Wanneer een film vertrekt vanuit een naam die heel Frankrijk kent en die buiten die grenzen nog altijd rillingen opwekt, dan rijst meteen de vraag: waarom dit nu, en waarom zo? L’Abandon (2026) (Forsaken in het Engels) geeft daar een genuanceerd, soms ongemakkelijk antwoord op. Niet door te schreeuwen, maar juist door te fluisteren. En dat gefluister blijft nog lang nadat de aftiteling voorbij is. De film was te zien op Cannes en uiteraard is het een controversiële film in die zin dat hij spreekt over zaken waarover men geen duidelijke oplossingen voor hebben en dat deze film ook opgepikt zal worden door de politiek. Hoe dan ook, wat er is gebeurd kan men niet gewoon vergeten.
Korte inhoud: Oktober 2020. Geschiedenis- en aardrijkskundeleraar Samuel Paty (Antoine Reinartz) geeft in een Parijse voorstedelijke school een les over vrijheid van meningsuiting, waarbij hij tekeningen uit het satirische blad Charlie Hebdo toont. Als voorzorgsmaatregel stelt hij gevoelige leerlingen voor even de klas te verlaten. Wat aanvoelt als een doordachte pedagogische keuze, ontsteekt elf dagen later een digitale brandbom. Een leerling liegt aan haar vader over wat er is voorgevallen; die vader verspreidt haatberichten op sociale media; een radicale imam blaast het vuur nog groter. De instellingen – van de schooldirectie over de politie tot het rectoraat – zien het gevaar groeien maar slagen er niet in adequaat te reageren. Op 16 oktober 2020 wordt Paty voor zijn school onthoofd door een Tsjetsjeense jihadist.
Antoine Reinartz; die jullie misschien nog kennen van Anatomie d’une Chute (2023), draagt de film op zijn schouders met een ingetogenheid die aanvankelijk bijna te nuchter aanvoelt, maar die precies daarin zijn kracht vindt. Zijn Paty is geen martelaar in wording, geen volksheilige met een aureool van vrije meningsuiting. Het is een gewone leraar die ’s avonds zijn eigen grapjes noteert om ze zijn leerlingen mee te geven op weg naar huis. Dat detail – die handgeschreven verzameling vadergrapjes – zegt meer over wie Samuel Paty was dan enig herdenkingsspeech ooit zou kunnen. Reinartz kiest hier bewust voor het tegenovergestelde: stilte, twijfel, een man die weet dat hij niets verkeerds heeft gedaan maar stilaan begint te vrezen dat dat er niet meer toe doet.
Emmanuelle Bercot steelt als schooldirectrice minstens evenveel scènes als haar tegenspeler. Haar rol is eigenlijk die van de kijker zelf: iemand die het gevaar ziet aankomen, de urgentie voelt, maar verlamd raakt door een bureaucratisch doolhof van bevoegdheden en procedures. Eén scène is bijzonder onthullend: met een tafel vol kleine briefjes voor haar, elk een instantie die ze moet contacteren, probeert ze orde te scheppen in een systeem dat structureel niet is ontworpen om snel te reageren. Het is tegelijk komisch en beklemmend, en Bercot speelt het zonder een greintje overdrijving.
Regisseur Vincent Garenq is een cineast die groot is geworden in het genre van de gereconstrueerde rechtszaak – van zijn scherpe Présumé Coupable (2011) over de Outreau-affaire tot Au nom de ma fille (2016). Hij weet hoe je een case file omtovert tot drama zonder in didactiek te verzanden. Dat lukt hem ook hier, grotendeels althans. L’Abandon is geen filmessay, geen aanklacht, geen herdenkingsplechtigheid in bioscoopformaat. Het is eerder een tragediemechanisme, stap voor stap uit elkaar getrokken, waarbij je als kijker precies begrijpt hoe iets onherroepelijks kan ontstaan uit een opeenstapeling van nalatigheden, angsten en miscommunicaties – terwijl niemand met kwade bedoelingen handelde, behalve zij die er op aansturden.
