24-12-09
Samenvatting van de Films uit 2009
Binnenkort zijn er opnieuw de eindejaarslijstjes waar menig filmgeek naar uitkijkt, maar ondertussen is er de samenvatting van de belangrijke films uit 2009 door Kees Van Dijkhuizen. Enkel een grote filmliefhebber als Kees weet zoiets in elkaar te knutselen, en hij zet er ook nog eens leuke muziek op. Misschien een tikkeltje te lang, maar toch mooi in elkaar gestoken.
10-03-08
Gratis films en tv-series bekijken op QuickSilverScreen
Waar kan je terecht voor oudere film of tv-serie gratis te bekijken zonder deze te downloaden op DivX of Bittorrent? Hoe ze het klaarspelen met de rechten weet ik niet precies, maar zolang de site online is zou ik er gebruik van maken. Je kan ze zelfs op je blog zetten via de embed-code. Let wel, het zijn niet allemaal originele versies. Zo zag ik dat de Jet Li film Fearless (2006) eigenlijk de Spaanse versie is en bepaalde nieuwe films zoals Jumper (2008) zijn van een triestige kwaliteit. Maar met een beetje geduld vind je wel datgene wat je wil zien. Surf naar QuickSilverScreen en geniet van de meer dan 8'500 video's, en voor een kleine vergoeding kan je tot 80 miljoen films bekijken. "En wat zeggen we nu? Dankjewel, Ellen!"

***Related Posts***
22/06/2006: Apple wil $9.99 per film - de filmstudio's zeggen "Neen"
01/11/2005: Nieuwe DVD-schrijven tegen Piraterij
23/09/2005: Hollywood zet offensief in tegen piraterij
22/08/2005: vreemde box-office cijfers
26/05/2005: De Star Wars saga op DivX ?
19/07/2004: Bounty Hunters & Piraten
25-10-07
Top 10 Besparende Tips voor Filmfans
Het zal niemand ontgaan zijn dat het leven alsmaar duurder wordt. En dat geldt uiteraard ook voor het filmticket of een doos popcorn bij jouw lokale bioscoop. En gezien deze filmblog zo nu en dan mensen aanzet om hun geld op te doen aan het bekijken van films, heb ik hier 10 handige tips om wat geld uit te sparen. Niet dat ik het voel als een morele verplichting, maar ik heb er gewoon ook een immense hekel aan dat die prijzen in de bioscoop blijven stijgen. En dat terwijl een B-acteur zoals Chris Tucker zomaar eventjes meer dan 25 miljoen dollar krijgt voor een filmrol. Trouwens, waarom in godsnaam moet een film als Superman Returns (2006) zonodig 270 miljoen dollar kosten, een Spider-Man 3 (2007) een slordige 260 miljoen dollar of nog een saaie komedie als Evan Almighty (2007) een gigantische 170 miljoen dollar? Zal het iemand nog verbazen waarom WIJ ons filmticket zo duur betalen? En waarom? Elk van die films kon gemakkelijk gedraaid worden met 1/3 van het prijskaartje en daar zou nauwelijks kwaliteitverlies merkbaar zijn. Laat staan dat deze 3 films waarschijnlijk veel beter hadden geweest met iets minder CGI.
1. Een bioscoopcomplex op maat.
Kinepolis is duurder dan UGC. Bij Kinepolis betaal je gemiddeld 8,50 euro per ticket (gezien quasi alle films tegenwoordig een digitale projectie hebben zijn er nog maar weinig films aan 8 euro). De prijs voor een ticket bij UGC bedraagt vandaag nog 7,50 euro. Studentenkaarten, abonnementen en andere kaarten zorgen ervoor dat jullie een paar eurocenten uitsparen per bioscoopbezoek. Reken voor jezelf eens uit hoeveel keer en wanneer je meestal naar de bioscoop gaat en neem één van de voordeelskaarten (zoals een Carte 5 of een 100 FilmDays kaart - UGC blijft in de meeste gevallen ook hier goedkoper).
Kleinere bioscopen zijn dan weer op hun beurt goedkoper dan UGC en Kinepolis. De prijs varieert rond de 6,50 euro. Het is trouwens niet altijd zo dat je veel moet inboeten aan comfort. Integendeel, in Kinepolis Brussel met zijn comfortabele zetels en zijn THX-sound system heb je bijvoorbeeld meer last van loeiende gsm's, onruststokers met popcorn en kletsende tieners die lustig hun stinkende nachos vreten temidden van een voorstelling. Zoiets kan de film nog meer verpesten dan een krakende zetel of een iets kleiner doek. Kleinere bioscopen trekken ook een meer cinefiel publiek aan, en in de regel hebben deze mensen iets meer respect voor de andere mensen in de zaal.
Ik ga meestal blockbusterfilms zien in grote complexen op een laat uur in de week, terwijl kleinere films of drama's in kleinere bioscopen mijn voorkeur draagt. Filmfestivals zijn dan weer de gelegenheid bij uitstek om films te gaan zien die niet in andere complexen vertoond zullen worden (je kunt zelfs cultuurbonnen aanvragen bij de Vlaamse Gemeenschaps-commissie waarmee je gratis naar het Bifff kunt). Grote blockbusters ga ik NOOIT zien op filmfestivals (meestal is het ticket te duur en zit de zaal ook propvol - terwijl je de film een paar weken later met iets meer comfort kan bekijken in een ander complex)
2. In de vroege uurtjes naar de cinema.
Matinee-voorstellingen zijn goedkoper dan gewone voorstellingen, tot soms 1 euro goedkoper. Je moet er natuurlijk de maag voor hebben, maar in de vroegere uurtjes is het ideaal om een komedie of een romantsiche film mee te pikken. Je dag kan daarna niet meer stuk.

3. Eet en plas, alvorens je naar de film gaat.
Als je geen 7 euro wil betalen voor een cola of 5,50 euro voor een doos popcorn, ga dan naar het winkeltje om de hoek en koop een blikje cola voor 80 eurocent en wat snoep voor 2 euro. Vergeet niet te plassen alvorens je naar de film gaat. Als je in het midden van de film moet opstaan, mis je niet alleen een stuk van het verhaal, maar je stoort ook andere mensen. Je betaalt trouwens ook tussen de 30 en 50 eurocent voor een plasbeurt. En neen, je hoeft geen popcorn te eten om van een film te kunnen genieten. Dat doe je toch ook thuis niet.
Dat al die prijzen schandalig hoog liggen heeft te maken met het feit dat bioscoop-complexen het lef niet hebben om samen met andere bioscopen te protesteren tegen de gulzigheid van de studio's. Een studio kan gemakkelijk 80% (!) van de prijs van het filmticket weerhouden in de eerste releaseweek. Bioscoopcomplexen werken niet in de film-business, maar wel in de horeca-business. Indien zij een pact zouden sluiten met elkaar en het been stijf houden tegenover de vraatzuchtigheid van de studio’s, zou de ticketprijs fors kunnen dalen. De studio's zouden op hun beurt, als een gevolg van dit inkomstenverlies, de monsterpremies - die aan B-acteurs als Chris Tucker worden toegekend - moeten herzien.
4. Investeer nog niet in HD-systemen.
Ik heb hierover al een aantal berichten geschreven. Het is nog veel te vroeg om uit te maken welk systeem de bovenhand zal halen. Komt daarbij dat de prijzen nog veel te hoog liggen. Dit geldt trouwens ook voor die grote flatscreens, die zeker niet allemaal HD-compatibel zijn. Een gewone DVD biedt nog altijd zeer hoge kwaliteit. En zeg nu zelf, het is niet altijd nodig om de neusharen te kunnen zien van een acteur tijdens een kusscène.
5. Naar de videotheek.
Sommige films moet je echt niet zien in de bioscoop. Dat je Transformers (2007) wil zien op het witte doek, fair enough. De audio en beeldkwaliteit is bij dergelijke actiefilms van cruciaal belang. Deze verreisten zijn niet essentieel voor het bekijken een een b-film, een sociale documentaire of een ietwat platte komedie; ik denk dan aan Norbit (2007), Sicko (2007) of Knocked Up (2007). Deze films kan je gerust op DVD huren, in een videotheek of bibliotheek en bekijken op een luie zondag-namiddag.

