Er zijn van die momenten in Hollywood waarop de regels van de logica even op pauze worden gezet en het grote publiek collectief beslist dat het zich niks aantrekt van wat de filmcritici te zeggen hebben. Dat was al een beetje te zien bij Lee Cronin’s The Mummy (2026) die vlotjes naar de 50 miljoen dollar gaat met een productiebudget van 22 miljoen en dit weekend is er Michael (2026), de langverwachte biopic over de King of Pop, die als een geladen vrachtwagen vol nostalgie door de bioscoopzalen denderde met een verwacht openingsweekend van 217 miljoen dollar wereldwijd. Dat terwijl de film amper 40 procent scoort bij de critici op Rotten Tomatoes. De wereld is soms gewoon prachtig onlogisch.
Korte inhoud: De film vertelt het verhaal van Michael Jackson vanaf zijn vroegste jeugd als prille zanger van de Jackson 5 tot aan de iconische Bad World Tour in Londen in 1988. Regisseur Antoine Fuqua kiest resoluut voor het feelgood-verhaal: de muzikale genie, de eenzame megaster, de jongen die onder de ijzeren vuist van zijn vader opgroeide en toch de wereld veroverde. Wat de film níét toont, is minstens even luid aanwezig: de beschuldigingen van seksueel misbruik van minderjarigen komen niet aan bod. Het verhaal stopt netjes vóór de storm losbarst. Zijn neef Jaafar Jackson kruipt in de huid van zijn beroemde oom, terwijl Colman Domingo en Nia Long de rollen van Joe en Katherine Jackson op zich nemen.
Dat de film zo’n verpletterende start kent, heeft alles te maken met de macht van nostalgie gecombineerd met een ijzersterke marketingmachine. Producent Graham King – de man die ook al Bohemian Rhapsody (2018) uit de brand sleepte ondanks achter-de-schermenproblemen – weet als geen ander hoe je een muziekbiopic in de markt zet. Bohemian Rhapsody opende destijds op 51 miljoen dollar in Noord-Amerika en werd uiteindelijk de succesvolste muziekbiopic aller tijden. Michael lijkt daar al ruimschoots overheen te gaan. Zelfs Straight Outta Compton (2015), dat met 60 miljoen dollar het vorige openingsrecord voor muziekbiopics hield, kan zijn kroon inleveren. Michael danst er gewoon overheen. Internationaal is het niet anders. Op de openingsdag buiten Noord-Amerika haalde de film 18,5 miljoen dollar op in 82 markten. In zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk en Ierland was het meteen de grootste openingsdag ooit voor een muziekbiopic, en dat boven landen als Duitsland, Australië en Italië die elk een miljoen dollar of meer bijdroegen. Michael Jackson is nu eenmaal een mondiaal fenomeen, misschien zelfs meer buiten Amerika dan erbinnen. Lionsgate verdeelt de film binnenlands; Universal Pictures International doet het internationale werk, en beide mogen hun handen dichtknijpen.
En dan zijn er de critici. Een score van 40 procent op Rotten Tomatoes is in normale omstandigheden het soort getal dat marketingteams wakker houdt. Recensenten hebben het over een “biografische nachtmerrie” en een Vegas-tribuutshow met pretentieuze kapsels. De BBC gaf de film één op vijf sterren. RogerEbert.com idem. Velen wijzen op de olifant in de zaal: een film die belooft een “eerlijk portret” te geven van de “briljante maar ingewikkelde man” maar tegelijk de meest ingewikkelde kwesties rondom zijn leven keurig weglaat, schiet zichzelf in de voet qua geloofwaardigheid. Het oorspronkelijke scenario beschreef een rechtszaak uit 1993 waarbij Jackson beschuldigd werd van seksueel misbruik van een minderjarige. Hij ontkende altijd. Toen na de opnames bleek dat een schikkingscontract elk gebruik van de aanklager in film of televisie verbood, werden er voor tientallen miljoenen euro’s extra opnames gemaakt om het derde bedrijf volledig te schrappen. De productiekosten stegen zo van 155 naar meer dan 200 miljoen dollar. Dat is een dure knip-en-plak-operatie.
Het publiek trekt zich daar echter niks van aan. De publieksscore op Rotten Tomatoes staat op 96 procent; één van de meest frappante discrepanties tussen perscritici en gewone kijkers die je dit jaar zult zien. De CinemaScore, die de openingsavondbezoekers polst, gaf een A-. Dat is iets minder dan de A die Bohemian Rhapsody en Straight Outta Compton haalden, maar ruimschoots voldoende om brede publiekssympathie te bevestigen. Uit publieksdata bleek dat 36 procent van de Thursday-previews-bezoekers zwarte bioscoopgangers waren, met Latino en blanke kijkers elk op 25 procent. Vrouwen waren licht in de meerderheid met 56 procent, en meer dan de helft van alle bezoekers was jonger dan 35 jaar. Gen Z laat zich blijkbaar maar wat graag meesleuren door een nostalgie voor een tijd die ze niet eens zelf meemaakten — wat op zichzelf al een fascinerende culturele observatie is.
Wat verklaart dit fenomeen? Deels is het de perfecte storm van factoren: de casting van Jaafar Jackson; de echte neef van Michael, die zijn oom qua looks en beweging angstaanjagend nauwkeurig nabootst, geeft de film een authenticiteitsglans die moeilijk te evenaren is. De man is gewoon een biologische deepfake van zijn beroemde oom. Variety omschreef zijn prestatie als iemand die “de blik, de stem en de elektrostatische bewegingen van Michael nauwkeurig weet te vatten.” Daar komt bij dat de film gebaat is bij een bioscoopomgeving die nog steeds herstelt van de pandemie, waarbij grote feelgood-events het grote publiek terug naar de zaal lokken. Michael Jackson is dan ook geen gewone popster: hij is een collectief cultureel monument, een religie bijna, waarbij mensen er actief voor kiezen om de donkere kanten van het verhaal te parkeren en twee uur lang de magie te herbeleven. Als dit tempo aanhoudt, plant Lionsgate al een tweede film over Jacksons latere leven. Of die het durft aan te pakken wat deze eerste weigerde te tonen, valt nog te bezien. Maar wat dit openingsweekend hoe dan ook bewijst, is dat nostalgie en iconiciteit critici gewoon buitenspel kunnen zetten. Michael Jackson verkocht tijdens zijn leven meer dan een miljard platen wereldwijd. Zijn biopic verkoopt nu al records. De critici mogen hun pitchforks terug in de schuur zetten, het publiek heeft gesproken, en de kassa horen we overal rinkelen.

Het voelt niet aan als een film, eerder een lange promocampagne. Wel wat spijtig, maar ik vond Bohemian Rapsody ook al geen goede film.
Deze film zal geen miljard opbrengen zoals velen hadden voorspeld.
Antoine Fuqua is niet meer de regisseur die hij was. Of misschien is hij gewoon een one-trick-pony.