Octopussy (1983) *** recensie

Er is een scène in Octopussy (1983) waarbij Roger Moore door een Indiaas oerwoud swingt terwijl hij de Tarzankreet laat klinken. Het is het soort moment waarop je als kijker even rechtop gaat zitten en denkt: wacht, is dit echt? Het antwoord is ja, en het zegt eigenlijk alles over de tonale spagaat waarin deze dertiende officiële Bond-productie zichzelf heeft gewurmd. Octopussy is geen slechte film – verre van zelfs – maar hij weet zichzelf voortdurend in de weg te staan met een identiteitscrisis die al in de eerste tien minuten zichtbaar is. Was deze film geregisseerd door Martin Campbell, dan was dit zonder twijfel minstens een 4 sterren film maar John Glen is een goede soldaat voor producer Albert R. Broccoli, die hem nota bene de job gaf nadat hij zich had bewezen als 2nd unit director op On Her Majesty’s Secret Service (1969). Glen wou Bond realistischer maken, maar respecteerde ook de vraag voor comic relief om de zoveel minuten waar de producer op hand aangedrongen. Dit zou enigszins veranderen met het aantreden van Barbara Broccoli. De one-liners bleven maar de kamp verdween.

Artwork by Davian
Based on imagery from the movie / courtesy of the copyright holder

Korte inhoud: Agent 009 wordt dood aangetroffen aan de Britse ambassade in Oost-Berlijn, verkleed als circusclown en met een vervalsing van een kostbaar Fabergé-ei op zak. James Bond (Roger Moore) krijgt de opdracht het mysterie te ontrafelen, wat hem via een veiling bij Sotheby’s naar de Indiase ballingschap van de gladde Afghaanse prins Kamal Khan (Louis Jourdan) leidt. Khan blijkt samen te werken met de fanatieke Sovjet-generaal Orlov (Steven Berkoff), die een atoombom op een Amerikaanse luchtmachtbasis in Duitsland wil laten ontploffen om de NAVO te dwingen te ontwapenen, de Amerikanen uit Europa te jagen en binnen te dringen. Tussen de diamantsmokkel en de Koude Oorlog-intriges door kruist Bond het pad van de mysterieuze Octopussy (Maud Adams), leidster van een vrouwelijke smokkelaarsgilde met een eigen circus als dekmantel.

1983 was trouwens het jaar van de “Battle of the Bonds”. Sean Connery keerde in datzelfde jaar terug in het inofficiële Never Say Never Again (1983), wat producent Albert R. Broccoli deed besluiten Moore (die al van plan was te stoppen) toch terug te halen. Het was een zakelijke gok die loonde: Octopussy haalde wereldwijd 187 miljoen dollar op, ruim twintig miljoen meer dan Connery’s rivaal. Minder aangenaam was de impliciete boodschap die deze concurrentie meestuurde: de franchise was kwetsbaar, en dat merkte je. Er waait een lichte krampachtigheid doorheen Octopussy, alsof de makers tegelijk iedereen tevreden wilden stellen – de serieuzere kijker die van For Your Eyes Only (1981) had genoten én het publiek dat smachtte naar de campy capriolen van vroeger.

Regisseur John Glen had met For Your Eyes Only bewezen dat hij Moore naar een harder, geloofwaardiger Bond-register kon leiden. Hier lijkt hij die les gedeeltelijk te vergeten. De reden daarvoor is deels structureel: de beruchte jungle-taferelen – inclusief de Tarzan-uitschuiver – waren oorspronkelijk een verworpen fragment uit The Man With the Golden Gun (1974), speciaal gerecycleerd voor Octopussy. Zo gaat niks verloren. Het resultaat is een scène die eruitziet als een buitenaards lichaamsdeel dat per ongeluk aan een verder aanvaardbaar organisme is genaaid. Glen zelf had de komische gag aan het einde van de openingsscène (“Fill ‘er up”) initieel geschrapt, maar herstelde hem nadat testpubliek positief reageerde op een trailer. Dat verklaard veel over de wankele koers van de film.