6. Lees De Ultieme FilmBlog of andere filmsites.
We zeggen wel dat we niet luisteren naar filmcritici, maar dat doen we uiteindelijk wel. Maar dat betekent niet dat wanneer iemand een film afkraakt, dat we de film in kwestie niet gaan zien. Enkel door de bespreking van de film kan de interesse al opgewekt worden. 'De slechtste publiciteit is wanneer er niet over je film wordt gesproken'. Hoe dan ook, 'smaak in films' is iets heel subjectief en enkel JIJ kent wat je ZELF wil en niet wil zien. Maar je kan uiteraard veel geld uitsparen als je af en toe eens komt lezen op een filmblog. Het zijn (in het beste geval) ervaringsdeskundigen die het vaak bij het rechte eind hebben en aanvoelen of het de moeite is om 8,50 euro te betalen.
7. Uitwisseling met kennissen.
Doe dit echter enkel en alleen met mensen die weten hoe ze een DVD moeten behandelen. Het lijkt iets wat iedereen kan, en toch slaagt 3/4 van de bevolking er maar niet in om een DVD zonder vingerafdrukken in een DVD-player te steken én uit te halen om nadien – nog steeds zonder afdrukken - opnieuw in het doosje te steken. Het is wel iets wat je gemakkelijk kan verifiëren. DVD's uitwisselen is in ieder geval besparend, én je ziet hiermee vaak films die je anders nooit zelf zou hebben gehuurd/gekocht.
8. Een DVD in promotie.
Bij MediaMarkt of bij FreeRecord Shop kan je vaak een koopje doen en DVD’s aanschaffen voor gemiddeld 5 à 7 euro. Wees ook niet bang om even een kijkje te nemen in een 2de handszaak. Let wel op vingerafdrukken en eventuele krassen op de schijf. Maar bij de betere verkoopspunten (bv. Anspachlaan in Brussel) zijn de DVD's op voorhand wel gecontroleerd (betaal nooit meer dan 13 euro, tenzij voor een speciale editie).

9. Vanavond op TV.
Elke dag kan je wel een film meepikken en tegenwoordig kan je met Digitale zenders gemakkelijker films opnemen en bekijken wanneer je er de tijd voor hebt. Je kunt de reclame op deze manier zelfs gemakkelijk doorspoelen. Zalig!
10. Laat je vriendin betalen. :)
Dat geldt uiteraard niet voor diegene die hun lief willen behagen in de bioscoop, maar misschien wel voor zij, zoals mezelf, die de slechte gewoonte hebben aangeleerd om altijd te snel hun geld boven te halen. lol. Wissel misschien eens af. Jij betaalt voor de films die jij absoluut wil zien en vise-versa.
Ziezo, ik hoop dat ik niets "legaals" over het hoofd heb gezien, anders mag je me dat gerust in de commentaren weten te zeggen. Ik hoop in ieder geval dat dit lijstje jullie een paar euro's kan doen besparen.
Gepost door © dave in Lijstjes | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (10)
Tags: lijstjes, bioscoop, besparen, filmticket, dvd, hd, top 10, matinee, blockbuster, filmfreak, filmfan, film, kinepolis, ugc, abonnement
07-09-06
The Sentinel (2006) **
The Sentinel (2006) is nogmaals een mooi voorbeeldje van een formulefilm die eigenlijk in essentie bitter weinig te vertellen heeft, zowel op vlak van verhaal als op vlak van karakter-ontwikkeling. Maar de fans van "24" of Michael Douglas zullen zich met deze film zeker niet vervelen.
The Sentinel van Clark Johnson (S.W.A.T.) is een efficiënte White House spionage thriller in de stijl van In the Line of Fire (1993), maar dan met een scenario die eigenlijk beter bestemd was voor televisie dan voor cinema. En van televisie gesproken, Desperate Housewife actrice Eva Longoria heeft ook een rol kunnen verzilveren, en neen, ze vervalt niet in haar Gabrielle Solis routine. Ze heeft niet meteen een grote rol van belang, en is meer bahangpapier dan iets anders, maar haar verschijning is een mooie afwisseling (zie foto).
In tegenstelling tot Eva Longoria, speelt Kiefer Sutherland zijn rolletje van Jack Bauer, met dit verschil dat hij in maatpak rondloopt en geen enkele keer "Dammit" zegt. Enerzijds vind ik dit wel grappig en heb er niet meteen problemen mee, maar anderzijds had ik misschien wel een andere Kiefer willen zien in deze rol.
Korte inhoud: In de 141 jaar dat de Amerikaanse Secret Service bestaat, is er nog nooit een mol aangetroffen... tot nu. Pete Garrison (Michael Douglas) is een gerespecteerd geheim agent met een lange staat van dienst, die de leiding voert over de beveiliging van de First Lady (Kim Basinger). Door de moord op een van Garrisons collega's ontdekt hij samen met agent David Breckinbridge (Kiefer Sutherland) en nieuwkomer Jill Marin (Eva Longoria) een samenzwering om de president te vermoorden. Er is een mol binnen de Secret Service en alle sporen leiden naar Garrison zelf. Achtervolgd door zijn eigen collega's slaat hij op de vlucht en probeert tegelijkertijd het leven van de president te redden uit de klauwen van de echte mol.
The Sentinel baseert zich op een oude Hitchcock-premisse van "een onschuldige man die wordt beschuldigd en is gedwongen om te vluchten om zijn onschuld te bewijzen". Het is het verhaal van The Fugitive (1993) maar met hogere functies en grotere consequenties. De film is trouwens gebaseerd op het boek van ex-Secret Service agent Gerald Petievich. Wat je dus tezien krijgt, wat betreft de functie van een Secret Service agent, lijkt heel geloofwaardig. Dat is ook één van de positieve punten van de film. Hoewel, buiten het gebruik van code-naampjes en de pistool-routine van een Secret Service agent, kom je eigenlijk niet zoveel "geheimen" te weten. En in de derde act stuikt het verhaal in elkaar en wordt de knappe opbouw van de intrige vervangen door een al te simpele shoot-out met een dozijn onbeantwoorde vragen.
Hoe een film eindigt is vaak een knelpunt in heel wat thrillers, om de simpele redenen dat de makers gedwongen zijn om al hun kaarten op tafel te leggen: de motivaties, de methodes, het verborgen plan,… En hoewel het 'cinema' is en je altijd wel iets meer mag verwachten dan wat in realiteit zou gebeuren, lijkt The Sentinel zijn verhaal zo snel af te handelen dat je nauwelijks de tijd krijgt om vragen te stellen. Alles gebeurt zo snel dat je achteraf met heel wat vragen overblijft. Maar wanneer 'Jack Bauer' zijn wapen trekt slik je die vragen al snel weer in – althans de "24" fans. Mensen die niet vertrouwd zijn met die serie zullen die knipoog voor een groot stuk missen. Het einde is trouwens ook heel voorspelbaar, maar dat heb je nu eenmaal met veel te strikte formule-films.
Kortom, de personages zijn niet meer dan kartonnen borden, het einde ligt voor de hand, maar de film zit qua camerawerk vakkundig in elkaar en de acteurs doen hun routine. Douglas is al een dagje ouder maar hij is vertrouwd met het genre, idem dito voor Kiefer. Het heeft er trouwens alle schijn van (dit is puur speculatief) dat het originele scenario iets langer was en dat we misschien een langere director’s cut komt op DVD. En hoewel die versies in veel gevallen niet altijd een meerwaarde zijn (cf. The Abyss, Apocalypse Redux,…) denk ik dat meer karakter-ontwikkeling de film zeker ten goede zou komen. Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd naar het conflict die Garrison en Breckinridge hadden met elkaar. Dit wordt heel even aangehaald, maar niet uitgewerkt. Zeer spijtig.
***Related Post***
20/11/2005: The Sentinel trailer
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (1)
Tags: film, review, filmbespreking, the sentinel, 24, jack bauer, michael douglas, kiefer sutherland, eva longoria, martin donovan, ritchie coster, kim basinger, david rasche, clark johnson
03-09-06
Running Scared (2006) *½
Oh my God, zelden zoveel zinloos geweld gezien als in deze twee uur durende Running Scared (2006). Ik heb niks tegen geweldfilms, ik ben ermee opgegroeid, maar het geweld krijg ik liever niet gratuit geserveerd. En met deze prent heb ik echt het gevoel dat alles er over zit en de regisseur Wayne Kramer (The Cooler) nauwelijks weet waar alles naar toe moet. De film heeft ook zeker een aantal positieve punten. Opmerkelijk vond ik de transformatie van de knappe poster boy Paul Walker, in een gewelddadige, opgejaagde, small-time gangster. Walker toont in deze film zijn veelzijdigheid en overtuigingskracht als acteur.
Toen ik voor het eerst de trailer zag had ik het gevoel een stevige actieprent te zien met knappe personages, maar de meest intrigerende personages is een welgesteld koppel pedofiele kindermoordenaars. En wow, wat is dit koppel gruwelijk slecht. Zo slecht dat ze bodybags hebben laten maken op kindermaatjes om die mooi in de kast op te bergen, naast de rituele scharen en messen. En of dat nog niet genoeg is houden ze ook nog een DVD-collectie van hun slachtoffertjes met een sterren-quotering. Als je een lijstje wil opmaken van de meest afschuwelijke filmkoppels ooit, dan mogen jullie deze twee ergens bovenaan plaatsen!
Korte inhoud: Nadat een drugsdeal verkeerd loopt en sommige corrupte agenten vermoord worden, moet de mafioso Joey (Paul Walker) de wapens, gebruikt tijdens het vuurgevecht, kwijt zien te raken. Dit wordt echter ingewikkeld wanneer de jonge zoon van zijn buurman, Oleg (Cameron Bright), het wapen van hem afpakt en het gebruikt om zijn vader, de Russische gangster en kindermishandelaar Anzor "Duke" Yugorsky (Karel Roden), neer te schieten. Zodra dit gebeurt moet Joey de hele nacht druk in de weer om de jongen te vinden en doet dit met de hulp van zijn zoon (Alex Neuberger). Het vuurgevecht te verdoezelen en het wapen terug zien te krijgen, terwijl zijn eigen kompanen en een detective (Chazz Palminteri) hem op de hielen zitten. In het midden van alle geweld, zijn vrouw Teresa (Vera Farmiga), die leeft tussen angst en liefde voor haar man.
Dat de film het moet hebben van aangebakken extremen, overdreven buitensporigheden en pijnlijke stereotypen, wordt meteen duidelijk van bij het begin met een fout gelopen drugdeal. De camera ketst vervolgens heen en weer tussen de kogels en het spetterende bloed in een wereld gevuld met pooiers, hoertjes, maffiosi, onderdanige vrouwelijke slaafjes, daklozen, seniele ouderen, monsterachtige pedofielen, crack-heads en corrupte flikken. Het plot stelt niet veel voor en de dialogen zijn vaak om van te huilen, maar je blijft wel kijken. De camera probeert de kijker op te jagen en slaagt daar behoorlijk goed in. Toch had dit magere script misschien beter tot zijn recht gekomen in de handen van een iets bekwamer regisseur zoals Robert Rodriguez, Tony Scott of Quentin Tarantino.
Het probleem is dat de regisseur (die trouwens het scenario heeft geschreven van de plot-twister Mindhunters) alles over de top laat gaan. Sommige dingen zijn slim, andere scènes zijn compleet overbodig en op momenten iets te doorzichtig. In tegenstelling tot een Guy Ritchie neemt Kramer zich iets teveel au sérieux. Maar zoals ik al eerder zei, je blijft kijken – los van het feit of dit al dan niet een verdienste is.
Een tweede ontdekking in de film is voor mij de casting van Vera Farmiga die de vrouw speelt van Joey. Vera was mij als actrice nooit opgevallen, maar zet hier een geladen vertolking neer en wordt onverwacht ook een beetje een heldin in deze film. Vera was te zien in Down to the Bone (2004) (foto) waarvoor ze een erkenning kreeg op het Sundance Filmfestival. Hoe dan ook, op de vertolkingen van de acteurs is in deze film weinig op aan te merken, integendeel. Zelfs de twee jongeren vallen nooit uit de toon. Chazz Palminteri is dan weer een mooi voorbeeldje van een typecasting die behoorlijk goed werkt.
Kortom, de regisseur heeft geen moeite om geweld en naakt te tonen en maakt zich evenmin druk over zijn R-rating. Zijn films zijn duidelijk gericht naar een volwassen publiek. Als je op zoek bent naar een harde misdaad thriller met een overvloed aan buitensporig geweld, een uitzinnige ijshockey-puck bestraffing en meer eindes dan Return of the King (2003), dan is Running Scared uw film. Voor de rest, als je niet meteen misselijk wordt van het camerawerk en het geweld, is Running Scared best wel grappig.
***Related Posts***
16/12/2006: De Beste en Slechtste Films van 2006
06/04/2006: Running Scared foto’s + trailer
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (8)
Tags: review, film, filmbespreking, preview, trailer, running scared, 2006, wayne kramer, guy ritchie, down to the bone, vera farmiga, chazz palminteri, alex neuberger, karel roden, cameron bright, paul walker
17-08-06
Miami Vice (2006) ***
Mann, Mann, Mann, wat een teleurstelling. Al sinds het prille begin met films als Thief (1981) en Manhunter (1986) was ik een grote fan van Michael Mann's visuele hyperrealistische wereld. Heat (1995), The Insider (1999) en Collateral (2004) waren degustaties van het beste wat Hollywood de laatste jaren te bieden had. Maar deze Miami Vice (2006), lijkt gemaakt door de neef van Michael Mann. Een neef met weinig besef van karakter-opbouw en intrige, en weinig aanleg om de spanning erin te houden. Daar waar zijn vorige prenten heel verfijnd in elkaar staken, is deze verfilming niet meer dan een dure modeshow voor snelle speedboten, coole vliegtuigen en zware vuurwapens. Maar alles is ver verwijderd van datgene wat de Miami Vice-serie zo een succes maakte.

