17-04-12
Hitchcock biopic met Anthony Hopkins eindelijk in productie
Ik had er 4 jaar geleden al een bericht over geschreven dat er plannen waren voor een film rond de figuur van Alfred Hitchcock met Anthony Hopkins in de hoofdrol. Wel, Hitchcock (2013) zou volgend jaar in de zalen moeten draaien en de filmshoot is vorige vrijdag (13/04) van start gegaan.
Regisseur Ryan Murphy werd ondertussen vervangen door Sacha Gervasi, die met deze film zijn langspeelfilm debuut zal maken. Fox Searchlight heeft er ook goed aan gedaan hun veel te lange titel (Alfred Hitchcock and the Making of Psycho) te vervangen door het kort en krachtige Hitchcock. De film zal zich wel afspelen tijdens de shoot van Psycho (1960), en zich concentreren op zijn relatie met Alma Reville (Hellen Mirren) en zijn moeilijke relatie met Janet Leigh (Scarlett Johansson)
De vraag die ik me dan stel is of de 75-jarige Anthony Hopkins zo’n 30kg zal bijkomen voor zijn rol en of hij niet wat te oud is voor de rol? De film had 4 jaar geleden al gedraaid moeten worden, en dan nog. Hitchcock was 60 toen hij Psycho draaide. Maar goed, niemand kan het talent van Hopkins ontkennen en als babyface DiCaprio de rol van de oude Howard Hughes kon spelen in The Aviator (2004), dan zal dat voor Hopkins ook wel weg kunnen geraken met het leeftijdsverschil. Scarlett zei onlangs ook nog het volgende in een interview: "Ik heb onlangs een aantal make-up testen gezien en alleen het zien van Anthony als Hitchcock is al gedenkwaardig." Dankzij Shifty hebben we hier al een voorsmaakje van de transformatie.
Johansson moet voor haar rol als Leigh in de douche kruipen voor de legendarische moordscène uit Psycho. "We nemen niet de hele douchescène opnieuw op," liet Johansson nog weten. De horrorfilm werd een van de bekendste films uit het oeuvre van Hitchcock. De productie van de film ging moeizaam omdat de Britse regisseur lange tijd de financiering niet rond kreeg.
In de film wordt de rol van de aan aids gestorven acteur Anthony Perkins vertolkt door James D’Arcy, Vera Miles wordt dan weer gespeeld door Jessica Biel. Daarnaast zien we ook nog Toni Collette, Kurtwood Smith en Danny Huston. Er zou zelfs een gerucht zijn dat Ralph Macchio (ja, die van The Karate Kid) ook een rol zou krijgen in deze film. Als grote fan van Hitchcock sta ik te springen om die eerste trailer te zien.
***Related Posts***
18/02/2012: Rebecca en Suspicion van Alfred Hitchock krijgen remake
22/02/2011: Vertigo filmbespreking
20/02/2011: The Birds filmbespreking
19/02/2011: Rear Window filmbespreking
03/11/2011: Psycho filmbespreking
26/10/2007: Alfred Hitchcock and the Making of Psycho
Gepost door © dave in Biopic | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (4)
Tags: alfred hitchcock, hitchcock, anthony hopkins, anthony perkins, hellen mirren, scarlett johansson, jessica biel, toni collette, kurtwood smith, danny huston, james darcy, psycho, fox searchlight, sacha gervasi, ryan murphy, ralph macchio
18-02-12
Rebecca en Suspicion van Alfred Hitchock krijgen remake
En er zijn nog meer Hitchcock films die een facelift zullen krijgen. DreamWorks heeft zijn oog laten vallen op Rebecca (1940) en Paramount heeft interesse om Suspicion (1941) een remake-beurt te geven.
Korte inhoud Rebecca: Een meisje van eenvoudige komaf trouwt met een gedistingeerde kasteelheer Maxim. Het huwelijksgeluk wordt echter gedwarsboomd door de herinnering aan Rebecca, de vorige vrouw van Maxim. Rebecca was, zo lijkt het, bij iedereen zeer geliefd. Ze kwam onder duistere omstandigheden om het leven, maar haar geest waart nog altijd rond en het meisje probeert wanhopig deze supervrouw te vervangen.

Korte inhoud Suspicion: Lina McLaidlaw ontmoet Johnnie Aysgarth en wordt al snel verliefd op hem. Ze trouwen, maar het wordt Lina nooit duidelijk waar Johnnie zijn geld vandaan haalt. Omdat hij bovendien een vreemde interesse heeft voor vergiften, krijgt Lina haar bedenkingen over Johnnie's karakter. Dan overlijdt een vriend en zakenpartner van Johnnie op mysterieuze wijze.
Rebecca is de eerste Amerikaanse filmproductie van Alfred Hitchcock, gebaseerd op de roman van Daphne Du Maurier die ook The Birds (1963) heeft geschreven. En ook al mocht Hitchcock fluiten naar zijn verdiende Oscar voor Beste Regie, werd Rebecca toch beloond met de Oscar voor Beste Film. Steven Knight, die eerder naam maakte als schrijver van Eastern Promises (2007), zal voor de nieuwe bewerking van Rebecca het script leveren.
Ook Suspicion werd genomineerd voor Beste Film, maar kon enkel maar de Oscar voor Beste Actrice verzilveren, die Joan Fontaine in ontvangst mocht nemen. Zij is tevens de enige actrice die voor een Hitchcock film een Oscar kreeg (begrijpen wie begrijpen kan). Het scenario voor de remake zou geschreven worden door Veena Sud, verantwoordelijk voor de tv-series The Killing en Cold Case.
Ondertussen zitten we nog steeds te wachten op Alfred Hitchcock and the Making of Psycho (2013) die al in 2008 had moeten uitkomen, een film over Hitchcock die vertolkt zou worden door Anthony Hopkins. De vrouw van Hitchcock zou gespeeld worden door Helen Mirren. De regie van de film wordt in goede banen geleid door Sacha Gervasi, de scenarist van Spielberg’s The Terminal. Hij zal met deze film zijn langspeelfilm debuut maken.
***Related Posts***
22/02/2011: Vertigo filmbespreking
20/02/2011: The Birds filmbespreking
19/02/2011: Rear Window filmbespreking
03/11/2011: Psycho filmbespreking
26/10/2007: Alfred Hitchcock and the Making of Psycho
Gepost door © dave in Remake | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (1)
Tags: alfred hitchcock, suspicion, rebecca, dreamworks, paramount, the birds, daphne du maurier, eastern promises, steven knight, joan fontaine, veena sud, sacha gervasi, hellen mirren, anthony hopkins;alfred hitchcock and the making of psycho
22-02-11
Vertigo (1958) ****½
Eén van de meest fascinerende Alfred Hitchcock films is ongetwijfeld Vertigo (1958), het is tevens ook de meest ingewikkelde film om te doorgronden. Het is niet alleen een misdaadverhaal, maar tevens een romance en een psychologisch drama.
