Ergens in 1967 zat een vermoeid man in een Japanse studio, een pruik op zijn hoofd en latex rond zijn ogen geplakt, en dacht hij: dit is het laatste wat ik doe voor dit geld. Die man was Sean Connery, en hij had gelijk – al kwamen er daarna nog twee. You Only Live Twice (1967) is de Bond-film die zich het beste laat omschrijven als een monument voor goed bedoeld falen. Als je de film vandaag herbekijkt, bekruipt je het ongemakkelijke gevoel dat de parodieën van Austin Powers eigenlijk beter zijn dan het origineel. Meer nog, dit is voor mij dé slechtste Bondfilm uit de gehele franchise.
Korte inhoud: Na de schijnbare dood van James Bond in Hongkong stuurt MI6 zijn beste man naar Japan, waar mysterieuze ruimtecapsules van zowel de Amerikanen als de Sovjets uit een baan om de aarde worden ontvoerd. Beide grootmachten beschuldigen elkaar en de wereld suist gevaarlijk dicht langs de rand van een nucleaire oorlog. Bond werkt samen met het Japanse geheime dienst onder leiding van Tiger Tanaka (Tetsurō Tanba) om de echte schuldige te ontmaskeren: SPECTRE, geleid door de tot dan toe anonieme Ernst Stavro Blofeld, die opereert vanuit een uitgehold vulkaan. Kernwapens, ninjas en een gyrocopter zijn inbegrepen.
Het is verleidelijk om Sean Connery de schuld te geven. En voor een stuk terecht. Halverwege de opnames in Japan kondigde hij publiekelijk aan dat dit zijn laatste Bond-film zou zijn – het had ook voelbaar zijn laatste zin kunnen zijn. Connery lijkt hier op iemand die zijn callsheet uren presteert terwijl hij voortdurend naar zijn horloge staart om de minuten af te tellen. De vonk die hem in Dr. No (1962) en Goldfinger (1964) zo magnetisch maakte, is nagenoeg gedoofd. Dat hij in die periode door de Japanse pers letterlijk op het toilet werd gefotografeerd en zijn naam op elke affiche stond als ware hij een handelsmerk, maakte zijn afkeer voor de rol er niet minder op. De producenten probeerden hem nog een miljoen dollar te bieden om door te zetten; hij bedankte vriendelijk en trok de deur achter zich dicht. Die vermoeidheid sijpelt door in elke scène en als toeschouwer delen we zijn verveling.
Maar de schuld louter bij Connery leggen, is te gemakkelijk. Lewis Gilbert, die hier zijn eerste Bond regisseerde na het succes van Alfie (1966), levert vakwerk af – niet meer, niet minder. Geef hem een goed script, een goede soundtrack en talentvolle acteurs en je zal een goede film maken, maar als één schakel hapert zal hij niet diegene zijn die de oplossing zal bieden, laat staan origineel uit de hoek te komen. Hij heeft in totaal 3 Bondfilms geregisseerd en twee ervan staan helemaal onderaan de ladder. Gilbert schudt de formule niet op, hij volgt ze gehoorzaam. Zijn regie is competent maar zelden spannend; hij filmt Japan met de blik van een welwillende toerist en regisseert de actiescènes zonder enige sprakel originaliteit. Vergeleken met de strakke spanning die From Russia with Love (1963) kenmerkte, is dit een film die zichzelf te serieus neemt voor wat hij eigenlijk is: een spectaculaire nonsens-thriller met heel wat bedenkelijke keuzes. Lewis Gilbert heb ik trouwens ooit ontmoet op een filmfestival (BIFFF) en toen hij vertelde over zijn Bond-avonturen werd het me duidelijk dat het succes van een Bondfilm afhangt van meerdere factoren. Zelfs de meest talentvolle regisseur kan een slechte Bondfilm afleveren wanneer de ingrediënten niet samen komen. En dit was het geval bij deze <i>You Only Live Twice</i>.
En misschien meer dan de regisseur zou ik wijzen naar het zwakke script van de scenarist. Roald Dahl – ja, de man van Charlie en de Chocoladefabriek – had geen enkele screenwriting-ervaring toen hij dit schreef, en dat was meteen duidelijk. Hij had ook weinig respect voor het bronmateriaal: hij gooide het originele Ian Fleming-boek bijna integraal overboord en begon opnieuw. Het resultaat is een plot vol gaten groot genoeg om een vulkaan doorheen te rijden. Neem de scène waarin Bond, wiens dood breed uitgemeten werd in de pers inclusief foto’s, gewoon de kantoren van Osato Chemicals binnenstapt als potentiële zakenpartner. Osato herkent hem niet. Zijn secretaresse Helga Brandt ook niet. Het zijn vermoedelijk de enige twee personen in Japan die geen krant lezen. Of de scène waarbij Bond wordt omgetoverd tot een “Japanse visser” met een pruik en neppende ooglappen – terwijl de man 1m88 is en eruitziet als een westerling met een pruik. Dahl zei later zelf dat hij gewoon een formule volgde die de producers hem hadden opgelegd. Hij heeft gewoon een slecht script afgeleverd en veel excuses moet hij niet zoeken.