Deze verfilming heeft eigenlijk weinig te maken met de originele tv-serie en neemt een pak risico's. Miami Vice is alles behalve voorspelbaar en heeft een eigen dynamiek en alle verwijzingen naar de blauw-roze pastelgekleurde wereld van de serie zijn omhuld door een zwart fluwelen gordijn. De thema-muziek van Miami Vice is nergens te bespeuren en Miami komt slechts sporadisch aan bod. We bevinden ons overal en nergens. Maar de nieuwe aanpak heeft ook zijn minpunten. Er zijn weinig emotioneel geladen crescendo’s, en we hebben te doen met een versnipperd verhaal waarbij de acteurs, samen met de toeschouwers, niet wisten wat er gebeurde. (Dat heet dan intelligente cinema. lol) Maar wat de film ontbreekt en wat nog het meest pijn doet is, hoh hoe noem je dat ook al weer … ACTIE!! Alles wat zo serieus ingepakt dat je de indruk had naar een Shakespeare drama te kijken, met dit verschil dat Shakespeare wel degelijk een 'geladen' verhaal te vertellen had met sterke personages en hevige confrontaties. Het gebrek van dit alles zal door sommigen ervaren worden als een originele vertelling. Ik heb echter al genoeg zwakke films gezien met een zelfde gebrekkige verhaallijn, dat het me onberoerd laat.
Over het visuele aspect van de film valt weinig op aan te merken, en je kan best genieten van de mooie beelden. Haal dit weg en je hebt geen film meer. Het wapenarsenaal en de settings die gebruikt worden zijn zo indrukwekkend dat je je niet al te druk maakt over het onverstaanbaar gemompel van de personages. Straks worden we opnieuw verwend met een schitterende lege oceaan-horizon met een go-fast boot die als een scud-rakket over het wateroppervlak glijdt. Betoverend. Waauw. Het scheelde niet veel of Mann had er een stille film van gemaakt en misschien wel eens The Keep (1983) vervangen als zijn slechtste film ooit.