De film is geschreven samen met Alexis Kebbas, en ontwikkeld in samenwerking met Mickaëlle Paty, de zus van de vermoorde leraar. Dat geeft het geheel een zekere ethische ruggengraat: dit is geen exploitatie van verdriet, maar een poging om rechtvaardigheid te doen aan een verhaal dat nog altijd brandt. Het scenario baseert zich op het onderzoeksboek van journalist Stéphane Simon en op de resultaten van het rechtsgeding, waarvan het hoger beroep pas in maart 2026 werd afgerond – precies waarom de productie zo lang in het geheim werd gehouden. Goed gevonden, dat stilzwijgen: het heeft de film beschermd tegen de giftige contextualisering die hem anders al voor de première had overspoeld.
Toch is L’Abandon niet perfect, en Garenq zou de eerste zijn om dat te erkennen. De twee mannelijke antagonisten – de vader van de leugenachtige leerling en de radicale imam – blijven te oppervlakkig getekend voor een film die zo nadrukkelijk de complexiteit van het systeem wil blootleggen. Hun drijfveren reduceren zich te vaak tot boosheid en fanatisme, terwijl de film elders zo zorgvuldig te werk gaat. Het is een zwakke plek die de film gelukkig niet fataal wordt, maar ze knelt wel. Een film die de vrijheid van meningsuiting verdedigt, zou ook de psychologie van zij die haar bestrijden wat meer ruimte mogen gunnen.
Visueel kiest Garenq voor een sober, bijna documentair realisme – geen uitgesproken esthetiek, geen artsy cinematografie, maar een terughoudend kleurenpalet dat de aandacht steeds bij de mensen houdt. Hier en daar sluipt er een thrillerelement in het beeldtaal: de moordenaar wordt consequent in schaduw gehuld, zijn gezicht nooit zichtbaar. Dat is een bewuste keuze – hem de roem ontzeggen waarnaar hij hunkerde – en ze werkt. Nicolas Errèra’s muziek is aanwezig genoeg om spanning te ondersteunen zonder een noot te veel te zeggen. De montage schakelt soepel tussen de verschillende standpunten, wat de film een kalme maar onweerstaanbare vaart geeft.
L’Abandon werd hors compétition vertoond op het Festival van Cannes 2026, waar het een langdurig staande ovatie kreeg – wat niet altijd iets betekent in die context, maar hier wel iets vertelt over de emotionele lading die de film meedraagt. Dat het gelijktijdig in de Franse bioscopen uitkwam, is symbolisch bewust: dit is geen filmfestivalfilmpje, dit is een film bedoeld voor de samenleving die er het meest mee te maken heeft. Of hij die samenleving ook werkelijk iets bijbrengt, valt te betwijfelen – niet wegens de kwaliteit van het werk, maar wegens de hardnekkigheid van de kloven die hij in kaart brengt. Wie verwacht dat L’Abandon antwoorden biedt op de grote vragen over de scheiding tussen kerk en staat, islamisme of de scheuren in de Franse republiek, zal licht ontgoocheld zijn. Garenq is slim genoeg om die vragen open te laten. Wat hij wél doet – en dat met indrukwekkende precisie – is tonen hoe een gewoon mens door een systeem wordt vermalen dat in theorie was ontworpen om hem te beschermen. En zo deed het me wat denken aan Jagten (2012) van Thomas Vinterberg. Dat Samuel Paty uiteindelijk alleen stond, is de echte aanklacht van dit film. En die aanklacht heeft geen rechtbank nodig om te landen.

Als UGC de distributie verzorgd zal deze wel bij ons draaien binnenkort. Deze wil ik wel zien.
Hopelijk niet de grafisch dat einde, want ik denk dat niemand dat wil zien
Als je ziet wat er niet gezegd mag worden tijdens de jaarlijkse rellen in Parijs kan ik begrijpen dat deze film in Frankrijk controversieel is.