Abraham’s Boys: A Dracula Story (2025) is een film met een min of meer sterke cast, een origineel script, en tóch hapert het ergens. De film is gebaseerd op een kortverhaal van Joe Hill (ja, de zoon van Stephen King) en regisseur‑scenarioschrijver Natasha Kermani gooit Van Helsing in een semi‑sequel, 18 jaar na Dracula’s nekslag, maar nu in de luwte van het Amerikaanse platteland. Eigenlijk moet je WEL wat achtergrond hebben om mee te zijn, want Dracula zie je nagenoeg niet, zonder dat de film daar openlijk over gaat.
Korte inhoud: De film speelt zich af in 1915 in Californië. Abraham Van Helsing, gespeeld door de immer charismatische maar soms accent‑wankelende Titus Welliver (die u kent van “Bosch”), is verhuisd naar de ‘middle of nowhere’ met zijn vrouw Mina (de milde, licht gekwelde Jocelin Donahue, alweer een slice of ’80s horror‑glorie sinds The House of the Devil) en twee zoons, Max (de tiener Brady Hepner) en Rudy (het jongere broertje, Judah Mackey). De moeder wordt ziek, de vader wordt paranoïde, en de kids beginnen te twijfelen: is papa nog wel normaal … of is die zot
van vampiers?
De aanpak is slim bedacht; het is iets van een introspectie, met psychologische onderlaag, weinig spektakel, meer echo’s van Frailty (2001) dan van Blade. Maar dat is net het probleem: waar het script intrigeert, faalt de uitvoering. De visuele sfeer voelt te proper, te ‘set‑achtig’; jump‑scares ploffen in mekaar; de spanning blijft hangen in de modder. Kermani schreef een verhaal dat meer verdient, maar levert regie af die niet steunt wat ze schrijft.
Goed om te zeggen: de cast vond ik super. Hepner en Mackey vormen een sympathiek duo. Ze wisselen geloof en twijfel af met een natuurlijke flow. Welliver draagt de film op zijn schouders; zijn Van Helsing is minder Engelse dandy en meer Europees cynicus, soms een tikje spaak lopend qua accent, maar visueel fascinerend. Donahue brengt een mooie, melancholische ernst als Mina, wat knap is, zeker 16 jaar na haar doorbraak. De chemistry tussen haar en Welliver is creepy‑intrigerend. Echter, Welliver is meeslepend als patriarch, ja, maar hij mist soms nuance. We zien ‘fanaticus’, maar niet ‘mens met trauma’. Donahue zou meer dramatische beats verdiend hebben. Haar blik is sterk, maar ze krijgt te weinig dialogen die echt hangen. De jongens doen wat ze kunnen, maar krijgen te weinig eigen inbreng. Ze blijven vooral reageren in plaats van protagonisten te zijn in het verhaal.
Maar eerlijk: de film blijft hangen in ongebruikt potentieel. Het plot zet je op scherp, met bloed en magie, maar is dit een horror of een psychologisch familiedrama? Als toeschouwer blijf je met open vragen zitten. Was die oude vriend aan het einde echt een vampier‑hunter? Of was alles paranoïde hallucinatie? Klopte het plan van Abraham? De scriptkeuzes blijven half‑geuit en te zwak uitgewerkt.
De film heeft is iets van een slow burn met een sinistere ondertoon. En ja, visueel is het best fraai. Het contrast tussen zonnig platteland en donkere mansion‑interieurs werkt. Die vierkante beeldverhouding geeft een oude vibe, maar soms voelt het alsof je naar een late‑’90s tv‑serie zit te kijken, niet naar een periode‑film die zich afspeelt in 1915. De setting, de locaties voelen niet rauw genoeg. Sets en kostuums zitten te proper, te gepolijst, alsof er geen stof, geen zweet, geen jaren in zit. En dan die jump‑scares die gewoon falen? serieus, da’s spijtig. Die plot draait op de ontdekking van vader’s ‘skills’ door de jongens, maar de scènes missen impact, de opbouw is te behoedzaam. In een vampierfilm wil je een stukje wild bloed, wat visuele stomp of raadselachtige jumps, nu krijg je een brave thriller die af en toe eens van de grond komt maar nooit vliegt. Soms wou je dat de sfeer meer zou gaan leven via geluid, muziek, cinematografie, maar de score blijft op de achtergrond, de sets voelen zó netjes dat je bijna wordt herinnerd aan decorbouw. Een film over vampieren mag best vuil zijn, wat ruwe randen hebben, hier blijft het allemaal te braaf.
Maar ik geef toe, ik heb de film 2 en ½ ster gegeven voor de moeite. We krijgen een nieuwe invalshoek op het vampieren-universum, en deze zijn zeldzaam. Spijtig genoeg is het geen Sinners (2025). In plaats van opnieuw de Count zelf te zien, krijgen we zijn tegenpool, in conflict met zijn eigen demonen. Die psychologie, een vader die controle wil en een zoon die twijfelt, is een gedurfde aanpak. Maar Kermani’s regie had geen toneelstukje mogen zijn, geen minimalistische mise‑en‑scène. De climax komt nooit echt, de psychologische spanning sputtert, eindigt in een soort open einde waar je blijft zitten: ok, en nu? Nochtans is ze geen debuut regisseur die de knepen van het vak nog moet leren.
Kortom, Abraham’s Boys had een intelligente premisse met héél wat potentieel. Introspectie is goed, de cast is sterk, het uitgangspunt knap, maar over de hele lijn voelt het half afgewerkt. We krijgen een scenario dat sterker is dan de regie, een film die vraagt om meer durf en impact. Als je zin hebt in een vampierdrama, verwacht dan géén gore‑festijn. Wil je een bijna‑horror‑gezinsdrama met intrige, twijfel en tragiek, dan kan je deze proberen, maar verwacht niet dat hij echt bijblijft zoals een There Will Be Blood. De film is uitgekomen op 11 juli 2025.
Review Abraham’s Boys (2025)
Recensie door Dave op 21 juli 2025

Ik ga wachten tot Netflix deze opkoopt, zal niet lang duren.