Er zijn van die films waar de ontvangst zich zo netjes in twee kampen verdeelt dat je bijna begint te denken dat er twee totaal verschillende films zijn uitgebracht. Lee Cronin’s The Mummy (2026) is ongetwijfeld zo’n geval. De ene helft zal de film ervaren alsof het de wedergeboorte van het horrorgenre betreft of gewoon een zalig gemene horrorprent, de andere helft als iets wat hun verwachtingspatroon van een Mummie-film aan diggelen heeft geslagen en zo snel mogelijk terug in zijn sarcofaag moet. Deze film is duidelijk niet voor iedereen (ook al lijkt het publiek deze meer te smaken als 2/3 van de critici), en een goede graadmeter is Lee Cronin’s vorige film Evil Dead Rise (2023). Als die horrorprent voor jullie onverteerbaar was, is de kans groot dat ook deze stinkende kadaverlucht met uitgetrokken teennagels, een belemmering zal worden om te genieten van de artistieke overtuiging van deze toch wel talentvolle filmmaker.
Korte inhoud: Het verhaal begint in Caïro, waar journalist Charlie Cannon (Jack Reynor) woont met zijn zwangere vrouw Larissa (Laia Costa) en hun kinderen. Hun dochtertje Katie (Emily Mitchell) wordt op een dag ontvoerd door een mysterieuze vrouw (Hayat Kamille), gevangen in een eeuwenoude vloek die niemand begrijpt. Acht jaar later woont het gezin, gebroken en getekend, in Albuquerque bij grootmoeder Carmen (Verónica Falcón) tot Katie werd teruggevonden. Ze werd gemummificeerd aangetroffen in een drieduizend jaar oud sarcofaag bij een vliegtuigwrak in Egypte. Het gezin, inmiddels neergestreken in Albuquerque, brengt haar terug naar huis in de hoop haar te helpen revalideren. Maar de Katie die terugkeert is niet meer dezelfde. Ze is nauwelijks communicatief, haar ledematen zijn verkromd, haar huid schilfert als beschimmeld plakband en ze lijkt zich te voeden met schorpioenen. Geen zorgen, het wordt allemaal nog erger.
De Ierse filmmaker is hier duidelijk niet van plan een brave adaptatie te maken. De man heeft zijn naam in de titel laten zetten, iets wat ongewoon is voor een regisseur die slechts aan zijn derde speelfilm zit. Of dat te maken heeft met het feit dat Universal eigenaar is van de Mummy-franchise, of omdat de regisseur een resoluut persoonlijke versie wou brengen, laat ik in het midden. Maar het is zeker geen traditionele Mummy film. Hoewel, oorspronkelijk was The Mummy (1932) een echte horror en werd het een avonturenfilm met de Brendan Fraser vehikels en die rampzalige Tom Cruise-versie uit 2017. Cronin zegt met zijn naamplaatje aan de deur: dit is míjn mummie, en ze lijkt op geen enkele andere. Hij nam het concept en ontdeed het van al het exotische avontuurlijke museumstuk-gedoe, om er in de plaats iets veel meer verontrustend tegenover te zetten: het verhaal van een ouder die zijn kind terugkrijgt, maar het kind dat terugkomt is niet meer hetzelfde. Die premisse raakt rechtstreeks aan één van de diepste menselijke angsten. Cronin zet dat gevoel in een sarcofaag, begiet het met Egyptische demonen, een rituele bezwering in het Arabisch en laat het losbarsten. Ja, er zijn verbanden te trekken met The Exorcist (1973) met een bezeten kind dat plafonds beklimt, families terroriseert en obsceniteiten uitbraakt; maar deze bedenking vergeet dat The Exorcist zelf ook in een lange traditie staat van films met demonische bezetenheid, en dat Cronin het genre specifiek verbindt met mummificatie als een daad van insluiting en trauma in plaats van dood en religieuze wederopstanding.