Korte inhoud: John 'Scottie' Ferguson (James Stewart) is een politierechercheur die door zijn hoogtevrees op non-actief is gesteld. Een oude vriend (Tom Helmore) vraagt hem of hij zijn vrouw Madeleine (Kim Novak) kan volgen. Zij heeft occulte banden met het verleden en denkt dat een voorouder in haar geïncarneerd is. Scottie redt haar van de verdrinkingsdood en wordt verliefd. Als Madeleine vervolgens toch zelfmoord pleegt wordt zij voor Scottie een obsessie.
Net zoals in The Birds (1963) worden niet alle vragen beantwoord, maar laat Hitchcock het aan de kijker over om de eindjes aan mekaar te knopen. Iets wat David Lynch heeft geleerd van de meester en tevens toepast in zijn films. Voor zijn Lost Highway (1997) heeft hij trouwens zijn inspiratie gezocht in Vertigo.
Met Vertigo duiken we onder in de psyche van Alfred Hitchcock, en krijgen we een idee van de man achter de filmmaker. Het was dan ook een heel persoonlijke film voor Hitchcock. Thema’s die in de film steken zijn die van het schuldgevoel en de melancholie, waarschijnlijk diezelfde onderwerpen die zouden terugkeren mocht Hitchcock op de bank liggen van de psychiater. Hitch zat trouwens in een moeilijke periode tijdens het draaien van deze film (was een paar keer zwaar ziek geworden en moest een hernia-operatie ondergaan). Alles in Vertigo is tot in de kleinste details uitgewerkt, van de shots tot de sets, de kleuren en de kleding. Alles is nauwkeurig op mekaar ingesteld, en niets is wat het lijkt. We vinden ons in een wereld waar de acteurs twee gezichten hebben, waar de omgeving zowel uitnodigend als dreigend is. Het gebruik van spiegels is dan ook iets wat je geregeld opmerkt. Een spiegel is niet de realiteit, maar slechts een reflectie ervan, en deze verwarring zit ook in de liefde en de seksualiteit.
Het is een liefdesverhaal in zijn meest fatale vorm, met name de necrofilie. Een surreële romantiek waar de liefde sterker is dan de dood. Het verhaal zelf is gebaseerd op een politie-romannetje van geen belang. Maar Hitchock is niet geïnteresseerd in het verhaal op zich, dan wel op de manier hoe alles verteld wordt. En het begint allemaal met de begin-generiek van Saul Bass die ons meteen in een duizelingwekkend wereld stort, op de muziek van Bernard Herrmann die lichtjes geïnspireerd was op Richard Wagner's Tristan und Isolde. De film gaat voor alle duidelijkheid over veel meer dan hoogtevrees. Zoals bij alle Hitchcock-films is het kwaad opzet nooit ver weg. Heeft de vrouw een ongeluk gehad en gevallen uit een klokkentoren? Was het zelfmoord, of werd ze geduwd?
Technisch gezien heeft deze film tevens weer een aantal grenzen verlegt. Zo is hier de 'trans-travelling' uitgevonden (camera gaat achteruit op een travelling, terwijl het beeld wordt ingezoomd) die later werd gebruikt door Steven Spielberg in Jaws. De techniek werd gebruikt voor het shot in een trappenhal. Maar gezien er in die tijd geen vertikale travelling kon gelegd worden, werd een horizontale maquette gemaakt. In de film zaten ook heel wat licht-effecten, met name bij belangrijke momenten in het verhaal.

Het enige minpuntje in de film is misschien de casting. Zowel James Stewart als Kim Novak zijn twee geweldige acteurs, maar toch passen ze niet tezamen. Misschien heeft het te maken met het grote leeftijdsverschil tussen beiden (Kim was misschien maar 24 jaar terwijl James er 50 was), ofwel door het feit dat James Stewart niet meteen een acteur is die zich goed voelt in romantische rollen. Hitchcock wilde eigenlijk actrice Vera Miles, die onder persoonlijk contract bij hem stond en reeds mee had gespeeld in de serie Alfred Hitchcock Presents en de film The Wrong Man (1956), de hoofdrol geven, maar zij kon niet vanwege haar zwangerschap. Hitchcock wilde de opnames niet uitstellen en huurde daarom Kim Novak als hoofdrolspeelster.
De film werd bij zijn première niet zo goed ontvangen door de pers. Zelfs acteur James Stewart nam zelfs enige afstand van de film door openlijk te verklaren dat hij liever niets met de film te maken had. Het was voor hem een slecht filmproject. Maar zoals wel vaker het geval is bij meesterwerken zouden er een aantal jaren moeten verstrijken vooraleer Vertigo naar waarde geschat werd. Datgene wat aanstootgevend was, was vooral de seksueel perverse ondertoon van het verhaal. In een interview met François Truffaut gaf Hitchcock zelf aan dat Vertigo zijn favoriete film was. Hij gaf acteur James Stewart de schuld van het mislukken van de film, omdat hij iets te oud was om nog realistisch over te komen als liefdesintersse voor Kim Novak.
Deze film heeft Universal op een 2-delige Special Edition uitgebracht, met audio-commentaar van regisseur William Friedkin (The French Connection, The Exorcist ), alsook info over de restauratie van de film en docu’s over de thema’s in Vertigo.
***Related Posts***
20/02/2011: The Birds review
19/02/2011: Rear Window review
03/11/2010: Psycho review
04/03/2008: Vanity’s Hitchcock covers
26/10/2007: Anthony Hopkins als Alfred Hitchcock
27/04/2007: The Birds ondergaat een Bay touch
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (1)
Tags: vertigo, alfred hitchcock, james stewart, tom helmore, kim novak, the birds, bernard herrmann, saul bass, tristan und isolde, richard wagner, jaws, william friedkin, the wrong man, françois truffaut
20-02-11
The Birds (1963) ****
Waarom vallen de vogels in The Birds (1963) van Alfred Hitchcock aan? Het lijkt mij een pertinente vraag, maar het antwoord op de vraag blijft uit. Hitchcock laat ons zelf een oordeel velen en geeft ons een aantal pistes. Misschien heeft het wel iets te maken met de foute relatie van Melanie. Misschien is het wel het gevolg van de "lovebirds", de twee vogeltjes die Melanie heeft meegenomen. Hitchcock is in deze film niet geïnteresseerd in logische gevolgtrekking, maar schept een soort deterministische logica waar de mens uiteindelijk de aanstoker is van alle kwaad, met het kwade die hier vertolkt wordt door de onschuld zelve: vogeltjes.
Korte inhoud: Melanie Daniels (Tippi Hedren) zoekt in het kustplaatsje Bodega Bay een kennis met de naam Mitch Brenner (Rod Taylor) op. Daar aangekomen wordt ze het slachtoffer van een aanval van een meeuw. Vervolgens worden er door diverse vogelsoorten steeds massaler en vernietigender aanvallen op de dorpelingen ontketend. Nadat er bij hun aanvallen diverse doden gevallen zijn, verschansen Melanie en Mitch zich met de moeder (Jessica Tandy) en zijn zusje (Veronica Cartwright) in Mitch' huis, waarna diverse vogelsoorten een gecombineerde aanval op hen inzetten.
