Er zijn van die tv-series waarvan de intrige je voldoende prikkelen om de eerste 3 afleveringen te bekijken, maar nadoen besef je dat de scenaristen eigenlijk niet echt veel te zeggen hebben. En toch blijf je kijken omdat je nu toch wil weten hoe alles afloopt. “Paradise” (2025), de achtdelige reeks van Dan Fogelman op Disney+, is precies zo’n serie. Glanzend, goed gespeeld, soms ronduit belachelijk, en toch blijf je kijken. Dat is ofwel een compliment ofwel een aanklacht tegen je eigen wilskracht. Waarschijnlijk beide. In ieder geval is ondertussen het tweede seizoen te zien.
Korte inhoud: Paradise draait rond Secret Service-agent Xavier Collins (Sterling K. Brown), de lijfwacht van ex-president Cal Bradford (James Marsden), die op een ochtend doodgeslagen wordt aangetroffen in zijn goed beveiligde slaapkamer. Het verhaal speelt zich af in de gemeenschap “Paradise”: een idyllisch Amerikaans stadje met zonnige lanen, nep-eendjes op het meer en een kunstmatige hemel; want het hele geval zit ondergronds in een uitgeholde berg in Colorado. Na een reeks klimaat- en door de mens veroorzaakte rampen is de buitenwereld onbewoonbaar geworden, en zijn de 25.000 gelukkigste (lees: rijkste) Amerikanen hier ondergebracht. Xavier probeert de moordenaar te vinden terwijl hij zelf verdachte nummer één is, en regelmatig gaat de tijdlijn in flashback om te tonen hoe alles zo ver is kunnen komen.
Het concept achter de serie van een postapocalyptische bunker vol elites, bestuurd door een ijskoude techmiljardaire, zit beter in elkaar dan het in eerste instantie lijkt. Fogelman, de man achter het sentimentele familiemonstrum “This Is Us” (2016), heeft ditmaal geen tranen over weeskinderen en sterfbedden nodig om je aandacht vast te houden. Hij kiest voor iets dat je een “bourgeois Silo” zou kunnen noemen: “Silo” (2023) maar dan voor mensen die zeker weten dat hun ondergrondse appartement nog steeds een marmeren aanrecht heeft. Het gegeven is absurd op een manier die eigenlijk perfect aanvoelt voor onze tijdgeest: de wereld vergaat, maar de échte elite heeft gewoon een schuilkelder laten bouwen met stocks van topwhisky en gesimuleerde zonsondergangen. De sociale kritiek sluipt er zo in dat je het bijna niet door hebt, en dat is eerder een compliment voor Fogelman dan een beschuldiging.
Het grote probleem is alleen dat die kritiek nooit echt bijt. “Paradise” belooft iets te zeggen over oligarchie, over de verhouding tussen macht en overleving, over wat het betekent als een handvol miljardairs beslist wie er mag leven, maar telkens als de serie op het punt staat écht te snijden, kiest ze voor een volgende twist of een emotionele flashback. De antagoniste Samantha “Sinatra” Redmond (Julianne Nicholson), een onheilige versmelting van Elon Musk en Elizabeth Holmes, maar dan mét gevoel voor stijl, is het meest intrigerend wanneer ze complex blijft. Nicholson speelt haar met die kille intensiteit die je ook in Mare of Easttown bewonderde, maar zodra het script haar als regelrechte schurk neerzet en ze zichzelf met een rechte rug een “Bond villain” noemt, verlies je het gevoel dat er hier iets werkelijks op het spel staat. Het is jammer, want de beste momenten van de serie zitten precies daar waar de morele ambiguïteit volgehouden wordt.
