Supergirl (2026) ** recensie

Ik moet nog steeds de teleurstelling van Disclosure Day (2026) verwerken of ik kreeg deze adaptatie in mijn schoot geworpen. Supergirl (2026) is zo’n prent waar ik bij aanvang het volle vertrouwen in had, zeker na de geslaagde Superman (2025) film van James Gunn. De tweede film in het nieuwe DC Universe had de kans om een donkerdere, ruwere tegenhanger te worden van de eeuwige goedgemutste Clark Kent. Wat je krijgt, is iets wat eerder aanvoelt als een film gemaakt door AI met met de quote “maak een Supergirl film waarin Supergirl de vrouwelijke versie is van Starlord (Guardians of the Galaxy) en geef het een Mad Max: Fury Road (2015) vibe”. Teveel gekopieerde scènes, bekende trucs, een al te vertrouwde soundtrack, en de nare gewaarwording dat dit eigenlijk een gedistileerde en inspiratieloze versie is van een James Gunn film. En nochtans had regisseur Craig Gillespie alle kaarten in handen om een sterke comic adaptatie af te leveren, te beginnen met een actrice die geknipt is voor de rol van Supergirl en een filmbudget waar ze tegenwoordig 15 horrorfilms mee maken die elk meer dan 200 miljoen opbrengen. Deze film zal blij mogen zijn mocht het zijn break-even grens bereiken.

© Courtesy of DC Studios and Warner Bros. Pictures

Korte inhoud: Kara Zor-El alias Supergirl, gespeeld door de Australische Milly Alcock, viert haar 23ste verjaardag zoals elke goede superheld dat hoort te doen: stomdronken op een planeet met een rode zon, waar haar krachten uitvallen en whisky dus effect heeft. Haar enige metgezel is haar hond Krypto. Wanneer ze in een kroeg de jonge Ruthye (Eve Ridley) ontmoet – wier hele familie werd afgeslacht door de ruimtepiraat Krem (Matthias Schoenaerts) – weigert ze aanvankelijk mee te doen aan de wraakactie. Totdat Krem Krypto vergiftigt. Dan trekt Kara ‘John Wick gewijs’ toch ten strijde, met Ruthye in haar kielzog en de klok onverbiddelijk tikkend: drie dagen voor het antidotum gevonden moet zijn.

Regisseur Craig Gillespie heeft in het verleden nochtans bewezen dat hij complexe vrouwelijke personages kan neerzetten, en dat hij anarchistische energie kan loslaten op een verhaal – zie I, Tonya (2017) en Cruella (2021), maar ik heb hier het gevoel dat hij Gunn wou plezieren in plaats van de comic te lezen waarop de film gebaseerd zou moeten zijn. Maar Gillespie  is duidelijk Gunn niet en hij minst zijn aanvoelen voor dramatiek en humor. Om eerlijk te zijn denk ik zelfs niet dat hij een goed regisseur is en ik begrijp niet dat ze bij hem terecht zijn gekomen om deze film te maken. Zijn twee beste films waren nu niet meteen publiekslievelingen en kwamen zelfs nauwelijks uit de kosten. Ik zie zelfs niet meteen wat zijn bijdrage was in deze film, buiten Gunn zijn werk plagiëren: dezelfde needle drops om de haverklap, dezelfde muzikale intermezzo’s als vervangmiddel voor echte spanning, en een visuele stijl die ergens tussen Mad Max: Fury Road, Guardians of the Galaxy en een bruin-stoffige kelderruimte hangt. Er is een bijzonder rampspoedige versie van “The Middle” van Jimmy Eat World op een cruciaal actiemoment dat zo misplaatst is dat je je even afvraagt of je per ongeluk in de foute zaal bent beland.