Het is niet de meest diepzinnige film die Hitchcock heeft gemaakt, maar wel één van zijn meest commerciële films. Technisch gezien was de film ver vooruit zijn tijd (met zowat 370 shots met speciale effecten) en ook fotografisch was het een uitmuntende rampenhorror. Hitchcock bleef heel enigmatisch over hoe hij alle effecten kon verwezenlijken, en op de vraag van een journaliste hoe hij alle vogels zo kon dirigeren zei hij met zijn overbekende gevoel voor humor, iets in de aard van: "They were very well paid, ma'am". Bestond er toen al een blu-key? Het gebruik van standaard chroma key met een blauw scherm bleek ontoereikend voor de effecten in de film, gezien de vogels te snel bewogen om mooie beelden te krijgen. Daarom werd een nieuwe techniek gebruikt met natriumdamp, met de hulp van Walt Disney studio.
Maar het was hard labeur op de set, en al zeker voor actrice Tippi Hedren die letterlijk met valse vogels werd bekogeld, tot ze er verwondingen aan overhield. Er wordt vaak beweert dat Hitchcock geen respect had voor zijn acteurs en dat hij hen eerder aanzag als vee die je doorheen je beeld moest leiden. Het feit was dat Hitchcock één van de grootste perfectionisten was uit de filmgeschiedenis en tevens een hardnekkige controlle-freak. Acteurs moeten zich maar onderschikken, net zoals zijn crew dat deed.
The Birds is gebaseerd op het verhaal van Daphne Du Maurier, die tevens het verhaal schreef van Rebecca (1940). Evan Hunter heeft het omgevormd tot een uitstekend scenario. De opbouw is begint vrij rustig. Een vogel ligt dood voor de deur. Waarschijnlijk is hij er per ongeluk tegen gevlogen tijdens de nacht. Maar het was volle maan, wordt er meteen opgemerkt. De onrust begint stilletjes in het verhaal te sluipen. Het verlangen naar de schrik, die we allen koesteren, houdt de spanning gedurende het gehele verhaal vast. En na de aanval op de kinderen, weten we meteen hoe laat het is. OIn het begin van de film zien we twee vogeltjes opgesloten in een kooi. De ironie in het verhaal maakt dat op het einde van de film onze hoofdpersonages opgesloten zitten in hun eigen huis.

De mooiste scène in de film vind ik persoonlijk de aanval waarbij Melanie schuilt in een telefooncel en een 360° beeld krijgt van de terreur rondom haar. Ze is toeschouwer van het gebeuren, en wij als toeschouwer zijn dat eveneens. Wil Hitchcock hier iets mee zeggen? Ik denk niet dat het zijn bedoeling was een moralistisch verhaal op te hangen. De vogels zijn het element van terreur maar de mensen blijven op de voorgrond. De vogels lijken ook geen motivatie te hebben. Ze zijn gewoon met veel. Dat zegt althans een ornithologe in een tea-room. Volgens de vrouw zijn die dieren gewoon met teveel en kunnen ze gemakkelijk het einde van de wereld veroorzaken. Ze voegt er wel bij dat zoiets uiteraard niet zomaar gebeurt, en dat het uitgelokt moet worden. De primitieve instincten van de mens komen naar boven wanneer de chaos zich installeert, en de zoektocht naar de zondebok/de heks kan beginnen. En zo staat dat andere terugkerende thema weer centraal in de film van Hitchcock: de onschuldige die alle schijn van schuld tegen hem heeft.
Maar ook seks is een belangrijk thema in zijn films. Daar waar het in Rear Window (1954) en Psycho (1960) draait rond voyeurisme, draait alles in North by Northwest (1959) rond losbandigheid, in Marnie (1964) komt het fetishisme aan de beurt, in Frenzy (1972) het sadomasochisme, in Vertigo (1958) zelfs de necrofilie, en hier in The Birds gaat het om de (foute) liefde op het eerste gezicht.
De productie werd in 1964 genomineerd voor een Academy Award voor best special-effects, maar verloor deze aan Cleopatra (1963). De film werd dat jaar ook genomineerd voor een Edgar Award voor beste film. Actrice Tippi Hedren won in 1964 voor haar rol daadwerkelijk de Golden Globe voor meest veelbelovende vrouwelijke nieuwkomer. Ook van deze film heeft Universal een 2-delige Special Edition uitgebracht, met documentaires, deleted scenes, de screentest van Tippi Hedren, en nog veel meer.
***Related Posts***
19/02/2011: Rear Window review
03/11/2010: Psycho review
04/03/2008: Vanity’s Hitchcock covers
26/10/2007: Anthony Hopkins als Alfred Hitchcock
27/04/2007: The Birds ondergaat een Bay touch
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (4)
Tags: the birds, alfred hitchcock, tippi hedren, rod taylor, jessica tandy, veronica cartwright, daphne du maurier, evan hunter, rear window, marnie, psycho, north by northwest, frenzy, vertigo, cleopatra, rebecca
19-02-11
Rear Window (1954) *****
Rear Window (1954) is één van mijn favoriete Alfred Hitchcock films. Het is niet enkel een beangstigend en beklemmend verhaal, maar tevens een perfecte weerspiegeling van de regisseur als voyeur. Een echte filmregisseur is zonder enige twijfel een beeldendief. Iemand die met behulp van zijn verrekijker de wereld observeert en analyseert…of zelfs begluurt. De initiële motivatie is de natuurlijke drang van 'nieuwsgierigheid'. Iets waaraan het hoofdpersonage in deze film ook last van heeft.
Korte inhoud: Nieuwsfotograaf L.B. Jefferies (James Stewart) is door een gebroken been verplicht om zeven weken in zijn New Yorkse appartement door te brengen. Om de tijd te doden observeert hij zijn buren op de binnenplaats; met behulp van een verrekijker en een telelens dringt hij ongevraagd binnen in hun leven. Er is één appartement dat op Jefferies' speciale aandacht mag rekenen: dat van zijn directe overburen de Thorwalds, zeker wanneer mevrouw plotseling verdwijnt. Door allerlei aanwijzingen raakt hij overtuigd van de mogelijkheid dat Lars Thorwald (Raymond Burr) zijn vrouw vermoord heeft. Hij is zo zeker dat hij een bevriende rechercheur (Wendell Corey) inschakelt om de zaak te onderzoeken. De resultaten lijken te wijzen op de onschuld van Thorwald, maar 'Jeff' gaat door, geholpen door vriendin Lisa (Grace Kelly) en verpleegster Stella (Thelma Ritter).