De eigenlijke revelatie van de film is zijn casting, samengesteld uit acteurs die niet meteen A-listers zijn. In één van de hoofdrollen zien we Natalie Grace die jullie misschien nog kennen van haar bijrol in de televisieserie “1923” (2022). Als het terugkerende meisje Katie is ze ronduit indrukwekkend. Uren in de make-up-stoel, contortionistische lichamelijkheid, minimale dialoog; en toch is haar prestatie compleet. Ze speelt tegelijk slachtoffer en bedreiging, katatonisch kwetsbaar en demonisch gemeen, en dat evenwicht is geen eenvoudige klus voor een jonge actrice. Ook de Spaanse Laia Costa verdient bijzondere vermelding als moeder Larissa. Costa, die al schitterde in Victoria (2015), heeft hier de ondankbare taak om de rationele kracht te zijn in een totaal irrationele situatie. Haar schijnbaar naïeve weigering om te aanvaarden dat haar dochter bezeten is, gedreven door onuitputtelijke moederliefde, geeft de film zijn emotioneel fundament. Zij is een ouder die acht jaar lang met het trauma heeft geleefd van niet te weten wat er met haar kind is gebeurd, en ze is niet van plan haar nu zomaar los te laten, ondanks alles. Jack Reynor als vader Charlie heeft het iets moeilijker. Zijn personage is misschien iets te lang onzeker en reagerend in plaats van handelend, maar het enorm schuldgevoel die Cronin in zijn blik bouwt, de man die thuis was toen zijn kind verdween, is voelbaar en echt. Verónica Falcón als religieuze grootmoeder Carmen is een briljante tegenspeelster voor het demonische Katie, en de jonge Billie Roy als kleindochter Maud toont meer nuance dan veel volwassen acteurs aankunnen.



© Photo Courtesy Warner Bros. Pictures
En dan is er nog May Calamawy als detective Dalia Zaki, de Egyptische Clarice Starling die de zaak nooit heeft losgelaten. Calamawy brengt een stille vastberadenheid mee die werkt als een tegenwicht voor het huiselijke chaos bij de Cannons. Cronin maakt bewust een geopolitieke keuze door de Egyptische kant van het verhaal serieus te nemen, met Arabische dialogen en een Egyptisch personage dat niet slechts decor is maar de plot aanstuurt. In een genre waar het Oosten vaak als sinister en exotisch sfeerdecor dient, is dat een bewuste correctie. De film begint ook met een Egyptisch gezin met de geweldig charismatische Hayat Kamille, die misschien wel één van de meest gemene heksen vertolkt met haar door kevers doordrenkte rode appels. Haar personage is zo fascinerend en ambigu dat het eigenlijk een eigen verhaal verdient. Maar daar kan ik niet verder op ingaan zonder te spoilen.
Of het een geslaagde keuze was om zowel de Egyptische als de Amerikaanse verhaallijn zo uitgebreid uit te werken, valt te bediscussiëren. De wisselende locaties kunnen de dramatische opbouw bij momenten onderbreken. Met zijn 133 minuten vraagt de film heel wat van zijn publiek, en het grootste probleem is niet dat er te weinig materiaal was voor die duur, maar eerder het omgekeerde: er was genoeg stof voor twee films. De detective-subplot in Egypte, hoe knap ook gespeeld, onderbreekt soms de huiselijke spanning net op het moment dat die een hoogtepunt bereikt. Anderzijds doorbreekt de film net daardoor zijn voorspelbaar karakter, en weten we nooit echt waar we zullen uitkomen. De film opent in het Arabisch, integreert Egyptische folklore in een Mexicaans-Amerikaans gezin in New Mexico, en weeft die culturele draden bewust samen. Cronin is trots op die diversiteit, en dat is geen marketingtruc: de Arabische dialogen zijn authentiek, de Egyptische acteurs zijn meer dan figuranten, en het resultaat voelt als een wereld in plaats van een studiodecor.
