trust.