Moord kan overal opduiken, zelfs bij de sympathieke buren die je occasioneel ontmoet op straat en die vriendelijk naar je glimlachen. Een thema die geregeld terugkomt in het werk van Hitchcock. Ik denk dan maar aan zijn Frenzy (1972). In het begin van deze prent zijn we getuige van een gruwelijke moord. De camera deint nadien in een sequentie-shot achteruit, van de trappen tot in de inkomhal en op straat, waar de dagelijkse leven verder gaat. Moord kan overal aanwezig zijn, en dat is tevens de overtuiging van L.B. Jefferies. Dit gepaard gaande met zijn natuurlijke nieuwsgierigheid als persfotograaf, zal hem storten in troebel water.
Rear Window zou je kunnen omschrijven als een soort zwartgallige komedie. De fotograaf heeft zijn been gebroken en zit in het gips. Hij heeft dus niets anders te doen dan naar zijn buren te kijken. Al van bij het begin plaats Hitchcock al zijn pionnen. We zien er meteen de arena waar alles zich zal afspelen, alsook verschillende bewoners en uiteraard ook een blik op ons hoofdpersonage. We krijgen heel wat informatie te zien, zonder dat er ook maar één woord valt. Via inductie veronderstellen we bijvoorbeeld dat hij zijn been heeft gebroken tijdens zijn werk. En deze aanpakt werkt, want we verplaatsen ons naar het standpunt van ons hoofdpersonage. We zien wat hij ziet, en bijgevolg worden we eveneens voyeur van het schouwspel.
Alles in dit meesterwerk is gebaseerd op suggestie. We krijgen iets te zien en we moeten er onze conclusies uit nemen. Een hondje ligt roerloos in de binnenkoer, de nek omgewrongen. De eigenares is in alle staten en schreeuwt haar gruwel uit. Alle buren komen naar hun balkon om te zien wat er gaande is. Enkel één iemand houdt zich schuil in zijn woonkamer. Lars Thorwald zit er in het donker, roerloos en onberoerd. We zien hem nauwelijks maar we zien wel de rode gloed van het uiteinde van zijn sigaret. Waarom komt hij niet kijken? Weet hij misschien wat er gaande is? Heeft hij die hond vermoord? Waarom?...


Er zit geen muziek in de film, alles is diëgetisch. Er zijn enkel omgevingsgeluid en akelige stiltes die doorbroken worden door piano-geluid van één van de buren, of muziek van een radio die ergens opstaat. Maar als je er bij stil staat moet dit één van de meest ingewikkelde sounddesigns zijn die er toen was. Terwijl de camera in point-of-view perspectief van de ene kamer naar de andere gaat, verandert de ambiance geleidelijk en geeft het ons een heel specifiek gevoel (let bijvoorbeeld op het gebruik van sirenes, die zijn er niet zomaar op gezet om ambiant-sound te maken). Uiteraard zijn we dat geen seconde gewaar, maar onderbewust voelen we het wel. Uiteindelijk hebben we een heel realistisch. We worden ook meteen vertrouwd met de omgeving en worden hierdoor ook sneller meegezogen in het verhaal. Maar Rear Window staat tevens bol van subtext. Als Hitch een scène in mekaar steekt, weet je meteen dat hij hiermee verschillende dingen wil zeggen. Op een gegeven ogenblik heeft het liefje van het hoofdpersonage de trouwring gevonden van de verdwenen vrouw. Ze schuift deze ook aan haar ringvinger van haar linkerhand. Jefferies ziet de ring uiteraard als bewijsmateriaal dat de vrouw vermoord is geweest, terwijl Lisa hoopt dat Jefferies de hint begrijpt en met haar wil trouwen en zich bevrijdt van zijn bindingsangst. Het is heel subtiel, maar zo zitten er tientallen scènes in. Daarom is Rear Window een film die je meermaals moet gezien hebben.
In tegenstelling tot een North by Northwest (1959), waar de eind-sequentie zich afspeelt in wijde velden met vliegtuigen die rakelings over het vluchtende hoofdpersonage vliegen, zitten we hier in een besloten ruimte, als het ware vast gekluisterd aan een gips. Het is geen huis clos verhaal maar het scheelt niet veel. Hitchcock liet voor deze film een New Yorkse appartementencomplex met binnenplaats nabouwen bij Paramount Studios. Het was tevens de grootste daar gebouwde overdekte set ooit. We krijgen nooit geen standpunt van in het huis van Thorwald, maar altijd vanuit het perspectief van Jefferies. En het enige wapen waarover hij beschikt is zijn fototoestel.
Uiteraard is er ook knap acteerwerk van James Stewart en Grace Kelly die deze film kunnen voorzien van uiteenlopende emoties en gevoelens. Rear Window werd genomineerd voor vier Academy Awards, voor die voor Beste Regisseur, Beste Scenario, Beste Fotografie en Beste Klank, maar spijtig genoeg ging On the Waterfront (1954) met alle prijzen lopen. De film werd onlangs door Universal uitgebracht in een 2-delige Special Edition met heel wat bonusmateriaal. Iets wat een filmgeek niet aan kan weerstaan. De film werd toen opgenomen in Technicolor en is dus in kleur.
***Related Posts***
03/11/2010: Psycho review
04/03/2008: Vanity’s Hitchcock covers
26/10/2007: Anthony Hopkins als Alfred Hitchcock
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (2)
Tags: rear window, alfred hitchcock, james stewart, grace kelly, raymond burr, wendell corey, thelma ritter, frenzy, north by northwest, on the waterfront
03-11-10
Psycho (1960) ****½
Het is 50 jaar geleden dat Psycho (1960) in de bioscoop kwam. Toen deed Alfred Hitchcock er alles aan om de plot zo geheim mogelijk te houden. Mensen die niet op tijd in de bioscoopzaal waren, mochten er niet meer in. Er stond trouwens op de affiches dat je niets over de film mocht vertellen aan je vrienden na het zien van de prent.
En het publiek was zo ingenomen door Psycho dat ze dan ook de lippen stevig op mekaar hielden. Het circus die werd opgezet rond de film was zo intrigerend dat je het als gewone sterveling niet kon laten om naar de film te gaan. Enkel de journalisten waren misnoegd. Die sukkelaars kregen geen persvisie en moesten ook in de rij gaan staan om de film te gaan zien én op de koop toe nog hun toegangs-ticket betalen uit eigen zak. Maar dat de elite zich mocht gaan mengen met de plebs was om deze Hitchcock-prent te zien, hebben de journalisten moeilijk kunnen verteren. Het was dan ook niet te verwonderen dat heel wat reviews de film met de grond gelijk maakten. Het heeft enkele maanden geduurd alvorens de eerste goede en weloverwogen reviews de kop opstaken.
Korte inhoud: Bediende Marion Crane (Janet Leigh) werkt hard, maar verdient te weinig. Ze zou dolgraag gaan samenwonen met haar vriend Sam (John Gavin), maar ook hij moet rondkomen met een schamel loon. Op een dag krijgt ze van haar baas de opdracht een grote som geld naar de bank te brengen. In een vlaag van wanhoop besluit Marion zich het geld toe te eigenen en vervolgens slaat ze op de vlucht. Onderweg komt ze in een hevige storm terecht en moet ze noodgedwongen overnachten in het Bates Motel. Daar ontmoet ze Norman Bates (Anthony Perkins), de mysterieuze, jonge eigenaar die een obsessie heeft voor zijn moeder.
