De verwachtingen voor Disclosure Day (2026) van Steven Spielberg waren hoog, misschien te hoog. Vijftig jaar nadat hij de popcult-fantasie over buitenaards leven definitief vorm gaf met Close Encounters of the Third Kind (1977) en even later met E.T. the Extra-Terrestrial (1982), keert de 79-jarige meester terug naar zijn levenslange obsessie, en het resultaat is een film die technisch imposant, dramatisch onbevredigend, en op de een of andere manier zowel te vol als te leeg aanvoelt. De grondgedachte is dat de aliens empathie terugbrengen en dat het bijna een superkracht is,. Maar de goede bedoelingen komen niet helemaal over en niets in de film werd al niet verteld in Superman (2025) op een veel betere manier. En dat is teleurstellend, want je merkt in elke scène dat Spielberg het meent. Hij gelooft erin. Het probleem is dat zijn film dat gevoel nooit helemaal overdraagt.
Korte inhoud: Cybersecurity-expert Daniel Kellner (Josh O’Connor) is op de vlucht met gestolen bewijsmateriaal dat de aanwezigheid van buitenaards leven op aarde bevestigt – en de jarenlange doofpotoperatie van de Amerikaanse overheid. De sluwe zakenman Noah Scanlon (Colin Firth), hoofd van het duistere bedrijf Wardex, wil het bewijs terug. Ondertussen ontdekt weermeisje Margaret Fairchild (Emily Blunt) in Kansas City dat ze plots alle talen spreekt en gedachten leest. Haar weg kruist die van Kellner, terwijl Daniels vriendin Jane (Eve Hewson) – een voormalig non – worstelt met de gevolgen van een eventuele onthulling voor het geloof. Voormalig Wardex-insider Hugo Wakefield (Colman Domingo) leidt het viertal richting wat hij een “Disclosure Day” noemt: de dag waarop de wereld de waarheid te horen krijgt.
Laat ons beginnen met wat wel werkt, want er is genoeg. Spielberg opent met een point-of-view shot vanuit een worstelaar die in zijn gezicht geschopt wordt. Welkom op planeet Aarde en dat soort speelse brutaliteit zit her en der verstopt in de film. De samenwerking met Janusz Kaminski, zijn vaste cinematograaf sinds Schindler’s List (1993), levert zijn 21ste Spielberg-film op. De film werd opgenomen op 35mm, en dat is te zien. De beelden hebben gewicht. Een treinachtervolging in de derde akte is ronduit adembenemend, het soort actiecinema dat je anno 2026 zelden ziet: helder, spatiaal en met echte spanning. In die momenten herken je de regisseur die Jaws (1975) en Minority Report (2002) maakte. Een man die weet hoe suspense in het menselijk lichaam kruipt. Er mochten wel met wat minder lensflares in de film zitten, wat even dacht ik dat J.J. Abrams had overgenomen.
Blunt is dan weer een leuke verschijning. Haar Margaret begint als een komische wervelwind. Ze is een weervrouw die haar weersvoorspelling opluistert met een heup-wiggle en constant aan het kwebbelen is tot de camera aanspringt; en evolueert naar iets meer complex en intrigerend. Het is één van de beste vertolkingen die ze ooit op het scherm heeft neergezet, en dat is geen kleine bewering. Ze vindt humor waar het script er geen voorziet, geeft lichtheid aan scènes die dreigen te verzinken in zwaarwichtigheid, en houdt de emotionele kern van de film samen waar de rest uiteen begint te vallen. Dat haar co-acteur O’Connor er nauwelijks aan te pas komt is niet zijn schuld; hij krijgt gewoon niks om mee te werken. Daniel Kellner is een silhouet in de vorm van een held: hij wil de waarheid vertellen en verder weten we nagenoeg niets van hem. Zijn relatie met Hewsons Jane voelt aan als twee mensen die elkaar ontmoetten op een script-pagina, niet in het echte leven. Er is NUL chemie tussen die twee, en zij kregen meer schermtijd dan het koppel Blunt en Wyatt Russell die veel beter werkt, ook al valt dit laatste personage halverwege het verhaal weg. Het personage van Hewsons Jane lijkt er met de haren bij gesleurd om de religieuze kant van het verhaal te belichten, en het werkt niet. Firth als villain is trouwens een apart geval. Er is iets bijna aandoenlijk misplaatst aan een keurige Brit die aan het hoofd zit van de ultieme Amerikaanse deep-state operatie. Maar het concept op zich slaat ook nergens op. Je kan je de vraag stellen waarom een organisatie die gebouwd is op geheimhouding een gigantische campus heeft met honderden werknemers en klaarblijkelijk geen enkel lek ooit heeft gekend. Firth doet wat hij kan met de rol, maar het personage is zo vlak als een biljarttafel zonder ballen.
