Er zijn films die je ziet en vergeet en dan zijn er films als deze The Deer Hunter (1978) die deze week 47 jaar geleden is uitgekomen. Dit zijn films die jarenlang blijven plakken op het netvlies. Michael Cimino maakte met zijn magnum opus iets wat je gerust een tijdbom in celluloid mag noemen: een film die bij de première al explosieven plantte in het collectieve bewustzijn van een natie die nóg niet goed wist hoe ze haar Vietnamese trauma moest verwerken. Vijfenveertig jaar later kijken we ernaar terug met de gelaagde blik van iemand die de schade kent; en toch blijft het scherm je bij de keel grijpen.
Korte inhoud: Het verhaal volgt drie Russisch-Amerikaanse staalarbeiders, Michael (Robert De Niro), Nick (Christopher Walken) en Steven (John Savage), uit het Pennsylvaanse mijnstadje Clairton. Ze drinken, werken, jagen op herten en gaan naar Vietnam. Dat laatste valt hen niet mee. Gevangen genomen door de Vietcong worden ze gedwongen om Russisch roulette te spelen: een pistool met één kogel, vijf lege kamers, jouw slaap, de trekker. Wie overleeft keert gebroken terug naar huis; wie dat niet doet, blijft achter in de chaos van een vallend Saigon. De film is driedelig: thuis, oorlog, thuiskomst; en duurt drie uur en drie minuten. Dat is geen film, dat is een levenservaring waar je niet om gevraagd hebt.
Laat ons beginnen bij wat Cimino goed doet, want dat is heel wat. De openingssequentie met een uitgebreide Russisch-orthodoxe bruiloft die zowat een uur van de film in beslag neemt, werd door heel wat critici verguisd als eindeloos en uitrekbaar. Maar die mensen misten het punt volledig, zoals je een hert kunt missen. Cimino laat je die gemeenschap binnendringen. Je leert die mannen kennen in hun rituelen: het werk, het bier, de kerk, de jacht. Je leert hoe ze aan elkaar hangen. En dat is noodzakelijk, want pas als je begrijpt wat er verloren gaat, voelt de oorlog als een echte amputatie. De figuranten op die bruiloft kregen de opdracht lege dozen als geschenken mee te brengen voor de bruiloft-decoratie, maar de meeste kwamen opdagen met échte cadeaus, tot Cimino’s stomme verbazing. Zo’n film lok je niet, die leeft gewoon. En in zekere zin is het ook een knipoog naar de begingsequentie van The Godfather (1972), waarin iets gelijkaardigs plaatsvond.
Dan is er de beroemde Russisch-roulette-scène. Het kloppende hart van de film, en ook het meest omstreden element. Cimino bedacht deze marteling zelf; er is geen historisch bewijs dat de Vietcong dit ooit gebruikten. Bepaalde critici waren woedend en noemden de film een “misdaad tegen de werkelijkheid”, anderen verdedigden de scène als symbolisch en thematisch sluitend: de ene-kogel-code waarmee Michael zijn herten schiet, doorgetrokken naar zijn ultieme levenstest. En dat is net het geniale én het duistere van Cimino’s keuze. Het klopt thematisch perfect en het klopt historisch helemaal niet. De scène werkt als expressionistische metafoor voor een oorlog die de grens tussen moed en waanzin uitwiste; maar je moet wel bereid zijn de stap te zetten van documentaire naar parabool. De scene was ook heel rauw in beeld gezet. De klappen die de acteurs in de gevangenisstudio kregen, waren echt. Christopher Walken werd zonder waarschuwing geslagen voor een opname; zijn gezichtsreactie is dus volledig authentiek.
Over acteren gesproken: de cast van deze film is ronduit bespottelijk goed. Robert De Niro speelt Michael in drie fasen – vóór, tijdens en na de oorlog – en slaagt erin drie aparte mensen neer te zetten terwijl het steeds dezelfde man blijft. Zijn stilzwijgen is expressief, zijn lichaamstaal spreekt boekdelen, en zijn baard in het laatste deel doet dat iets minder – ook al werd een baard bij veteranen in die periode eigenlijk niet aanvaard, maar zoals gezegd, deze film is geen authentiek portret. Christopher Walken won terecht de Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol: zijn Nick gaat van levenlustig naar holle ogen in slow motion, als een kaars die van binnenuit wordt opgegeten. Walken at tijdens de opnames bijna uitsluitend water, rijst en bananen om die uitgewoonde blik te verkrijgen. Het werkte perfect. En dan is er Meryl Streep, die de rol van Linda eigenlijk zelf schreef. Cimino gaf haar simpelweg de opdracht haar eigen dialoog te bedenken. Haar karakter is op papier generisch, “het meisje dat wacht”, maar Streep maakt er een volledig mens van. Dat ze hiervoor een Oscar-nominatie voor Beste Bijrol sleepte, stond op dat moment al vast.


