Robin Hood is al sinds eeuwen een soort Rorschachtest voor wie hem verfilmt: zeg me wie je van hem maakt en ik zeg je wat je van de wereld vindt. Michael Sarnoski, de man achter het fascinerende Pig met Nicolas Cage, maakt van Robin Hood een moordenaar die toevallig ooit goed boogschieten leerde, en daarmee plaatst hij zich meteen in een rijtje revisionistische westerns dat begint bij Unforgiven (1992) en eindigt, helaas, bij zichzelf. The Death of Robin Hood (2026) wil de mythe doorprikken, en daar is op zich niets verkeerd mee. Het probleem is dat de prik zo lang duurt dat je na een uur alleen nog de naald voelt, niet de pijn. Komt daar nog bij dat de hoofdacteur een deel van zijn fanbase heeft verloren na de affaire Lively/Baldoni waarin hij goed bevriend was met Ryan Reynolds, vermoedelijk aanwezig was op een meeting waarin Reynolds en Lively de les gingen spellen aan beginnend regisseur Justin Baldoni in een poging controle over de film te verwerven en is uiteindelijk zelfs naar de première geweest, terwijl de regisseur van de film een persona-non-grata was en met zijn familie in de kelder mocht blijven. Het moet één van de meest verderfelijke momenten in Hollywood zijn geweest sinds Michael Bay en Steven Spielberg de actrice Megan Fox aan de kant hebben geschoven omdat ze kritiek had op de regie-stijl van Bay.
Korte inhoud Robin Hood (Hugh Jackman) is een uitgebluste, grijze bandiet die op het einde van zijn leven nog altijd wordt opgejaagd door de familie van wie hij vermoordde. Little John (Bill Skarsgård), die zich jaren geleden voordeed als een vermoorde boer en zijn leven overnam, vraagt Robins hulp wanneer zijn nieuwe gezin wordt aangevallen. Het bloedbad dat volgt laat Robin zwaargewond achter op een eiland-priorij, waar zuster Brigid (Jodie Comer) hem verzorgt. Daar bouwt hij, samen met Little Johns dochter Margaret (Faith Delaney) en een filosofische leproos (Murray Bartlett), aan iets wat op verlossing lijkt, tot een gewonde jongeman (Noah Jupe) het verleden terug naar binnen sleurt.
Sarnoski bewees in ieder geval met Pig dat hij weet hoe je een man in stilte laat instorten, en dat talent is hier wel degelijk aanwezig. Alleen krijgt het nooit lucht. Het scenario dat hijzelf heeft geschreven, stelt een intrigerende vraag: wat als de legende erger is dan dan wat we hadden gedacht? Maar in plaats van die vraag te ontleden, herhaalt de film hem gewoon, scène na scène, tot je het antwoord allang kent en alleen nog wacht tot iemand het uitspreekt. Dat is jammer, want de ambitie is reëel. Dit wil geen actiefilm zijn, het wil een meditatie zijn over hoe verhalen mensen vormen en misvormen. Een mooi onderwerp, maar een mediatie heeft tempo nodig, geen verdoving.
Jackman doet wat hem gevraagd wordt: hij kijkt grimmig, zwijgt veel, en draagt zijn schuld als een te zwaar harnas. Het is een knappe, ingehouden vertolking, maar ze botst voortdurend met zijn eigen imago. Je gelooft die man niet als hardvochtige slachter, simpelweg omdat dertig jaar charisma zich niet zomaar laat wegpoetsen onder modder en een grijze pruik. Skarsgård daarentegen is wel degelijk een verrassing: zijn Little John heeft iets onberekenbaars, een soort onderdrukte hysterie die de film net dat beetje energie geeft dat hij zo node mist. Comer krijgt minder om mee te werken; haar Brigid is voornamelijk functie, geen mens, en dat is verspilling van het talent van de actrice die in alles wat ze doet meteen een binnenwereld opbouwt.
Visueel is er weinig op aan te merken. Pat Scola filmt Noord-Ierland als een land dat zelf rouwt, met mist die nooit optrekt en licht dat altijd net te laat komt. Die beelden zijn indrukwekkend, soms zelfs overdonderend mooi, maar ze worden ook ingezet als excuus. Sfeer kan geen drama vervangen, en hier moet sfeer voortdurend doen wat het verhaal nalaat: emotie opwekken. Tegen het einde merk je dat je meer onder de indruk bent van een landschapsfoto dan van het lot van de man die erin staat.
Het tempo is het grootste slachtoffer. Na een bruut, doeltreffend eerste half uur zakt de film weg in een soort gewijde traagheid, alsof stilte automatisch diepgang betekent. Dat doet ze niet. Een scène waarin iemand Robin vraagt of hij die-en-die-legende kent, gevolgd door een lange monoloog, gevolgd door nog een lange monoloog: op een bepaald moment besef je dat de film over verhalen vertellen zelf een verhaal is dat niet goed weet wanneer het moet stoppen met vertellen. Wat ik de film wel gun, is dat hij durft. Een Robin Hood zonder Marian, zonder vrolijke metgezellen, zonder ene snip nobelheid is een gok, en in een zomer vol vluchtige escapisme is dat bijna dapper. Maar dapper zijn is niet hetzelfde als geslaagd zijn. Het is alsof iemand besluit een populair liedje compleet anders te zingen, in een andere toonaard, zonder refrein, en dan verwacht dat je het meezingt.
Uiteindelijk voelt The Death of Robin Hood als een film die zo gefocust is op het afbreken van een mythe dat hij vergeet er zelf één neer te zetten. Je verlaat de zaal niet ontroerd, niet geschokt, vooral moe, en dat zijn we niet gewoon van een A24 productie. En dat is, voor een verhaal over een man die uiteindelijk gewoon wil sterven, misschien wel de wreedste ironie van allemaal: de film krijgt zijn wens. Vanaf <span itemprop=”datePublished” content=”2026-07-01″>1 juli 2026</span> kunnen jullie de film zelfs aanschouwen.
Review The Death of Robin Hood (2026)
Recensie door Alexander op 23 juni 2026

Nu wil ik hem precies wel zien lol
De trailer had wat Northman vibes en dat is één van mijn lievelingsfilms
Logan Hood