Fight Club (1999) **** te zien op Netflix

We hebben er lang op moeten wachten maar Fight Club (1999), de cultklassieker van regisseur David Fincher, zal op 12 mei 2026 zijn 4k UHD release krijgen met heel wat bonusmateriaal. Zevenentwintig jaar na zijn release is de film nog steeds verrassend actueel, ongemakkelijk grappig, en regelmatig verkeerd begrepen; wat misschien wel zijn grootste prestatie is. Gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1996 van schrijver Chuck Palahniuk en omgezet naar een scenario door Jim Uhls, is Fight Club niet zomaar een film over kerels die mekaar op de bek slaan. Het is een psychologische studie van een man die zichzelf verliest in een consumptiemaatschappij, alsook een halve psychologische horrorfilm en bovenal een zwarte komedie.

Korte inhoud: De film volgt een naamloze verteller gespeeld door Edward Norton. Hij is een slapeloze kantoorrat die zijn leegte vult door zich als zieke voor te doen op anonieme zelfhulpgroepen. Op een vlucht ontmoet hij de extravagante zeepverkoper Tyler Durden (Brad Pitt), en samen richten ze een geheime vechtclub op waar mannen hun frustraties letterlijk van hun gezicht laten slaan. Daartussendoor duikt Marla Singer op (Helena Bonham Carter), iemand die zich aansluit bij zelfhulpgroepen voor de koekjestafel en die het verhaal een onverwacht romantische dimensie bezorgt. Wat begint als een soort therapiesessie met meer bloed, evolueert tot een duistere terroristische organisatie genaamd Project Mayhem en een twist die je bij een tweede kijkbeurt compleet anders doet ervaren.

Laten we eerlijk zijn: toen Fight Club in 1999 uitkwam, begreep bijna niemand het. De film was een commerciële flop, bracht slechts 108 miljoen dollar wereldwijd op een budget van 63 miljoen en moest 200 miljoen ophalen voor nog maar een break-even. Rupert Murdoch, eigenaar van 20th Century Fox, had de film het liefst levend begraven. De kritische pers was verdeeld tot ronduit vijandig. Hoe verkoop je nu ook een film die tegelijk een thriller, een zwarte komedie, een liefdesverhaal én een aanklacht is tegen consumentisme, masculiene identiteitscrisis en mentale ziekte? Dat doe je niet, zo bleek. Gelukkig vond de film op dvd wel zijn publiek, en groeide hij uit tot wat hij vandaag is: een moderne klassieker die steevast in de top tien van IMDb’s beste films staat.

Wat de film zo fascinant maakt, is de gelaagdheid ervan. Het idee voor de roman ontstond toen Palahniuk op een campingtrip in elkaar werd geslagen nadat hij klaagde over het lawaai van buren. Toen hij maandag naar zijn werk terugkeerde, deed niemand alsof er iets was gebeurd. Mensen vroegen gewoon: “Fijn weekend gehad?” Dat collectieve vermijden van echte menselijke verbinding of nog die maatschappelijke blokkade, werd de kern van zijn boek, en vervolgens van de film. Het is een detail dat veel zegt over waarom Fight Club zo blijft resoneren: het gaat over mensen die emotioneel zo doodgebloed zijn door hun dagelijks leven dat ze moeten beginnen boksen om nog iets te voelen.

Technisch gezien is de film ronduit onberispelijk. Cinematograaf Jeff Cronenweth contrasteert de steriele, IKEA-gevulde wereld van de Verteller met de vieze, schemerige kelders van de vechtclub. Het geluidontwerp van Ren Klyce verdient een aparte vermelding: de geluiden van de gevechten werden opgenomen door onder meer op kippenkarkasen gevuld met walnoten te slaan, “want walnoten lijken op kleine hersenen”, aldus Klyce. Je kunt je afvragen waarom iemand dit soort dingen bedenkt, maar het resultaat klinkt verbazingwekkend authentiek. De Dust Brothers zorgden voor een soundtrack die net zo schizofreen en briljant is als de film zelf. De editing van James Haygood is schijnbaar chaotisch maar zit vol opzettelijke subtiliteiten: Tyler Durden flitst al vijf keer door het beeld voordat de Verteller hem officieel ontmoet. Het was tevens ook de periode van de subliminale beelden – waarbij één frame tussen een montage werd gezwierd om emotie los te weken (cf. een frame van een een frisdank net voor de pauze in de bioscoop, of zoals in de film zien we het beeld van Tyler verschillende malen verschijnen nog voor zijn ontmoeting)

