Nuremberg (2025) is het soort film dat je meteen herkent aan zijn kostuum: stemmig gefotografeerd, steracteurs in historische pakken, gewichtige dialoog over het kwaad, en een soundtrack die je vertelt wanneer je je emotioneel zou moeten voelen. James Vanderbilt; die eerder Zodiac (2007) schreef en nu voor het eerst de regisseursstoel bekleedt, levert ons een keurig verpakt geschiedenisdrama af dat zo hard z’n best doet om relevant te zijn dat het vergeet iets nieuws te vertellen.
Korte inhoud: De film volgt twee verhaallijnen die elkaar op het Neurenbergproces kruisen. Aan de ene kant is er Douglas Kelley (Rami Malek), een Amerikaanse legerpsychiater die in 1945 wordt gestuurd om na te gaan of de nazigevangenen – waaronder Hermann Göring (Russell Crowe), Hitlers rechterhand – mentaal geschikt zijn om berecht te worden. Aan de andere kant hebben we rechter Robert Jackson (Michael Shannon), die het ongeziene internationale tribunaal probeert op poten te zetten. Het is ambitieus materiaal, gebaseerd op Jack El-Hai’s boek The Nazi and the Psychiatrist, en op papier zit hier potentie voor een meeslepende psychologische thriller.
Maar hier wringt het schoentje: Vanderbilt kan niet kiezen tussen een indringend psychologisch duel en een klassiek rechtbankdrama, dus geeft hij ons beide op halfkracht. De scènes tussen Kelley en Göring, die het morele hart van de film zouden moeten vormen, voelen merkwaardig plat aan. Malek speelt Kelley met een vreemde mengeling van arrogantie en kwetsbaarheid, alsof de dokter zelf niet goed weet wat hij aan het doen is. En misschien is dat wel de bedoeling, want deze vent raakt zo verstrikt in Görings charmeoffensief dat hij brieven naar diens vrouw en dochter gaat brengen en ze gezellig magic tricks leert. Je vraagt je af: is dit een man die het kwaad probeert te ontleden, of gewoon iemand die z’n eigen boekdeal veilig wil stellen?
Crowe daarentegen is magnifiek. Hij kruipt zo diep in Görings huid, en dat letterlijk, want de man heeft zich flink laten opzwellen voor de rol, dat je begrijpt waarom Kelley in de val trapt. Deze Göring is geen schreeuwende cartoon-schurk maar een berekenende narcist met het charisma van een filmster en de morele kompas van een weegschaal zonder wijzers. Hij spreekt vloeiend Duits, manipuleert met een glimlach en weigert elke verantwoordelijkheid voor de Holocaust: hij wist van niks, het waren werkkampen, Himmler deed dat allemaal. Het is een masterclass in hoe menselijkheid en monsterlijkheid kunnen samenvallen, en Crowe maakt er het beste van zonder ooit medelijden te vragen.
Toch voelt Nuremberg te vaak als een film die z’n eigen belang vergeet. Vanderbilt stopt er grappen in; smash cuts, smalle opmerkingen, zelfs een knipoog naar Crowe’s Gladiator (2000) terwijl de nazi’s de rechtszaal inlopen – die botsen allemaal met de ernst van het onderwerp. En dan, halverwege, gooit de film het over een andere boeg: we krijgen authentieke beelden van de concentratiekampen te zien. Stapels lijken, levende skeletten, de gruwel in al z’n naaktheid. Het is noodzakelijk, ja, maar in deze gepolijste Hollywoodcontext voelt het ook als emotionele manipulatie. Alsof Vanderbilt bang is dat we de boodschap niet begrijpen zonder deze shocktherapie.
De ondersteunende cast met Richard E. Grant als Britse aanklager, Leo Woodall als tolk met een geheim, John Slattery en Colin Hanks in bijrollen, doen wat ze kunnen, maar krijgen vooral dialoog die klinkt alsof ze bedoeld zijn voor een trailer. Het eindresultaat is een film die voortdurend laat zien dat ze zich bewust is van haar eigen gewicht, maar vergeet dat historische drama’s ook mogen ademen. Waar Jonathan Glazer’s The Zone of Interest (2023) de banaliteit van het kwaad blootlegde door het niet te tonen, gooit Nuremberg alles tegen de muur en hoopt dat iets blijft plakken. In alle eerlijkheid, dat gevoel had ik ook al bij de verfilming van de tv-film Nuremberg (2000) met Alec Baldwin, want eigenlijk nog iets meer langdradig was dan deze film. Echter, de rol van het personage van psychiater Douglas Kelley was grotendeels ingekort (had zelfs een andere naam) en draaide alles rond Justice Robert H. Jackson.
Maar eigenlijk is dit verhaal niet sterk genoeg voor een waardige verfilming. Het is een schijnproces en het verhaal wil alle moeite doen om de Amerikanen af te schilderen als de moreel superieuren. Door de focus te leggen op de psychiater probeert de nieuwe film ons te waarschuwen voor een heropleving van fascisme, maar overtuigend is het allemaal niet. Je had verhaal-technisch een betere film kunnen maken maar dan had je grondig moeten afwijken van wat echt is gebeurd. Maar hiermee ontkracht je de historische accuraatheid. Als filmmaker is het vaak koorddansen tussen dramatisering en authenticiteit, vraag het maar aan Steven Spielberg met zijn meesterwerk Schindler’s List (1993). Veel historici en critici zien de film daardoor als één van de sterkste, meest pedagogische en invloedrijkste Holocaust‑films, ondanks (of juist dankzij) enkele dramatiseringen (cf. meisje met rode jas). Spielberg zocht niet naar de meest extreme gruwel (het sadisme van Göth werd in de film zelfs ingetoomd) maar zocht naar “emotionele waarheid”. In vergelijking zijn deze twee Nuremberg films zijn vermoedelijk niet authentiek en al helemaal niet dramatisch sterk, en grotendeels ligt het ook aan het verhaal op zich wat eigenlijk al een epiloog is zonder emotionele resonantie.
Toch is het geen ramp. De film loopt vlot voor z’n 148 minuten, ziet er prachtig uit dankzij production designer Eve Stewart, en heeft momenten van echte kracht; vooral wanneer Göring eindelijk op de getuigenbank breekt en zijn onwrikbare loyaliteit aan Hitler verklaart. Maar het is ook een film die bang lijkt om écht ongemakkelijk te zijn, die liever wijst naar vandaag (“fascisme kan overal gebeuren!”) dan dat ze daadwerkelijk iets nieuws vertelt over gisteren. We krijgen een slotzin over Kelleys tragisch lot, maar geen tijd om erbij stil te staan. We zien Göring charmeren en manipuleren, maar komen nooit echt binnen in zijn hoofd. En dan blijft de vraag: waarom nog een film over Neurenberg als je niks nieuws te vertellen hebt? Deze zoveelste remake voelt aan als een keurig uitgewerkt essay dat alle juiste dingen zegt maar vergeet waarom het ze zegt. Het is een film die wil waarschuwen voor het fascisme van vandaag, maar daarbij de lessen van gisteren reduceert tot soundbites. Crowe alleen al is het waard, maar vraag je niet af of je hier iets nieuws leert. De film zal je vergeten nog voor je de eindcredits ziet rollen.

Ik ben er zeker van dat Rami Malek een aardige kerel is, maar ik kan hem als acteur niet uitstaan. In elke scène waarin hij het opneemt tegen Crowe, Shannon of Woodall, is hij overduidelijk de mindere.