En toch – zodra Octopussy naar Duitsland trekt, vindt de film zichzelf terug. De treinsequentie waarbij Bond zich van wagon tot wagon manoeuvreert om een kernbom te ontmantelen, is één van de meest beheerste en onweerstaanbaar gespannen actiescènes uit de hele reeks en zal Steven Spielberg en George Lucas wel op ideeën hebben gebracht voor hun Indiana Jones and the Last Crusade (1989). Meer nog, het diner in het paleis heeft ook zijn weg gevonden in Indiana Jones and the Temple of Doom (1984). Geen bombast, geen goedkope grollen; enkel een man in een race tegen de klok, met stuntwerk dat bij nader inzien ook fysiek zijn tol eiste – een stuntman brak zijn heup en been na een botsing met een pylon en lag maandenlang in het ziekenhuis. Dat is geen abstracte statistiek; het is zichtbaar in de scherpte van de beelden. Evenzeer werkt de Fabergé-ei-veiling bij Sotheby’s als een elegant staaltje spy-craft: Bond die opbiedt, het ei omwisselt en de tegenstander in zijn eigen spel gevangen zet, allemaal met de koel geamuseerde nonchalance die Moore als niemand anders beheerst.

Moore was 56 jaar oud bij de opnames, en dat verbergt de film soms overijverig. Henchmen worden overwegend vanop afstand gevloerd, stuntdubbels worden zorgvuldig gecamoufleerd door de montage. Maar waar For Your Eyes Only slim inspeelde op Moores leeftijd door hem oudere, waardigere tegenspelers te geven, gooit Octopussy die terughoudendheid resoluut overboord. Bond flirt met hotelkamermeiden, trekt de aandacht van MI6-medewerksters via een vergrotingslens en lijkt in het algemeen te opereren als een ouwe snoeper. Het script verdient hier geen pluim. Moore, van zijn kant, doet wat hij altijd deed: zijn versie van Bond zo genuanceerd mogelijk spelen binnen de perken die hem worden gelaten. En die perken van het fysiek mogelijke zijn hier al bij al niet zo krap als bij A View to a Kill (1985), waar het leek dat de stuntdubbels meer screentijd hadden dan de hoofdacteur.



© United Artists

De schurken zijn een ongelijke bende. Louis Jourdan als Kamal Khan is een beschaafde keuze: gladjes, zelfgenoegzaam, met een subtiele wreedheid die zijn beleefdheid des te onheilspellender maakt. Ik heb de acteur in een aantal andere producties zien optreden en hij lijkt altijd wel dezelfde rol te spelen. Maar goed, voor deze film werkt het. De backgammon-scène – rechtstreeks geïnspireerd op het bridgespel in Ian Flemings roman Moonraker – is één van Moores beste momenten, waarbij hij Khan laat betalen voor zijn eigen vernedering. Minder gelukkig is de verdeling van screentime is Berkoff als generaal Orlov. Hij kauwt de decors tot pulp in zijn eerste scènes, maar verdwijnt dan nagenoeg uit beeld net wanneer zijn karakter interessant dreigde te worden. Berkoff werd overigens pas ingehuurd nadat Rutger Hauer de rol had afgeslagen – en zijn uitbundige verschijning zou hem nadien direct naar Beverly Hills Cop leiden, wat de cirkel van de filmgeschiedenis wonderlijk klein maakt.

De echte revelatie van de film is Maud Adams als titulaire schurkin-die-geen-schurkin-is. Haar Octopussy wordt ruim een uur in de film geïntroduceerd, een structurele beslissing die deels een Saturn Award-nominatie in de categorie Beste Bijrolspeelster opleverde. Adams geeft het personage een kalmte en eigenheid die de film haar te weinig toestaat te exploreren; het idee van een matriarchale smokkelaar die haar eigen morele code handhaaft, is interessanter dan wat het screenplay er uiteindelijk mee doet. De Zweedse Kristina Wayborn als Magda is tegelijk een streling voor het oog (ze won de miss-verkiezing in Zweden) als een memorabele Bondgirl, zeker na haar zijdelingse ontsnapping uit Bonds hotelkamer met een uitgerolde sjerp, een stunt die ze naar verluidt zelf uitvoerde.

