On Her Majesty’s Secret Service (1969) ***½ recensie

Er bestaat een aparte categorie van films die hun reputatie pas verdienden nadat het publiek ze eerst had afgestraft. On Her Majesty’s Secret Service (1969) is zo’n geval – en het is misschien wel het meest schrijnende voorbeeld uit de hele filmgeschiedenis. Want wat hier weggehoond werd als een mislukte Connery-imitatie met een model in de hoofdrol, blijkt bij nader inzien één van de meest volwassen, meest gelaagde en – durf het te zeggen – meest menselijke spionagefilms ooit gemaakt. De ironie wil dan ook dat uitgerekend de enige Bond-film met een anonieme Australier als 007 de enige is waarin je Bond écht gelooft als een man van vlees en bloed.

Artwork by Davian
Based on imagery from the movie / courtesy of the copyright holder

Korte inhoud: James Bond, gespeeld door nieuwkomer George Lazenby, redt de mysterieuze Contessa Tracy di Vicenzo (gespeeld door Diana Rigg) van een poging tot zelfmoord op een Portugees strand. Via haar vader, de criminele bendebaas Marc-Ange Draco (Gabriele Ferzetti), krijgt Bond een aanknopingspunt in zijn jarenlange jacht op aartsvijand Ernst Stavro Blofeld (Telly Savalas), die vanuit een afgelegen bergvesting in de Zwitserse Alpen de wereldvoedselvoorraad dreigt te vernietigen via een leger gehypnotiseerde vrouwen. Terwijl Bond Blofeld probeert te infiltreren als de preuts-beleefd genealoog Sir Hilary Bray, groeit zijn relatie met Tracy uit tot iets wat de franchise tot dan toe angstvallig had vermeden: een echte liefdesgeschiedenis.

Regisseur Peter Hunt – jarenlang monteur op eerdere Bond-films – stapte voor zijn regisseursdebuut bewust af van de bombastische buitenaardse excessen van voorganger You Only Live Twice (1967). Hij greep terug naar het boek van Ian Fleming en maakte een film die geloofwaardigheid verkoos boven spektakel. Dat heeft een prijs: de film is met zijn 142 minuten minstens een halfuur te lang, het middenstuk op Piz Gloria loopt soms traag, en de acrobatiek van het verhaal vraagt af en toe wat goede wil van de kijker. Maar de cinematografie van Michael Reed geeft de Zwitserse locaties een bijna tactiele schoonheid, en de montage van John Glen – later zelf regisseur van vijf Bond-films – geeft de actiesequenties een ritmische rauwe kracht die zijn tijd ver vooruit was. De ski-achtervolging op de besneeuwde hellingen van Schilthorn hoort nog steeds bij de beste stunts in de franchise-geschiedenis; ook de ijsbaan-autorace heeft iets koelbloedigs en gedurfds wat latere entries nooit helemaal hebben kunnen evenaren.

Dan is er de kwestie-Lazenby. Laten we eerlijk zijn: als acteur heeft hij zijn beperkingen. Zijn stemkleur is onzeker en zijn timing is af en toe onwennig. En toch – en dit is het centrale paradox van de film – zijn al die zwaktes precies wat On Her Majesty’s Secret Service zo bijzonder maakt. Lazenby speelt Bond niet als een onaantastbaar icoon, maar als een man die wankelt, bang is, twijfelt. Wanneer hij moet vluchten uit Blofelds bergfort en werkelijk in paniek lijkt, is er een kortere scène die je de adem beneemt: de angst op zijn gezicht is geen prestatie, ze is er gewoon. Connery had dat nooit kunnen spelen. Connery zou het ook nooit hebben willen spelen. Die kwetsbaarheid van Lazenby is geen ongeluk, het is de ziel van de film.

