Er bestaat een bepaald type man dat zichzelf altijd als de “nice guy” beschouwt. Hij is vriendelijk, hulpvaardig, een beetje verlegen – en diep vanbinnen volkomen overtuigd dat hij gewoon zijn kans nog niet heeft gehad. Ik ben er zeker van dat jullie er een paar kennen om misschien herken je jezelf in deze beschrijving. Obsession (2026), het verontrustende debuut van YouTube-sensatie Curry Barker, kent dat type maar al te goed – en heeft er weinig geduld mee. In zijn meest elementaire vorm is dit een horrorfilm over een wens die uitkomt. Barker verder gaat dan het klassieke “be careful what you wish for”-verhaal. n de meeste films met dat thema staat de wisher centraal als slachtoffer: hij wenste iets, het liep fout, nu lijdt hij de gevolgen (cf The Monkey’s Paw). Wat Barker anders doet, is de focus verschuiven. Bear lijdt wel degelijk onder zijn wens, maar Nikki is het échte slachtoffer – zij verliest haar autonomie, haar persoonlijkheid, zichzelf.
Korte inhoud: Bear (Michael Johnston), een sociaal onhandige medewerker van een muziekwinkel, is al jaren verliefd op zijn kindvriendin Nikki (Inde Navarrette). Als hij opnieuw zijn kans mist om haar zijn gevoelens te bekennen, breekt hij wanhopig een goedkoop wensstaafje – de zogenaamde “One Wish Willow” – en wenst dat Nikki van hem houdt, meer dan van wie of wat ook ter wereld. De wens wordt ingewilligd. En dat is precies waar de ellende begint.
Barker, die furore maakte met zijn microbudgethorror Milk & Serial (2024), schreef zijn screenplay naar eigen zeggen na het zien van een aflevering van The Simpsons – het beroemde “Monkey’s Paw”-segment uit Treehouse of Horror II, waarin elke wens uitloopt op een ramp. Maar waar dat segment op slapstick vertrouwde, kiest Barker bewust voor ongemak. De wens van Bear is niet stom of ondoordacht geformuleerd; hij is gewoon moreel verwerpelijk. Nikki moet van hem houden “meer dan van wie of wat ook ter wereld.” Meer dan van haarzelf. Dat detail – zo terloops gedropt, zo vernietigend in zijn implicaties – legt meteen bloot wat Bear eigenlijk van haar wil: geen gelijkwaardige relatie, maar totale overgave.
Wat volgt is een escalerende nachtmerrie die je tegelijkertijd doet lachen en sidderen, soms binnen dezelfde seconde. Barker beheerst het ritme van zijn film met opvallende zekerheid voor een debutant. Hij laat de griezeligheid traag opbouwen – een wat te lang starende blik hier, een deur die net iets te stevig dichtvalt daar – vooraleer hij het volume abrupt opentrekt. De 4:3-beeldverhouding versterkt dat beklemmende gevoel: alles zit te dicht op elkaar, er is nergens ruimte om te ademen. Cinematograaf Taylor Clemons speelt bovendien met donker en schaduw op een manier die Nikki letterlijk doet verdwijnen in duisternis, alsof ze stukje bij beetje opgeslokt wordt door iets wat Bear in haar heeft losgemaakt. Het is subtiel visueel commentaar dat meer zegt dan enige expositiedialoog ooit zou kunnen.
En dan is er Inde Navarrette. Het is de soort vertolking waarover men na afloop van een festival in corridors fluistert, en na het zien van de film begrijp je waarom. Navarrette speelt twee versies van Nikki tegelijk – de echte, die in fragmenten doorbreekt door de vloek heen, en de bezetene, die volledig opgeslokt is door haar liefde voor Bear. Ze schakelt tussen beide met een nonchalance die des te angstaanjagender is omdat ze er zo moeiteloos uitziet. Haar stem verandert, haar lichaamstaal verandert, haar ogen veranderen. In een scène vraagt de echte Nikki Bear haar te doden. Zijn reactie – “Is het echt zo erg om bij mij te zijn?” – is zo lomp in zijn egoïsme dat je even niet weet of je moet lachen of schreeuwen. Navarrette zorgt er intussen voor dat je geen moment vergeet wat er werkelijk op het spel staat: de autonomie van een vrouw die gereduceerd is tot de projectie van andermans verlangen.
Johnston is op zijn beurt de ideale dude: vriendelijk genoeg om begrip op te wekken, zwak genoeg om verachting te verdienen. Bear is niet sadistisch – hij is gewoon iemand die zichzelf altijd het voordeel van de twijfel geeft. Hij interpreteert elke alarmerende gedraging van Nikki als iets wat met haar aan de hand is, nooit als iets wat hij veroorzaakt heeft. Johnston speelt die zelfbedrog met een lichte hand, en dat is precies wat de film nodig heeft: als Bear te openlijk een schurk was, verloor het maatschappijkritische luik zijn scherpe rand. Nu blijft die ongemakkelijk hangen.
De ondersteunende cast draagt zijn steentje bij. Cooper Tomlinson als Bears vriend Ian en Megan Lawless als collega Sarah fungeren als de nuchterste mensen in de zaal – zij zien veel eerder dan Bear dat er iets grondig mis is, en hun buitenstaanders-perspectief geeft de film een welkome verankering in de realiteit. Rock Burwells score, met scheefgestemde synths en dreunende bastonen, lijkt ontworpen om de kijker subtiel te desorienteren – alsof ook jij, net als Nikki, niet meer helemaal in de greep bent van je eigen hoofd.
Niet alles is vlekkeloos. Sommige dialoogregels zijn wat houterig, en er zijn momenten waarop de vaart even stokt terwijl de film zijn eigen tanden toont. Maar dat zijn kleine schrammen op een verder opmerkelijk zeker stuk werk. Barker heeft ook na TIFF te horen gekregen dat hij een scène moest inkorten – zes of zeven extra schedelklappen te veel voor de MPAA – wat alleen maar aantoont dat hij niet bang is van overschrijden. Dat hij zijn maatstaf legt bij films als Weapons (2025) van Zach Cregger zegt genoeg over zijn ambities, en eerlijk gezegd zijn die niet onterecht.
Kortom, Obsession is uiteindelijk een horrorfilm over iets alledaags en reëels: de overtuiging van een man dat zijn gevoelens voor een vrouw haar verplichting creëren. Maar het heeft een horror twist. Barker filmt die overtuiging met de ernst die ze verdient – en de wreedheid ook. Ergens zit er iemand een goedkope wenstak te breken en te denken dat hij gewoon de nice guy is die eindelijk zijn kans verdient. Nikki weet beter. Ik heb hier echt van genoten. De film is vandaag 13 mei 2026 in de bioscoop. Ga deze film zien!
Review Obsession (2025)
Recensie door Dave op 13 mei 2026

Uitstekende film, dit. Barker (die overigens ook instond voor de montage) slaagt er in zijn scenario mooi af te ronden. Ik moest zowaar eventjes bekomen tijdens aftiteling. Dit is eentje om beslist in de cinema te ervaren. Met een grote groep! Het BIFFF-publiek kon deze alvast zeker appreciëren op sluitingsdag.