22-08-08

Babylon A.D. (2008) *½

Al wie Mathieu Kassovitz (La Haine, Assassin(s)) kent weet dat de man een aantal uitzinnig knappe films heeft geregisseerd en dat hij als acteur best wel zijn mannetje staat (Amen, Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, Munich). Maar als regisseur van Amerikaanse blockbusters had hij toch wat meer moeite (remember Gothika). Nu heeft de Franse cineast 5 jaar lang al zijn energie gestoken in de Frans-Amerikaanse Babylon A.D. (2008), gebaseerd (en dus geen echte adaptatie) op de comic van Maurice G. Dantec (Babylon Babies).

Babylon AD

Het bleek echter een zenuwslopende productie te worden want de geruchtenmolen dat Vin Diesel het niet gemakkelijk maakte voor de Franse regisseur, dat hij zijn budget nauwelijks in bedwang kon houden (Kassovitz was ook producent), dat hij tijdens de montage heel wat scènes heeft mogen wegknippen,… draaide op volle toeren. En hoewel Mathieu er alles aan deed om al deze geruchten de kop in te drukken, zie je gewoon het teleurstellende resultaat op het scherm.

Korte inhoud: Europa in de nabije toekomst. De wereld wordt geteisterd door oorlogen en andere narigheid. Oorlogsveteraan Toorop (Vin Diesel), nu huursoldaat, wordt geronseld voor een gevaarlijke klus. Hij moet een meisje en haar begeleider via Rusland naar New York loodsen, dwars door het geteisterde Azië. Toorop komt er al snel achter dat het meisje een geheim met zich meedraagt, een geheim waar de halve wereld achteraan zit. De huurling zal alles op alles moeten zetten om haar en haar geheim veilig en zonder al teveel kleerscheuren in New York te krijgen.

Net zoals in Alfonso Cuaron’s Children of Men (2006) zien we hier een post-apocalyptische wereld waarin een jong meisje naar een bestemming moet worden gebracht. Maar waar het in Children of Men om een zwanger meisje ging dat een volledig onvruchtbare wereld weer hoop moest geven, blijven in Babylon A.D. de herkomst en missie van het meisje lange tijd onbekend. En precies dit gegeven maakt Babylon A.D. in ieder geval een stuk meer intrigerend.

Helaas kan ik Babylon A.D. niet echt aanraden, gezien hij de bal op heel wat vlakken laat vallen. Het acteerwerk is troosteloos, Vin Diesel die binnenkort opnieuw te zien is in de Fast and Furious (2009) sequel, speelt op automatische piloot en zelfs de ervaren Michelle Yeoh en Gérard Depardieu liepen inspiratieloos in het rond en vreselijk out-of-place. De enige acteurs die min of meer overeind blijven zijn de jonge Franse actrice Mélanie Thierry en de altijd betrouwbare Charlotte Rampling. Maar zij kunnen het zinkende schip nauwelijks redden. De portrettering van de apocalyptische samenleving overtuigt evenmin. De wereld waarin iedereen leeft ziet er rijkgevuld uit, maar is gewoon "too far fetched" en een productiebudget van 60 miljoen dollar is gewoon tegenwoordig te krap om alles een futuristische touch te geven. Terwijl het universum van Blade Runner nog steeds herkenbare elementen bevat van onze huidige samenleving, is de visuele wereld in Babylon A.D. iets te artificieel. De bombastische muziek, samen met het constante geschreeuw en hysterie maakt alles nog erger.

