Er valt nog altijd wel iets te zeggen over de Tweede Wereldoorlog, en dus is hier Pressure (2026), een nieuwe historisch drama van de Australische regisseur Anthony Maras, die bij zijn vorige film Hotel Mumbai (2018) bewees dat hij van beklemmende spanningsbogen zijn handelsmerk heeft gemaakt. De net verschenen trailer doet vermoeden dat dit wel eens één van de interessantere oorlogsfilms van het jaar zou kunnen worden – tenminste als het beloofde meer is dan gewoon heel veel mannen die ernstig kijken in een verduisterde kamer met kaarten op tafel.
Korte inhoud: Het verhaal speelt zich af in de 72 uur voor D-Day, op 6 juni 1944. Generaal Dwight D. Eisenhower (Brendan Fraser) moet beslissen of de grootste amfibische landing uit de geschiedenis doorgaat of wordt uitgesteld. Het cruciale probleem? Het Engelse weer, dat totaal niet meespeelt. De Britse meteoroloog Captain James Stagg (Andrew Scott), moet het meest consequente weerbericht ooit afleveren, terwijl zijn Amerikaanse collega Irving P. Krick (Chris Messina), opgewekt “zonnig en rustig” voorspelt. De film is gebaseerd op het toneelstuk uit 2014 van David Haig, die ook het scenario mede schreef samen met Maras.
Laten we beginnen met het meest opvallende aan deze trailer: de casting van Fraser als Eisenhower. De man staat 1m93 groot en weegt zo’n 110 kilogram; Eisenhower was een merkbaar bescheidener postuur, en bijgevolg misschien een wat “vreemde casting”. Nu, fysieke gelijkenis is uiteraard niet altijd de maatstaf voor een goede vertolking; kijk maar naar Gary Oldman als Churchill in Darkest Hour (2017). Het vraagt in ieder geval wel een acteur die zijn lichaamstaal en aanwezigheid zo weet te moduleren dat je de historische figuur gelooft. In de trailer ziet Fraser er gedegen en beheerst uit, met de zware last van zijn personage zichtbaar in elk gebaar. Of hij de volledige vijf meter kan maken over een volledige speelfilm, dat moeten we nog zien. Maar de man heeft wel voldoende acteertalent in zich. Veel zal ook afhangen van hoe de regisseur hem zal coachen.
Maar het is Andrew Scott die eigenlijke motor van de film moet zijn. Zijn Stagg is geen typische oorlogsheld: hij is een wetenschapper die met grafieken en barometers de lotgevallen van honderdduizenden mannen bepaalt. Scott, die intussen bewezen heeft in Ripley en All of Us Strangers dat hij moeiteloos complexe, inwendige personages draagt, lijkt hier opnieuw zijn register van ingehouden intensiteit aan te boren. De trailer laat hem zeggen dat “de stormen die ik beschrijf echt zijn, en de wreedheid van de natuur is echt” – wat klinkt als de soort zin die in de juiste mond werkt, en in de verkeerde mond naar slechte Oscar-bait ruikt. In Scotts mond werkt het.
Wat de trailer verder interessant maakt, is de keuze om dit als een kamerdrama te presenteren eerder dan als een spectaculaire oorlogsfilm. De slagscènes zijn er, maar ze worden gebruikt als dreigende horizon, niet als middelpunt. Oorlogskamers, kaarten op tafels, gedempt licht – Maras speelt bewust op hetzelfde veld als Darkest Hour. Maar waar die film Churchill centraal stelde als een bijna mythische figuur, gaat Pressure over iets subtielers: de wrevel en onzekerheid tussen bondgenoten, de spanning tussen de Britse en Amerikaanse meteorologische scholen, de menselijke feilbaarheid achter militaire beslissingen die in de geschiedenisboeken als “strategisch genialiteit” worden omschreven. Dat is een intelligentere, en eerlijkere, invalshoek. En voor zij die de geschiendeis van D-Day kennen, het was de Duitse Rommel die met al zijn ervaring dacht dat de geallieerden niet zouden aanvallen in zo’n slecht weer, en er even vandoor ging naar zijn vrouw in Duitsland in plaats van bij zijn mannen te blijven aan de westkust.
Er zijn ook vrouwen! Kerry Condon speelt Captain Kay Summersby, Eisenhowers persoonlijke assistent en vertrouwelinge. Condon is na haar Oscar-nominatie voor The Banshees of Inisherin één van de meest gevraagde Ierse actrices van het moment, en ook al krijgt haar personage in de trailer weinig schermtijd, haar aanwezigheid geeft gewicht aan de film. Damian Lewis speelt Veldmaarschalk Bernard Montgomery, een rol die hem op het lijf geschreven lijkt: Lewis is in zijn beste werk altijd net iets te zeker van zichzelf, een kwaliteit die Montgomery’s bekende arrogantie prima kan inkleuren. Het is een ensemble dat elk afzonderlijk lid zijn Oscar-campagne waard is, en dat is precies wat Focus Features ermee van plan is.
Een kritische noot mag toch ook wel: er is iets verdacht gemakkelijks aan het recycleren van bestaand archiefmateriaal, en de trailer bevat duidelijk gerestaureerd en gekleurd historisch filmmateriaal om een gevoel van authenticiteit te creëren. Het is een bewuste keuze, maar ook één die kan aanvoelen als een goedkope emotionele snelkoppeling – een beetje zoals we dat ook hadden in de recente Nuremberg (2025) film. Maras is slim genoeg om dit genuanceerder te gebruiken dan gemiddeld, maar ik heb er vaak moeite mee. Ik heb liever reconstructies (zoals Oliver Stone grotendeels deed met JFK). Los daarvan heeft de trailer de juiste toon: geen zwellende muziek over exploderende tanks, maar gedempte spanning en de claustrofobische logica van mannen die weten dat ze het fout kunnen hebben én het toch moeten beslissen.
Pressure gaat in de Amerikaanse bioscopen op 29 mei 2026, strategisch geplaatst net voor de jaarlijkse herdenking van D-Day op 6 juni. In het Verenigd Koninkrijk volgt de release op 9 september. Focus Features mikt duidelijk op het Best Picture-circuit, en met dit castingblad is dat geen onrealistische ambitie. Of de film zijn belofte inlost, zal afhangen van of Maras erin slaagt het kamerdrama te laten ademen zonder te verzanden in eerbetoon. De trailer belooft alvast een film die weet dat de beste oorlogsfilms nooit écht over de oorlog gaan – maar over de mensen die erin gevangen zitten.

Trailer overtuigt me niet echt, lijkt op een tv-film
De prelude op Saving Private Ryan dus