Never Say Never Again (1983) is een film die zijn eigen bestaan moet rechtvaardigen, en dat weet hij. Niet één keer, maar voortdurend – in elke scène zonder het iconische pistoolloop-openingsshot, in elke noot van een score die nooit de James Bond-sfeer weet te raken, in elk moment waarop je de afwezigheid voelt van iets wat je niet eens kunt benoemen maar meteen herkent. Dit is geen Bond. Of toch wel? Het is precies die ongemakkelijke tussenruimte die de film zo merkwaardig fascinerend maakt – en tegelijk zo frustrerend.
Korte inhoud: Na een mislukte trainingsoefening stuurt MI6 een verouderde James Bond (Sean Connery) naar een gezondheidsinstituut om opnieuw in vorm te geraken. Daar ontdekt hij een SPECTRE-complot waarbij twee nucleaire kruisraketten worden gestolen. Bond wordt opnieuw geactiveerd en belandt in de Bahama’s op het spoor van de rijke schurk Maximilian Largo (Klaus Maria Brandauer), die de wereld gijzelt met de dreiging van nucleaire verwoesting.
De juridische prehistorie van dit project is minstens even kleurrijk als de film zelf. Producent Kevin McClory won in 1963 een rechtszaak tegen Ian Fleming over de auteursrechten op het Thunderball-scenario, dat hij samen met Fleming en scenarist Jack Whittingham had ontwikkeld. Die overwinning gaf hem uiteindelijk het recht om zijn eigen Bond-film te maken – mits het een remake van Thunderball (1965) bleef. Meer dan een decennium juridisch geharrewar later, met producent Jack Schwartzman aan het roer en een budget van 36 miljoen dollar – één miljoen meer dan het officiële Octopussy (1983) – was er plots een tweede Bond in hetzelfde jaar. Ja, dat was de fameuze ‘Battle of the Bonds’. En Conney moest het niet alleen opnemen tegenover Moore maar ook tegenover een jonge Steven Seagal als vechtcoach die naar verluidt de pols van Connery brak tijdens de training, iets wat de acteur jaren lang niet eens door had en afdeed als een gewone blessure.
Sean Connery was 53 toen hij hier opnieuw in smoking stapte. Hij had na Diamonds Are Forever (1971) gezworen dat hij nooit meer Bond zou spelen – zijn vrouw Micheline herinnerde hem aan die uitspraak en suggereerde daarom de filmtitel. Het geld speelde ongetwijfeld mee: vijf miljoen dollar plus een percentage op de Amerikaanse box office-opbrengsten. Maar Connery was ook oprecht betrokken. Hij eiste creatieve inspraak op alle vlakken, keurde de casting persoonlijk goed, en zorgde dat Dick Clement en Ian La Frenais het scenario van Lorenzo Semple Jr. grondig herschreven – al kregen die twee schrijvers door Writers Guild-beperkingen nooit een credit. Het resultaat is een film die slimmer is in zijn dialoog dan in zijn opbouw, en charme uitstraalt die zijn eigen onvolkomenheden amper kan maskeren.
Regisseur Irvin Kershner, die men kende van The Empire Strikes Back (1980), levert technisch bekwaam werk. De actiescènes zijn functioneel, sommige zelfs opvallend goed – de auto- en motorachtervolging heeft een pit die menige officiële Bond-film hem benijdt. Maar Kershner is geen visionaire filmmaker, en hier had je er één nodig. De cinematografie van Douglas Slocombe is sfeervol maar mist de plastische schoonheid die het officiële franchise zelfs in zijn middelmatige episodes kenmerkt. De locaties – de Bahama’s, de Franse Rivièra, het Spaanse Almería als Noord-Afrika – zien er op het scherm bleker uit dan ze verdienen. Het budget ging ergens heen, maar niet altijd naar het beeld.
De casting is dan weer het sterkste argument voor de film. Klaus Maria Brandauer als Maximilian Largo is een villain die je niet snel vergeet: psychotisch maar geloofwaardig, ijdel zonder franjes, gevaarlijk op een manier die meer uit zijn blik spreekt dan uit zijn daden. Vergelijk hem met zijn tegenhanger in Thunderball en je begrijpt wat Connery bedoelde over acteerkwaliteit bij Eon. Max von Sydow als Blofeld is tragisch onderbenut – de meeste van zijn scènes belandden op de vloer van de montagekamer – maar zijn weinige momenten herinneren je eraan hoe indrukwekkend dit had kunnen worden. Edward Fox als M is technisch gezien een betere acteur dan Bernard Lee, maar speelt de rol zo theatraal hammy dat je de stoïcijnse Lee onmiddellijk mist. Rowan Atkinson – in zijn eerste filmrol ooit – als de onbekwame bureaucraat Nigel Small-Fawcett is grappig maar verwarrend in een Bond-context; je lacht, maar vraagt je ook af wat hij hier eigenlijk doet.


