The Home (2025) is de nieuwste film van James DeMonaco, de man die de wereld de The Purge (2013)-franchise gaf, een reeks die begon als een slimme kapitalismekritiek en eindigde als een soort uitgemolken verstand-op-nul sequels. Die ideologische bagage sleept DeMonaco mee naar zijn nieuwste project, een horrorfilm die zich afspeelt in een bejaardentehuis in de staat New York en die werkelijk razend is op de babyboomgeneratie. Of dat genoeg is om een goede film van te maken? Dat is een andere kwestie.
Korte inhoud: Max (Pete Davidson) is een getraumatiseerde jongeman uit het pleeggezinnensysteem wiens pleegbroer Luke jaren geleden zelfmoord pleegde, iets wat hem tot op de dag van vandaag als een tattoo op zijn borst bijblijft (letterlijk!), want hij heeft de woorden “thicker than blood” permanent in zijn vlees laten kerven. Na een arrestatie voor graffiti op een gebouw maakt zijn pleegvader een deal met de rechtbank: in plaats van gevangenisstraf gaat Max vier maanden als conciërge aan de slag bij Green Meadows, een rusthuis in de buitenwijken. Wat begint als een vrij aangenaam verblijf tussen witte haren en rollators, verandert snel in een paranoia-spiraal als Max ontdekt dat de vierde verdieping verboden gebied is, dat bewoners nachtelijke masker-orgiën houden, en dat een mysterieuze online bron hem wanhopig probeert te waarschuwen. En dan begint het pas echt raar te worden.
Om DeMonaco recht te doen: The Home heeft een echt goed idee in zijn buik. Net zoals The Purge-films klassenstrijd vermomden als grotesk spektakel, wil The Home iets zeggen over de generatiekloof en de manier waarop de oudere generatie de toekomst van de jongere heeft verkwanseld. Max murmelt op een gegeven moment iets als “fucking boomers” onder zijn adem, en dat is precies de toon die DeMonaco nastreeft: woedend, laagdrempelig en ongenuanceerd. Het thema van klimaatverandering sluipt de film binnen via nieuwsuitzendingen over een naderende orkaan, maar nooit expliciet genoeg om echt te landen. Het is alsof DeMonaco een essay wilde schrijven maar halverwege besloot dat er toch maar bloed en oogvocht bij moest. Dan is er de kwestie-Davidson. De voormalige Saturday Night Live-vaste waarde bewees in The King of Staten Island (2020) dat hij een aangenaam naturalistisch acteur is in een halfautobiografische context, en zijn kleine rol in Bodies Bodies Bodies (2022) toonde dat hij niet te beroerd is voor pitchblack horror. Hier is hij echter de volledige dragende kracht, en dat is een te zwaar gewicht voor zijn schouders. Davidson speelt Max met een soort slaapwandelende onverschilligheid die soms als naturalistisch bedoeld lijkt, maar bij spanningsdragende scènes aanvoelt als iemand die zijn lijnen van een autocue leest. Er zit geen intensiteit in, geen urgentie. Maar het is ook gedeeltelijk het script dat hem in de steek laat, want Max is geschreven als een slippery slope van trauma’s en plotfuncties in plaats van een mens.
De ondersteunende cast doet het gelukkig beter. John Glover als de excentrieke oud-toneelspeler Lou is een genot om naar te kijken, met precies de juiste hoeveelheid theatrale kapsones. Mary Beth Peil als de hartelijke maar geheimzinnige Norma brengt de enige echte emotionele warmte in de film, en het is ook geen toeval dat de scènes die het diepst snijden die zijn waarbij zij betrokken is. Bruce Altman als de dubieuze dokter Sabian is degelijk maar onderbenut; net zoals zoveel ideeën in deze film. Het make-up- en praktische effectenteam verdient een apart woordje lof: de vierde verdieping met zijn in rolstoelen hangende, druipende ouderlingen is een echt gestoorde tableau, en het bloederig slotgeweld heeft iets van een geestesziek schilderij dat plotseling tot leven komt.
Maar de fundamentele zwakte van The Home is dat DeMonaco en co-schrijver Adam Cantor te veel tegelijk willen. De film probeert een paranoiathriller te zijn, een occult horrorverhaal, een sociale satire, een psychologisch drama én een generatiemanifest; en slaagt in geen van die ambities volledig, en ik ben nog vriendelijk in mijn omschrijving. Het scenario strooit met plotlijnen als confetti op een bruiloft, voert personages aan die er alleen zijn om informatie door te geven en daarna te verdwijnen, en torst een twist die, hoewel niet oninteressant in zijn concept, als een ballon leegloopt omdat de aanloop er niet voor heeft gewerkt. Dat de film zichzelf in zekere zin bewust als “slechte film” profileert of beter een soort gecontroleerde B-movie-stupiditeit, is eenmogelijkheid, maar dat excuseert niet dat de eerste twee derde van de 95 minuten aanvoelen als een studentenkortfilm die nog zoekende is naar de zin van ditalles. En een grap waarvan je een uur en tien minuten moet wachten op de clou, is een slechte grap.
The Home haalde slechts één miljoen dollar op in zijn openingsweekend in de VS, en eindigde tiende in de box office. De film heeft zijn hart op de juiste plek, zijn woede is oprecht en zelfs bewonderenswaardig, en er zitten momenten in die je niet snel vergeet. Maar goede intenties en wat gore zijn helaas niet hetzelfde als een goede film. Pete Davidson pakt zich maar best na dit halfbakken prent. De film is te zien op het BIFFF op donderdag 9 april 2026 om 20:30.
Review The Home (2025)
Recensie door Alexander op 5 juni 2025

Die stond op mijn lijstje van films die ik wou zien.
Hopelijk snel op Netflix
De trailer is wel intrigerend