Psycho viert zijn 50ste verjaardag en de nagelnieuwe blu-ray is dan ook een leuk cadeau om te geven aan een filmliefhebber. De zwart/wit fotografie komt werkelijk tot leven in hi-def en de urenlange extra’s van de film geven werkelijk een dieptezicht in de productie van de film. Zo vind je er gesprekken met de acteurs, de schrijvers, de cameramensen, alsook gesprekken met andere filmmakers en fragmenten uit films van Martin Scorsese, Brian De Palma, Steven Spielberg en François Truffaut. Het is een heerlijke uitgave die simpelweg niet mag ontbreken uit jullie collectie...mocht deze er al niet in staan...naast die 53 andere films van Hitchock.
Psycho is niet van het niveau van een Rebecca (1940), een Vertigo (1958) of zelfs een North by Northwest (1959). Maar het was ook een beetje van een buitenbeentje. Hitchcock wou waarschijnlijk terugkeren naar die typische horror gotiek uit de jaren stillekes en besloot de film te draaien met minder dan 1 miljoen dollar (meestal bewoog Hitchcock geen poot voor minder dan een miljoen dollar) en alles in het zwart/wit te draaien om minder het accent te leggen op het bloed en de gore en meer op de verdraaide psychologie en de gruwel. Het werd tevens één van de meest succesvolle zwart/wit films ooit. Maar desondanks het kleinere budget wou Hitch toch beroep doen op de (dure) muziek van Bernard Herrmann. De componist componeerde dan maar enkel met een strijkorkest in plaats van een compleet filharmonisch orkest. En het resultaat werd trouwens één van de meest populaire werken van Herrmann.


Ik heb op de filmschool de roman gelezen van Robert Bloch waarop de film werd gebaseerd, en dit boek staat mijlenver van wat we uiteindelijk op het witte doek te zien kregen. Het is in essentie een slecht geschreven stationsromannetje, de scènes zijn absurd, de gruwel is gortiger (in de douche-scène is er sprake van onthoofding) en verre van subtiel en ook de dialogen zijn niet zo verfijnd. En dit is niet enkel de verdienste van de regisseur maar zeker ook van de talentvolle scenarist Joseph Stefano.
Maar één van de kenmerken van een Hitchcock film zijn de sterke vertolkingen van de acteurs. Anthony Perkins is geweldig, en ik begrijp niet dat hij in dat Norman Bates karakter is gebleven in al die waardeloze sequels. In ieder geval was hij de geschikte man om deze rol te vertolken. In tegenstelling tot het boek waar het hoofdpersonage zwaarlijvig, ouder, slordig en onsympathiek was , heeft Hitchock en Stefano het personage sympathiek, jong, slank en gevoelig gemaakt. Het zal Hitchcock niet ontgaan zijn dat Perkins homoseksueel was en een grotere band had met zijn moeder dan een hetero acteur. En het werkt. Je bent als kijker aangetrokken door het intrigerende personage met zijn broze stem. Je leeft met hem mee, je hebt zelfs medelijden met hem, en bij momenten voel je trouwens dat er mogelijks een relatie zou kunnen bloeien met Marion. Bijgevolg is de film op de eerste plaats een tragedie en daarna een horrorfilm.

Wat de meeste mensen is bijgebleven is uiteraard die fameuze douchescène, die werd opgenomen in 7 lange dagen met ongeveer 70 camera standpunten. Wat weinigen weten is dat deze scène eigenlijk werd gefilmd zonder Anthony Perkins en dat er ook voor de meeste shots beroep werd gedaan op een naakte body double (ook al krijg je geen edele delen te zien, enkel maar een hint van een halve borst, en dit omwille van de strenge censuur regels). Het storyboard voor deze scène werd getekend door Saul Bass, die op incorrecte wijze het gerucht deed verspreiden dat hij de fameuze scène geregisseerd zou hebben. Maar dat was dus niet het geval. Hitchcock had Saul de opdracht gegeven verschillende standpunten uit te tekenen, en Hitchock heeft de scène dan ook op de set geregisseerd. Wat ook zo bijzonder was aan deze scène – en hiervoor moet je je i de geest plaatsen van een publiek in de jaren 60 – was dat de hoofdactrice in het begin van de film op de meest gruwelijke wijze werd vermoord. De kijker moest nu plots een ander personage volgen, Norman Bates, en later werd een nieuwe actrice geïntroduceerd, de zus van Marion, Lila Crane (Vera Miles)
De film was grensverleggend in een periode waar horror eigenlijk iets was uit een ver verleden (cf. Frankenstein, Dracula,…). Het chock-element in de film is met de tijd iets minder choquerend, maar de manipulatieve verhaal-techniek en de vertolkingen blijven meesterlijk. Het is een film die menig andere thrillers en horrorfilms heeft geïnspireerd (Raging Bull, Jaws, Cape Fear, Halloween, Dressed to Kill, ...) en trouwens een nieuw filmgenre in leven riep, met name de slasher film. Maar deze film overstijgt uiteraard het slasher-genre, overstijgt zelfs het horror genre of de zwarte komedie. Het is een monument van de cinema die elke echte filmliefhebber meermaals gezien moet hebben.
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (5)
Tags: psycho, alfred hitchcock, janet leigh, vera miles, anthony perkins, john gavin, horror, saul bass, bernard herrmann, robert bloch, joseph stefano, françois truffaut, martin scorsese, brian de palma, slasher
05-07-10
Carlito's Way (1993) ***
Brian De Palma is een geniaal regisseur, die in de voetsporen van Alfred Hitchcock trad en de nieuwe ‘master of suspense’ werd. Zelfs zijn minder goede films (The Black Dahlia, Femme Fatale, The Bonfire of the Vanities, Raising Cain) zijn meer dan het bekijken waard. Universal heeft onlangs de blu-ray uitgebracht van Carlito’s Way (1993), een voortreffelijke misdaadfilm met een onderhoudende Al Pacino. Het is echter niet het meesterwerk waar vele recensenten het over hebben.
Korte inhoud: Dankzij het grote vakmanschap van zijn advocaat Kleinfeld (Sean Penn), komt de harde crimineel Carlito Brigante (Al Pacino) na een aantal jaren in de gevangenis te hebben gezeten vrij. Deze keer is Carlito vastbesloten op het rechte pad te blijven. Hij wil zich terugtrekken op de Bahama's met zijn grote liefde Gail en de kost verdienen met het verhuren van auto's. De corrupte Kleinfeld wil hem wel helpen. Hij heeft een klusje waarmee Carlito een leuk startkapitaal kan verdienen. Hij noemt het slechts een kleine gunst, uit loyaliteit voor bewezen diensten. Maar als Carlito iets geleerd heeft uit het verleden, dan is het wel dat loyaliteit dodelijker is dan een kogel.
