Zondag 15 maart 2026, de Dolby Theatre in Hollywood. Een nacht die je niet snel vergeet, zelfs niet als je al jaren meewarig je wenkbrauwen optrekt bij de Academy Awards. Want eerlijk is eerlijk: de 98ste uitreiking van de Oscars was geen doorslagje van de vorige. Ze was politiek geladen, historisch verankerd, en voor één keer leek Hollywood zichzelf te overtreffen door twee grote, originele films tegelijk in de schijnwerpers te zetten, twee films van dezelfde studio nota bene (Warner Bros – dat binnenkort door Paramount Skydance wordt overgenomen voor de astronomische som van 111 miljard dollar). Paul Thomas Anderson en Ryan Coogler deelden de avond zoals twee veteranen na een gevecht: met respect, een knipoog en genoeg glorie voor allebei.


© Warner Bros
Het stof is neergedaald op Anderson’s One Battle After Another (2025), de grote winnaar van de avond met zes Oscars, waaronder Beste Film. Het is een losjes op Thomas Pynchon’s roman Vineland gebaseerde zwarte komedie-actieprent, waarin een uitgebluste ex-revolutionair gespeeld door Leonardo DiCaprio, uit zijn stoned bestaan wordt gerukt wanneer zijn dochter (filmdebutante Chase Infiniti) het doelwit wordt van de snode kolonel Steven J. Lockjaw (Sean Penn). Denk aan een bruisend mengsel van politieke paranoia, ouderliefde en voluit screwball-actie, gefilmd in het nostalgische VistaVision-formaat. Ja, het is één van Anderson’s meest entertainende films ooit. Dat zegt genoeg.
Het gaf Anderson na maar liefst elf nominaties en 28 jaar wachten eindelijk zijn eerste, tweede én derde Oscar mee naar huis: voor Beste Regie, Beste Bewerkt Scenario en Beste Film. In zijn speech verwees hij ontroerend naar zijn kinderen: hij had de film geschreven als een soort verontschuldiging voor de troep die zijn generatie voor hen heeft achtergelaten. En daarna, zoals het een Anderson betaamt: “What a night, you guys. Let’s have a martini.” De camera sneed naar Steven Spielberg in de zaal, die als een tiener op een popfestival met zijn handen zijn mond gebruikte als megafoon. Zelfs de grote namen kunnen niet stoppen met hopen dat PTA hen nog eens ooit nodig heeft.
Maar laat je niet misleiden: de avond was geen eenzijdige show. Coogler’s Sinners (2025); de vampierhorror die zijn wortels heeft in de Jim Crow-era Mississippi Delta trok maar liefst vier Oscars binnen, waaronder Beste Acteur voor Michael B. Jordan, Beste Originele Scenario voor Coogler zelf, Beste Originele Score voor Ludwig Göransson, en een historische overwinning in de categorie Beste Cinematografie voor Autumn Durald Arkapaw, de eerste vrouw ooit die die beeldje in ontvangst mocht nemen. Arkapaw filmde Sinners op 65mm met IMAX- en Ultra Panavision 70-camera’s en droeg de camera van 30 kilo grotendeels zelf. Als dat geen reden is voor een staande ovatie, dan weet ik het ook niet meer. Arkapaw’s vader heeft Creoolse roots in New Orleans en Mississippi; precies daar waar Sinners zich afspeelt. De film raakt het persoonlijke en het historische op een manier die alleen de beste cinema dat kan.
Jordan vertolkte zowel Smoke als Stack, twee broers, één acteur, dubbele perfectie. Het was zijn eerste Oscar-nominatie ooit, en hij won meteen. Dat overkomt een knappe jonge A-lister zelden; de Academy laat ze normaal gezien nog wat langer spartelen (vraag maar aan Leonardo DiCaprio hoeveel jaar hij moest wachten). Jordan noemde in zijn dankwoord Sidney Poitier, Denzel Washington, Jamie Foxx en Halle Berry, de reuzen op wier schouders hij staat. Zijn winnende woorden waren eenvoudig maar krachtig: je wedt op mij, ik blijf de beste versie van mezelf worden. Respect.
Intussen voltooide Jessie Buckley haar sweep van het awardseizoen; Golden Globe, BAFTA, Critics Choice, en nu ook de Oscar, voor haar rol als Agnes in Hamnet (2025), de historische drama van regisseur Chloé Zhao, gebaseerd op Maggie O’Farrell’s roman over het gezin van William Shakespeare. Buckley speelt Agnes, een moeder die rouwt om de dood van haar zoon, en ze doet dat met de soort rauwe kracht die je aan de stoel nagelt. “This is kind of a big deal,” zei ze zelf vanop het podium, met die typisch Ierse no-nonsense. Het was Mother’s Day in het Verenigd Koninkrijk, voegde ze er laconiek aan toe. Zelfs timing heeft ze onder controle.
De politieke toon van de avond was moeilijk te missen, al probeerde gastheer Conan O’Brien alles luchtig te houden. Hij opende de show verkleed als het personage Aunt Gladys uit horrorfilm Weapons (2025) en slaagde erin om grappen over artificiële intelligentie en contentmakers te flansen met echte bezorgdheid over de staat van de wereld. “These are very chaotic, frightening times,” zei hij rustig in zijn openingsmonoloog. Dat hij daarna nog een sketch mocht spelen waarin hij in een verbrandingsoven wordt geduwd en wordt vervangen door YouTuber Mr. Beast als nieuwe “lifetime host”… , dat is typisch Conan. Serieus en absurdistisch tegelijk, en hij doet het beter dan wie ook.
De documentaireprijzen leverden de scherpste politieke momenten op. Mr. Nobody Against Putin won Beste Documentaire Feature, en zijn regisseurs spraken onomwonden over de gevaren van complicititeit en oligarchisch mediabeheer. De korte documentaire All the Empty Rooms, over de slaapkamers van kinderen die bij schietpartijen om het leven kwamen, bracht de moeder van een Uvalde-slachtoffer het podium op. Niemand lachte. Javier Bardem, als presentator voor de categorie Beste Internationale Film, liet weinig aan de verbeelding over: “No to war and free Palestine.” Groot applaus in de zaal. Dat zegt ook iets over de tijdsgeest.
De rest van de avond bracht nog een handvol opmerkelijke momenten. KPop Demon Hunters (2025) won zowel Beste Geanimeerde Film als Beste Origineel Lied voor “Golden”, het eerste K-poplied ooit dat een Oscar mee naar huis neemt. De acceptatiespeech werd helaas weggespeeld voor de winnaars klaar waren, wat K-pop-fans terecht razend maakte. Amy Madigan won Beste Vrouwelijke Bijrol voor haar ontspoorde Aunt Gladys in Weapons (2025), een personage waarvoor Cregger haar, naar eigen zeggen, de vrije hand gaf. En de eerste ooit uitgereikte Oscar voor Beste Casting ging naar Cassandra Kulukundis voor haar werk op One Battle After Another. Dat het zo lang heeft geduurd om casting directors te erkennen, is bijna grappig als het niet zo schrijnend was.
Hier is de volledige lijst.
Wel grof van Sean Penn om zijn kat te sturen. Op z’n minst doe je het voor de voltallige cast en crew die aan de film heeft gewerkt.
Verdiende winnaar als je de andere films ziet, maar een groot jaar vond ik het toch niet
Worst host monologue ever…