From Russia With Love (1963) zat zover in mijn geheugen dat het bijna aanvoelde alsof ik de film voor het eerst zag. Was het dan niet memorabel? Vreemd genoeg minder dan de eerste Dr. No (1962) film. En toch deed deze film het allemaal al beter dan de meeste van zijn nakomelingen. De film is meer ingetogen en minder flamboyant dat wat de toekomst van de franchise in petto heeft, maar het is zeker een degelijke Bond-film.
Korte inhoud: SPECTRE – de meedogenloze criminele organisatie die wraak wil nemen voor de dood van Dr. No – bedenkt een geraffineerde val voor agent 007. Via de nietsvermoedende Sovjet-agente Tatiana Romanova (Daniela Bianchi) wordt James Bond naar Istanbul gelokt, naar verluidt om een waardevol Russisch decodeerapparaat te bemachtigen. Bond weet dat het een hinderlaag is, maar gaat er bewust in – want het apparaat is de moeite waard, … en Romanova ook. Wat volgt is een kat-en-muisspel doorheen Istanbul, de Orient Express en de Adriatische Zee, met de ijskoude huurmoordenaar Red Grant (Robert Shaw) als stille schaduw.
Regisseur Terence Young kiest bewust voor een andere aanpak dan het gemiddelde actiespektakel. Waar latere Bond-films al te vaak vervallen in een aaneenschakeling van explosies en achtervolging, laat Young zijn film ademen. De eerste 60 minuten bestaat voornamelijk uit sfeer, paranoia en diplomatieke standoffs – en dat werkt verrassend goed. Istanbul wordt neergezet als een stad van dubbelspionnen en achterkamertjes, een neutraal territorium waar niemand op zijn hoede kan zijn. Young hanteert een cinematografische taal die schatplichtig is aan Hitchcock: spanning die opgebouwd wordt door wat je niet ziet, niet door wat je wel ziet. Director of Photography Ted Moore laat de stad leven in rijke, warme tinten, terwijl de interieurs van de Orient Express claustrofobisch nauw ogen. Dat is geen toeval.
Sean Connery zet hier een betere vertolking neer van Bond in tegenstelling tot de wat opgeblazen karikatuur die hij in latere films zal vertolken, maar een man die koelbloedigheid en charme combineert op een manier die nog steeds overtuigt. Connery speelt Bond als iemand die alles al eens gezien heeft en zich daar niet over opwindt – en dat geeft de figuur een geloofwaardigheid die zijn opvolgers maar zelden bereikten. Toch is zijn beste scène hier niet die van de actie, maar een simpele woordenwisseling met Moneypenny: in die paar zinnen toont Connery meer persoonlijkheid dan in de volledige romanceplot met Romanova.
Want dat is meteen ook de zwakste schakel: Tatiana Romanova, gespeeld door Daniela Bianchi, is in de eerste plaats een visueel argument. Ze is onmiskenbaar mooi, haar stem werd zelfs nagesynchroniseerd door Barbara Jefford, en haar karakter ontwikkelt zich via een soort zwaartekracht eerder dan via psychologie. Dat Tatiana uiteindelijk de kant van Bond kiest, voelt eerder als een narratieve handigheid (of luiheid) van de scenaristen dan als een geloofwaardige menselijke keuze. Dat is overigens een structureel probleem van het scenario van Richard Maibaum – zeker in de sequentie bij het zigeunerkamp, die vandaag aanvoelt als een mislukte omweg die enkel dient om de duurtijd te vullen.
Maar dan is er Robert Shaw als Red Grant, en alles wordt vergeven. Shaw speelt de SPECTRE-huurmoordenaar als een machine in menselijke gedaante – blond, kil, efficiënt – en zijn aanwezigheid doordringt de film lang voordat hij zijn mond opendoet. De confrontatie met Bond in het benauwde coupé van de Orient Express is één van de meest fysieke en intense gevechtsscènes in de hele franchise: geen gadgets, geen kwinkslag, gewoon twee mannen die elkaar naar het leven staan in een ruimte ter grootte van een badkamer. Een scene die trouwens herhaald zal worden door zowel Roger Moore als Daniel Craig. Lotte Lenya als Rosa Klebb is een ander verhaal – spaarzaam in haar verschijningen maar genadeloos doeltreffend, een personage dat eerder angst inboezemt door wat ze niet zegt dan door wat ze doet.
Pedro Armendáriz als Kerim Bey verdient een aparte vermelding – en niet alleen omwille van de trieste trivia dat de Mexicaanse acteur stervende was tijdens de opnames en kort na de finish overleed. Armendáriz brengt warmte en humor in een film die die af en toe goed kan gebruiken, en zijn Kerim Bey voelt als een echte persoon in plaats van een ondersteunende functie. Dat is zeldzaam in dit genre.
Historisch gezien is From Russia With Love ook gewoon fascinerend. Het was de eerste Bond-film met een pre-titelsequentie, de eerste met een eigen titelsong (gezongen door Matt Monro), de eerste met gadgets van Q Branch – hier nog aangeduid als Major Boothroyd, gespeeld door de onvergetelijke Desmond Llewelyn – en de eerste echte introductie van SPECTRE als organisatie, inclusief de schim van Blofeld met zijn witte kat. Dat het boek ook de favoriete lectuur was van president Kennedy – die de film zag in het Witte Huis, twee dagen voor zijn moord in Dallas – geeft het geheel nog een extra laag melancholie.
Wie vandaag klaagt dat de film traag is, mist het punt volledig. From Russia With Love is traag op dezelfde manier als een goed schaakspel traag is: de spanning zit niet in het tempo, maar in de dreiging die zich langzaam opbouwt. Terence Young begreep dat spanning iets is wat je kweekt, niet wat je oplegt. Dat inzicht is in de decennia daarna jammerlijk verloren gegaan; niet alleen in de Bond-franchise, maar in het actiegenre in het algemeen. From Russia With Love is uiteindelijk niet zomaar één van de beste Bond-films; het is één van de betere spionagefilms ooit gemaakt, en dat onderscheid is niet onbelangrijk. Op 23 september 2025 kwam de film uit op 4k UHD.
Review From Russia With Love (1963)
Recensie door Dave op 22 mei 2026

Ik kan me er ook precies weinig van herinneren, Goldfinger zowat de enige Sean Connery film die me is bijgebleven.
Wel spijtig dat ze niet meer op Netflix staan…