Dat je de film spontaan wil gaan vergelijken met Scarface (1983) kan haast niet anders. Het is een nieuwe samenwerking tussen De Palma en Pacino in een gelijkaardige gangsterfilm, met dit verschil dat Pacino hier een Puerto-Ricaan speelt en geen Cubaan. Maar spijtig genoeg komt deze Carlito’s Way nog niet aan de hielen van Scarface, maar dat is dan weer te danken aan het bron-materiaal van Edwin Torres en de iets te melodramatische aanpak van scenarist David Koepp. Het scenario van Scarface, neergepend door Oliver Stone, is verhaal-technisch op zoveel vlakken superieur aan deze prent.
De laatste 25 minuten van de film is buitengewoon geniaal en moet zeker niet onderdoen voor de trappenscène uit zijn The Untouchables (1987) (die op zijn beurt een hommage levert aan Battleship Potemkin). Het valt wat tegen dat we er anderhalfuur op moeten wachten en dat de regisseur het zo nodig vond om ons de afloop van die sequentie op een belachelijke manier te spoilen in de eerste minuut van de film. Daar waar deze montage-techniek een meerwaarde voorstelt bij No Way Out (1987), wordt hier de suspense voor een groot stuk beknot.
De Palma heeft voldoende goede scènes maar weet precies niet welke toon hij moet aanhouden, en hoe hij al die kleine verhaal-elementen aan elkaar moet knopen. Bijgevolg voelen heel wat scènes wat geforceerd aan. Voor datgene wat De Palma wil vertellen duurt de film voor mij veel te lang en mocht bijvoorbeeld de halfbakken romance tussen Pacino en Penelope Ann Miller de prullenmand in. Het heeft voor mij in dit verhaal nauwelijks een toegevoegde waarde. De Palma wou zichtbaar een gelijkaardige dualiteit maken als in Scarface waarbij de gevoelige kant van de crimineel wordt ontbloot, alsook zijn wil om een geweldloos bestaan te leiden. Maar de twee acteurs passen niet bij mekaar. Er is nauwelijks een vonk te bespeuren tussen beide protagonisten, en het verhaaltje van de balletdanseres / stripper / liefje van een gangster, slaat nergens op.
Carlito’s Way is een mix van geniale actie-sequenties en banaliteiten die een Brian De Palma film onwaardig zijn. Het camerawerk (vooral de steady-cam) valt op door zijn vernuftigheid - misschien iets teveel, John Leguizamo speelt een knap bijrolletje als opkomende gangster, de muziekscore van Patrick Doyle is misplaatst, het montage-werk is over-ambitieus en dient het verhaal bij momenten helemaal niet en de production design is bijzonder knap (vooral de club die als een zinkend schip in elkaar steekt). Het voelt allemaal wel een beetje gerecycleerd aan, maar desondanks een vrij geslaagde misdaadprent die mits een kortere montage nog veel beter kan zijn. Wat betreft de extras op de blu-ray, die zijn het vermelden niet waard.
Gepost door © dave in DVD/Blu-ray | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (2)
Tags: brian de palma, carlito s way, al pacino, review, blu-ray, universal, alfred hitchcock, scarface, sean penn, edwin torres, david koepp, the untouchables, battleship potemkin, penelope ann miller, no way out, patrick doyle, john leguizamo, trailer, preview
18-03-10
The Ghost Writer (2010) ***½
Ook al vertoeft regisseur Roman Polanski nog altijd onder toezicht van de Zwitserse ordediensten voor een seksvergrijp uit de jaren 70; zijn film The Ghost Writer (2010) draait ondertussen in de Belgische zalen.
De 40 miljoen dollar productie heeft na een 4tal weken nog maar 8 miljoen in het laatje gebracht wereldwijd, iets wat uiteraard veel te weinig is. Maar blijkbaar krijgt de film (vooal in de States) een heel beperkte distributie, en Polanski kan zelf zijn film niet promoten, en daar wringt misschien wel het schoentje. Nochtans is de film verre van slecht, meer nog, het is misschien wel één van de betere thrillers van Polanski, volledig gedraaid in Duitsland (gezien Polanski nog steeds niet op Amerikaanse bodem mocht). Het blijft voor mij iets krankzinnigs en ik vraag me af wanneer dit circus uiteindelijk een einde zal krijgen.
Korte inhoud: De voormalige Britse premier Adam Lang (Pierce Brosnan) werkt op een eiland aan zijn memoires, met de hulp van professioneel schrijver Mike McAra. Wanneer McAra onder mysterieuze omstandigheden overlijdt, moet de oud-politicus op zoek naar een nieuwe broodschrijver. Als deze ghost writer (Ewan McGregor) op het eiland arriveert, merkt hij al snel dat er allerlei krachten aan het werk zijn die belang hebben bij de inhoud van de memoires. En vooral bij enkele gebeurtenissen uit het verleden die nog altijd voor grote opschudding kunnen zorgen.
Gelukkig waren de draaidagen al voorbij en kon Polanski de montage volbrengen en de creatieve beslissingen nemen vanuit zijn Zwitserse "cel", compleet afgezonderd van de buitenwereld. En dit is, contradictorisch genoeg, zeker de film ten goede gekomen. Ook al speelt het verhaal zich af in een hedendaagse tijd, doet de prent, met zijn plot en sfeer, denken aan koude-oorlog-thrillers. De zaken die The Ghost Writer bespreekt, zijn alleen niet meer zo relevant als dertig jaar geleden. Geheime onderhandelingen tussen regeringen, multinationals met foute bedoelingen en geheime diensten, heeft de gemiddelde bioscoopbezoeker een déjà-vu gevoel. Hierdoor mist het geheel in zekere zin een dramatische impact, ook al omdat we de gevolgen en de slachtoffers van die overheidsmanipulaties nauwelijks te zien krijgen.
Is de film voorspelbaar? Wel, voor doorwinterde filmgeeks die het genre én Polanski op hun duim kennen zullen wel weten naar waar deze film naar toe wil, maar de gemiddelde bezoeker zal nooit kunnen raden wat er zal gebeuren. De film zit ook vol van de horror-clichés, en teveel scènes die een tikkeltje vernieuwing most. Polanski heeft aan het scenario gewerkt met de auteur van het boek Robert Harris, en de grootste verdienste ligt toch zeker op het vlak van de dialogen en de algemene sfeer. Maar het is onversneden Polanski materiaal, die net zoals een Alfred Hitchcock het thriller-genre volledig naar zijn hand zet en doorprikt met ironiserend toontje en incidentiele humor. Dit kan het thriller gevoel voor een hedendaags publiek wel op bepaalde momenten om zeep helpen. Ook de melodramatiek is nooit ver weg, maar tezelfdertijd blijf je in de ban van de vertelling en de visuele poëzie die op het scherm wordt uitgesmeerd door Polanski en zijn Poolse Director of Photography Pawel Edelman.