Cinematograaf Alan Hume levert schitterend werk in de Indiase sequenties: de nachttaferelen in Udaipur hebben een dromerige, juwelachtige textuur die de absurditeit van de vervolgscènes tijdelijk doet vergeten. De Indiase paleizen van Khan en Octopussy ademen een decadente authenticiteit die de film meer doet dan het verhaal verdient. John Barry’s partituur is degelijk, al mist ze de memorabele toppen van zijn eerdere Bond-werk; “All Time High” van Rita Coolidge – het Bond-thema dat de filmtitel nergens in de tekst vermeldt, om voor de hand liggende redenen – is echter veel te lang ondergewaardeerd. Het is geen “Goldfinger”, maar het is wél klasse.

Octopussy is wat het is: een film die tegelijk te veel en te weinig wil. Te veel humor, te weinig focus op zijn meest interessante personages; te veel knipogen naar het publiek, te weinig vertrouwen in de sterkste ingrediënten van zijn eigen recept. Maar er zijn genoeg momenten – de trein, de veiling, de henchmen met hun messengooi-kunst en die gevreesde zaag-jojo – om de kijker mee te sleuren. Roger Moore moge dan wat houterig overkomen, zijn nonchalante timing in de komische scenes blijft onovertroffen, en zijn clownskostuum tijdens de bom-ontmanteling – veelal gehekeld als het dieptepunt van zijn carrière – is in de context van de film eerder een strak geregisseerd spanningsmoment dan een flater. John Glen weet op zijn best precies hoe 007 moet voelen; het probleem is alleen dat zijn beste momenten hier te zelden botsen met zijn meest vrijpostige impulsen. Octopussy is geen meesterwerk, maar het is evenmin het ongeluk dat sommigen er graag van maken – het is een Bond die beter is dan zijn reputatie, maar nooit helemaal wat hij had kunnen zijn. De film kwam uit op 4k UHD op .


Review Octopussy (1983)
Recensie door op

Beoordeling: 3 / 5

rating


9 Comments

  1. Thibaut

    Er zit een geweldig stukje komedie in deze film, wanneer Bond, vermomd als gorilla, een gesprek afluistert waarin een deadline wordt genoemd. Vervolgens zie je “Gorilla kijkt op zijn horloge”. Ik moet er elke keer weer om lachen. Kwam trouwens in dezelfde persiode uit als Trading Places waar ze ook een man hadden in een Gorilla kostuum.

    Reply
  2. Frosbite

    Moore lijkt de meest intelligente Bond en scenes waarin hij zijn kennis etaleert over Fabergé eieren werkt perfect.

    Reply
  3. Ronald

    Muziek was goed, vertolkingen waren goed en we hadden 2 villains en meerdere Bondgirls, het enige wat compleet de mist in ging was het einde in het circus, dat sloeg nergens op, maar geschreven om een cirkel te maken met de beginscène.

    Reply
  4. Wasp

    Bond-fans blijven hier altijd over discussiëren. Meestal hoor je The Spy Who Loved Me of For Your Eyes Only, maar voor mij is het gewoon Octopussy.
    Ik weet niet, die film voelt gewoon als peak Roger Moore. Alles klopt een beetje. Hij is relaxed, maakt van die droge grapjes alsof hij er zelf ook om moet lachen, maar tegelijk merk je ook dat hij gewoon gevaarlijk kan zijn. Die vibe zit echt goed.
    Er zit ook gewoon alles in wat je wil. Actie, gadgets, rare missies overal ter wereld, beetje Koude Oorlog gedoe op de achtergrond. Soms is het een beetje over the top, maar dat hoort er ook bij.
    Misschien niet de “beste” volgens iedereen, maar voor mij is dit gewoon de leukste om te kijken. Alles valt hier op z’n plek.

    Reply
  5. PJ

    Elke Moore Bondfilm heeft een zalige openingsscene

    Reply
  6. joris

    De backgammon game met de fake dobbelstenen was het beste van de film

    Reply
  7. gleny boy

    Ik had ergens gelezen dat bommenleggers NOOIT een klok gebruiken die aftelt zoals is bijna alle Bondfilms

    Reply
  8. Stef

    Veel van die scenes lijken nadien ook gepikt te zijn voor andere films en niet alleen die treinscene

    Reply
  9. Jenn

    Het contrast met Daniel Craig kan niet groter zijn, maar ik hoop dat de nieuwe Bond geen Craig cloon zal worden maar misschien meer zoals het karakter in de recente James Bond game, wat meer op Moore trekt (de jongere versie ervan) dan Craig.

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.