De acteurs dragen de film op hun schouders als doorgewinterde boksers. Norton speelt de Verteller met een soort verdroogde wanhoop die je tegelijk amusant en diep triest vindt. Brad Pitt laat hier zien dat hij véél meer is dan een knappe kop: zijn Tyler Durden is charismatisch, gevaarlijk en volkomen overtuigend als geïdealiseerde alter ego. Pitt en Norton waren tijdens een welbepaalde scène met de golfballen en de cateringtruck ook effectief dronken, en de golfballen vlogen recht in de zijkant van die truck. Het was, kortom, method-acting met de handrem los. Maar de echt onderschatte prestatie is die van Helena Bonham Carter als Marla. Ze speelt een personage dat de film op een totaal andere emotionele frequentie zet, en haar aanwezigheid geeft de finale een onverwachte warmte. Ooit vroeg Fox om een quote te schrappen – Marla’s befaamde opmerking na de seks “I want to have your abortion.” – en Fincher verving die door iets nog meer schokkend met “I haven’t been fucked like that since grade school,”, waarop de studio smeekte om de originele lijn terug te krijgen. Fincher weigerde, uiteraard. Je moet van zijn principes houden. Fincher had na Se7en (1995) de macht om een studio op afstand te houden.

Dan is er natuurlijk de twist. Wie de film nog niet gezien heeft: stop hier. Voor de rest: de onthulling dat Tyler Durden een gespleten persoonlijkheid is van de Verteller zelf is een van de meest bevredigende plotwendingen uit de filmgeschiedenis, niet omdat ze zo verrassend is, maar omdat ze bij herbekijken zo logisch en zorgvuldig is opgebouwd. Palahniuk zelf heeft verklaard dat hij de twist pas ontdekte toen hij tweederde van zijn roman geschreven had. Op dat moment merkte hij dat Tyler en de Verteller zich als één persoon gedroegen. Dat soort organisch schrijven resulteert soms in de mooiste verhaalstructuren. De film loont echt bij een tweede kijkbeurt: elk detail krijgt een andere betekenis, elke interactie wordt een raadsel met terugwerkende kracht.


© Twentieth Century Fox

Toch is Fight Club geen perfect film, dat zou ook te eenvoudig zijn. De tweede akte sleurt wat, en de geweldssequenties zijn soms zo cartoonesk dat ze hun eigen boodschap ondermijnen. De finale twist, hoe goed ook uitgevoerd, voelt iets te lang uitgesponnen. En dan is er het probleem van de mixed messages. De film heeft een gecompliceerde nalatenschap gecreëerd: een deel van het publiek, met name mannelijke “men’s rights activists” en alt-right figuren, nam Tyler Durdens tirades als evangelie in plaats van als satire. Fincher zelf zei hierover dat hij niet verantwoordelijk is voor hoe mensen dingen interpreteren. Een elegante uitwijkmanoeuvre, maar het blijft een pijnlijk fenomeen. Hetzelfde overkwam Scorsese met Goodfellas: de misdadigers als helden zien is media-ongeletterdheid op zijn meest frustrerend.

Het meest profetische aan Fight Club is misschien wel de slotscène, waarin gebouwen instorten terwijl de Pixies’ “Where Is My Mind?” speelt. In 1999, op de drempel van Y2K-angst en amper twee jaar voor 9/11, voelde dat als een dystopische fantasie. Vandaag voelt het als een herinnering. De vechtclub als voorbode van incels en toxische masculiniteit die zich later manifesteren met figuren als Andrew Tate, Project Mayhem als proto-terrorisme van gefrustreerde witte mannen, Fight Club beschreef iets wat we toen nog geen naam hadden. Dat maakt het zowel een tijdsdocument als een tijdloze waarschuwing. Fight Club is dus geen film die je gewoon “bekijkt”. Het is een film die je verwerkt, herbekijkt, en waarna je je afvraagt hoeveel IKEA-spullen je eigenlijk nodig hebt. Fincher draait op zijn allerbest, Norton en Pitt leveren carrièreprestaties, en Bonham Carter steelt elke scène. De eerste regel van Fight Club is: je praat er niet over. Maar laat ons eerlijk zijn, zevenentwintig jaar later is dat het enige wat mensen nog doen. En zeker morgen wat Netflix zet de film op zijn dienst vanaf .


Review Fight Club (1999)
Recensie door op

Beoordeling: 4 / 5

rating

1 Comment

  1. Kons

    Spijtig dat Fincher zo geen films meer maakt. Na The Social Network is het toch wat tegenvallend

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.