Zombies zijn net kakkerlakken: je krijgt ze nooit helemaal weg. Elke keer dat je denkt dat het genre dood en begraven is, kruipen ze weer uit hun graf om ons lastig te vallen. We hadden het nog maar net over 28 Years Later: The Bone Temple (2026) of er is al een andere zombiefilm in aantocht. We Bury the Dead (2026) is een zombiefilm die meer rouwt om de levenden dan bang is van de doden. Australische regisseur Zak Hilditch heeft iets gedaan wat in zombieland zeldzaam is: hij heeft een film gemaakt waarin de ondoden nog steeds iemands mama, kind of echtgenoot zijn. En dat verandert alles.
Korte inhoud: Na een catastrofale Amerikaanse militaire blunder met een elektromagnetisch wapen ligt Tasmanië er bij als Pompeii na de vulkaanuitbarsting; een half miljoen mensen dood, bevroren in hun laatste beweging. Daisy Ridley speelt Ava, een Amerikaanse fysiotherapeute wiens Australische man Mitch (Matt Whelan) tijdens een zakenretreat op het eiland was toen de boel de lucht in ging. Ze meldt zich aan als vrijwilliger voor de gruwelijke opruimoperatie, officieel om te helpen, maar eigenlijk om Mitch te vinden. Of wat er van hem over is. Het kleine probleempje? Sommige doden beginnen wakker te worden. En nee, niet op de leuke manier.
Wat Hilditch slim doet, is dat hij zijn zombies niet meteen als het ultieme kwaad neerzet. Ze zijn traag, ze zijn verward, en ze zijn nog steeds herkenbaar als mensen. Het tandenknarsen dat ze produceren (kudos aan de sound designers) klinkt als iemand die in zijn slaap stress verwerkt, niet als een bloeddorstig monster. Hilditch beschrijft de film als een gezelstuk van These Final Hours (2013), zijn apocalyptisch drama dat in Cannes draaide, en je voelt die connectie. Dit is geen film over overleven, maar over wat het betekent om te leven met verlies. Het Covid-gevoel van lege steden en adembenemende stilte hangt over elke scène. Cinematograaf Steve Annis filmt Tasmanië als een spooklandschap waar schoonheid en dood hand in hand gaan – rokende ruïnes tegen prachtige natuurpanorama’s.
Ridley, die na haar Star Wars-avonturen bewust de kleinere kant is opgegaan (zie ook Sometimes I Think About Dying (2023) en Magpie (2024)), draagt de hele film op haar schouders. Haar Ava is iemand die in een staat van onwerkelijkheid verkeert, dat stadium van rouw waarin je weigert te accepteren dat iemand echt weg is. De flashbacks naar haar huwelijk onthullen langzaam dat niet alles rozengeur en maneschijn was tussen haar en Mitch, wat de zoektocht naar zijn lichaam extra complex maakt. Ridley’s grote ogen staan constant op het punt om over te stromen, maar ze huilt nooit goedkoop. Het is ingehouden, krachtig acteerwerk. Aan haar zijde staat Brenton Thwaites als Clay, een lokale aannemer met zijn eigen familiedrama’s die haar vergezelt op een motorritje door de quarantainezone. Hij is het tegenovergestelde van Ava: cynisch, roekeloos, iemand die risico’s neemt omdat hij niets te verliezen heeft. Of toch? De chemie tussen hen is geloofwaardig, al voelt hun band soms een tikje te voorspelbaar aan. En dan is er nog Riley (Mark Coles Smith), een soldaat met zijn eigen grief-monster, die hen halverwege ontmoet en de film in een iets te vertrouwd “vertrouw nooit vreemden in een zombiefilm”-territorium duwt.
Hier wankelt de film een beetje. Rond de midpoint resort Hilditch tot de bekende “de levenden zijn gevaarlijker dan de doden”-trope die we ondertussen wel uit ons hoofd kennen. Het is thematisch interessant (hoe verlies je kan veranderen in een eigen soort ziekte) maar de uitvoering voelt geforceerd. Een scène waarin Riley en Ava samen langzaam dansen terwijl de boel compleet fucked up is, durft interessant te zijn maar mist net de juiste toon. Hilditch weet hoe hij zijn zombies eng moet maken (dat tandenknarsen, die trage blik die plots omslaat in agressie), maar wanneer hij de intensiteit probeert op te drijven met actie, voelt het alsof hij een andere film aan het maken is. Gelukkig vindt de film in zijn laatste derde zijn rustige toon terug. En hier ligt de echte kracht van We Bury the Dead: in de momenten dat het gewoon stil is. Een scène waarin Ava een zelfgravende zombie helpt zichzelf en zijn familie te begraven is zo teder en hartverscheurend dat je vergeet dat je naar een horrorfilm kijkt. Dit zijn de momenten waar Hilditch naar op zoek was toen hij het scenario schreef tijdens de lockdown, rouwend om zijn moeder. Hij moest haar huis opruimen, kamer voor kamer, en voelde hoe fysieke arbeid een vreemde troost kan bieden. Die ervaring doordrenkt de film; het idee dat iets tastbaars doen met je handen je kan helpen om het onbegrijpelijke te verwerken.
De film herinnert aan 28 Years Later (2025) en het Noorse Handling the Undead (2024); zombiefilms die begrijpen dat het echte horror niet de dood is, maar leven met wat je nooit hebt kunnen zeggen. Toch worstelt We Bury the Dead met zijn eigen identiteit. Het wil té graag een arthouse-zombiefilm zijn, maar vergeet soms dat zelfs arthouse een ruggengraat nodig heeft. Het tempo zakt in het tweede bedrijf, en sommige keuzes voelen willekeurig (waarom worden sommige zombies wakker en andere niet? De film haalt zijn schouders op). En ja, die finale twist over wat er met Mitch gebeurd is, voelt een beetje als een gemiste kans. Het had harder mogen landen. Maar weet je? Ondanks de haperingen heeft Hilditch iets gemaakt dat blijft hangen. Chris Clark’s elektronische score, gecombineerd met needle drops van Amyl & the Sniffers, PJ Harvey en Metric, geeft de film een eigenzinnige energie. De make-up effecten van Jason Baird zijn ongezond goed – deze zombies zien eruit alsof ze dagen in de zon hebben gelegen. En bovenal: dit is een zombiefilm die durft te vragen wat er zou gebeuren als je de kans kreeg om afscheid te nemen van iemand die je al verloren had. Zou dat beter of slechter zijn? We Bury the Dead geeft geen gemakkelijke antwoorden, en dat is precies waarom het de moeite waard is.
Is het perfect? Nee. Is het beter dan de zoveelste zombiefilm waarin we schedels inslaan zonder na te denken? Absoluut. In een genre dat vaak indifferent is over het feit dat zombies ooit mensen waren, is dit een film die hen hun menselijkheid teruggeeft, zelfs als ze met hun tanden staan te knarsen. En dat verdient respect, zelfs als de film struikelt over zijn eigen ambitie. Soms is een mooie poging interessanter dan een perfect afgewerkte slachtpartij. De film was te zien op het Sitges Film Festival en heeft een beperkte release sinds 2 januari 2026 en we wachten nog steeds op een Belgische releasedatum.
Review We Bury the Dead (2026)
Recensie door Natalie op 16 januari 2026

Tegenwoordig is vrijwel elke horrorfilm een allegorie op verdriet, en dat is vermoeiend.
Dit ziet er helemaal niet uit als een zombiefilm, en toch ben ik benieuwd
Dit uitbrengen naast 28 Years Later 2 is wel bizar maar ok
Eindelijk een goeie rol voor Daisy Ridley