Gisteren beleefde Pinocchio: Unstrung (2026) zijn wereldpremière, en jawel, het is opnieuw het kindje van Rhys Frake-Waterfield, de man die met de regelmaat van een klok kinderfiguren uit het publieke domein opvist en ze door een vleesmolen haalt. Eerder trakteerde hij ons al op Winnie-the-Pooh: Blood and Honey (2023), inclusief sequel, en nu is het de beurt aan onze lieve houten jongen met de lange neus. Dit is zijn beste film tot nu toe, maar laat me meteen de verwachtingen temperen want dat is een beetje zoals zeggen dat iemand het meest coherente plot heeft gevonden in een Asylum-productie. De man is een echte filmliefhebber, dat klopt, maar als regisseur en verhalenverteller heeft hij nog een lange weg te gaan. De eerste dertig minuten bouwen op naar iets met allures van Child’s Play (1988), maar uiteindelijk belandt alles in een poel van tamelijk platvloerse gore. In een tijdperk waar we dagelijks worden overdonderd met AI-gegenereerde prut, heeft deze film echter een ambachtelijk randje dat je niet onberoerd laat; en dat kon het publiek van het BIFFF gisteren ook smaken.
Korte inhoud: We volgen de jonge James (Cameron Bell), wiens grootvader Geppetto (Richard Brake) hem voorstelt aan een ogenschijnlijk magische houten pop. James is zich echter niet bewust van Pinocchio’s naïeve aard: wanneer hij het houten mannetje meeneemt de wereld in, begint de pop een bloederige kruistocht om “slechte mensen” uit te schakelen en zijn mensje te beschermen. Goedbedoeld, maar met verstrekkende gevolgen voor iedereen met een pols.
Pinocchio is al een tijdje publiek domein. Guillermo del Toro’s Pinocchio (2022) bewees nog dat je met het personage van de Italiaanse schrijver Carlo Collodi iets persoonlijks en groots kunt maken. Maar del Toro had 35 miljoen dollar, artistieke ambities en een heel leven aan filmbagage. Frake-Waterfield had naar verluidt 500.000 euro en de ambitie om een slasherfilm te maken met een houten pop. Geen oorspronkelijk verhaal navertellen, gewoon lol trappen. Pinocchio is hier geen Terrifier-achtig monster maar eerder een wezen dat denkt goed te doen, wat de film automatisch in een humoristisch register duwt. De toon is de eerste twintig minuten nog vrij serieus, maar zodra Pinocchio een fitnessruimte binnenwandelt en we worden getrakteerd op een vijf minuten lange gore-sequentie die nergens op slaat, weet je hoe laat het is: dit is een film die plezier wil maken met zijn houten protagonist, niet één die je de stuipen op het lijf jaagt. Een gemiste kans? Ongetwijfeld. Maar er is zeker een publiek voor, ook al ben ik zelf niet meteen fan van dit genre.
Wat de film na de eerste dertig minuten recht houdt, is de aanwezigheid van de Britse veteraan Richard Brake. Met zijn imposante gestalte en zijn grauwe stem brengt hij een heerlijk geflipte versie van Geppetto; de man druipt van de gravitas. Haal hem weg en je houdt nauwelijks nog iets over om naar te kijken, ook al levert de jonge Cameron Bell een uitstekende vertolking af. Dan is er nog Robert Englund, die een kleine rol vertolkt als stemacteur voor een krekel. Zou je het niet weten bij de aftiteling, je zou het nooit raden. Op het festival waren ook de twee scream queens Karolina Knight en Kelly Rian Sanson aanwezig. Ze waren sympathiek, maar met zo weinig schermtijd dat dit niet de film zal worden die hen naar grotere projecten katapulteert.
De animaties ogen wat houterig, maar dat past wel bij een houterig figuurtje als Pinocchio, dus laten we dat maar als opzettelijk beschouwen. Veel effecten zijn gezien het bescheiden budget behoorlijk geslaagd. Tijdens de aftiteling worden we zelfs getrakteerd op making-of-beelden; alsof de makers willen zeggen: “Kijk, we hebben dit echt zelf gedaan!” En dat is precies de charme van het geheel: een stel vrienden dat op een filmset keihard plezier maken. Met een budget van 500.000 euro zal Pinocchio: Unstrung ongetwijfeld een absolute box-office hit worden. De eerste Winnie-the-Pooh-film kostte circa 50.000 euro en bracht 7,7 miljoen dollar op. Deze heeft meer middelen en zal de grens van 10 miljoen wellicht moeiteloos overschrijden. Vergelijk dat eens met del Toro’s productiebudget van 35 miljoen, waarvan de film tijdens zijn bioscooprelease amper 100.000 dollar opbracht voor hij een maand later op Netflix werd verscheept. Zoals ze zeggen: de markt spreekt.
Kortom, Pinocchio: Unstrung is niet de film die me ’s nachts wakker houdt van opwinding, maar ik heb respect voor wat Frake-Waterfield en zijn team met schaarse middelen hebben neergezet. Op het festival liet de regisseur nog weten dat hij een script klaar heeft voor wanneer Superman in het publieke domein terechtkomt. Laten we hoop houden dat hij daarvoor eindelijk eens een échte scenarist kan strikken; iemand die een verhaal kan uitwerken van het begin tot het einde zonder halverwege de weg kwijt te geraken in een gore-sequentie. De toekomst zal het uitwijzen. De film ging gisteren 11 april 2026 in première en is nog volop op zoek naar distributeurs.
Review Pinocchio: Unstrung (2026)
Recensie door Dave op 12 april 2026

Please, geen nieuwe Superman !