© EMI Films
Dan is er de onvermijdelijke controverse. Bij de Oscars in 1979 stonden er demonstranten met borden voor de Dorothy Chandler Pavilion: “No Oscars for racism”, “The Deer Hunter a bloody lie”. In Berlijn liepen de Sovjet-delegatie en haar satellietstaten woedend weg uit het festival. Jane Fonda noemde de film de “racistische Pentagonversie van de oorlog”, zonder hem nota bene gezien te hebben, zoals later bleek. Sommigen diagnosticeerden de film als “een uiting van homo-erotische paniek”, een analyse die meer zegt over hun eigen obsessies dan over de film. Het verwijt dat The Deer Hunter “de oorlog retroactief wint” voor Amerika door de Vietcong als sadistische monsters te portretteren zonder de Amerikaanse gruwelen te tonen, is begrijpelijk maar uiteindelijk een doodlopend straatje. De film gaat niet over de oorlog als politiek fenomeen; hij gaat over drie mannen wier wereld kapotgaat. Cimino zei zelf dat het een parabel was, geen journalistiek verslag. Je mag hem daarvoor haten, maar je mag hem er niet op beoordelen alsof het een documentaire is.
Wat de film wél kwetsbaar maakt voor kritiek, is zijn structurele ongelijkheid. Het derde deel (de thuiskomst, Saigon in chaos, de finale) sukkelt in vergelijking met de vorige twee. De scène waarin Michael door een vallend Saigon wandelt alsof hij een krantenjongen is die zijn ronde doet, is weinig geloofwaardig. En het scenario, geschreven door Deric Washburn in een maand tijd op basis van televisiebeelden van de oorlog – “ik had geen tijd voor research,” bekende hij later – vertoont duidelijk de littekens van die haast. De personages spreken nauwelijks over wat hen drijft; ze drukken zichzelf uit in rituelen en zwijgen verder. Dat is enerzijds een stijlkeuze, anderzijds een zwakte. Gelukkig compenseert het acteerwerk elke scène die de pen tekortschoot. Cinematograaf Vilmos Zsigmond fotografeert zowel de grauwe staalovens als de groene heuvelruggen van de Cascades met een duizelingwekkend oog. De jachtscènes die in werkelijkheid opgenomen waren bij Mount Baker in Washington, niet Pennsylvania, zien er zo hemels uit dat je begrijpt waarom mannen hiernaartoe vluchten als de wereld te zwaar wordt.
En dan, na drie uur ellende, tranen en geweerschoten, zitten de overlevenden rond een tafel en zingen ze. Het is geen triomf; het is geen ironie. Het is iets ertussenin. Mensen die geen andere taal meer hebben dan een dronken volkslied om te zeggen dat ze er nog zijn. De film zou ons niet moeten bewegen door zijn portrettering van de Vietcong (want hierin is de film nogal hard voor de Vietnamezen en poeslief voor de Amerikanen), maar door wat het zegt over een samenleving die na alles wat ze heeft doorgemaakt nog steeds kiest voor sentimentaliteit boven morele moed. The Deer Hunter won vijf Oscars en inspireerde naar verluidt ook (spijtig genoeg) achtentwintig mensen om zelf Russisch roulette te spelen. Dus ja, over de film kan je héél veel kritiek hebben, maar tegelijk is het ook de kracht ervan. En als je het kan zien als een metafoor dan is het echt wel een meesterwerkje. Cimino schoot één keer raak. Het was genoeg om de wereld te veranderen; en zichzelf daarna, met Heaven’s Gate (1980), vakkundig in de voet te schieten. Op 26 mei 2020 is de film uitgekomen op 4k UHD.
Review The Deer Hunter (1978)
Recensie door Dave op 26 februari 2026

De film is minder goed dan The Godfather omdat het toch wel wat aanvoelt als een platte propaganda film.
Dit is de filmografie van John Cazale. Indrukwekkend
The Godfather
The Conversation
Godfather 2
Dog Day Afternoon
The Deer Hunter
lol. Ik dacht dat de film gebaseerd was op waar gebeurde zaken 😮