Knappe vertolkingen van Brosnan en McGregor, maar ook van Jon Bernthal, Kim Cattrall, Olivia Williams, Tom Wilkinson maken het plaatje compleet. Het eindresultaat is een volwassen en bescheiden retro-thriller over paranoia. Als jullie de man voor zijn zonden kan vergeven, zou ik deze film zeker aanraden.
***Related Post***
30/09/2009 : De affaire Roman Polanski
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (5)
Tags: the ghost writer, ewan mcgregor, roman polanski, tom wilkinson, pierce brosnan, alfred hitchcock, jon bernthal, olivia williams, kim cattrall
04-03-10
Shutter Island (2009) ***
Shutter Island (2009) van regisseur Martin Scorsese is gebaseerd op de roman van bejubeld auteur Dennis Lehane (Mystic River). Het verhaal speelt zich af in 1954 en gaat over US Federal Marshal Teddy Daniels (Leonardo DiCaprio) en zijn partner Chuck (een sterk gecaste Mark Ruffalo) die naar de psychiatrische instelling Ashcliffe Hospital varen op het geïsoleerde Shutter Island. Reden: de mysterieuze verdwijning onderzoeken van kindermoordenares Rachel Solando.
Mysterie en verdachtmakingen troef al blijkt dat directeur dr. Crowley (een uitstekende Ben Kingsley) geheimzinnig doet over deze verdwijning alsook wat er gaande is in 'The Lighthouse' of 'Ward C', waar alle zware psychopaten opgesloten zitten. Bovendien stijgt de spanning als Teddy een dreigende omgeving gewaar wordt, waarbij iedereen wel iets te verbergen lijkt te hebben & waar iedereen zich tegen hem lijkt te keren.
De film heeft van het begin af een hoog Things-are-not-what-they-seem –gehalte. Hier wordt echter mooi omheen gewerkt door een orgie van duistere sfeer, spanning, actie en een solide plot. Deze film is een soort ode aan thrillers uit de jaren '50, overgoten met een sausje van stilistische grandeur die weinig gezien kan worden in de hedendaagse popcorn-cinema. Het fifties B-film gevoel blijft tevens overeind in dit emotioneel drama. Alfred Hitchcock comes to mind bij vele scènes, en Le Procès (1962) van Orson Welles diende duidelijk als inspiratie voor deze prent.
Buiten het wat voorspelbare, uitgerokken einde is dit een sterke film en een lust voor het oog. Je wordt geprikkeld door emoties, angst en medeleven. De rauwe flashbacks van Teddy zijn overleden vrouw en zijn belevenissen in WOII maken van deze film een emotioneel geladen schouwspel dat je na een tijdje meer en meer bij de keel grijpt, eens je dieper in de verwikkeling van intriges, leugens, complottheorieën en psychoses op het eiland terecht komt. De setting en sfeer zuigt je mee in het verhaal. Je krijgt het gevoel alsof je zelf een patiënt was in de instelling.
Martin Scorsese speelt al zijn troeven uit in Shutter Island. Karaktervolle, angstaanjagende locaties, een pakkende claustrofobische sfeer en een stevige dosis gruwel en geweld. Dit alles stijlvol, strak en met oog voor detail in beeld getoverd: de cinematografie is de drijvende kracht van de film. De dialogen zijn spits, doordacht. De casting is nagenoeg perfect en de personages krijgen allemaal mooi de tijd om zich te ontplooien. De hedendaagse klassieke muziek past perfect in deze mix en geeft een stevige boost aan de al beangstigende sfeer. De meester onderscheidt zich wederom van de mediocriteit van Hollywood-Blockbuster-regisseurs. Shutter Island is een film die hij al jaren wilde maken, zonder al te veel druk van buitenaf, puur om zijn klasse als visionair regisseur opnieuw aan de wereld te kunnen tonen. Geen film die gemaakt werd met het oog op de Oscars, maar een duistere thriller pur-sang, die puur dient om te entertainen en schokken.

Het is Di Caprio’s beste acteerprestatie tot nu toe. Dit is de ultieme bevestiging voor Leonardo "babyface" Di Caprio die de criticasters het nakijken geeft. De karaktervolle, met vuur en passie gespeelde vertolking van Leo als Teddy Daniels was buitengewoon sterk. Zijn personage is zo diepzinnig en emotioneel geladen in beeld gezet dat dit bij momenten angstaanjagend wordt. Zoveel emotie en diepgang... Met elke film die hij met beschermengel Scorsese draait groeit zijn talent en kunnen. Mensen moeten gaan begrijpen waarom Marty steeds voor deze knaap kiest en niet voor gevestigde/oudere karakteracteurs. Hoe ouder Leo wordt, hoe meer karakter en zelfzekerheid hij begint te vertonen in gelaatsuitdrukkingen en fysieke handelingen. De babyface opmerkingen kunnen niet meer gelden als een excuus om hem af te breken
Kortom, deze prent hoort niet thuis in het rijtje van klassiekers als Goodfellas, Raging Bull of Mean Streets, maar Scorsese vestigt zich toch weer bij de top in de hedendaagse cinema. Deze film kan hoger geplaatst worden dan The Departed (2006) en zou probleemloos bij de Oscars de concurrentie aan kunnen gaan met films als Up in the Air , The Hurt Locker of Crazy Heart. Spijtig dat Paramount er voor koos om de film nà de selectie van de Oscarnominaties uit te brengen. Maar dit is een ijzersterke thriller die de gemiddelde cinemabezoeker absoluut niet over het hoofd mag zien. Deze film blijft je achtervolgen, zo hoort het ook.
***Related Post***
31/07/2009: Leonardo DiCaprio op Shutter Island van Martin Scorsese
Gepost door © joris in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: shutter island, martin scorsese, leonardo dicaprio, dennis lehane, review, filmbespreking, mystic river, mark ruffalo, ben kingsley, le proces, orson welles, alfred hitchcock, paramount
28-09-08
Paul Newman (1925-2008) overleden
Opnieuw een groot verlies in het filmlandschap. Paul Newman, de oscar-winnende acteur is gisteren op 83-jarige leeftijd overleden na een lange, slepende strijd tegen kanker. Dat meldt zijn woordvoerster Marni Tomljanovic. Newman was één van de grootste Hollywoodsterren ooit, een wereldicoon in zijn gloriejaren. En hoewel hij een sekssymbool was, slaagde hij erin de liefde van zijn leven sinds 1958 tot zijn dood trouw te blijven. Hij was ook een groot filantroop en schonk naar schatting gedurende zijn leven voor een half miljard euro weg aan goede doelen.
Newman stopte de chemotherapie in augustus, en iedereen wist dat het een kwestie van weken was voordat hij zou overlijden. In mei dit jaar trok hij zich terug uit het filmproject Of Mice and Men, een film naar de roman van John Steinbeck die hij zou gaan regisseren. Toen klonk het nog vaag 'wegens gezondheidsredenen'. Eerder klonken al geruchten als zou Newman kanker hebben, maar die werden door zijn vertegenwoordiger Toni Howard weggewuifd als 'uit de lucht gegrepen'. Nochtans getuigde een buurman van de acteur dat hij vorig jaar al door de acteur op de hoogte werd gebracht van zijn strijd tegen kanker.
