Diamonds Are Forever (1971) **½ recensie

Diamonds Are Forever (1971) is het zevende hoofdstuk in de Bond-saga en opent met een veelzeggende scène: 007 sloopt zich een weg door Japan en Caïro op zoek naar zijn aartsvijand Blofeld, gedreven door de moord op zijn vrouw Tracy aan het einde van On Her Majesty’s Secret Service (1969). En dan, na die geladen achtervolging en emotionele opbouw, dumpt het scenario Blofeld in een modderbad en zet de teller terug op nul. Alsof er nooit iets is voorgevallen. Alsof Tracy nooit heeft bestaan. Het is misschien wel de grootste dramatische verspilling in de hele reeks. Ja, in de versie van Daniel Craig is de naam van Vesper nooit echt weggebleven.

Artwork by Davian
Based on imagery from the movie / courtesy of the copyright holder

Korte inhoud: Na een mislukte aanslag op zijn aartsrivaal Ernst Stavro Blofeld wordt James Bond (Sean Connery) op een ogenschijnlijk banale missie gestuurd: het infiltreren van een diamantsmokkelbende. De sporen leiden hem naar Amsterdam, waar hij contactpersoon Tiffany Case (Jill St. John) ontmoet, en vervolgens naar Las Vegas, glitterstad van de leegte. Achter de schermen blijkt niemand minder dan Blofeld (Charles Gray) de diamanten te stockeren voor een ruimtegebaseerd laserkanon waarmee hij de wereld wil chanteren. Standaard Bond-logica, dus.

Dat de producenten na het commerciële tegenvaller van On Her Majesty’s Secret Service een beetje in paniek sloegen, is begrijpelijk, ook al kan met niet spreken van een flop (slechts 80 miljoen op en budget van 10). George Lazenby had bedankt voor de eer – zijn manager had hem wijsgemaakt dat geheime agenten in de jaren zeventig passé zouden zijn, wat terugkijkend minder een profetie dan een gruwelijke misrekening bleek – en dus haalde men met een recordbedrag van 1,25 miljoen dollar de originele Bond terug. Ook regisseur Guy Hamilton, verantwoordelijk voor het klassieker Goldfinger (1964), werd terug binnengehaald. En Shirley Bassey mocht opnieuw haar ijzeren stembanden bovenhalen voor het titelthema. De boodschap was helder: alles moest weer vertrouwd aanvoelen. Het resultaat is een film die zo krampachtig vertrouwd probeert te zijn, dat het zichzelf in slaap wiegt tijdens het proces.

Diamonds Are Forever speelt zich grotendeels af in Las Vegas, en dat merk je. De film heeft iets van de stad zelf: fel, onsamenhangend, vol beloften die uiteindelijk niet worden ingelost. Hamilton regisseert met routine maar zonder vonk. De actiescènes zijn onregelmatig van kwaliteit – de vechtpartij in de benauwde lift is briljant in zijn beperktheid, een echo van de klassieke treinscène uit From Russia with Love (1963) – maar de maanbuggy-jacht en het finale geweld op het olieplatform voelen aan als verplichte nummertjes. Het eindgevecht, waarin Bond als enige heroïsche bijdrage een kraan bedient, zou in een Roger Moore-film al moeizaam zijn geweest. Hier voelt het gewoon beschamend.

Connery zelf is een curiosum. Hij is er, dat is zeker, maar zijn aanwezigheid heeft iets van een man die aanschuift aan een etentje waarvoor hij al lang geen honger meer heeft. De sarcastische nonchalance die hem ooit zo karakteristiek maakte, heeft zich hier verder ontwikkeld tot regelrechte desinteresse. En toch – en dit is het vreemde aan de film – voegt die apathie iets toe. Bond is in deze versie killer dan ooit, bijna griezelig koel. Hij dreigt een halfnaakte vrouw te wurgen met haar eigen bikinitopje. Hij bladert door een tijdschrift terwijl Tiffany een dode vrouw in haar zwembad ontdekt die hij daar zelf al eerder had gevonden en gewoon had laten liggen. Dat is geen charme, dat is sociopathie in smokingjasje. Of het bewust is als karakterkeuze of gewoon slordigheid van het scenario, is moeilijk te zeggen – maar het maakt hem ongemakkelijk om naar te kijken op een manier die de film zichzelf nooit lijkt te realiseren.

Scenarioschrijver Tom Mankiewicz, die ook de Roger Moore-films zou schrijven, legt hier al de basis voor de lichtere, comedygerichte richting die de reeks zou inslaan. Maar die humor knarst hier. Het script gooit te veel bij elkaar: een dubbele Blofeld, een diamantensmokkelring, een karikaturaal moordenaars-duo, en een Howard Hughes-achtige figuur die gegijzeld wordt. Elk element heeft op zich potentieel, maar samengevoegd levert het een plot op dat wankelt als een kaartenhuisje. Een herinnering aan Tracy, één enkele zin zelfs, had van de openingssequentie iets gedenkwaardig kunnen maken. In plaats daarvan laat Miss Moneypenny zich ontglippen dat ze graag een verlovingsring van Bond zou krijgen. De timing van die grap is zo misplaatst dat je even denkt dat het een satirische steek is. Dat is het niet.