© TaliaFilm II Productions / Woodcote
Barbara Carrera als Fatima Blush is de absolute openbaring van de film. Sadistisch, zelfingenomen, levensgevaarlijk en grotesk onderhoudend – ze ontvluchtte haar eigen Golden Globe-nominatie bijna door te goed te zijn voor de film. Ze had de titelrol in Octopussy geweigerd specifiek om met Connery te kunnen werken; dat was een verstandige keuze, al zorgde haar optreden als “slechte vrouw” er achteraf voor dat ze decennialang in soortgelijke rollen werd gecast. Tegenover haar stond Kim Basinger als Domino, die men destijds wegschreef als “onzichtbaar”. Dat is ietwat oneerlijk. Basinger had nooit een Bond-film gezien voor ze tekende, voelde zich duidelijk niet op haar gemak, en had een ernstig conflict met regisseur Irvin Kershner. Het resultaat is een Bond Girl die er prachtig uitziet maar dramatisch nergens aankomt. Bernie Casey als de eerste zwarte Felix Leiter in de franchise verdient meer credits dan hij krijgt: charismatisch, geloofwaardig in actie, en een voorloper van de richting die de Daniel Craig-films later zouden inslaan.
Dan is er de muziek. Michel Legrand – opgelegd door Connery nadat hij per toeval de componist tegenkwam in een studiogang, en tegen de wil in van producent Schwartzman die James Horner wilde – leverde een score die op zichzelf genomen best aangenaam is. Zijn werk op de paard-scène of de duiksequenties heeft een zekere elegantie. Maar als Bond-score is het een ramp. John Barry had het project beleefd geweigerd uit loyaliteit aan Eon; dat was pijnlijk eerlijk. Legrand schreef wat Legrand altijd schrijft – jazzy, zomers, atmosferisch – zonder ook maar één noot die aanvoelt als geheim agent, gevaar of spionage. Het titelstuk gezongen door Lani Hall is zelfs karig gecomponeerd; Bonnie Tyler had het aanbod al eerder afgeslagen. Het gebrek aan de iconische Bond-tune, het ontbreken van de pistoolloop-opening, de afwezigheid van een echte Q-sectie – het zijn legale beperkingen, geen artistieke keuzes. Wij kunnen zelfs geen poster maken met het symbool van 007 met het pistool. Het zijn allemaal elementen die een Bondfilm ook een Bondfilm maken.
Wat blijft er dan over? Meer dan je zou denken. De openingssequentie – een trainingsscenario dat Bond als “te oud en te traag” onthult – heeft echte scherpte en toont meer agressie dan wat we voorheen gewend waren. De videospelscène tussen Bond en Largo is een absurde jaren-tachtig-grap maar brengt ook wel spanning, al kun je niet om het amateuristische grafisch ontwerp heen. Connery zelf geeft niet zijn meest geconcentreerde prestatie – zijn tatoeage is nergens weggewerkt, zijn haarstukje glibbert onder water weg – maar hij heeft een warmte en een zelfspot die de film steeds overeind houdt als de plot begint te slingeren. Er schuilt ook een fascinerende achterliggende ironie: de film die “de Bond die nooit mocht zijn” probeerde te worden, werd toch maar gemaakt voor 160 miljoen dollar wereldwijde opbrengst, en heropende een carrière die Connery naar The Untouchables, Indiana Jones en The Hunt for Red October zou leiden. Never Say Never Again is geen perfecte Bond-film, wel behoorlijk goede actiefilm, en een uitzonderlijk interessante productiegeschiedenis. Het is de Bond-film voor mensen die graag lezen over hoe films mislukken op fascinerende manieren – en die dan toch met een glimlach eindigen, net als Connery zelf, die aan het slot recht in de camera knipoogt als om te zeggen: we weten het allemaal, maar het was de moeite waard. Was dit de laatste Sean Connery Bondfilm? Wel, officieel wel. Onofficieel zou ik zeggen dat The Rock (1996) zijn laatste vertolking was, ook al nam hij een andere naam aan. Op 24 mei 2009 kwam de film uit op Blu-ray, tot op heden is de film niet op 4k UHD.
Review Never Say Never Again (1983)
Recensie door Dave op 5 juni 2025

James Bond in The Rock??? Die film moet ik herbekijken 😀
Klinkt bizar maar ik vond hem veel energieker in deze film dan in Diamonds are Forever en deze was een lange tijd daarvoor.
Ik was vergeten dat Kim Basinger ooit een Bondgirl was …
Ik kan me nog maar weinig herinneren van die film, maar de moto-scenes waren echt wel leuk
Nooit gezien. Maar een film met Mr. Bean erin kan niet slecht zijn.
Geen slechte film maar je voelt aan alles dat het een B-film is
The Rock?? lol, zou wel eens kunnen.
Zalige film, de film is wat verouderd maar zeker de moeite.