Er zijn van die regisseurs die je altijd herkent aan hun handschrift, ook als dat handschrift al tientallen jaren hetzelfde is. Renny Harlin is zo iemand. De Finse actiespecialist bouwde in de jaren negentig een reputatie op met schaamteloze maar aanstekelijke popcornfilms – van Die Hard 2 (1990) en Cliffhanger (1993) tot het verrassend geliefde Deep Blue Sea (1999), zijn haaienthriller met intelligente superroofdieren en Thomas Jane in zijn betere jaren. Daarna liep het wat minder vlot: een zwaar geflopt piratenspektakel, een paar stille Stallone-vehikels, en recentelijk een Strangers trilogie die niemand zag en vrijwel niemand miste. Met Deep Water (2026) keert Harlin terug naar vertrouwd terrein, letterlijk én figuurlijk. Het resultaat is een film die je nooit ten gronde haat, maar ook nooit echt verrast.
Korte inhoud: Een lijnvlucht van Los Angeles naar Shanghai loopt catastrofaal mis wanneer de baggage van een roekeloos passagier vlam vat in het ruim. Na een spectaculaire noodlanding op de Stille Oceaan stranden zo’n dertig overlevenden op drijvende wrakstukken, ver van de kust en midden in het territorium van een school makohaaien. Eerste officier Ben (Aaron Eckhart) neemt het bevel op zich en doet wat hij kan om de groep in leven te houden, terwijl de reddingsdiensten – misschien – onderweg zijn.
Het concept is niet bepaald origineel: twee rampen voor de prijs van één, een formule die de jaren zeventig groot maakte met films als The Towering Inferno (1974) en Airport ’77 (1977). Harlin is zich daar bewust van en omarmt dat erfgoed met een zeker gemak. De eerste helft voelt inderdaad als een late disaster-film uit dat tijdperk: een vliegtuigbemanning vol type-figuren, een onuitstaanbare klootzak in de businessclass, een schattig meisje dat haar nieuwe stiefbroer niet kan uitstaan. Geen subtiliteit, wel tempo. En dan de crash – een uitgewerkte, rommelige, slordige chaos van vliegende wijnflessen, weggezogen passagiers en brandende motoren – i moet toegeven die crash was knap in beeld gezet. Harlin weet nog altijd hoe hij actie technisch helder in beeld brengt, en de sequentie heeft een ruwe, kletterende energie die de rest van de film spijtig genoeg niet volhoudt.
En dan is er die haaienkant van het verhaal, die te laat inzet en te weinig spanning genereert. Mako-haaien duiken op rond het middelpunt van de film en bijten vervolgens braaf hun weg door de cast, maar het gevoel van echte dreiging ontbreekt. De CGI is wisselvallig – soms acceptabel, soms lachwekkend – en Harlin kiest te vaak voor directe gore boven suggestie – zoals dat wel meesterlijk het geval was in The Shallows (2016), zowat de enige film met Blake Lively die ik kan herbekijken. De aanvallen zijn niet griezelig, ze zijn gewoon… aan de beurt. Zelfs de eerste echt geslaagde haaienfilm, met name Jaws (1975) wist het beter aan te pakken (vaak omdat het budgettair gewoon noodzakelijk was), en het verschil in aanpak is treffend. Spielberg bouwde spanning op met wat je níét ziet, Harlin smijt zijn haaien recht in beeld en hoopt dat volume het werk doet. Dat doet het niet.
Het scenario, door maar liefst zes schrijvers bij elkaar geschraapt, hinkt voortdurend tussen generieke rampenfilm en bloederig creature feature, en slaagt er niet in om beide kanten voldoende gewicht te geven. De personages zijn functioneel maar papiefdun: Aaron Eckhart speelt zijn gebruikelijke variant van de bevlogen maar gebroken held, en dat doet hij degelijk, maar zijn backstory – een ziek kind thuis, een behoefte aan verlossing – voelt als iets dat ooit al eens beter gedaan werd. Ben Kingsley, op zijn 82ste bezwaarlijk geloofwaardig als actief commercieel piloot, introduceert zichzelf karaokend met “Fly Me to the Moon” in een bar en straalt daarna vooral rustiger vitaliteit uit dan vereist in een noodsituatie. Het is een beetje als aanschouwen hoe een Oscar-winnaar vriendelijk meewerkt aan iets dat zijn oeuvre niet zal sieren.
Maar de echte revelatie is Angus Sampson als Dan, een breedgeschouderde, kettingrokende, onaantastbaar zelfgenoegzame Amerikaan wiens rode koffer letterlijk de halve passagierslijst de dood injaagt. Sampson speelt hem zonder enige sympathiserende remmen, en het is heerlijk om te zien hoe de film hem gebruikt als wandelende commentaar op Amerikaans uitzonderlijkheidsdenken – “I’m an American!” roept hij terwijl hij claimt als eerste gered te moeten worden. Of die ironie bewust en subtiel is, valt te betwijfelen, maar ze werkt. Molly Belle Wright als het jonge meisje Cora vermijdt de klassieke valkuilen van het kind-in-gevaar-cliché en geeft haar personage meer textuur dan het script verdient.
Technisch is de film het meest consistent in zijn eerste dertig minuten en meest onzeker in zijn finale. Waar Harlin na de crash lange tijd zijn cast over een duidelijk zichtbaar filmbassin laat ploeteren – de lage productiewaarde is op sommige momenten charmant, op andere gewoon afleidend – loopt het in de slotscènes soms rommelig samen, met dialoog die evident nagesynchroniseerd is en scènes die niet helemaal aan elkaar geplakt zitten. Het budget was blijkbaar niet onbeperkt, en dat laat zijn sporen na precies waar de emotionele betrokkenheid het grootst had moeten zijn.
Deep Water is geen slechte film als je de lat legt op het niveau van VOD-exploitation of de gemiddelde Netflix-rampenfilm. Harlin doet wat Harlin doet: hij pakt zijn actie efficiënt, houdt het tempo hoog genoeg om niet te vervelen, en biedt precies voldoende spektakel voor een onnozel avondje uit. Maar ambitie ontbreekt volledig, en dat is jammer voor een regisseur die vroeger tenminste het enthousiasme had om zijn eigen onzin oprecht te omarmen. Deep Blue Sea wist dat het belachelijk was en genoot ervan; Deep Water lijkt gewoon te vergeten dat het ook plezier mag hebben. Als je haaien wil zien eten en vliegtuigen wil zien neerstorten, wordt je wens vervuld. Veel meer dan dat biedt het niet – en soms is dat precies genoeg, maar zelden iets om over naar huis te schrijven. De film is vanaf 27 mei 2026 uit in de Vlaamse en Brusselse bioscopen.
Review Deep Water (2026)
Recensie door Dave op 14 mei 2026

Waar is Ben Kingsley toch mee bezig???
Netflix materiaal