Korte inhoud: Undercover detectives Sonny Crockett (Colin Farrell) en Ricardo Tubbs (Jamie Foxx) werken bij de narcoticabrigade in Miami en gaan de cocaïne cowboys die grof geld verdienen te lijf. De gewiekste Tubbs werkt mee aan een drugssmokkel met het doel een bende te pakken die drie moorden gepleegd heeft. Dit zal leiden tot een eerste ontmoeting met José Yero (John Ortiz) die opzoek is naar ervaren drug-couriers. Ondertussen laat Crockett zijn oog vallen op Isabella, de Chinees-Cubaanse vrouw van de wapen- en drugshandelaar, Jesús Montoya (Luis Tosar). De ware en valse identiteit van de twee rechercheurs beginnen echter door elkaar te lopen. Dat geldt voor Crockett in zijn verhouding met Isabella (Gong Li) en voor Tubbs in het uitlokken van een aanslag op mensen die hem dierbaar zijn.
Er is geen opbouw, geen knipoog naar de datgene wat zo bijzonder is aan Miami, met name de architectuur (Arquitectonica). Er is geen visuele beginschets van één van onze personages, maar we vallen als kijker meteen binnen in een discotheek, waar we onze twee agenten zien rondkijken alsof dit de zoveelste episode is van de show en we ergens inpikken. Het is niet duidelijk wat er precies gaande is. We zien een vrouw die wordt toegetakeld, onze agenten delen een paar rake klappen uit, een undercover agent wordt op een andere locatie neergeschoten, onze agenten komen te weten dat er iets fout loopt en stellen zichzelf kandidaat als undercover-agenten om de zaak uit te pluizen. Dit alles in nog geen 10min tijd. Wow, dat belooft. Wel, helaas speculaas, wat na die eerste 10 minuten schakelt Mann zijn 5de versnelling naar zijn 1e en blijft voor de rest van de film moeite hebben om opnieuw in 2de te schakelen. Ook met de vele speedboten en snelle vliegtuigen, geraakt de film maar niet op kruissnelheid.

Zoals ik al zei, visueel heeft de film met zijn hypergestileerde vormgeving veel te bieden, hoewel ik zelf nog steeds een aanhanger ben van filmpellicule boven High Definition Digital Video (Viper Camera). Michael Mann en zijn DOP Dion Beebe zijn er anders compleet weg van, sinds Collateral. En de drager heeft het voordeel om 's nachts veel meer details op te pikken dan pellicule. Wat je tezien krijgt in Miami Vice was eigenlijk quasi niet mogelijk op filmpellicule, of je had boulevards moeten vol zetten met 10K lichtbronnen. Het nadeel van de drager is de "grauwe korrel" en de bewegings-onscherpte. Dit op zich kan helpen om de juiste stemming te vinden, zoals dat het geval was in Collateral, maar in Miami Vice ga je er iets teveel op letten (misschien gedeeltelijk te maken met de magere opbouw van de scènes). Toch denk ik dat er een paar pellicule beelden in de film staken, zoals het vliegtuig die in heldere hemel langs de stapelwolken vliegt. Je kan ze er vaak uithalen, wanneer je een beeld te zien krijgt die veel scherper is, meer kleurschakeringen en minder korrel heeft. De meningen over HD lopen uiteen, maar ik schrijf morgen een brief naar de agent van Mann met een smeekbede om zijn volgende prent opnieuw op 35mm te draaien. Dit hebben gezegd, op DVD zie je bitter weinig van die grauwe korrel en bezorgt de lichtgevoelige capaciteit van de HD drager een uniek filmgevoel. De Viper Camera heeft eerder zijn nut bewezen bij het grimmige Collateral, maar voor deze gestileerde thriller was pellicule misschien een betere drager. In ieder geval zullen deze digitale dragers de toekomst zijn van elk filmproject, maar vandaag de dag blijf ik nog zweren bij pellicule.
Miami Vice probeert duidelijk een volwassen publiek aan te spreken met mooie gestileerde beelden en veel seks. De film verdwijnt op momenten in een douche met een naakte Jamie Foxx en later met een naakte Colin Farrell. Voor de Amerikanen zal dit ver gaan, voor Europeanen zal dit als heel gewoon overkomen. Maar wat heb je er uiteindelijk aan als je de personages eigenlijk niet kent. Het meest interessante personage is misschien wel Yero, die er geen moeite mee heeft als zijn vrouw bekent dat ze heeft geslapen met Crockett, maar dan wel de stoppen verliest wanneer hij haar ziet dansen met hem. We zien (:horen) veel geklets, weinig verrassende scènes en pas in de laatste act (na 90 min) komt er schot in de zaak en moeten onze agenten in actie schieten. Maar tegen dan is mijn interesse in de personages al zo onder-"cooled" dat het me eigenlijk nog maar weinig uitmaakt wie een kogel krijgt en wie blijft leven. Dit is de eerste keer dat een Michael Mann film mij zo onverschillig maakt, en de hoge verwachtingen hebben daar in principe weinig mee te maken. Het is een terugkerend zeer: dit scenario was niet klaar om verfilmd te worden. Meer nog, het verhaal had zelfs nooit voldoende geweest voor een Miami Vice aflevering. Michael Mann mag voor mij in zijn volgende film iets meer bezig zijn met zijn scenario, dialogen en personages en iets minder met de wonderwereld van de HD-camera.

Michael Mann’s stokpaardje is de analyse tussen de boef en de slechterik, de codes die beide hanteren en die hun leven compleet zal beheersen. De sterkte van deze regisseur is zijn grondige kennis van die onderwereld en zijn oog voor realisme. Je vindt er dus ook nergens humor of grappige one-liners. Alles lijkt heel authentiek en je twijfelt nooit aan de echtheid van het gebeuren en de regels van loyauteit en wantrouwen die er heersen. Maar het nihilisme en zen-existentialisme die in zijn andere films steekt, komt hier eigenlijk minder aan bod. Er zijn geen momenten waar de agent met zichzelf in de knoop ligt omwille van de keuzes die hij als undercover-agent heeft gemaakt of de liefde die hij voelt voor iemand. De onmogelijke relatie die Crockett heeft lijkt veel te oppervlakkig, en de relatie tussen Tubbs en Trudy (Naomi Harris) komt veel te weinig aan bod om ooit geladen te zijn. Naar het einde toe gebeurt iets vreselijk met Trudy, maar je bent te weinig vertrouwd met haar dat het je te weinig raakt – dit in tegenstelling tot de complicaties in de relaties van Neil (Robert De Niro) en Vincent Hannah (Al Pacino) in Heat, waar je op het puntje van je stoel zit of de menselijke band die er ontstaat tussen Tom Cruise en Jamie Foxx in Collateral. Had Michael Mann een Wong Kar-Wai film in gedachten, dan had hij deze film niet moeten plannen & promoten als een zomer-blockbuster, en had hij met zijn 130 miljoen dollar en zijn 137 minuten lange film toch iets dieper mogen graven in zijn karakters.
De cast was veelbelovend, maar schiet op vele vlakken tekort. Gong Li heeft moeite met haar Engels, Jamie Foxx heeft te weinig screentime om krachtig uit de hoek te komen en Colin Farrell ziet er voor een keertje "mannelijk" uit, maar is gewoon niet goed genoeg in deze film. Ik heb moeite om zijn motivaties te achterhalen en hij blijft voor mij een heel onduidelijk personage vertolken. En met onduidelijk bedoel ik niet complex, maar wel vaag en verwarrend. De relatie die beide agenten hebben is ook heel afstandelijk. Het lijkt wel dat Stubbs en Crockett elkaar nog maar pas kennen en eigenlijk niet veel van elkaar moeten weten. De twee zijn ook niet zoveel in hetzelfde frame te zien, laat staan dat ze ooit wel eens naar elkaar kijken. Het einde van de film eindigt al even abrupt als het begin, alsof dit een slice of life was van twee agenten in Miami. Miami Vice is geen slechte film. Integendeel, op momenten kan je echt genieten van de grimmige en intense atmosfeer en die brutale onderwereld. Maar ik wacht op een andere slice, want deze smaakt nogal flets.
Ik zou nog kunnen spreken over de slechte pop-muziek nummers, maar ik heb er geen zin in. De film is voor mij een zware teleurstelling en had zoveel meer kunnen zijn, vooral wanneer je de scène bekijkt waarin Jamie Foxx zijn vrouw uit een trailer moet halen. Het beste wat de film te bieden heeft. Ik moet alles nog even doorslikken, hoopvol wachtend op 2007, want deze zomer heeft voor mij nog niet veel bijzonders afgeleverd.
***Related Posts***
25/04/2007: Miami Vice collector's edition
16/12/2006: De Beste en Slechtste Films van 2006
18/09/2006: Miami Vice sequel ?
19/07/2006: Miami Vice pics
14/05/2006: Miami Vice trailer
13/12/2005: Teaser Miami Vice
24/11/2005: Problemen in Miami
26/01/2005: Miami Vice casting
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (10)
Tags: michael mann, thief, film, filmbespreking, review, manhunter, heat, the insider, collateral, miami vice, colin farrell, jamie foxx, john ortiz, luis tosar, gong li, arquitectonica, hd, hddv, high definition, pellicule, viper camera, nihilisme, zen-existentialisme, wong kar-wai, naomi harris, dion beebe, 2006
09-08-06
Chaos (2006) *
Bij sommige films zijn de verwachtingen zo laag dat je er uiteindelijk nog kan van genieten. Het plot van Chaos (2006) leek me iets te voorspelbaar en acteur Jason Statham heeft na zijn flirt met Uwe Boll bij mij een wrange smaak nagelaten. Hij is overtuigend wanneer regisseur Guy Ritchie achter de camera staat, en deed wat hij moest doen in The Transporter (2002), maar daarbuiten blijft hij een kale stoere bink met Brits accent en mist een beetje de flexibiliteit en spontaniteit van een Bruce Willis om echt vonken te geven op het scherm. Hij kan wel degelijk klappen uitdelen, maar vraag hem niet om emotioneel geladen scènes te spelen want acteren is niet zijn sterkste kant.