Maar misschien meer nog dan de regisseur moet ik verwijzen naar het waardeloos script van tv-serie scenariste Ana Nogueira. Zij had één taak, de bewonderenswaardige ministrip Supergirl: Woman of Tomorrow van Tom King en Bilquis Evely, een intergalactisch wraakwestern geïnspireerd op True Grit, tot leven te brengen. Iets wat eigenlijk geen al te moeilijke klus zou moeten zijn. Maar Ana wou er blijkbaar haar eigen ding van maken. De morele kern van het verhaal: mag wraak ooit een legitiem antwoord zijn op onrecht?; klinkt veelbelovend. Alleen: de film slaagt er niet in die vraag ook maar een keer echt te stellen en lijkt zijn tijd te vullen als een half feministisch pamflet. Kara houdt saaie preekjes over hoe wraak Ruthyes ziel zal verzieken, maar die preekjes voelen als een formaliteit, niet als een overtuiging. En wanneer de film uiteindelijk zelf een keuze maakt over Krem, is de uitkomst zo contradictorisch met alles wat er voordien gezegd werd. Je kan geen moraliteitsstuk schrijven als je de moraal zelf niet gelooft, laat staan begrijpt. Maar zelfs het karakter van Kara Zor-El klopt niet. Ze is losgerukt van haar thuis (Krypton) en wil niets te maken hebben met Aarde (in tegenstelling tot haar neef Kal-El), maar alles van haar uiterlijk schreeuwt naar nostalgie van de Aardse jaren ’80, inclusief haar Blondie t-shirt.

En dan moet ik het nog hebben over Kara’s krachten. Kryptonianen halen hun krachten uit een gele zon. Onder een rode zon verdwijnen die krachten. Ze worden niet ziek zoals van kryptoniet, maar worden gewoon gewone mensen. Dat is ook de reden waarom Kara bewust planeten met rode zonnen opzoekt – ook al wordt dat emotioneel niet onderbouwd. Op deze planeten kan ze piercing in haar oren steken en dronken worden, want haar lichaam verwerkt alcohol dan normaal. Dat detail stamt rechtstreeks uit Tom Kings stripminiserie. Holzherr, de planeet waar de film begint en waar Ruthyes familie wordt vermoord, heeft een rode zon. Op dat moment heeft Kara dus geen krachten, maar dat neemt niet weg dat ze op onverklaarbare wijze toch een kroegaanval overleeft. Hoe dan ook loopt de frustratie met haar krachten op want verder in het verhaal wil je echt wel de kracht van Supergirl voelen maar los van twee momenten in de film komt dat nooit tot uiting. Telkens wanneer het scenario nood heeft aan een wat-nu-moment, is er plots kryptoniet, een rode zon, een vergiftigde pijl, of een andere belachelijke reden waarom Kara net níét op haar sterkst is.

Schoenaerts, die normaal gezien magnetisch is op het scherm, is hier veroordeeld tot een figuur zonder diepte: een schurk die er schurk-achtig uitziet (metalen piercings, kaal hoofd, het gebruikelijke) maar wiens drijfveren nergens worden verklaard. Krem is niet interessant, hij is functioneel. Hij bestaat opdat onze heldinnen iemand hebben om achter aan te gaan. Daarmee is hij waarschijnlijk de meest karikaturale schurk in een DC-film sinds het dieptepunt van het vroegere universe. De introductie van kinderhandel als element van zijn misdaden maakt hem er ook niet fascinerender op – het voegt enkel een laag ongemak toe die de film vervolgens consequent negeert, alsof het nooit is gezegd.

Dan is er Lobo, gespeeld door Jason Momoa, die al jaren publiekelijk lobby voert om dit personage te mogen spelen. Momoa is er, dat klopt. Hij kauwt op een sigaar. Hij rijdt op een vliegende motor. Hij zegt dingen die op grappig bedoeld zijn. En dan is hij weer weg. De aanwezigheid van Lobo mist iedere narratieve logica en kan eigenlijk zonder moeite worden weggeknipt zonder dat het verhaal ook maar één seconde verandert. Momoa lijkt zich te amuseren is zijn cosplay out (want dat voelde zo aan), maar in een film die al moeite heeft om haar eigen hoofdpersonage te definiëren, is een karikaturale bijrol die enkel energie opslokt geen aanwinst. Het is zelfs een probleem.


© Courtesy of DC Studios and Warner Bros. Pictures

Is er dan niets positiefs? Wat werkt, en dit verdient gezegd te worden, zijn de flashbackscènes naar Kara’s jeugd op Argo City, het stuk Krypton dat de planeetverwoesting overleefde. Alles wordt er in het fictieve Kryptoniaans gespeeld, en David Krumholtz als Kara’s vader Zor-El is de openbaring van de film: wanhopig en teder tegelijk, met een taal die de kijker niet verstaat maar een emotie die hij onmiddellijk herkent. Emily Beecham als moeder Alura aanvult dat netjes. Ironisch genoeg is de meest krachtige vertelling in een film over Supergirl de passage zonder haar. En ook de cape van Alcock is de moeite van de vermelding: hij werd gemaakt uit de 16 meter stof die nog overbleef van de originele cape van Christopher Reeve in Superman (1978), wat enige symbolische diepgang verleent aan een film die die elders mist. Maar dat laatste even terzijde.

