Resident Evil (2026), de nieuwste poging om Capcom’s iconische survivalhorror-reeks naar het witte doek te vertalen, lijkt ons eindelijk iets te geven die de moeite is op te bekijken. En dat heeft alles te maken met de man achter de camera: Zach Cregger, die ooit komische sketches maakte en nu horrorfilms draait die op diverse filmfestivals in de prijzen vallen.
Korte inhoud: Bryan (Austin Abrams) is een medische koerier die met een mysterieuze koffer op weg is naar het Raccoon City-ziekenhuis op het moment dat een dodelijk virus de stad in zijn greep krijgt. Wat volgt is één nacht pure ellende: geen heldenstatus, geen eindeloze munitie, gewoon een doodgewone vent die van de ene nachtmerrie in de andere belandt terwijl de stad letterlijk om hem heen instort. Het verhaal speelt zich af in de marge van de grote gebeurtenissen uit de games — een eigen verhaal dat de speluniversum niet schaadt, maar er wel dankbaar op parasiteert.
Cregger verwierf zijn horrorgeloofsbrieven met Barbarian (2022), een low-budget kriebelfilm die op een budget van vier miljoen dollar maar liefst 45 miljoen dollar ophaalde, en vervolgens met het megalomane Weapons (2025), dat met 270 miljoen dollar bewees dat hij geen eendagsvlieg is. Amy Madigan sleepte er zelfs een Oscar voor Beste Vrouwelijke Bijrol mee in de wacht en krijgt binnenkort een spin-off film. De man kon dus zijn prijs vragen bij Sony, en dat deed hij: 20 miljoen dollar, volledige creatieve controle, en de vrijheid om te doen wat hij wil. Sony stemde in. Dat ze daarvoor kozen, zegt veel over het vertrouwen in Cregger; of over de wanhoop na de teleurstellende ontvangst van Resident Evil: Welcome to Raccoon City (2021) van Johannes Roberts. Waarschijnlijk beide.
Wat Cregger meteen onderscheidt van zijn voorgangers, is zijn oprecht diepe liefde voor de games. Paul W.S. Anderson maakte zes films met Milla Jovovich die samen ruim 1,2 miljard dollar opleverden maar qua gamefideliteit ruwweg evenveel gemeen hadden met de originele spellen als een Duvel met een glas karnemelk. Cregger heeft naar eigen zeggen géén van die films ooit bekeken. “Not for me”, zo verklaarde hij onomwonden. Maar kent de games dan ook in zijn slaap. Hij verspeelt uren met de infinite rocket launcher in de remaster van Resident Evil 4, en hij beschrijft dat als iets kalmerends. Een man naar mijn hart, dus. Die toewijding vertaalt zich in een aanpak die even slim als eigenzinnig is. Cregger volgt geen bestaande game-plot na, introduceert geen Leon Kennedy of Claire Redfield, en legt de lore van de franchise geen dwangbuis aan. In plaats daarvan neemt hij de essentie van de spelervaring – de claustrofobische spanning, de zorgvuldige omgang met munitie, de escalerende vreemdheid van de monsters – en giet die in een eigen verhaal. De verteltrant is bewust lineair: van punt A naar punt B, geen narratieve acrobatiek zoals in Barbarian of Weapons. “Locked in met een protagonist op een voetmarsen door een wereld die hem wil vernietigen”, omschreef Cregger het zelf. Denk aan Evil Dead II (1987) van Sam Raimi als toonreferentie; vol gas, geen rem, camera die zich gedraagt als een bezeten schouder-over-schouder gamecontroller.
Dat laatste is geen metafoor maar letterlijk de camerastijl. Cregger filmt zijn protagonist grotendeels met een brede lens en een over-the-shoulder perspectief, waardoor de toeschouwer het gevoel krijgt zelf door de gang te sluipen, net zoals in de games. Het is een subtiele maar briljante keuze die de film tegelijk cinematografisch en vertrouwd maakt voor gamers. Bovendien heeft productieteam bijna alles in-camera gecapteerd: sets van vijf verdiepingen hoog met echte, werkende liften (twee en een halve maand bouwtijd) en dagelijks 400 liter nepbloed op de vloer van het ziekenhuisgeboorteafdeling-decor. Dat klinkt overdreven tot je beseft dat Cregger een man is die dit soort details met de ernst van een Belgisch klimaatakkoord behandelt.
De monsters vormen een ander hoogpunt. Cregger heeft keurig de meer campy figuren uit de games thuisgelaten; geen Mr. X in trenchcoat, geen Nemesis met zijn graftende raketwerper op zijn schouder, maar vult de leegte met eigen creaties die gebaseerd zijn op wat het T-virus theoretisch met een menselijk lichaam zou aanrichten. Het meest opvallende exemplaar: een monsterlijk opgeblazen, tonzware vleesklomp in de riolen van Raccoon City, bediend door maar liefst vier mensen tegelijk, pulsend en kronkelend alsof er iets wil uitbarsten. Vergelijk het met Stellan Skarsgårds lichaamsbouw in Dune maar dan walgelijker en minder Scandinavisch. Naast deze originele creaties duiken ook herkenbare wezens uit de games op, plus diverse Easter eggs voor de trouwe fanbase: groen kruid, vertrouwde locaties, en zelfs een iconisch gebruik van honden dat verwijst naar de allereerste game uit 1996.
Eerste testvertoningen wijzen op een indrukwekkend resultaat. Bezoekers omschreven de film als een horrorversie van Mad Max: Fury Road: negentig minuten lang puur adrenaline, minimale wereldopbouw, maximale vooruitgang. Dat is precies wat Cregger beoogde: een film die aanvoelt als een speedrun door de hel, met praktische effecten als ruggengraat en een protagonist die niet toevallig hetzelfde soort chaotische energie uitstraalt als Abrams’ personage in Weapons; een licht gestoorde kerel die van de ene ramp in de andere tuimelt. Niet diepzinnig, maar dat is ook helemaal niet de bedoeling. Bryan is een spelersavatar, geen Shakespeareaanse held, en dat is precies goed zo.
Resident Evil arriveert op 18 september 2026 in de zalen, met daarnaast Paul Walter Hauser en Zach Cherry in de cast. Als de buzz klopt en Cregger zijn belofte inlost, staat ons de zeldzame videogameadaptatie te wachten die niet steunt op nostalgie maar op vakmanschap. Na jaren van filmversies die de geest van de games misten, lijkt iemand eindelijk de deur open te zetten naar de juiste kamer. En zoals elke Resident Evil-fan weet: achter elke deur schuilt óf de oplossing, óf iets wat je wil opeten. We hopen op het eerste.

Gaan ze eindelijk na al die jaren een eerste geslaagde Resident Evil film maken????
De regisseur heeft nog geen steken laten vallen, dit ziet er goed uit.