Sterling K. Brown is, zoals verwacht, de reden waarom dit alles draaiende blijft. Hij speelt Xavier als iemand die permanent op het punt staat iets te doen wat hem zal opbreken, maar zichzelf streng in de hand houdt; een combinatie van stoïcisme en ingehouden verdriet die je aan de schermen nagelt. Zijn chemie met Marsden, die president Bradford speelt als een aantrekkelijke whiskyverslaafde met te veel geweten voor zijn eigen goed, is oprecht een van de fijnste presidentiële bromances die de televisie de laatste jaren heeft voortgebracht. Bradford is een soort Gen-X Jed Bartlet die ook van Die Hard (1988) houdt: de president bij wie je een pintje zou willen drinken, maar die er inmiddels zelf vijf te veel op heeft. Marsden heeft de kans om écht zijn tanden te laten zien in de zevende aflevering, een zenuwslopende reconstructie van de dag waarop de wereld eindigde, en hij grijpt die met beide handen. Die aflevering alleen al rechtvaardigt de tijd dat je aan de serie zal verslinden.
Daar tegenover staat dat de serie soms kwetsbaar is voor precies de gebreken waarvoor het Fogelman-universum berucht is: emotionele manipulatie via trauma plots, flashbacks die meer dienen om tranen te trekken dan om personages te verdiepen, en popcultuurreferenties die zo gretig zijn dat ze op den duur ongemakkelijk worden. De ’80s rocknummers (Eye of the Tiger”, “More Than Words”, “Another Day in Paradise”) die doorheen de reeks opduiken, eerst in originele versie en dan in ijle, gefluisterde covers door vrouwenstemmen, zijn zo’n keuze. Als stijlelement zou het kunnen werken, maar de serie gebruikt het eerder als emotionele vlinderhamer dan als subtiel commentaar. En het moment waarop Xavier op dramatisch piano-geklingel de regie van het verhaal herneemt terwijl een soulful cover van “Eye of the Tiger” klinkt, is werkelijk iets dat je moet meemaken om te geloven. Het is het soort scène dat je even doet nadenken of je misschien in een parodie terechtgekomen bent.
Wat “Paradise“ wél goed doet, is tempo. De serie is zo geconstrueerd dat je altijd wil weten wat er net ná de credits komt. De mysteries zijn slim genoeg opgezet met verdwenen voorwerpen, gehackte beveiligingscamera’s, een moord die in een ruimer puzzelkader zit dan aanvankelijk vermoed, en de reeks beheert de informatiestroom vakkundig. Fogelman speelt hier het “Lost”-spel zonder zijn publiek te frustreren zoals Lost (2004) dat op het einde deed: je voelt dat er een plan achter zit, dat de antwoorden er werkelijk zullen komen. Dat is een relatief zeldzame kwaliteit in het huidige streaminglandschap, waar “mysteries” soms gewoon onzorgvuldigheid zijn die men vergeet op te lossen. Therapeute Gabriela Torabi (Sarah Shahi), die het geestelijk welzijn van de Paradise-bewoners bewaakt met een glimlach die iets te breed staat voor iemand zonder bijbedoelingen, is ook zo’n personage dat je voortdurend wil blijven peilen.
“Paradise” is geen meesterwerk. Het is een intelligente maar ongelijke serie die regelmatig struikelt over zijn eigen ambities, die meer belooft dan ze kan waarmaken op het vlak van wereldbouw en ideologische scherpte, en die soms verward lijkt over welk soort serie ze eigenlijk wil zijn; politieke thriller, whodunit of dystopische sciencefiction. Maar het is ook de soort serie die je ondanks alle bezwaren, ondanks de piano-cover van Eye of the Tiger, ondanks de nep-eendjes, op een zaterdagavond in één ruk doorwerkt. En soms is dat genoeg. Sterling K. Brown zorgt ervoor dat het genoeg is. Het eerste seizoen werd uitgebracht op 26 januari 2025.
Review “Paradise” season 1 (2025)
Recensie door Dave op 2 maart 2026


Ik vond het wel een topserie, ben echt benieuwd naar het tweede seizoen. Sterke cast!
het begin en einde van de serie is goed, in het midden is het echt wel slaapverwekkend.