Er is een quote in Aliens (1986) waarin Ripley zegt: “You know, Burke, I don’t know which species is worse. You don’t see them fucking each other over for a goddamn percentage.” En na het zien van deze serie denk ik dat dit zowat de insteek was. “Alien: Earth” (2025) is de laatste nieuwe poging om een iconische filmfranchise naar het kleine scherm te vertalen, en showrunner Noah Hawley – de man die eerder al de Coen Brothers-klassieker omtoverde tot de briljante televisieserie Fargo (2014) – had duidelijk grote ambities met een serie die het scala van aliens en synthetische wezens ging vergroten alsook verschillende horror-elementen bijeen te brengen (de body-horror; de horror om opgegeten te worden, de parasiet/zombie horror en uiteindelijk de morele horror of waartoe wij in staat zijn te doen). En voor 75% is hij hierin ook geslaagd. Ik heb ervan genoten maar ik besef ook tevens dat ze een weg zijn opgegaan dat seizoen 2 meteen een pak minder interessant zal maken.
Korte inhoud: Het jaar is 2120, twee jaar voor de gebeurtenissen van Alien (1979) van Ridley Scott. Vijf megabedrijven hebben de aarde verdeeld als een pizza waarover ze ruzie maken. Een Weyland-Yutani ruimteschip crasht in “Prodigy City” (het voormalige Bangkok), en laat een collectie buitenaardse wezens los, inclusief de xenomorfen. Tegelijk loopt er op een geheim eilandlaboratorium een troep “hybriden” rond: stervende kinderen wier bewustzijn is overgezet in supermenselijke synthetische volwassen lichamen. Ze zijn allen vernoemd naar de personages uit Peter Pan. Centraal staat Sydney Chandler als Wendy, de eerste hybride, die al snel merkt dat haar schepper, de geniale techbro Boy Kavalier (Samuel Blenkin), haar ziet als een lucratieve investering, geen mens. De rest is zuur bloed en existentiële vragen over wat het betekent mens te zijn, met af en toe een dodelijk buitenaards oogbol-octopus die voor de nodige afwisseling zorgt.
Laat ons beginnen met wat er wél werkt, want dat is alleen maar eerlijk. De production design is fenomenaal. Hawley heeft het retro-futuristische industriële design van het origineel bewaard, alsof H.R. Giger persoonlijk de interieurarchitect was. De xenomorph ziet er nog altijd uit als het meest verontrustende voortbrengsel van een Freudiaanse nachtmerrie; een dodelijke machine met te veel tanden. En dan is er Timothy Olyphant als de platinablonde synthetische Kirsh, een doodgrijnzer voor Rutger Hauer als Roy Batty in Blade Runner (1982), die met zijn doodkalme blik en perfect getimede sarcasme elke scène steelt. Elke aflevering sluit ook af met een heavy metal needle drop (de Black Sabbath-cue in de pilot is schitterend getimed) en ja, dat geeft de zaak een opvallende, zelfs verdienstelijke toon.
Maar dan. Dan begint Hawley zijn handen in te veel potten te steken, en de soep wordt lauw. De centrale these van de serie; dat xenomorfen eigenlijk zielige wezentjes zijn die gewoon niet begrepen worden, en dat de echte monsters de kapitalistische bazen zijn, is op zichzelf niet verkeerd. Die antikapitalistische insteek zit al van bij het begin ingebakken in de Alien-franchise: de arbeiders van de Nostromo waren al in 1979 wegwerpartikelen voor Weyland-Yutani. Hawley voegt daar weinig substantieels aan toe, behalve een Peter Pan-metafoor die zo expliciet is dat zelfs een kind van twaalf het begrijpt, … wat misschien ook de doelgroep is. Boy Kavalier als de ultieme techbro-schurk is wel gespeeld met aanstekelijke energie door Blenkin, maar het personage is zo karikaturaal dat hij dichter bij een slechterik uit een Disney Channel-film staat dan bij het koude korporatieve kwaad dat de franchise groot maakte.
Het grootste zonde van “Alien: Earth” is echter wat het bewust negeert. Hawley besliste vroeg in het project om de mythologie van Prometheus (2012) en Alien: Covenant (2017) – de filosofische prequels van Ridley Scott zelf – links te laten liggen. Zijn excuus: het was niet deel van zijn “DNA” van de franchise. Dat is een merkwaardige keuze, want de thema’s die hij in “Alien: Earth” wil verkennen (schepping, identiteit, de opstand van het gecreëerde tegen de schepper) zijn exact dezelfde thema’s die Scott en Michael Fassbender als de geniale, gestoorde android David al op magistrale wijze uitwerkten in die prequels. Wendy die opstandig wordt tegen haar vaderfiguur en vriendschap sluit met een xenomorph die ze moet vrezen? Dat is letterlijk wat David deed, maar dan met meer existentiële diepgang en minder schattige puppy-energie. Door die erfenis te verwerpen, probeert Hawley een beetje het wiel heruit te vionden, maar dan een stuk minder rond.
De beste aflevering is ook deze die de Maginot-crashsequentie reconstrueert en in wezen een liefdesbrief aan het originele Alien. En het is veelzeggend dat die aflevering de meeste franchiseloyaliteit toont én de minste hybride-kinderenverhaallijnen bevat. Want de hybriden, die zoveel schermtijd opeisen, zijn helaas ook het zwakste element. Volwassen acteurs die zich gedragen als kinderen in grote lijven is een concept dat snel zijn charme verliest, en de vraag of Wendy “vrienden kan zijn” met een xenomorph voelt aan als een concept voor een Pixar-productie, niet voor een franchise gebouwd op kosmische angst en lichaamsverschrikking. In het seizoensfinale leiden de hybriden zelfs een echte opstand aan, waarbij de xenomorfen als gewapende schoothondjes van dienst zijn. Het is uiteindelijk een soort Peter Pan meets Animal Farm, maar dan zonder de bitterheid.
Hawley is onmiskenbaar een talentvol televisiemaker. Hij heeft de bewijzen afgeleverd. Maar waar “Fargo” sterk stond omdat het de essentie van de Coen Brothers respecteerde én oversteeg, lijkt “Alien: Earth” gevangen te zitten tussen twee stoelen: te ambitieus voor pure franchise-fanservice, te kinderachtig voor de filosofische diepte die het pretendeert na te streven. De serie heeft momenten van echte spanning, uitstekende acteerprestaties en een prachtige productiedesign, en dan gooit ze dat allemaal overboord voor een boodschap die je in elke YA-dystopie-roman vindt: groot bedrijf slecht, kinderen goed, monstertje eigenlijk heel lief. In de woorden van de legendarische tagline van het origineel: in de ruimte kan niemand je horen schreeuwen. In “Alien: Earth” kan niemand je horen zuchten van teleurstelling. Maar Disney wil een tweede sizoen en ik ben benieuwd hoe ze dit schip gaan keren, want het heeft potentie en er steekt veel genialiteit in bepaalde narratieve keuzes. Maar dit is op de eerste plaats een ALIEN serie en niemand wil xenomorphs aan de leiband zien, toch? De serie kwam uit op 13 augustus 2025 en is nu te zien op Disney+.
Review “Alien: Earth” (2025)
Recensie door Dave op 25 februari 2026

Ik heb afgeaakt na episode 2, ik voelde dat deze serie was gemaakt voor kinderen
Visueel één van de beste series sinds de Dunes serie
Ik ga het misschien een kans geven, ook al waren de prequels voor mij niet zo mijn ding