Paul Newman ging in 2006 op pensioen, na een carrière van meer dan 50 jaar. Hij speelde onder meer in The Hustler (1961), Butch Cassidy And The Sundance Kid (1969), The Sting (1973), Hud (1963) and Cool Hand Luke (1967). Hij werd 10 keer genomineerd voor een Oscar en won er uiteindelijk één als ‘Beste Acteur’ voor zijn rol in The Color of Money (1986), het quasi-vervolg op de klassieker The Hustler.
Paul Newman werd in 1925 geboren in Shaker Heights, een plaatsje nabij Cleveland, Ohio. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging hij bij de marine. In 1946 ging hij naar Kenyon College. Later ging hij Drama volgen bij de Universiteit van Yale. Via rollen bij de tv kwam hij in 1953 op Broadway, waar hij zijn debuut maakte in het stuk Picnic. Hierna kreeg hij een filmcontract bij Warner Bros. Zijn eerste film, The Silver Chalice (1954), was een grote flop. In 1956 had hij zijn eerste succes te pakken, met de boksfilm Somebody Up There Likes Me (1955). Tijdens de opnamen van zijn volgende film, The Long, Hot Summer (1958), ontmoette hij zijn tweede vrouw, actrice Joanne Woodward. Ze zouden hierna vaker samen in een film verschijnen. Met zijn rol in Cat on a Hot Tin Roof (1958), met Elizabeth Taylor, werd hij voor de eerste maal genomineerd voor een Oscar.
Paul Newman heeft uit zijn eerste huwelijk met Jackie Witte drie kinderen en ook uit zijn tweede huwelijk met Joanne Woodward ontsproten drie kinderen. Zijn vijf dochters schonken Newman acht kleinkinderen. Zijn eerste huwelijk duurde van 1949 tot 1958. Toen trouwde hij met actrice Joanne Woodward. Een relatie die duurde tot zijn dood. Newman koos er dan ook voor niet te leven in wat hij de 'Hollywood environment' noemde. Hij settelde in Westport, Connecticut. Gevraagd waarom hij zijn Joanne al die jaren trouw was gebleven terwijl zovele vrouwen hem aanbaden, antwoordde hij: "Waarom ergens een hamburger gaan eten als je thuis steak krijgt." De jaren 60 ging hij in als een grote ster. Hij speelde in een rij kassuccessen, zoals Exodus (1960), The Hustler en Hud. Voor de laatste twee kreeg hij zijn tweede en derde Oscarnominatie. Na een dipje van twee jaar keerde hij terug met Hitchcock's Torn Curtain (1966).




In 1968 kreeg hij zijn vierde Oscarnominatie, voor Cool Hand Luke. Datzelfde jaar volgde zijn regiedebuut, Rachel, Rachel (1968), met Joanne Woodward in de hoofdrol. Hij kreeg een Oscarnominatie voor Beste Film, en werd door de New York critics uitgeroepen tot beste regisseur van 1968. Datzelfde jaar voerde hij samen met zijn vrouw campagne voor Eugene McCarthy, de presidentskandidaat voor de Democraten. Hierdoor kwam hij op de "Enemies list" van Richard Nixon, de Republikeinse tegenkandidaat terecht. In 1969 kwam hij voor de eerste keer in aanraking met de autosport, in de film Winning. Wat begon als een hobby, leidde tot een tweede carrière. Vanaf 1972 doet hij aan professionele wedstrijden mee. In 1979 werd hij tweede in een Porsche 935 in de 24 uur van Le Mans, en in 1995 won hij op zeventigjarige leeftijd de 24 uur van Daytona. Door Newmans passie voor wagens konden de makers van Cars (2006) hem strikken om de stem te doen van Doc Hudson. Hij richtte in 1983 Newman-Haas Racing op, een erg succesvol raceteam dat ondermeer meedeed in de champcar en indycar-series, de Amerikaanse versies van Formule 1.
In 1969 speelde hij met Robert Redford in de western Butch Cassidy and the Sundance Kid. Het werd de meest succesvolle western aller tijden, en betekende de grote doorbraak van Redford. In 1973 speelde hij weer samen met Redford in The Sting, die de Oscar voor Beste Film won. Andere succesvolle films uit de jaren zeventig waren de rampenfilm The Towering Inferno (1974) en de sportfilm-parodie Slap Shot (1977).




In 1971 richtte hij samen met Barbara Streisand en Steve McQueen de productiemaatschappij First Artists op, waarvoor hij enkele films regisseerde. In 1978 stierf zijn enige zoon Scott Newman aan een overdosis. In zijn naam stichtte hij de Scott Newman Foundation, een stichting die zich inzet voor het genezen van drugsverslaafden. In de jaren tachtig speelde hij nog in een enkele succesvolle films, waaronder Absence of Malice (1981) en The Verdict (1982), waarvoor hij zijn zesde en zevende Oscarnominaties kreeg. In 1986 werd hij door de Academy geëerd met een ere-Oscar. Voor The Color of Money van Martin Scorsese met Tom Cruise, de sequel van The Hustler, kreeg hij uiteindelijk zijn eerste echte Oscar. Na Shadow Makers (1989) deed hij het iets rustiger aan. In 1995 kreeg hij nog een Oscarnominatie voor Nobody’s Fool (1994), en nadien voor Road to Perdition (2002). Hij speelde ook een merkwaardige rol in de Coen Brother's The Hudsucker Proxy (1994).
In de jaren tachtig begon Newman ook een nieuwe carrière. In 1982 startte hij Newman's Own, een bedrijf dat verscheidene voedselproducten produceert, waaronder saladedressing, pastasaus en popcorn. De winst van het bedrijf wordt geschonken aan goede doelen, voornamelijk aan kinderen met kanker. Newman gaf zo meer dan 250 miljoen euro weg. Het was slechts één van de goede doelen die hij steunde. Op 25 mei 2007 verklaarde hij nog in een interview met de Amerikaanse zender ABC dat hij zou stoppen met acteren omdat hij "niet meer kan werken op het niveau dat ik zou willen", en omdat hij naar eigen zeggen zijn geheugen, zijn vertrouwen en zijn vindingrijkheid begon te verliezen. Hij wilde zich voortaan concentreren op zijn restaurant en op projecten voor terminaal zieke kinderen.
Rest in Peace.
Gepost door © dave in Trivia | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (4)
Tags: the sting, butch cassidy and the sundance kid, exodus, robert redford, alfred hitchcock, overleden, the hudsucker proxy, shadow makers, the colour of money, cool hand luke, torn curtain, hud, the hustler, somebody up there likes me, cars, cat on a hot tin roof, the long hot summer, road to perdition, nobody s fool, the verdict, absence of malice, slap shot, the towering inferno, rachel rachel, martin scorsese, tom cruise, the silver chalice, joanne woodward, elizabeth taylor
