En dat bleek ook in deze film. Statham speelt er een oneervol ontslagen detective genaamd Quentin Conners, wiens hulp wordt ingeroepen bij een gijzeling in een bank. Bankovervaller Lorenz (Wesley Snipes) vraagt naar Conners als onderhandelaar. Niemand van de ordediensten is hiermee opgezet gezien een vorige gijzeling nogal bloederig afliep voor zowel de dader als voor diegene die werd gegijzeld. Conners krijgt zijn badge terug en mag deze houden ook al is de schurk hem bij de bankoverval te slim af geweest. Conners krijgt ook een partner mee, de nog jonge Shane (Ryan Phillippe). Chaos verloopt verder volgens het vertrouwde patroon van de B-actiefilm: vooral voorspelbaar en op momenten onwaarschijnlijk. Jullie kunnen hier de trailer bekijken.
De film hamert een beetje op het chaos-principe, voor zolang het de gaten in het scenario kan opvullen. Hoe dan ook, had ik "echte" chaos verwacht in de zin van zware vuurgevechten, compleet geflipte woede-uitbarstingen, duizelingwekkende explosies en dit alles met een slim plot die in al die chaos een schitterend portret maakt van de karakteristieken van chaos. Maar neen, het verhaal werd heel braafjes ontvouwd en je ziet het einde al aankomen van mijlenver.

Wesley Snipes mocht dan weer deze rol nooit aanvaard hebben, want dit is beneden zijn kunnen. Hij speelt de karikatuur die hij in vroegere actiefilms speelde, en valt niet echt op tussen de andere karikaturen. Regisseur Tony Giglio was er ook niet altijd met volle aandacht bij. In de beginscène horen we de stem van de bankovervaller (gespeeld door Wesley Snipes) via een stem-vervormer. Een wel heel speciale stem-vervormer want hij vertaalt het snelle en bewogen spreekritme van Snipes in een trage monotone stem. De regisseur wou een neutrale stem (om dit later te kunnen gebruiken voor iets anders) maar vergat te vragen aan Snipes om zijn acteerspel iets in te tomen. En dit is iets wat een constante is in de film. Snipes schakelt onverwacht van de coole intelligente schurk naar de cocky blak guy. Ryan Philippe steelt dan uiteindelijk de show, geheel onverwacht. Hoe dan ook is hij nog geen acteur die een film kan dragen, en dus blijven we een beetje op onze honger zitten op het einde.
In het genre bankovervallen steken films zoals Heat (1995) of zelfs Inside Man (2006) hier met kop en schouders boven. Het concept spreekt me nochtans aan, maar de uitwerking mist creativiteit en goed uitgeschreven scènes.
De film heeft ook zijn goede momenten. Ik kan er zo niet meteen opkomen, maar ik denk dat er vast wel een paar ogenblikken tussen steken waar je even met het hoofd gaat knikken van "tiens, dat ziet er knap uit". Op de special edition van de DVD vinden jullie ook nog twee reportages van FBI-agenten in actie, maar hebben verder weinig van doen met de film. Voor mij was dat even een moment om de voorgaande film door te slikken en heb ik al bij al nog genoten van de DVD.
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (1)
Tags: chaos, 2006, wesley snipes, ryan phillippe, film, filmbespreking, trailer, preview, tony giglio, review, jason statham
27-07-06
The Merchant of Venice (2004) **½
Ik had op de schoolbanken ooit The Merchant of Venice gelezen, het controversiële stuk van William Shakespeare over de Joodse woekeraar Shylock, die 3000 dukaten leent aan koopman Antonio in ruil voor 1 pond van zijn vlees indien hij de schuld niet zou kunnen terugvorderen. Het rook een beetje naar anti-semitisme en zeker ook de verschillende bewerkingen van het stuk op de planken, deden uitschijnen dat Shakespeare het niet goed meende met de Joodse bevolking.

Maar niets is minder waar. Integendeel, Shakepeare toont ons in dit stuk de gevolgen van onverdraagzaamheid, en de film, The Merchant of Venice (2004) is wel één van de betere vertalingen van het werk, die eigenlijk bedoelt was als een soort tragi-komedie.
Ik dacht even dat alle goede Shakespeare-drama’s nooit meer tot hun recht zouden komen zonder Kenneth Branagh, die na de vele kritieken op zijn Love's Labour’s Lost (2000) er definitief de brui aan gaf. Wel, niet helemaal. The Merchant of Venice is een film die zeker gezien mag worden.
Korte inhoud: Het verhaal speelt zich af in Venetië van de 16e eeuw, en volgt de arme, passionele edelman Bassanio (Joseph Fiennes) die niets liever wenst dan de mooie, rijke en nobele Portia (Lynn Collins) te trouwen. Hij vraagt daarom zijn rijke vriend Antonio (Jeremy Irons) hem 3000 dukaten te lenen. Antonio stemt toe, maar omdat hij al zijn geld gestoken heeft in handelsschepen, die nog op zee varen, zijn ze gedwongen om de rijke Joodse woekeraar Shylock (Al Pacino) te benaderen.
Shylock die als Jood gekrenkt is, juist door de mannen die hem nu nodig hebben, ziet de kans om wraak te nemen. Hij geeft de lening, maar op de voorwaarde dat Antonio borg staat voor Bassiano. Indien Bassiano niet op tijd het bedrag aflost, zal hij het geld op Antonio verhalen. Zo niet dan heeft hij recht op een pond vlees uit de hartstreek van Antonio's lichaam. Terwijl Bassiano zijn geliefde Portia het hof maakt, vergaan de vrachtschepen van Antonio.
Er zijn dus drie verhaallijnen die elkaar kruisen: Het ene verhaal draait rond de koophandelaar Antonio en zijn liefde voor de jonge Bassanio, zijn boezemvriend. Bassanio extravagante levenstijl vormt de oorzaak van zijn geldnood. Om Portia, de liefde van zijn leven, te behagen moeten Bassanio en Antonio beroep doen op de rijkdom van Shylock, met een luguber contract tot gevolg. De tweede verhaallijn draait rond Portia, die de erfenis van haar vader ondergaat waarin zij zich moet verloven met diegene die haar foto kan vinden in één van de 3 gesloten koffers die elk vergezeld zijn van een raadsel. Bassanio weet de juiste koffer te openen en zijn liefde te verklaren aan de mooie Portia. Maar wanneer nieuws komt dat Antonio in problemen verkeert, en Bassanio moet vertrekken, beslist Portia hetzelfde te doen en haar nieuwe man in waarde in te schatten. De derde verhaallijn draait uiteraard rond de Joodse woekeraar Shylock die het vaak aan de stok krijgt, alsook zijn joodse broeders, met de Venetiaanse christelijke bevolking. Hij ziet echter de kans om wraak te nemen op iemand die hem heeft bespot. Zijn dochter, Jessica, is verliefd op een jonge christen en verlaat Shylock en neemt ook nog eens een deel van zijn rijkdom mee. Dit zal zijn haat nog meer aanwakkeren en hij beslist Antonio niet te sparen. Hij zal een verdubbeling van zijn geld niet aanvaarden, enkel 1 pond van zijn vlees, ook al moet Antonio daarvoor sterven.