Is er dan niets goeds aan deze prent?. Ik zal vermoedelijk in herhaling vallen maar opnieuw ga ik verwijzen naar de knappe setdesign van dé creatieve-stuwkracht van de eerste Bondfilms, met name Ken Adam. Hij bouwde voor de vulkaanbasis de grootste interieur-set dat ooit in Europa was opgericht: meer dan 700 ton staal, een werkende monorail, een helikopterdek. De set kostte bijna evenveel als het totaalbudget van Dr. No (1,1 miljoen dollar) en was zichtbaar op drie kilometer afstand. Dat is niet bescheiden, dat is grootheidswaan op industriële schaal – en het werkt. De finale, waarbij een horde ninjas in grijze trainingspakken neerdaalt op Blofelds basis terwijl de pyrotechnisten duidelijk hun droomdag beleven, heeft nog steeds iets grandiozer dan het recht heeft te zijn. De film heeft 9,5 miljoen dollar gekost en leverde uiteindelijk 111 miljoen op aan de box-office wereldwijd.
En ja, de villain. Donald Pleasence als Blofeld is een geval apart. Aanvankelijk werd de Tsjechische acteur Jan Werich gecast, maar die zag er te veel uit als de kerstman om angstaanjagend te zijn – wat op zich al veelzeggend is voor hoe dit project werd beheerd. Pleasence, met zijn ijskoude blik en vlakke intonatie, redt de rol van een totale ramp. Zijn Blofeld knipert nooit wanneer hij spreekt, en dat kleine detail, gecombineerd met de witte kat en het litteken, maakt hem tot één van de meest herkenbaren filmschurken ooit. Dat Mike Myers hem dertig jaar later met Dr. Evil kon neerzetten met nauwelijks enige aanpassing, zegt evenveel over de kracht van Pleasence als over de karikaturale gehalte van de rol zelf. Pleasence had welgeteld drie weken opnames en dat was voldoende.
De vrouwelijke personages zijn nagenoeg inwisselbaar – letterlijk zelfs, want Aki wordt halverwege de film vervangen door Kissy Suzuki, die qua persoonlijkheid even vlak is. Karin Dor als schurkin Helga Brandt krijgt te weinig schermtijd om indruk te maken en verdwijnt in een piranhabak voor ze echt onheil heeft kunnen stichten. Charles Gray flitst voorbij als de briljant coole MI6-agent Henderson – hij mengde Bonds martini geschud in plaats van geroerd, en Bond accepteerde dat zwijgend, een van de charmantste grapjes in de film – maar ook hij sneuvelt voor hij zijn volledige potentieel heeft bereikt.
John Barry levert één van zijn betere Bond-scores af, en Nancy Sinatra zong de titelsong in 25 takes in elkaar – die werden later samengeraapt tot één bruikbaar geheel. Het resultaat is een dromerig, bijna melancholisch nummer dat de film eigenlijk niet verdient. Cinematograaf Freddie Young, die eerder zijn Oscar verdiende voor Lawrence of Arabia (1962) en Doctor Zhivago (1965), vangt Japan prachtig in beeld. Visueel is dit een genereuze film. Narratief is het een rommeltje.
You Only Live Twice is een monument van zelfoverschatting: enorme sets, een uitgeput boegbeeld, een script vol rationeel onverklaarbare beslissingen en een cultureel gevoel dat je vandaag doet fronsen en dat ook in 1967 al twijfelachtig was. Deze film is misschien de directe aanleiding voor de vele parodieën op de franchise, want hier zit je niet met spanning naar te kijken, eerder met plaatsvervangende schaamte. Op 15 september 2015 kwam de film uit op 4k UHD.
Review You Only Live Twice (1967)
Recensie door Dave op 26 mei 2026

Ik heb hier meer van genoten dan Dr. No.
serieus campy dees maar was ok
Onlangs opnieuw bekeken op Netflix en vond hem merkbaar minder sterk dan de andere films met Connery. Ik was een beetje aan het dutten en lette maar half op toen hij met zijn ninjatraining begon, maar uiteindelijk was er niet veel ninja aan de actiescenes. Ze bestormen het hol gewoon als soldaten op de stranden van Normandië. De vrouwelijke Spectre-agente maakt Bond los, om hem vervolgens vijf minuten later in het vliegtuig te proberen te vermoorden? Waarom had ze hem niet gewoon gedood toen hij vastgebonden was en zichzelf de moeite van een vliegtuigcrash bespaard? De piranha-arena, de onnozele vechtscènes, deze film was naar mijn smaak iets te flauw.