Er zijn van die filmprojecten waarbij je als bioscoopganger even twee keer moet knipperen met je ogen. Deep Water (2026), niet te verwarren met die andere Deep Water (2022), is zo’n geval. Want wanneer de man die ooit Deep Blue Sea (1999) maakte, nog steeds één van de meest onderhoudende haaienfilms sinds Jaws (1975), keert na na meer dan vijfentwintig jaar terug naar hetzelfde territorium, dan hoef je dat als filmliefhebber niet twee keer te zeggen. Renny Harlin, de Finse actieregisseur die Hollywood in de jaren negentig meer dan eens liet bibberen met Die Hard 2 (1990), Cliffhanger (1993) en The Long Kiss Goodnight (1996), is terug. En hij neemt zijn haaien mee.
Korte inhoud: Het verhaal is even eenvoudig als doeltreffend: een internationale vlucht van Los Angeles naar Shanghai eindigt rampzalig boven de Stille Oceaan. Het vliegtuig stort neer, de overlevenden klauteren uit het wrak, en ontdekken algauw dat ze niet alleen zijn in het water. Een zwerm hongerige haaien heeft namelijk ook het nieuws gekregen dat er gratis lunch is aangespoeld. De terreur begint, de adrenaline stijgt, en niemand heeft meer zin in zijn in-flightmaaltijd.
Harlin is geen onbekende op dit terrein, en dat mag rustig wat letterlijker worden genomen dan gewoonlijk. Zijn terugkeer naar het haaiensgenre is geen toevalligheid: het is een bewuste keuze van een regisseur die zelf heeft verklaard dat hij Deep Water heeft gemaakt als eerbetoon aan de rampenfilms van de jaren zeventig; die kleurrijke, door catastrofe geobsedeerde producties waar een bont gezelschap personages samen in de put belandde en er samen weer uit moest proberen te kruipen. Dat recept is niet nieuw, maar in de handen van iemand die weet hoe hij een set piece in elkaar steekt, kan het nog altijd werken als een trein. Of in dit geval: als een neerstortend vliegtuig.
De cast doet meer dan alleen drijven. Aaron Eckhart speelt de piloot die als eerste zijn jas uittrekt en besluit iets nuttig te doen; overlevenden zoeken, haaien vermijden, dat soort heroïsch gedoe. Eckhart is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een betrouwbare acteur in het genre van de strak geregisseerde B-actiethriller, en zijn aanwezigheid tilt dit soort films automatisch een niveau hoger. Maar het echte gespreksonderwerp is de casting van Ben Kingsley in een ondersteunende rol. Een Oscarwinnaar in een haaienfilm. En nee, dat is geen belediging. Dat is eigenlijk best knap. Kingsley, die zijn carrière begon met Gandhi en die sindsdien moeiteloos schakelt tussen serieuze rollen en popcorncinema, geeft het geheel een onmiskenbaar gewicht. Verder zijn er Molly Belle Wright, Angus Sampson en Kelly Gale, een internationale mengelmoes die de globale pretentie van het project onderstreept.
Het scenario is het werk van Pete Bridges en Shayne Armstrong & S.P. Krause, waarbij het niet onvermeld mag blijven dat de ontstaansgeschiedenis van dit project een opmerkelijk kronkelpad heeft gevolgd. Deep Water begon ooit als een geplande spin-off van de Australische haaienfilm Bait (2012), maar werd in 2014 stilgelegd nadat de makers besloten dat een verhaal over een vliegtuig dat neerstort boven de oceaan wat té ongelukkig timing had in de nasleep van de verdwijning van Malaysia Airlines-vlucht MH370. Pas in 2023 werd het project nieuw leven ingeblazen, ditmaal onder de vlag van Simmons/Hamilton Productions; een samenwerking tussen Kiss-oprichter Gene Simmons en Arclight Films-voorzitter Gary Hamilton. Dat zijn toch twee namen die je niet elke dag in één zin tegenkomt in verband met een haaienthriller.
Wat Deep Water interessant maakt in het bredere landschap van het genre, is de context waarin het verschijnt. De markt voor haaienfilms is de afgelopen jaren overspoeld geraakt met matige streamingproducties, een lawine van direct-to-video-troep waarbij de haaien computermatig zijn en de spanning ver te zoeken. Deep Water lijkt die reflex bewust te willen doorbreken met een volwaardige theatrale release op 1 mei 2026 en een aanpak die meer leunt op praktische spanning dan op digitale karikaturen. De vergelijking met No Way Up (2024) – een andere vliegtuigcrash-haaienfilm die net voordien verscheen – dringt zich op, maar Harlin heeft duidelijk meer middelen en meer ervaring dan die productie. Of dat ook zichtbaar wordt op het scherm, moet de praktijk uitwijzen.
Harlin zelf heeft verklaard dat hij een film wilde maken met “epische actiescènes en veel hart”, en dat het vliegtuigongeluk waarmee de film opent een van de meest spectaculaire sequenties is die hij ooit heeft gefilmd. Producent Bob Yari van Magenta Light Studios sloot zich daarbij aan en beloofde een bioscoopervaring die “de spanning messcherp houdt.” Dat klinkt als standaard marketingpraat, maar Harlin’s track record geeft hem de nodige geloofwaardigheid. De man weet hoe een set piece werkt. Hij heeft het bewezen met Die Hard 2, bewezen met Cliffhanger, en hij bewees het in 1999 met het nu al iconische moment in Deep Blue Sea waarbij een monoloog van Samuel L. Jackson op een heel onverwachte manier werd onderbroken door een heel erg hongerige haai. Als Harlin dat soort punch opnieuw kan leveren, dan heeft Deep Water meer dan genoeg reden van bestaan.