Charles Gray als Blofeld is een eigenaardige keuze, niet in de laatste plaats omdat hij in You Only Live Twice (1967) al een heel andere personage speelde (genaamd Henderson) – een feit dat oplettende kijkers meteen uit de illusie haalt. Zijn Blofeld is verzorgd, beschaafd, en mist elke dreiging. De man spreekt alsof hij een brunch-reservatie annuleert, geen nucleaire chantage pleegt. Zijn meest memorabele scène is de enige waarin hij zich als vrouw verkleedt om te ontsnappen, een moment dat meer wenkbrauwen doet fronsen dan harten doet sneller slaan. En ja, dan zijn er nog Mr. Wint (Bruce Glover) en Mr. Kidd (Putter Smith), het gayste en meest sinistere moordkoppel dat de reeks ooit heeft voortgebracht. Ze zijn ook meteen de meest memorabele figuren van de hele film – hun eigen thema van John Barry is donker en weergaloos – ook al verdwijnen ze halverwege de film en komt hun exit neer op een soort parodie.


© United Artists

Jill St. John als Tiffany Case verdient een betere film. Ze maakt er wat van, zeker in de vroege scènes in Amsterdam waar haar personage nog scherpte en eigenaardigheid heeft. Maar naarmate het verhaal vordert, kantelt deze Bondgirl van slimme dubbelspeler naar hulpeloze bijfiguur die de diamanten op het verkeerde moment verwisselt en Bond meer hindert dan helpt. Het is een scenariokeuze die weinig respect toont voor zowel het personage als de actrice. Lana Wood als Plenty O’Toole functioneert hoofdzakelijk als visuele noot in de marge – ze verschijnt, wordt uit het raam gegooid, en verdrinkt later in een zwembad op een manier die de film nauwelijks stoort.

Toch is Diamonds Are Forever niet volledig te verwerpen. John Barry’s loungey, bijna karikaturale partituur kleurt de film op een manier die zijn eigenaardigheid omhelst eerder dan verbergt. De Las Vegas-decors hebben een tijdcapsulewaarde die je alleen maar kunt appreciëren. Het geniale productieontwerp van Ken Adams, inclusief een penthouse met een volstrekt onpraktisch glazen bed met goudvissentank, is briljant absurd. En de film heeft een originele rariteit die hem ergens boven het alledaagse uittilt – er is geen andere Bond die zo ongemakkelijk schippert tussen campiness en kilheid, die zo weinig aanvoelt als een coherent geheel en toch zo hardnekkig in het geheugen blijft hangen. Dat is geen lof. Maar het is ook niet niets.

Diamonds Are Forever is het zevende avontuur van Bond en het eerste dat hem echt oud laat lijken – niet in leeftijd, maar in spirit. Het had een waardig afscheid kunnen zijn, een afsluiting van een unieke acteursprestatie die de toon zette voor alles wat volgde. In plaats daarvan is het een film die zijn eigen erfenis te lui vindt om mee te doen. Connery verdient beter en een paar jaar zou hij nog eens James Bond vertolken en bizar genoeg voelde deze net iets energieker. Diamonds moest het deze keer doen met slechts 7,2 miljoen dollar, maar haalde 116 miljoen dollar op wat 40 miljoen meer was dan de vorige film. Diamonds Are Forever kwam uit op op 4k UHD.


Review Diamonds Are Forever (1971)
Recensie door op

Beoordeling: 2.5 / 5

rating

9 Comments

  1. Silver

    Een teleurstelling. Ik had deze heel lang geleden gezien en onlangs herbekeken toen hij op Netflix stond en nooit gedacht dat het zo zou tegenvallen.

    Reply
  2. jen

    Ik vond Connery in perfecte vorm voor Never Say Never Again en dat was meer dan 12 jaar na deze film. Ik snap dus dat leeftijd gedoe niet.

    Reply
  3. Thibaut

    Die roze das was erover, sorry.

    Reply
  4. gleny boy

    Ik zou deze film liever herbekijken dan On Her Majesty’s Secret Service opnieuw te moeten doorstaan…

    Reply
  5. Frosbite

    Mijn favoriete scene is deze in de doodskist net voor verbranding, wel wat lullig hoe Bond er uiteindelijk uit geraakt.

    Reply
  6. Danique

    Bond ziet er in deze film bij momenten uit als een verveelde toerist in plaats van een spion.

    Reply
  7. PJ

    Never Say Never Again was beter

    Reply
  8. hEcto

    Hoezo de films staan niet meer op Netflix??? Wel spijtig.

    Reply
  9. Magic Mike

    Nog altijd beter dan de 3 laatste Pierce Brosnan films

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.