En dat brengt ons bij het scenariowerk van David Koepp. Koepp schreef 42 drafts, en dat voel je. De film is uiteindelijke één lange chase en de ontknoping is al zo teleurstellend als voorspelbaar en deze ontknoping had eigenlijk in de eerste 10 minuten van de film moeten komen! De toonwisselingen zijn abrupt, we gaan van actie naar drama naar komedie en belanden uiteindelijk in een aflevering van “The X-Files”. De religieuze subplot met Jane’s geloofscrisis bij de gedachte dat buitenaards leven wordt op tafel gelegd, twee keer bespreekt, en dan gewoon van tafel geveegd. Colman Domingo krijgt de ondankbare rol van de alwetende gids die via telefoontjes hints rondstrooit en later een onbegrijpelijk groot decor bouwt in een hangar. Een decor waar we als kijkers nog steeds het nut niet van inzien. Zijn monoloog over empathie klinkt al even overtuigend als het weerbericht van Margaret. En dan zijn er de fameuze aliens die eruitzien als de cliché representaties uit de oude alien films van weleer, ook al zijn ze in deze film klein en dan weer groot, onderdanig en dan weer dominerend, stervend en dan weer actief. De aliens hebben (vermoedelijk) ook 3 staafjes meegebracht die je niet zonder handschoenen mag vastnemen, tenzij je doorheen dimensies op aarde wil reizen of dingen onzichtbaar maken met uitzondering van lichaamswarmte. Het lijkt gewoon een allegaartje van ideetjes zonder cohesie of logica. In Signs (2002) had je één kerngedachte: de aliens hebben een grote afkeer van water. Punt. Eenvoud werkt soms beter dan heel wat halfbakken alien-gimmicks. De staafjes waren eerder een goedkoop plot-device dan een coherent sci-fi concept.



© Universal Pictures
Spielberg noemde Disclosure Day het sluitstuk van een trilogie die begon met Close Encounters. Dat is een ambitieuze claim, en er zitten momenten in de film die die ambitie waarmaken: een shot van Blunts gezicht weerspiegeld in de nek van een bewaker die ze mentaal binnenstapt, een scène waarbij een klassieke Disney-melodie klinkt op een verrassend emotioneel moment, de subtiele verwijzing naar Roy Nearys aardappelgebergte uit Close Encounters op één van Daniels harde schijven. Spielberg is een filmmaker die denkt in beelden, en de beelden zijn hier vaak de beste argumenten die de film te bieden heeft. Maar Close Encounters durfde te zwijgen. Het had het geduld om wonderen op te bouwen in stilte, om het publiek te laten voelen hoe groots het onbekende is. Disclosure Day praat voortdurend. Het legt uit, het debatteert, het pleit; en hoe meer het zegt, hoe minder het overtuigt. De wereld staat op de rand van een Derde Wereldoorlog, maar dat voelt als behang. De vraag of acht miljard mensen de waarheid aankunnen wordt gesteld maar nooit echt onderzocht. Het is alsof Spielberg alle goede vragen stelt en vervolgens zelf antwoordt met een bemoedigend schouderklopje. Zijn geloof in de kracht van de vrije pers als ultieme arbiter van de waarheid is ontroerend. En ook een beetje naïef in een tijdperk waar een video van buitenaardse wezens waarschijnlijk binnen het uur wordt weggezet als deepfake. Wat ik van Spielberg had verwacht is dat hij ons zou verbluffen met gloednieuwe encounters! Maar neen, we krijgen korrelige 70’s achtige Roswell-achtige X-Files beelden van grijze humanoid mannetjes die zijn gecrashed en onderzocht. En van fake gesproken, zet jullie maar schrap voor een allegaartje aan fake cgi dieren van vogels tot vossen. Wezens die me telkens uit de emotie haalden. Dit komende van de man die ons 30 jaar geleden Jurassic Park (1993) bracht, is onwezenlijk.