Maar het grootste probleem, en dit bij tal van films, is de zwakte van het script. Terwijl de eerste act van de film veelbelovend is, valt de tweede act als een kaartenhuisje in elkaar. Charlotte Rampling mag dan wel één van de betere acterende mensen zijn op het scherm, haar personage is één van de pijnpunten in de film. Ook de eindsequentie is een gemiste kans die veel meer verdiende dan die overdaad aan slow-motions en visuele effecten. En ik begin het stilaan op mijn heupen te krijgen om in Franse actiefilms "jumpers" aan te treffen. Sinds Yamakasi (2001) loopt het de spijgaten uit met rondspringende klimmers. Zelfs nu al Amerikaanse producties (Casino Royale, The Bourne Ultimatum,...).

babylon_ad_01 babylon_ad_02
babylon_ad_03 babylon_ad_04

Toch moet Babylon A.D. het voornamelijk hebben van zijn actie-sequenties. Het eerste half uur is een langgerekte aaneenschakeling van grof geweld, uitzinnige gevechten en oogverblindende explosies. De fotografie van de film van Thierry Arbogast is bij momenten bijzonder knap, waardoor je nooit het gevoel krijgt dat de film langdradig is, hoewel veel actie-sequenties veel te donker waren dat je nauwelijks kon zien wat er precies gebeurde. Ook veel gevecht-scènes verliezen aan kracht omdat de camera de verkeerde hoeken uitkiest en alles iets te haastig gemonteerd is. Spijtig dat de film op veel vlakken hetzelfde pad bewandelt als Children of Men en dat deze laatste op vele vlakken de betere film is. Maar zet het verstand op nul, zak door in je bioscoopzetel, en geniet van de kinetische energie en de mooie plaatjes. De film is bij ons in de bioscoop vanaf 27 augustus 2008.

*** Babylon A.D. trailer ***

28-01-08

Astérix aux Jeux Olympiques met Benoît Poelvoorde

Hier is dan de duurste Franse film aller tijden, Astérix aux Jeux Olympiques (2008), de derde Asterix film na Astérix et Obélix contre César (1999) van Claude Zidi en Astérix & Obélix: Mission Cléopâtre (2002) van Alain Chabat. De eerste film deed het minder goed dan de sequel die zijn productiebudget van 47 miljoen dollar minstens verdubbelde (111 miljoen dollar waarvan 74 miljoen enkel en alleen in Frankrijk).

03

Verwacht wordt dat het derde deel deze monsterscore kan evenaren. Maar de film zit wel, volgens Imdb, met een loeizware productiekost van 94 miljoen dollar en dat is nog altijd 4 miljoen dollar meer dan Le Cinquième Elément (1997) van Luc Besson. Ik zeg dat er even bij omdat er heel wat foutieve berichten de wereld werden ingestuurd alsof de film van Luc Besson de duurste was.

Korte inhoud: De beeldschone prinses Irina (Vanessa Hessler) wordt door menig man aanbeden, zo ook door Caesars (Alain Delon) zoon Brutus (Benoît Poelvoorde). Ze heeft haar hart echter al verloren aan de Galliër Alafolix (Stéphane Rousseau). Prinses Irina rest niets anders dan te verklaren dat ze zal trouwen met de winnaar van de Olympische Spelen. Asterix (Clovis Cornillac) en Obelix (Gérard Depardieu) worden uitgekozen om als afgevaardigden van de Galliërs deel te nemen aan deze Spelen. Samen slaan ze de handen ineen tijdens de meest opzienbarende Olympische Spelen van de Oudheid.

De regisseurs van dienst zijn deze keer Frédéric Forestier (Le Boulet) en Thomas Langmann die het zoontje is van de beroemde Franse cineast Claude Berri die hiermee ook zijn debuut maakt. Een beetje een vreemde samenstelling. Langmann zat al in het productie-team van de eerste Asterix-films maar heeft geen enkele regie-ervaring en blijkbaar wordt hij hier een beetje gecoached door Forestier.

Christian Clavier, die in de eerste twee films de rol van Astérix op zich nam, keert niet terug in de rol van de dappere Galliër. Clovis Cornillac (Le Serpent, Un long dimanche de fiançailles) vertolkt nu de hoofdrol. Gérard Dépardieu is wederom te zien als de dikke Obélix. Een andere ronkende naam is die van Alain Delon, die in de huid van Julius Caesar kruipt. Het Italiaanse model Vanessa Hessler vertolkt de rol van de Prinses Irina. En Panoramix wordt vertolkt door de vader van Vincent Cassel, Jean-Pierre Cassel, die net na de opnames stierf aan kanker. Dit is dus meteen ook zijn laatste filmrol. Maar de ster van deze film is zonder enige twijfel de Belg Benoît Poelvoorde in de rol van Brutus.