Is dit het einde van Supergirl? NIet noodzakelijk. Alcock is het enige echte argument om deze film überhaupt te bekijken. Haar Kara is ruw, cynisch, emotioneel gebarricadeerd en toch onmiskenbaar goed van hart – een personage dat echt iets te zeggen heeft over trauma, verlies en hoe je omgaat met een wereld die je niet meer begrijpt. Alcock neerzetten als een soort kosmische party girl met existentiële katers was een slimme keuze, en zij draagt dat met een bijna terloopse zekerheid die de meeste acteurs niet zouden halen. Het probleem is dat de film haar nauwelijks iets geeft om mee te werken. Ze reageert, ze wordt geslagen, ze wordt gered. Dat is geen karakterboog, dat is een voetballer die uitglijdt en per ongeluk scoort. Gillespie en Nogueira, waarvan die laatste met haar pollen van de nieuwe Wonder Woman zou moeten blijven,  hebben deze film laten ontsporen, maar ik denk dat iedereen wel zal inzien dat er potentieel aanwezig was.

Gillespie knipt en monteert alsof hij betaald wordt per snede: gevechten zijn een waas van beweging zonder ruimtelijk besef, de camera zweeft nerveus in plaats van te kadreren, en cinematograaf Rob Hardy lijkt de helft van zijn lampen te zijn vergeten. Twee van de beste actiescènes zijn precies die scènes waar de camera stil houdt en Alcock gewoon haar ding laat doen. Dat vertelt je alles over wat er mis is met de rest. David Corenswet, die Superman nog een paar keer opduikt via videogesprekken, belichaamt opnieuw moeiteloos de hoopvolle tegenhanger van Kara’s cynisme – maar zelfs die schaarse aanwezigheid herinnert je voortdurend aan hoe veel beter Superman was. En dit zal een probleem zijn voor James Gunn. De wereld die hij heeft gemaakt voor DC is niet dezelfde als de wereld die Kevin Feige heeft gemaakt voor de MCU.

Supergirl is geen ramp. Het is iets erger: het is een gemiste kans op de vooravond van een fusie met Paramount. De bouwstenen voor een uitzonderlijke film zijn er – het centrale personage en de thematische potentie – maar niemand heeft ze op de juiste manier samengebracht. Gillespie maakte een film die aan alle kanten invloeden citeert zonder er zelf één van te evenaren, en Nogueira schreef een script dat grote morele vragen stelt en er dan stilletjes naast gaat zitten. Kara Zor-El verdient een tweede kans, en Alcock verdient een betere film met een betere regisseur en een beter script. Voorlopig is Supergirl vooral het bewijs dat een superheldenpak je niet redt als je het verhaal eronder vergeet mee te nemen. Supergirl is vanaf te zien bij ons in de bioscoop.


Review Supergirl (2026)
Recensie door op

Beoordeling: 2 / 5

rating

6 Comments

  1. Chace

    Heeft Matthias Schoenaert eigenlijk nog iets bijzonder neergezet in Hollywood de laatste 10 jaar? Hij zou beter in België blijven.

    Reply
  2. Mitch

    De comic is geweldig dus kijk er hoe dan ook naar uit. En ben wel benieuwd wat Matthias Schoenaerts er van bakt.

    Reply
  3. Wuppe

    Damn, na Superman dacht ik echt dat ze gingen bevestigen, Gunn zei nog dat dit script echt geweldig was. wtf 😮

    Reply
  4. Aless

    Hopelijk brengen ze Milly Alcock terug met andere mensen achter de camera.

    Reply
  5. Blood Sugar

    Dit is echt wel zuur mocht deze film floppen, niet alleen voor de DCU maar voor James Gunn.

    Reply
  6. Jasper

    Ik ga deze tock gaan bekijken en gewoon mijn verwachtingen bijstellen, zal uiteindelijk wel meevallen…

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.