Een alien film die “echt” aanvoelde was Arrival (2016), omdat er een zekere logica zat bij de wezen voor hun eerste contact met de Aardse bevolking. Hier heb je een aaneenschakeling van domme aliens die allemaal lijken te crashen op aarde op afgelegen plekken, maar dan om één of andere reden 2 mensen ontvoeren en deze twee gaven geven (mannetje – wiskunde, vrouwtje – gevoelens; hoe origineel, niet?), zo’n 30 jaar lang afwachten en dan hopen dat het nieuws breekt via een weervrouw. Enkel een mens kan zoiets bedenken, een buitenaards wezen die de technologie bezit om interplanetair te reizen zou toch anders denken, zou je zo denken. Maar goed, het is wat het is.
Laat ik misschien eindigen met iets positiefs. Dit is Spielbergs 30ste samenwerking met componist John Williams die begon met The Sugarland Express (1974). Williams moest door Spielberg overtuigd worden de partituur te schrijven nadat hij officieel met pensioen was gegaan. Het resultaat is, merkwaardig genoeg, één van de meest terughoudende scores uit hun gezamenlijke carrière. “Subtiel” noemde Spielberg het zelf. In sommige scènes werkt dat; bij de treinachtervolging kiest Williams voor volledige stilte, en de spanning wint eraan. Soms mist het wel de muzikale ruggengraat die Spielbergs beste films hun emotioneel fundament geven.
Uiteindelijk is Disclosure Day een film die probeert vier dingen tegelijk te zijn: een paranoïde politieke thriller, een spiritueel traktaat, een zomeravontuur en een persoonlijk testament. The Fabelmans (2022) slaagde erin om persoonlijk en universeel tegelijk te zijn, juist omdat het zo precies en eerlijk was. Disclosure Day is te breed, te ambitieus in zijn thematiek en te slordig in zijn uitvoering om ook maar één van die vier ambities te vervullen. Twintig jaar geleden had deze film misschien een grotere impact kunnen leveren, niet voelt het ouwbollig. Er is van alles te zien, te bewonderen, soms zelfs te voelen. Maar de siddering die Close Encounters achterliet – het gevoel dat je iets hebt bijgewoond dat je blik op het heelal onherroepelijk veranderd heeft – die blijft achterwege. Het meest ontnuchterende aan Disclosure Day is niet wat de film onthult, maar wat hij niet waarmaakt. De film is vanaf 10 juni 2026 in de bioscoop.
Review Disclosure Day (2026)
Recensie door Dave op 11 juni 2026

Spielberg is bezig met 20 langspeelfilms op één jaar, hoe wil je dat je sat alles goed draait?
Ik ben middenweg de film effe in slaap gedommeld. Dat moet voor mij de eerste keer zijn en dan nog in een IMAX zaal voor een Spielberg film. Dé grootste fout is inderdaad dat ze niet zijn begpnnen met de fameuze Disclosure. Mijn tweede probleem is dat ze karikatuur villains hebben gemaakt met hun zwarte autos. Het had veel interessanter geweest is dat er een goed onderbouwde argumentatie achter zat.
Mocht gerust een half uurtje korter, maar voor de rest een ok film, zeker niet zijn beste.
Akkoord over de hele lijn.
Is met 145′ ook weer een van die films die maar blijft duren zonder dat dit gerechtvaardigd aanvoelt of enigszins bevredigend afsluit.