Black Rain (1989) ***½ te zien op Netflix

In 1989 had Ridley Scott dringend nood aan een kassucces. Na het teleurstellende Blade Runner (1982) en de commerciële ramp Legend (1985) moest de Britse visuele tovenaar bewijzen dat hij ook gewoon verkoopbare studio-entertainment kon afleveren. Het resultaat was Black Rain (1989), een film die er verbluffend mooi uitziet maar ideologisch zo fout is dat je er ongemakkelijk van wordt. En nee, dat ligt niet aan de beruchte “zwarte regen” van Hiroshima waar de titel naar verwijst, maar wel aan het kolossale culturele chauvinisme dat door elke scene gutst. En toch ben ik van de film gaan houden, zijn fotografie, zijn muziekscore, zijn karakters en de gehele yakuza atmosfeer.

© Paramount Home Entertainment

Korte inhoud: New Yorkse smeris Nick Conklin (Michael Douglas) en zijn partner Charlie Vincent (Andy Garcia) worden getuige van een Yakuza-moord in een Italiaans restaurant. Ze arresteren de dader, de meedogenloze Koji Sato (Yûsaku Matsuda), en moeten hem terugbrengen naar Osaka. Eenmaal in Japan ontsnapt Sato, en Conklin blijft achter om de Japanse politie te leren hoe échte recherche werkt. Met hulp van de stijve inspecteur Masahiro Matsumoto (Ken Takakura) duikt Conklin in de Osaka-onderwereld, verliest zijn partner aan Sato’s wreedheid, en transformeert van verdachte corrupte agent tot wraakengel die Japan’s “code of honor” moet herstellen – op Amerikaanse wijze, welteverstaan.

Visueel is Black Rain een meesterwerk. Cameraman Jan de Bont, die de gefrustreerde DoP Howard Atherton verving toen die het Japanse bureaucratische geneuzel beu was, toverde Osaka om tot een neon-doordrenkt dystopisch sprookje. Elk shot lijkt de sfeer van het regenachtige Blade Runner te eren met zijn donkere straten, diffuus licht met rookgordijnen, een stad die tegelijk futuristisch én verrot aanvoelt. Scott wist precies wat hij deed: hij filmde Japan alsof het een exotische planeet was, compleet met buitenaardse gewoontes en onbegrijpelijke etiquette. De motorcycle chase onder de Brooklyn Bridge aan het begin – Harley versus Suzuki, Amerika versus Japan – maakt meteen duidelijk waar dit heen gaat: een patriottische pissing contest verpakt als neo-noir. De scene heeft in ieder geval John Wick op ideeën gebracht.

Maar goed, laten we eerlijk zijn: het scenario van Craig Bolotin en Warren Lewis is een ramp. Black Rain zou oorspronkelijk het plot worden voor Beverly Hills Cop II (1987) – stel je Eddie Murphy voor die Osaka op stelten zet met zijn humor. In plaats daarvan kregen we Douglas die elke scene afsluit met een vrij racistisch one-liner en Garcia die Ray Charles zingt in een karaokebar, wat best charmant is totdat je beseft dat het enige doel is om te tonen hoe “los” Amerikanen wel niet zijn vergeleken met die stijve Japanners. De film pauzeert letterlijk meerdere keren zodat Douglas iets denigrerends kan stamelen over de Japanse cultuur, waarna het dichtstbijzijnde Japanse personage zich moet verontschuldigen en buigen. Het is niet subtiel. Het is niet ironisch bedoeld. Het is gewoon… fout. Dus ja, het is een foute film, maar in de jaren ’80 was zoiets ook wel schering en inslag.

Douglas speelt Conklin als een uitgebluste kettingroker met een Bourbonprobleem en een scheiding op komst – hij ziet er met zijn 44 jaar zo afgetakeld uit dat het bijna performance art wordt. Zijn “vuile cop met een hart van goud”- routine werkt niet, vooral omdat de film ons wil doen geloven dat zijn corruptie (geld jatten van drugsdealers om alimentatie te betalen) eigenlijk héél begrijpelijk is. Garcia daarentegen is een lichtpuntje: charmant, energiek, en veel te goed voor dit script. Zijn * sorry voor de spoiler * dood halverwege – wreed onthoofd door Sato’s motorbende – is de enige emotioneel effectieve scene, mede omdat die bloederige gore-head gewoon Andy Garcia’s nepkop was die de acteur in zijn tanden hield en losliet on cue. Dat is vakmanschap, mensen. Geen cgi maar geniaal pratical effect zoals ze deze niet meer maken.