01 02 03
04 05 06

Veel aandacht is besteed aan het visuele aspect van de film. Twee vaste teamleden van Jean-Pierre Jeunet, de decorontwerpster Aline Bonetto en de kostumière Madeline Fontaine, verleenden hun medewerking aan de film. Grootste struikelblok was het Olympisch Stadion, maar door een slim concept werd een groots decor bedacht, dat inzetbaar was voor zowel de hardloopscènes, het speerwerpen en eveneens de race met strijdwagens. Maar ga niet met al te hoge verwachtingen naar deze film. Voor diegene die verzot zijn op de vorige Asterix-films zal dit wel een aanrader zijn. De film draait vanaf 30 januari 2008 in onze zalen.

23-12-04

36 Quai des Orfèvres (2004) **

Het is al een tijdje dat er een goede Franse politie-thriller op de markt was, maar deze is zeker een goeie poging in die richting, met in de hoofdrollen 2 sterke acteurs, Gerard Depardieu en Daniel Auteuil.

Quotering: **
Titel: 36 Quai des Orfèvres
Regisseur: Olivier Marchal
Acteurs: Daniel Auteuil, Gérard Depardieu, André Dussollier, Valeria Golino, Francis Renaud, Daniel Duval, Mylène Demongeot en Roschdy Zem
Genre: Politie-Thriller
Duur: 110 min
Land: VS
Site: http://www.36lefilm.com
Extra: trailer
Release in België: 8 december 2004

Toen ik voor het eerst hoorde van deze film dacht ik eerst dat het een remake was van Henri-Georges Clouzot’s Quai des Orfèvres, maar nee dus. Het was wel degelijk een klassieke politie-thriller van de hand van ex-politieman Olivier Marchal, die met deze film in de voetstappen van Melville en Michael Mann treedt. Quai des Orfèvres is een beetje te vergelijken met de term Scotland Yard in Groot-Brittannië. Maar agenten onder elkaar spreken meestal over ‘36’. De premisse van de film was eenvoudig: in het Parijs van vandaag worden aan aantal gewelddadige overvallen gepleegd en de politie-instructeur Robert Mancini (gespeeld door André Dussollier die hetzelfde rolletje speelt als in Agents Secrets) wil die bende kost wat kost oprollen. Er zijn twee agenten, Léo Vrinks (Daniel Auteuil) is een nog actieve 40’er die het politiewerk heeft geleerd in de straten waar het verschil tussen crimineel en flik soms niet van elkaar te onderscheiden zijn. Zijn ere-code staat boven alles. Daartegenover staat Denis Klein (Gérard Depardieu), een agent die als het moet over lijken gaat om zijn positie te versterken en zijn macht te vergroten. De twee verschillen zo van elkaar dat ze binnen de kortste keren elkaars rivaal worden. Na een misgelopen politie interventie eisen de mannen van Vrinks het ontslag van Klein, maar deze heeft nog een verborgen kaart die zijn rivaal schaakmat kan zetten. Een film over macht, wraak, vriendschap en verraad.

Een ding waar Fransen heel goed in zijn, moet toch wel de politie-thrillers zijn. Ik denk dat ik er honderden heb versleten. Zo herinner ik me nog Le Cercle Rouge, Le Samouraï, Dernier Domicile Connu, Garde à Vue (kreeg onlangs een remake met Bellucci, Morgan Freeman en Gene Hackman – Under Suspicion), en het lijstje is nog lang niet af. In 2004 waren er niet meteen veel hoogvliegers in Frankrijk en deze film had alle ingrediënten voor een aangrijpende film. En de film slaagt op een aantal punten om de spanning hoog te houden, maar op andere momenten ontgoocheld hij. Waar de film ingetogen zou moeten zijn, zien we nutteloos geweld en op momenten waar we een personage willen zien evolueren, verzeilen we op een zijspoor die naar niets leidt. Ik zit dus een beetje met gemengde gevoelens. De acteur/regisseur moet blijkbaar nog wat ervaring opdoen achter de camera, maar zoals hij bezig is mogen we ons in de kortste keren verwachten aan een geweldige film.