Producenten James Wan en Jason Blum, de twee koningen van het hedendaagse horrorgeweld, weten hoe ze een regisseur de ruimte moeten geven. Cronin heeft die ruimte hier maximaal benut. Visueel is de film een pareltje en cinematograaf Dave Garbett, waarmee hij ook Evil Dead Rise heeft gemaakt, levert beelden af die tegelijk imposant en claustrofobisch zijn en dat allemaal zonder een op voorhand uitgewerkte shotlist. Dat klinkt als een recept voor chaos, maar het resultaat is een film die leeft, die ademt en beweegt alsof het zelf bezeten is. Er zijn composities in Lee Cronin’s The Mummy die je doet denken dat je naar een schilder aan het werk kijkt, niet naar een regisseur die een draaiboek afwerkt. De split-diopter shots, waarbij zowel de voorgrond als de achtergrond scherp blijft terwijl alles er tussenin wazig vervaagt, zijn niet alleen het visitekaartje geworden van Cronin maar dienen een doel: ze plaatsen Katie als een vergrote, bultige aanwezigheid in het gezichtsveld van haar ouders, alsof ze hun blik vergiftigt. Het creëert ook een dimensie die ons losrukt van de realiteit en ons laat binnentreden in demonische sferen. De film zit ook boordevol inventief camerawerk. Neem de scène waarbij een close-up toont hoe een deksel op een sarcofaag wordt gesloten, waarna we een vinger zien tikken op de wand. De camera draait 180° en verruimt zijn kader, en we zien dat het niet de mummie was die tikte, maar de vader die zijn dochter morsecode leert aan tafel. De klankmontage van Peter Albrechtsen is minstens even efficiënt. We worden niet opgezadeld met de goedkope jumpscares van een gemiddelde Blumhouse-productie, maar een constante sonische druk die je doet denken dat er iets achter de muur schuifelt. En dat gebeurt letterlijk gezien alles zich afspeelt in een horrorhuis met een tunnelcomplex achter de muren en krakende vloerplanken.



© Photo Courtesy Warner Bros. Pictures
Lee Cronin’s The Mummy pretendeert geen psychologische studie te zijn van het complexe mijnenveld van rouw en identiteitsbedreiging. Het is een film die je wil aanraken op een plek waar je normaal niet aangeraakt wil worden, en dat doet hij met vakmanschap en een zekere duistere humor die het geheel op een gestoorde manier draaglijk maakt. De waken-scène die jullie eenmaal gezien nooit meer zullen vergeten, is een verrukkelijke escalatie van het groteske die tegelijk afgrijselijk en hilarisch is. Dat soort dubbel gevoel is moeilijk te bereiken en bewijst dat Cronin een volledig bewuste filmmaker is, niet zomaar een gore-exploitation-regisseur. Cronin’s pas overleden moeder had een vals gebit en deze situatie heeft de filmmaker nooit uit zijn hoofd kunnen zetten dat hij er een horrortwist aan gaf. Het is een monsterfilm die zich grotendeels afspeelt op klaarlichte dag. Waar de meeste horrorregisseurs hun duisterste scènes in het pikkedonker verstoppen, laat Cronin zijn monsters en slachtoffers gewoon in de namiddagzon opereren. Het is angst zonder schaduw, licht dat niets verbloemt. Dat is lef hebben als filmmaker. En lef hebben wordt niet altijd met liefde onthaald bij de pers, maar het publiek houdt er wel van. De film heeft in zijn openingsweekend 34 miljoen opgebracht wat uitstekend is voor een 22 miljoen dollar filmproductie. Tom Cruise zijn The Mummy (2017) film heeft 200 miljoen dollar gekost en kwam nauwelijks voorbij zijn break-even grens. Deze Mummy film zal een box-office succes worden!
Het is geen perfecte film, mocht er al zoiets bestaan. Het is een film vol overtuiging, durf en meer gore dan je maag misschien aankan; maar ook met een emotioneel hart dat klopt waar het moet kloppen. De film bouwt zijn eigen interne logica op: bandages als tweede huid, het lichaam als gevangenis, demonische invloed die overdraagbaar is op anderen. Die logica wordt wel geregeld op de proef gesteld: neen, je verscheept geen loden sarcofaag van twintig ton op een privévliegtuig, en je draagt een tiener op een trap in plaats van haar tergend traag met een rolstoel tree voor tree omhoog te duwen. En ja, ik zal toegeven, ook al heb ik zelf enorm genoten van deze film vond ik de allerlaatste laatste scene compleet overbodig. Het voelde aan als een soort uitsmijter die je misschien als midcredit zou aantreffen in een comic-verfilming. Hij had net voor deze scene een perfect einde van zijn film. Cronin heeft zich in ieder geval stevig in de horrorgenre geschreven. Niet naast John Carpenter of Sam Raimi, maar wel op weg daarheen, met zijn eigen naam die hij na deze film niet meer hoeft te verantwoorden. Lee Cronin’s The Mummy draait in de zalen sinds 15 april 2026. Ga deze bekijken en laat me weten in de reacties wat jullie ervan vonden.
Review Lee Cronin’s The Mummy (2026)
Recensie door Dave op 21 april 2026

Ik ga dit weekend gaan kijken. Nul verwachtingen en open geest.
Was deze film getiteld Evil Dead: Sarcophagus, dan hadden de critici het allemaal 8/10 gegeven