Dat het ooglapje van Snake Plissken nu misschien voor het gezicht van Bradley Cooper belandt, is één van die Hollywood-geruchten waarbij je instinctief denkt: dat klinkt gek, maar eigenlijk ook niet. Terwijl Zack Snyder zich opmaakt om Escape from New York (1981) te heruitvinden voor een nieuwe generatie bioscoopgangers, circuleert de naam Bradley Cooper als mogelijke kandidaat voor de iconische rol van Snake Plissken – de cynische antiheld die Kurt Russell destijds tot één van de coolste figuren uit de filmgeschiedenis omsmeedde. Officieel is er nog niks bevestigd, maar dat de naam Cooper überhaupt opduikt, zegt al iets over de richting die men voor ogen heeft. Zack Snyder werkt nu aan een nieuwe versie van dat verhaal, te produceren via zijn eigen Stone Quarry-banner en StudioCanal, met John Carpenter als uitvoerend producent. De intentie is een bioscooprelease, iets wat Snyder al een tijdje miste na zijn twee Netflix-duiken met de Rebel Moon-saga.
Korte inhoud: In Escape from New York heeft de Amerikaanse overheid Manhattan omgevormd tot een gigantische gevangenis zonder bewakers. Wanneer Air Force One wordt gekaapt en de president neergestort raakt in deze anarchistische stadsstaat, wordt de beruchte ex-militair en veroordeelde misdadiger S.D. “Snake” Plissken ingehuurd om hem te redden – met een explosieve lading in zijn nek als extra motivatie.
Laat ons even eerlijk zijn: Cooper als Snake is geen voor de hand liggende keuze, en dat is net wat het interessant maakt. Plissken is geen superheld – hij is rauw, laconiek en draagt de uitputting van een man die alles heeft gezien en er niks meer van verwacht. Russell gaf hem die houding bijna moeiteloos, met een gemompeld “call me Snake” dat klinkt als een statement. Kan Cooper dat? Op basis van zijn recente werk – van de getormenteerde muzikant in A Star Is Born (2018) tot de gedrongen intensiteit in Nightmare Alley (2021) – lijkt hij steeds meer aangetrokken tot figuren met interne breuken en morele ambiguïteit. Snake Plissken past eerlijk gezegd perfect in dat rijtje. De vraag is of hij bereid is om die charme wat verder weg te stoppen en te kiezen voor de versleten kou die de rol vereist.
Cooper is van nature een charismatische acteur met een magnetische aanwezigheid die eerder verleidt dan afstoot. Plissken verleidt niemand – hij intimideert, ergert zich, en overleeft. Iedereen in het origineel herkent hem onmiddellijk, alsof zijn reputatie hem al lang voor hem heeft binnengewandeld. Dat soort iconisch gewicht kopieer je niet zomaar. Russell bouwde het van nul op, in een film gemaakt voor slechts zes miljoen dollar, die uiteindelijk meer dan vijftig miljoen opbracht in de bioscoop. Cooper draagt een heel ander soort legacy mee – en die moet hij actief leren uitwissen als hij de oogpatch op wil zonder dat het publiek de Maestro ziet die even cool wil doen. Op vlak van fysiek lijkt hij gewoon geknipt voor de rol. In een creatie in de outfit van Plissken lijkt hij zelfs enorm op Kurt Russell.
Dan is er nog de regisseur zelf, wiens betrokkenheid bij dit project minstens even bepalend is als de casting. Snyders aanpak wordt omschreven als “down and dirty” – praktische effecten, echte locaties, een vuile textuur die doet denken aan zijn debuutfilm Dawn of the Dead (2004). Dat is hoopgevend. De remake-pogingen van de voorbije twintig jaar – een lange stoet van namen van Len Wiseman over Robert Rodriguez tot Radio Silence – stranden telkens op hetzelfde rif: het verlangen naar een glanzende franchise-versie van een film die zijn kracht net haalt uit zijn ruwheid. Snyder, voor alle kritiek die zijn carrière vergezelt, weet tenminste hoe hij een esthetisch coherente visie moet vasthouden. Of die visie hier past, is een andere kwestie.
Carpenter schreef het script voor Escape from New York midden jaren zeventig, in de nasleep van het Watergate-schandaal. Geen studio wilde het maken – te cynisch over de president, te grimmig in toon. De rol was oorspronkelijk geschreven voor Clint Eastwood, maar die was te duur; ook Nick Nolte en Jeff Bridges werden benaderd maar haakten af. Uiteindelijk vocht Carpenter zijn eigen studio terug om Russell te mogen casten, die men associeerde met Disney-komedies en een Elvis-tv-film. Dat het studio-wantrouwen zo pijnlijk mis bleek, is één van de betere anekdotes uit de filmgeschiedenis. Nu staat Hollywood alweer te twijfelen over wie de rol kan dragen – de cirkel is bijna vertederend.
Of de keuze voor Cooper uiteindelijk valt of niet, de vraag die dit gerucht oproept is de juiste: wie heeft de mentale zwaarte én de fysieke overtuigingskracht om Plissken neer te zetten zonder in nostalgie of imitatie te vervallen? Cooper is een serieuze acteur met bewezen range. Maar Snake Plissken is geen rol die je speelt – het is er eentje die je bent, met alles erop en eraan. En of Bradley Cooper bereid is om die man te worden, in plaats van hem te portretteren, zal uiteindelijk bepalen of dit project iets te betekenen heeft.

Ik denk niet dat ik het origineel of de sequel ooit heb gezien, leek mij zo een beetje harde B-film
Ik zou zeker interesse hebben in de film, ondanks zijn plastische chirurgie is en blijft hij een magneet op het scherm