Toch blijft alle aandacht gaan naar het personage van Shylock, ook al wordt duidelijk naar het einde dat Bassanio eigenlijk het hoofdpersonage is. Maar Bassanio is van alle karakters de minst interessante figuur. Bijgevolg duren de scènes met hem vaak iets te lang en wil je eigenlijk weten wat er gebeurt met Shylock en zelfs Antonio.
Het beste van de film is zijn gebalde, intelligente structuur – gezuiverd van veel te lange monologen en met heel veel oog voor realisme en de merites van het filmmedium – alsook de evenwichtige vertolking van Shylock door Al Pacino. In tegenstelling tot wat de trailer deed vermoeden speelt Pacino de rol heel ingetogen. Hij personifieert een complex individu wiens daden men misschien niet meteen kan rechtvaardigen, maar zeker wel begrijpen. Op bepaalde momenten gaat men zelfs sympathie voelen voor het personage. Shylock is geen monster, maar iemand die over de grens van het menselijke wordt gedreven door anti-semitisme. En het lot zal hem ook nog eens alles ontnemen. Jammer van het Joods-accent die Pacino hanteert, maar ik had dit er bijvoorbeeld niet zo uitdrukkelijk gebruikt op die manier. Het leidt ons teveel af.
Shakespeare is zeker aanwezig in deze verfilming. De personages, de structuur en vooral de dialogen zijn en blijven meesterlijk. Elk Shakespeare verhaal kan je in een hedendaags kleedje stoppen, maar de tekst komt pas echt tot zijn recht in deze Elizabethaanse context. De film maakt de teksten zeker iets meer verteerbaar voor de hedendaagse filmkijker, maar de poëzië van de taal blijft wel gespaard.

Verdienstelijk acteerwerk van Jeremy Irons, die zijn rol onderspeelt met heel veel flair en talent. Joseph Fiennes zit behoorlijk in zijn rol wanneer hij iets te doen heeft, maar wanneer hij toeschouwer is aan het gebeuren verdwijnt hij in de grijze massa en lijkt hij op Joseph Fiennes met pruik en hoed. Lynn Collins had een fantastische rol om te spelen, maar is beduidend minder begerenswaardig dan Gwyneth Paltrow in de iets lichtere Shakespeare in Love. En dit heeft weinig te maken met de fysieke schoonheid, dan wel de soepelheid van de vertolking. De rest van de cast (Zuleikha Robinson, Kris Marshall, Charlie Cox, Heather Goldenhersh) is mij niet in het bijzonder opgevallen.
De regie van de film was in handen van regisseur Michael Radford (Il Postino, Nineteen Eighty-Four), die een puike prestatie neergezet, en die vreemd genoeg van dit drama springt naar de Shrek spin-off Puss 'n' Boots (2006). Van veelzijdigheid gesproken.
Toch kan je je niet geheel ontdoen van het gevoel dat de film met zijn vele kwaliteiten niet echt kan overtuigen, noch in de tragiek, noch in de humor. Soms voel je teveel de kostuums en de stereotypering van bepaalde figuren uit die tijd. Het is één zaak om je inspiratie te halen bij grote schilders zoals Pieter Brueghel of Canaletto, maar het is een andere zaak om die taferelen ook te laten werken op het scherm. En daar heeft Michael Radford het toch af en toe moeilijk mee. De mise-en-scènes in de film zijn houterig en de montage laat af en toe steken vallen. Ook de na-synchronisatie laat vaak te wensen over en dat doet voor een film van een dergelijk kaliber toch pijn.

Het einde van de film is een serieuse anti-climax. Gedurende het verhaal krijg je een verborgen sympathie voor Shylock - zeker door de menselijke portraitering van Pacino en de Martin Luther King-achtige speeches - en voel je een lichte wrok tegenover die Venitianen die Shylock hebben gemaakt wie hij is. Maar er is geen weerwraak, slechts een bevestiging van zijn plaats in de maatschappij, uitgelsloten van de rest.
The Merchant of Venice is een behoorlijk goede film die op een zeer verfijnde en respectvolle manier de tekst van Shakespeare heeft benaderd, zonder de kijker in een welbepaalde richting te sturen. De film is slim, grappig, tragisch, soms schokkend en is gezegend door een knappe fotografie van Benoît Delhomme (die blijkbaar een deel van de set van Girl with a Pearl Earring), die ons echt onderdompelt in het schilderachtige, burleske en soms decadente Venetië uit die tijd. Al bij al, ben ik blij met deze film, want het helpt Shakespeare voor ons levend houden.
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (5)
Tags: jeremy irons, kris marshall, charlie cox, the merchant of venice, al pacino, joseph fiennes, lynn collins, zuleikha robinson, benoit delhomme, shylock, heather goldenhersh, michael radford, bassanio, venetie, 2004, film, filmbespreking, dvd, william shakespeare, review
16-07-06
Superman Returns (2006) ***
Op het moment dat je de iconische muziek van John Williams hoort en de namen ziet voorbij vliegen tijdens de begingeneriek, weet je meteen dat het veel te lang geleden is dat je al vanaf de eerste seconden met zoveel spanning verlangt naar wat komen zal. De stem van Jor-El (Marlon Brando - de enige acteur uit de vorige films die opnieuw zijn intrede doet in deze versie) is om kippenvel van te krijgen. De verwachtingen waren torenhoog, maar Superman Returns (2006) doet wat het moet doen, maar de originele Superman blijft nog steeds met kop en schouders superieur aan deze. Brandon Routh is perfect gecast en het avontuur die we op het witte doek aanschouwen is op zijn minst 'machtig' te noemen. De film heeft een aantal zwaktes, maar zo zaten er ook een aantal onvolmaaktheden in de eerste Spider-Man (2002). Ik kijk vol spanning uit naar de sequel van deze DC Comic superheld.
Toen ik zei dat de comic-book verfilmingen geschiedenis aan het schrijven waren, dat is hier nogmaals het bewijs. Deze film is veel meer dan een decadent dure zomer-blockbuster, veel meer dan het zoveelste exemplaar uit de populaire superhero-cultus, meer dan een man met een rode cape die de planeet weet te redden van megalomane schurken die haar willen vernietigen. Het is een analyse van menselijkheid, een morele discussie van wat ‘mens-zijn’ betekent en de immense verantwoordelijkheid van een wezen die heel dicht aanleunt bij wat God zou kunnen zijn. Nadat Superman de Aarde heeft verlaten, heeft Lois Lane een artikel geschreven: "Why We Don't Need Superman Anymore". Uiteraard een filosofische stelling die in een veel breder perspectief bekeken kan worden.

In tegenstelling tot wat Christopher Nolan heeft aangevangen met het personage van Batman, maakt Bryan Singer geen breuk met de voorgaande films, Superman (1978) en Superman II (1980), maar haalt er zijn inspiratie uit. De film, die is opgedragen aan Christopher Reeve, kan je bijna zien als een soort hommage, met een upgrade van de visuals en een knipoog naar het Duitse expressionisme uit Metropolis (1927) van Fritz Lang.
Het verhaal pikt de draad terug op na Superman II. Superman heeft toen al een affaire gehad met Lois Lane. In deze film keert Superman terug van een reis naar de ruïnes van zijn planeet Krypton, een reis die 5 jaar heeft geduurd. Hij crasht met zijn kristal-cocoon opnieuw in de buurt van het erf van zijn pleegmoeder Martha Kent (Eva Marie Saint) en weet zijn job als reporter bij de Daily Planet opnieuw te bemachtigen. Daar komt hij te weten dat Lois Lane (Kate Bosworth) een man (James Marsden) en een kind (Tristan Lake Leabu) in haar leven heeft. Verder heeft ze de Pulitzer-prijs behaald met haar artikel "Why The World Doesn't Need Superman". Het duurt niet lang vooraleer Superman zichzelf op spectaculaire wijze aan de wereld moet tonen en hoewel iedereen in extase leeft met zijn terugkeer, blijft Lois ongeïnteresseerd en afstandelijk. Maar dat is lang niet het enige probleem dat Superman te wachten staat. De megalomane Lex Luthor (Kevin Spacey) heeft een flink deel van zijn gevangenisstraf weten te ontlopen en is druk in de weer met een plan om de planeet te herschapen naar zijn model. Manneer vele levens op het spel staan zal Superman meteen moeten bewijzen hoe onmisbaar hij wel is.