© Paramount Home Entertainment

Ken Takakura, in Japan een megaster die normaal Yakuza’s speelde, krijgt hier de ondankbare rol van “de Japanner die leert van de Amerikaan.” Pas in het finale gevecht imiteert Masahiro Conklin’s “Rambo-methodes” en pas dán boeken ze succes. De boodschap? Japanse formaliteit faalt, Amerikaanse brutaliteit wint. Het is zo plat dat het bijna fascinerend wordt. Kate Capshaw speelt Joyce, een callgirl die al zeven jaar in Osaka woont, maar haar rol is zo overbodig dat zelfs Capshaw – die echt haar best doet – niks met het personage kan. Ze is er om te vertalen en om Douglas iets te laten knuffelen na Charlie’s dood. Dat is het. En dan dat vechtscène-debacle. Douglas versus Matsuda in een modderveld, bedoeld als symbolische afrekening, maar de scene overtuigt maar half. Matsuda, die wist dat hij stervende was aan blaaskanker en toch deze rol aannam om “voor altijd te leven,” overleed zeven weken na de Amerikaanse première. De film is aan hem opgedragen, wat hartverscheurend is gezien hoe slecht zijn personage (een karikaturale manga-schurk) is geschreven. Het feit dat Scott achteraf verklaarde nooit meer in Japan te willen filmen vanwege de bureaucratie zegt genoeg: de film voelde zich belemmerd door de Japanse realiteit, terwijl die realiteit net de enige authenticiteit bood.

Toch scoorde Black Rain redelijk aan de box office en hielp Scott zijn carrière nieuw leven in te blazen. Hans Zimmer’s synthesizer-gitaarriffs en Gregg Allmans hilarische “I Have Lived My Life My Way”- themasong geven de film een tijdcapsule-charme die je bijna doet vergeten hoe problematisch het geheel is. Bijna. Want hoeveel neon-gedrenchte schoonheid Scott ook op het scherm gooit, het maskeert niet dat Black Rain fundamenteel gelooft dat Amerika Japan moet redden van zichzelf. In 2026 voelt dat niet meer als spannende thriller-stof, maar als een arrogante koloniale fantasie verpakt in leren jassen. Hoe dan ook, Black Rain is een fascinerende mislukking: technisch briljant, ideologisch rampzalig, en een perfect voorbeeld van hoe Hollywoods late jaren ’80 zowel het toppunt van stijl als het dieptepunt van zelfbewustzijn vertegenwoordigden. Scott zou nooit meer zo’n film maken; misschien omdat zelfs hij besefte dat deze mix van xenofobie en glossy visuals geen toekomst had. Of misschien omdat Japan hem gewoon beu was. De film is te zien vanaf op Netflix.


Review Black Rain (1989)
Recensie door op

Beoordeling: 3.5 / 5

rating

6 Comments

  1. Mitch

    De grote slotscène werd blijkbaar gefilmd in zonnig Californië! Ik denk dat Ridley het gewoon zat was 😀

    Reply
  2. Cleo

    ik heb deze film 5 jaar geleden gezien en ik herinner me de sfeer en de decapitatie-scene, zou ik wel nog eens willen terug zien in de bioscoop.

    Reply
  3. Felix

    De film staat op mijn Netflix lijstje

    Reply
  4. Blood Sugar

    Yup, deze film was eigenlijk nog meer racistisch dan Gung Ho, maar het was wel fun en je moet deze film bekijken in de tijdsgeest dat deze werd gemaakt.

    Reply
  5. Ward

    Er is nog geen 4k versie beschikbaar. Zonde.

    Reply
  6. Govert

    Ach Verhoeven heeft hem geweigerd

    Reply

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We weten dat advertenties soms vervelend zijn, maar ze houden DeFilmblog draaiende en laten ons elke dag nieuwe filmcontent maken.

Dus, even vriendelijk vragen: wil je je adblocker uitschakelen voor onze site? Dit zal alleen je advertentie-ervaring op DeFilmblog beïnvloeden.