Het is ook de reden waarom zijn romance met Tracy zo overtuigend aankomt – althans voor het grootste deel op de schouders van Diana Rigg. Waar eerdere Bond-meisjes in wezen decoratieve aanwezigheden waren met een gevat antwoord, is Tracy een beschadigd, eigenzinnig en volwaardig personage. Rigg was al een ster dankzij haar rol als Emma Peel in “The Avengers”, en ze brengt die autoriteit volledig mee. Ze is koel, soms onuitstaanbaar, en ze redt Bond op een cruciaal moment alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Dat de film haar beter had kunnen bedienen qua tekst – een aantal van haar dialoogzinnen zijn flauwtjes voor iemand van haar kaliber – is een gemiste kans, maar de kracht van haar spel overstijgt elk scriptmatig tekort. Haar aanwezigheid tilt de hele film omhoog. Lazenby zonder Rigg had een B-film geweest; Rigg met Lazenby werd iets memorabelers.

Savalas als Blofeld is een aparte discussie. Hij is niet de ijzige, vileine schurk die Donald Pleasence van hem maakte in You Only Live Twice, maar eerder een selfbewuste gangster met megalomane neigingen – een man die je meer zou verwachten met een sigaret in een New Yorkse achterbuurt dan in een ronddraaiend bergrestaurant. Het werkt beter dan je zou denken. Zijn lichamelijkheid geeft Blofeld een tastbare dreiging die Pleasence nooit had, en de skiachtervolging waarbij hij zijn mannen persoonlijk leidt, geeft hun rivaliteit een intimiteit die vorige afleveringen misten. Het is ook een curiosum dat Blofeld in deze film geen litteken en geen kat heeft – beide zo iconisch voor de personage – en toch herkenbaar blijft als diezelfde man.

Componist John Barry levert misschien wel zijn beste werk voor de franchise: een partituur die het instrumentale hoofdthema – ook gebruikt in de aftiteling, want een vocaal nummer met deze volledige titel zou inderdaad bizar klinken – combineert met een emotionele diepgang die de beelden geregeld overstijgt. “We Have All the Time in the World”, gezongen door een verzwakte Louis Armstrong in wat zijn laatste studioregistratie zou blijken, is één van de mooiste nummers uit de hele Bond-canon. De ironie van die titel, gegeven wat er volgt, snijdt elke keer opnieuw.

Want dat einde. Je kent het misschien. Bond trouwt, rijdt weg in de zon, praat over de toekomst. En dan schiet Blofeld vanuit een voorbijrazende wagen. Tracy valt dood terug in de autostoel. Geen quip, geen wenkbrauwophalend commentaar. Bond zit op de grond, houdt haar vast, fluistert dat alles goed zal komen tegen een vrouw die niets meer hoort. Het is een van de meest onthutsende slotscènes in de blockbustergeschiedenis – niet ondanks het feit dat Lazenby ze speelt, maar soms juist daardoor. Zijn onhandig echte rouw voelt echter dan elke andere Bond-scène ooit tot Casino Royale (2006).

On Her Majesty’s Secret Service is geen perfecte film. Hij is te lang, zijn hoofdrolspeler te onervaren, en de krachtigste scènes zijn bijna allemaal te danken aan een vrouw die er eigenlijk te goed voor was. Maar het is de enige Bond-film uit de beginjaren die je bij de strot grijpt en niet loslaat. Christopher Nolan noemde hem zijn favoriet; Steven Soderbergh zei “I’m stealing that shit.” Misschien is dat het meest eerlijke oordeel: een film die makers inspireerde terwijl het grote publiek hem halverwege vergat. Dat zegt meer over het publiek dan over de film. De film kwam uit op 4k UHD op .


Review On Her Majesty’s Secret Service (1969)
Recensie door op

Beoordeling: 3.5 / 5

rating

2 Comments

  1. Karel

    Dat was een lange film. Het is inderdaad wel een meer humane Bond, vraag is of het ook echt een goede Bondfilm is. Ik ben er nog niet uit.

    Reply
  2. Stef

    Ik had het boek gelezen en is een vrij trouwe adaptatie. Misschien niet de beste Bond-acteur maar zeker geen slechte film.

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.