Een film valt of staat met je acteurs en het risico die Singer heeft genomen met de nog onervaren Brandon Routh (uitgesproken zoals 'south'), is immens. Er kwamen bakken kritiek en ook ik had mijn bedenkingen toen ik de trailer bezag en vond dat Spacey gewoon de show aan het stelen was en dat Superman bijna niet opviel. Wel, de trailers waren niet zo moedig als de film, en onterecht, want Brandon Routh is perfect gecast als als Clark Kent en als Superman. Je ziet dat hij nog wat vertrouwen moet krijgen - merk je aan de kleine reacties – maar het potentieel is aanwezig om een schitterende Superman te worden. Zijn versie van Clark Kent is iets minder klungelig dan die van Christopher Reeve. Hij heeft ook net iets minder gevoel voor humor als de vorige Superman, maar dat is een mankement aan het script waar ik later nog zal op terug komen. Het zijn zaken die gemakkelijk nog kunnen evolueren.
Kate Bosworth brengt een meer sexy en moderne versie van Lois Lane. Het is geen grote actrice, maar ze speelt de klus wel klaar en is stukken beter dan Katie Holmes (cf. Batman Begins) of Kirsten Dunst (cf. Spider-Man). Ze is knapper dan Margot Kidder en vreemd genoeg is de chemistry tussen Lois en Superman véél sterker aanwezig.

Mijn enige teleurstelling in de film is Lex Luthor, die zijn rol iets gemener en directer speelt dan Gene Hackman. Zijn monologen zijn ook iets korter. Toch vind ik bij momenten dat Kevin Spacey iets teveel Spacey speelt en iets te weinig Luthor. Het zit hem in de kleine reacties, maar ik had veel meer plezier in de vertolking van Hackman dan in deze. Er zit weinig menselijkheid in zijn rol, in tegenstelling tot de vertolkingen van Bosworth en Routh. Misschien met een iets beter uitgeschreven script zou hij wel degelijk uit de karikatuur kunnen stappen die hij nu van het personage heeft gemaakt.
Alle andere acteurs passen perfect in de film. Ook de man van Lois Lane, vertolkt door Cyclops-acteur James Marsden, is een efficiënte keuze. Bryan Singer heeft niet gekozen om er een saaie piet van te maken, maar accentueert dat hij wel degelijk een grote concurrent vormt voor Superman. Hij is heldhaftig, houdt enorm veel van Lois Lane en is heel attent en begripvol. Het is momenteel een intrigerende driehoeksrelatie die in de komende Superman films zeker nog uitgespit kan worden. Er is ook nog een zoontje aanwezig maar gezien ik niet wil spoilen ga ik daar niet verder op in. Maar ook met dit personage kan je alle kanten uit.
Voor mij de beste scène uit Superman Returns de vliegtuigscène, waarmee Superman aan de wereld laat zien dat hij terug is, treffend in beeld gebracht door DOP Newton Thomas Sigel. Lois Lane vliegt in deze scène wel van de ene kant naar de andere zonder ook maar een schrammetje op te lopen (later krijgt ze ook nog eens een loeizware metalen deur op haar hoofd, maar ook dat laat geen sporen na ~ betekent dit dat Lois Lane misschien … ik zwijg), maar Superman red de dag op triomfantelijke wijze. De CGI in de scène is verbluffend en de emotie die ermee gepaard gaat is groot. De speciale effecten zijn zo geëvolueerd dat je geen seconde meer aarzelt dat Superman ECHT WEL kan vliegen. Het lijkt bizar om dat te zeggen, maar in de vorige Supermanfilms (26 jaar geleden) die nog niet zo ver stonden met hun CGI, voelde je zo af en toe de iets te lijnrechte bewegingen. Hier sta je er niet meer bij stil en geniet volledig van de actie.

Het scenario van Michael Dougherty en Dan Harris is een puike prestatie. Toch zijn er heel weinig scenario-hoogstandjes op te merken en op dit gebied kan alles véél beter. Het laatste halfuur raakt nog kant noch wal en is van het niveau van de peutertuin. Ook het personage van Luthor is niet charismatisch genoeg. Er is ook een gebrek aan goede humor in de film en dat vind ik persoonlijk echt wel jammer. In het begint zie je Kal El op het erf staan van zijn pleegmoeder. De hond geeft hem een basebal om te spelen, en hij werpt deze in de wolken. De hond neemt nog aanstalten om te lopen maar stopt en draait zijn hoofd met een jammerend huiltje. Schitterend! Maar helaas zijn die momenten van humor heel sporadisch. Het plot zelf, dat laat me eigenlijk gezegd koud. Ik ben blij op Superman terug te zien, maar het spreekt voor zich dat met een budget van 260 miljoen dollar je bijna ALLES kan doen met CGI. Bijgevolg kan je gemakkelijk door de mazen van het net glippen met een plot die eigenlijk het navertellen niet waard is. In tegenstelling tot Batman en Spider-Man heeft Superman ook niet echt veel interessante vijanden, dus wordt de komende Superman vooral voor de scenaristen een zware beproeving. Zoals ik al eerder zei, ‘je kan maar zoveel keer Kryptonite gebruiken vooraleer het vervelend begint te worden’.
De muziek van John Ottman is op dit moment (de vliegtuig-crash) ook het beste, maar valt nadien een beetje weg. Toch slikt de componist zijn ego een beetje in door af en toe de muziek van Williams in te lassen én uiteraard WERKT HET. De score van Williams is gewoon onvergetelijk.
En zo zit de film vol van de knipoogjes naar Richard Donner zijn film. Bryan Singer heeft misschien weinig Superman-comics gelezen, maar de film van Donner kent hij als geen ander. De film duurt 157 minuten maar de tijd gaat razendsnel voorbij. Je merkt ook geen kwaliteitsverlies met de video HD-opnames (High Definition). Superman Returns zit bij de betere comicbook verfilmingen. Mits het scenario iets beter wordt - nu de expositie achter de rug is – kunnen we er misschien nog meer van genieten. Daarom nog geen 4 sterren, maar dat belooft voor de toekomst...
***Related Superman Posts***
16/12/2006: De Beste en Slechtste Films van 2006
01/09/2006: Lois Lane spin-off
04/08/2006: Terugblik op Superman Returns
10/07/2006: Pirates of the Caribbean beroven Superman van zijn 1e plaats
08/07/2006: Batman vs Superman opnieuw op tafel
04/07/2006: Superman Returns geen "super" opening
01/06/2006: Nieuwe Superman Returns posters
04/05/2006: Superman Returns trailers
06/09/2005: De eerste indrukken + korte inhoud
13/06/2005: Superman Returns, achter de schermen
17/04/2005: Batman vs. Superman
02/04/2005: Superman Returns posters
21/02/2005: Een controversiële Brian Singer
07/01/2005: Kate Bosworth is Lois Lane
23/10/2004: Brandon Routh and the girls
11/10/2004: Christopher Reeve overleden
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (7)
Tags: review, filmbespreking, film, 2006, brandon routh, bryan singer, comics, kevin spacey, superman, superman returns, john williams, jor-el, marlon brando, christopher reeve, richard donner, metropolis, lois lane, clark kent, martha kent, eva marie saint, kal-el, hd, kate bosworth
13-07-06
United 93 (2006) ****
United 93 (2006) moet één van de beste films zijn van het jaar, en misschien wel de meest onrustwekkende en claustrofobische film die je te zien zal krijgen! Je gaat naar de bioscoop met een dubbel gevoel, gezien deze gruwel nog maar een paar jaar geleden is gebeurd, maar je beleeft iets wat je niet met woorden kan omschrijven. Sommigen zullen uiteraard heel wat kritiek hebben omwille van de snelle release, en eigenlijk kan ik daar wel voor een stuk inkomen. Ik heb zelf vaak een wrang gevoel wanneer Hollywood meteen na een ramp een speelfilm wil uitbrengen. Maar regisseur Paul Greengrass overstijgt zichzelf en brengt een zenuwslopend, aangrijpend en hyper-realistisch beeld van het gebeuren.
Greengrass werkt met een camera die getuige is van de situatie en intervenieert niet als commentator. Hij toont, maar voert toch geen show op. Hij vertelt wel degelijk een verhaal (storytelling) van heldhaftige mensen in een moment van zware tragedie, maar je vergeet dat je naar een film zit te kijken. Het is tevens geen exploitatie van de aanslag, maar wel een nauwkeurig relaas van de feiten die bekend zijn. Het is bijna een academische approach die zich niet laat verleiden door al te evidente drama-sequenties. We zullen na het zien van deze rampenfilm/docudrama nooit meer vergeten was er is gebeurd, en beseffen dat de echte helden vaak in anonimiteit leven en sterven. Het waren de passagiers van United Flight 93 die hebben vermeden dat het vliegtuig crashte op het Capitool, en in hun moedig verzet herdenken we op eerbiedige manier alle slachtoffers van 9/11.