36_quai_des_orfevres.jpg

Wat toch opmerkelijk is aan deze prent, in tegenstelling tot vele Amerikaanse tegenhangers, is dat hij de politieagenten niet beschouwd als helden of als supermensen. Ze zijn ook niet goed of slecht, maar zijn gewone mensen die elk een eigen code hebben. De omgeving waarin ze leven lijkt al even melancholisch en claustrofobisch als de duistere schuilplaatsen van de criminelen. Hun gedrag en hun hunker naar geweld is als een soort verslaving die hun blijft achtervolgen en ook afrekend met hen. De film heeft ook een portie nostalgie. De politieburelen met de venetiaanse scherpjes, de duistere steegjes die nat zijn door de regen. De gezichten van Depardieu en Auteuil spreken gewoon boekdelen. Regisseur Marchal ziet het leven pessimistisch en gewelddadig en laat zijn personages, wiens leven draait rond '36', afdalen in de hel.

Toch heeft de film ook zijn zwaktes. Ik vind de muziek bijvoorbeeld, van Erwann Kermorvant et Axelle Lenoir, veel te nadrukkelijk aanwezig. Op bepaalde momenten leidt ze ons gewoon af van het verhaal. Ze is ook iets te zwaar voor een dergelijk soort film. Ook de mise-en-scènes zijn vaak een beetje geforceerd, en dit vooral in een film die het moet hebben van zijn realistisch karakter. Bepaalde scènes zijn dan weer compleet verzonnen en ongeloofwaardig. Zo kan een politie-agent (ik vertel niet wie om niets te verklappen) even uit de gevangenis komen om de begrafenis bij te wonen van zijn vrouw. Voor deze scène draagt hij een speciaal maatpak, dat niet eerder in de film te zien was, alsof de cipiers even snel voorbij Olivier Strelli zijn gereden. Da man vraagt dan aan de cipiers om de boeien los te maken omdat hij niet wil dat zijn dochtertje deze moet aanschouwen, maar laat ze nadien vlak voor haar neus weer om doen. Enfin, het zijn kleine dingen in de film die mij gewoon storen, en dit vind je gedurende de ganse film. Ook de effecten van slow en fast-motion zijn al even nutteloos als de paar brutale interventies; zoals de scene waar een man een oudere vrouw toetakelt met een boksijzer. Je merkt onmiddellijk dat zelfs in de meest gewelddadige Amerikaanse producties het geweld soms veel gestileerder in beeld komt dan in deze prent. Ja, het is het milieu waarin ze vertoeven, maar dit lijkt mij iets te gemakkelijk. Ik mis iets meer context en emotie. Ander kan ik toch gewoon een Dead Wish film gaan huren. De film heeft zich iets teveel geïnspireerd op de kinetische energie van Michael Mann’s Heat, maar verwaarloosde daarmee de essentie van de film, namelijk het conflict tussen de twee mannen.

De acteurs zijn vaste waarden van de Franse cinema en overtuigen in hun rol. Ze geven echt diepte aan hun personage en moeten zich vaak worstelen door veel te lange dialoog-scenes. Om de acteurs dan bezig te houden kwam de regisseur op het lumineuze idee…hmmm… om elke acteur om te toveren tot kettingroker. Zo blijven ze in actie en creëren ze een mysterieus rookgordijn in de donkere fotografie. Ik zou daar in principe niets op tegen hebben, maar de mensen die van nature niet roken in de film, pik je er meteen uit. En dat zijn dus allemaal dingen die afleiden. Conclusie, de film heeft zijn goede en minder goede kanten, maar uiteindelijk zijn het vooral de twee hoofdacteurs die de film nog kunnen redden uit de poel van de mediocriteit.