Je kan heel veel vertellen over de aanslagen van 11 september 2001. Daarom zullen er in de loop van het jaar verschillende films opduiken die elk een ander facet zullen brengen van de tragiek, zoals de versie van Oliver Stone, met World Trade Center (2006). Er zijn ook heel wat documentaires die verschijnen, en pamfletten die twijfels opvoeren bij het ganse gebeuren. Na het zien van United 93 kan je toch bepaalde zaken op een rijtje zetten en krijg je een beter perspectief van datgene wat zich in de lucht heeft afgespeeld.
Greengrass begint zijn film met een terrorist die aan het bidden is. We horen hem nog steeds bidden, terwijl we boven Manhattan zweven. Er is geen ondertiteling en de Arabische woorden zorgen voor een zekere bevreemding. Een onrustwekkend gevoel van kalmte voor de storm. Daarna duikt de film in de controletoren van de luchthaven. Het centrum waar alle informatie zal binnenstormen en meteen wordt de kloof tussen de toeschouwer en het gebeuren gedicht. De schouder-camera beweegt tussen de verschillende operators, en diezelfde bewegende camera die zo irritant was in The Bourne Supremacy (2004), is hier wel degelijk op zijn plaats. Er zijn 5200 vliegtuigen op weg naar Amerika en iedereen moet alert blijven in het FAA hoofdkwartier. De stijl van Greengrass is “documentair” en we bevinden ons als het ware temidden van het gebeuren. Er is quasi geen muziek in de film; en wat er al is van muziek (van componist John Powell), wordt deze heel zorgvuldig en efficiënt aangewend.

Er zijn geen bekende acteurs, geen Hollywood sterren, maar talentvolle televisie-acteurs (Christian Clemenson, Trish Gates, Polly Adams, David Alan Basche, Liza Colón-Zayas, Kate Jennings Grant en John Rothman), nieuwkomers (Cheyenne Jackson, Olivia Thirlby) en niet-acteurs die Greengrass perfect weet te casten en te begeleiden. De karakter-identificatie via een bekend gezicht is vrijwel onbestaand, en dit zorgt ook dat we ons vertrouwd gaan voelen met deze mensen. Greengrass heeft zelfs gebruik gemaakt van een aantal mensen die effectief betrokken waren bij het gebeuren.
Zijn film heeft een real-time gevoel. In het begin zijn er speciaal dode momenten ongebouwd met een vliegtuig die staat te wachten op een startbaan, een ander vliegtuig wordt gevuld met kerosine. Passagiers checken hun bagage in. Hier is geen plaats voor flash-backs of al te nadrukkelijke karakter-ontwikkelingen. Dat ik mij toch zo betrokken voelde met de personages verbaasde mij enorm, en dat bewijst enkel maar dat Greengrass heel goed wist hoe hij dit verhaal moest benaderen. We zien het gebeuren zich ontrollen via de ogen van de mensen bij het FAA, luchtvaartleiding in Boston, New York en Cleveland, en de militaire vleugel, NORAD. We zien hoe de ramp zich ontwikkeld en begrijpen de verwarring, communicatiestoornis en de verkeerde informatie die rond circuleert. Wanneer FAA manager Ben Sliney (die zichzelf speelt - zie foto hieronder) ten slotte het besluit maakt om het V.S. luchtruim af te sluiten, was er een zucht van steun te horen in de zaal.

Zodra de terroristen op de vlucht 93 tot actie overgaan, verlegt Greengrass zijn focus op het vliegtuig en worden we meegesleurd in een dodelijke spiraal. De dingen ontvouwen zich als een documentaire gebaseerd op de telefoongesprekken die zijn gevoerd tijdens de ramp en de krantenartikels die nadien zijn verschenen. De terroristen vermoorden een passagier en de twee piloten en draaien het vliegtuig richting Washington D.C. De passagiers werden geïntimideerd en in de staart van het vliegtuig gesjouwd. Al snel komen ze tot besef, nadat ze in contact kwamen via de telefoontoestellen met de buitenwereld, dat ze iets zullen moeten ondernemen willen ze een kans maken om deze nachtmerrie te overleven. Wat nadien gebeurt, zal je bij de keel grijpen, en je zal de tijd van de eindcredits goed kunnen gebruiken om even te bekomen van deze emotioneel geladen momenten.
De kracht van United 93 ligt niet enkel in de flarden van hoop die we krijgen van die paar heldhaftige individuen, maar vooral in de dwingende manier hoe deze film ons terug brengt naar die periode die we maar al te graag willen vergeten, maar nooit kunnen vergeten. Greengrass’ nauwlettende oog voor detail is fascinerend. Het feit dat we weten wat er zal gebeuren zijn die momenten van routine, veiligheidsvoorschriften op het vliegtuig – de maaltijd – de bediening, zo zenuwslopend en wordt de vrees voor wat komen zal des te groter. Net zoals Monica Belluci, die in Irréversible (2002) door een lange bloedrode gang stapt en wij als kijker weten dat ze zal aangerand worden, maakt datgene wat zich vooraf afspeelt enkel maar bedreigender. We kijken er naar met totaal verschillende ogen.

Maar ook de terroristen zijn niet geheel ontdaan van alle menselijkheid. Het personage van Ziad Jarrah, die vertolkt wordt door Khalid Abdalla, verklaart hij zijn liefde aan de telefoon net voor zijn vertrek. Op het vliegtuig aarzelt hij even. Juist deze aarzeling accentueert de tragiek en de absurditeit van de situatie. Maar United 93 creëert geen sympathie, maar demoniseert hen ook niet. Was hij gewoon zenuwachtig of had hij wel degelijk twijfels over wat ze in werking hadden gezet? Greengrass stelt hen vooral voor als individuen die verblind zijn door hun geloof en hun overijverige overtuigingen.
Er was veel kritiek op Greengrass bij aanvang van de film. Voornamelijk omdat hij Engels was, en niet Amerikaan. Maar alles spreekt in zijn voordeel. Hij heeft met zijn film geen polemiek willen maken tussen Moslims en westerlingen, of een politiek statement willen brengen, maar eerder de twee gemeenschappen proberen samen te brengen. Het sociale aspect dat niet was te bespeuren in The Bourne Supremacy, maar wel degelijk in Bloody Sunday (2002), zit eveneens doordrenkt in deze film. Toch is United 93 geen documentaire. Alles waarover we geen confirmatie hebben, komt uit de verbeelding van Greengrass. Maar deze invulling is nooit dominerend of moralistisch.
Kortom, United 93, is niet ver van een meesterwerk. De impact is overweldigend en de beelden brengen ook de moedigste bioscoopbezoeker meteen van zijn stuk. We hebben veel gehoord en gezien van de gebeurtenissen tijdens 9/11, maar deze prent verschaft ons een nieuwe kijk op de situatie. Eén die we niet hadden verwacht en die we nooit zullen vergeten. Niettegenstaande de snelle release zijn we toch ver genoeg van het gebeuren verwijderd om de situatie te analyseren in een bredere context. Ik heb soms heel wat kritiek op dingen die me niet bevallen, maar voor deze film heb ik niets anders dan lof. Vergeet even Superman Returns (2006) of Pirates of the Caribbean: Dead Man's Chest (2006), maar ga eerst naar United 93. Het is een harde film, maar is eveneens van onschatbare waarde, en waarschijnlijk een van de meest efficiënte en intelligente films van de laatste jaren. United 93 zal vast en zeker in de top 10 van mijn eindejaarslijstje zitten.
***Related Posts***
16/12/2006: De Beste en Slechtste Films van 2006
14/09/2006: Nieuwe 9/11 film voor Oliver Stone
24/03/2006: Eerste indrukken van de United 93 trailer
09/03/2006: Documentaire: 9/11 een leugen ?
13/02/2006: World Trade Center poster
07/01/2006: United 93 korte inhoud + teaser & poster
21/09/2005: Oliver Stone krijgt geen carte blanche voor 9/11
10/08/2005: Tsunami film
08/07/2005: Oliver Stone maakt 9/11 film
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (9)
Tags: kate jennings grant, john rothman, cheyenne jackson, olivia thirlby, real-time, the bourne supremacy, ben sliney, norad, bloody sunday, review, filmbespreking, united 93, paul greengrass, oliver stone, 911, world trade center, terrorist, film, flight 93, ziad jarrah, khalid abdalla, docudrama, christian clemenson, trish gates, polly adams, david alan basche, liza colon-zayas


















