alain delon

  • The Talented Mr. Ripley (1999) ***½ Blu-ray recensie

    Pin it!

    Een van de betere thrillers eind jaren '90 was zonder enige twijfel The Talented Mr. Ripley (1999) van de overleden regisseur Anthony Minghella, de man die ons nog The English Patient (1996) bracht, een film die werd bekroond met 9 Oscar, waaronder deze van Beste Film.

    the_talented_mr_ripley_1999_blu-ray.jpg

    Korte inhoud: In de late jaren '50 wordt de getalenteerde, maar evenzoveel getormenteerde en opportunistische wees Tom Ripley (Matt Damon) - na het dragen van een Princeton jasje dat hem niet toebehoort, en waardoor hij een piano op een tuinfeest mag bespelen - door de vader van playboy Dickie Greenleaf (Jude Law) naar Italië gestuurd om Dickie over te halen terug te keren naar Amerika. Eenmaal aangekomen, raakt de 25-jarige Tom echter innig bevriend met Dickie en diens verloofde Marge (Gwyneth Paltrow). Hij valt voor jazzmuziek, Dickie en de luxueuze levensstijl... maar stilaan zien we de onschuldige jongeman veranderen in een koele moordenaar.

    De film is gebaseerd op de roman van Patricia Highsmith, een vrouw die moederziel alleen leefde en sommige van haar boeken opdroeg aan haar kat. In haar boeken worden de protagonisten altijd opgejaagd en achtervolgd (The Cry of the Owl, Strangers On A Train). Ze slaan vaak op de vlucht van de politie en soms ook van zichzelf in een claustrofobische en misantrope wereld. Het leven is één grote valstrik die op elk moment kan toe klappen. Highsmith is een Amerikaanse, maar bracht ondermeer heel veel tijd door in Italië. En het is eraan te zien, want met deze film snuiven we echt wel die typische Mediterraanse sfeer op. Het verhaal is op zijn beurt gebaseerd op de Henry James roman The Ambassadors, waarvan er zelfs een aantal verwijzingen in de film steken.

    De auteur zou nog vier Ripley boeken hebben geschreven en er zijn bij mijn weten in totaal vijf films gemaakt, waaronder één met Alain Delon, Purple Noon (1960) van René Clément, één met Dennis Hopper, The American Friend (1977) van regisseur Wim Wenders, één met John Malkovich, Ripley's Game (2002) en uiteindelijk nog Ripley Under Ground (2005) van Roger Spottiswoode. Maar de film die er met kop en schouders boven steekt is toch wel deze van Anthony Minghella, ook al wijkt zijn filmversie in tegenstelling tot deze van René Clément, ferm af van de roman.

    In tegenstelling tot de Agatha Christie verhalen hebben we hier niet te maken met een moordmysterie. Het is al van in het begin duidelijk wie misdrijven op zijn kerfstok heeft. Het is het verhaal van een 'niemand', die een 'iemand' wil worden. Ripley is geen berekende moordenaar, maar wel iemand die door omstandigheden gedwongen wordt om een moord te plegen. De casting van Matt Damon is een voortreffelijke zet. Damon heeft zowel een onzeker en onschuldig voorkomen, als die verontrustende ondoorgrondelijkheid. Eén van de betere momenten in de film is wanneer Ripley onwennig met zijn spierwitte lichaam en zijn zwarte schoenen tussen de bruingebrande lichamen loopt op een Italiaanse badplaats voor zijn eerste ontmoeting met Dickie. Ripley is een getalenteerde man, en blinkt uit in het imiteren van mensen. En dat heeft hem al uit heel wat netelige posities gehaald.

    the_talented_mr_ripley_1999_blu-ray_pic01.jpgthe_talented_mr_ripley_1999_blu-ray_pic02.jpg

    Anderzijds is Jude Law ook perfect gecast als de playboy. Zijn personage is verzot op jazzmuziek en is zowat de tegenpool van Ripley; verfijnd, galant, charismatisch en verzot op geneugten des leven. Minghella heeft de homo-erotische spanning in het verhaal ook uitvergroot. Ripley's aantrekking tot Dickie komt niet alleen voort uit een hunker om tot zijn levensstandaard te behoren, maar er is ook een seksuele aantrekking. Dickie heeft dit nooit echt door tot op het moment het voor hem fataal zal worden. Er gaat ook iets meer aandacht naar het personage van Marge, die in het boek het product lijkt van een lichte vorm van vrouwenhaat. Het enige wat haar personage kan is martini's maken. In de bijrollen zien we nog een sterke rol van Philip Seymour Hoffman die in een geniale scène Ripley begint te ontmaskeren wanneer hij hem aantreft te midden van zijn Dickie-imitatie. En Minghella voegde er nog een vrouwelijke rol aan toe, de textielerfgename Meredith Logue, fantastisch gespeeld door een ingetogen Cate Blanchett. Een minpunt aan de film is dat de regisseur de film eigenlijk 15 minuten vroeger had moeten stoppen, maar er nog een overbodige sequentie aanplakte die nog eens die homo-seksuele drijfveren in de verf moest zetten - alsof dat al niet overduidelijk was.

    Qua sfeer bevinden we ons in een sfeervolle en hartverwarmende Federico Fellini-film, maar onderliggend hebben we te maken met een duister verhaal. Onlangs is nog een andere prent gebaseerd op een roman van Patricia Highsmith uitgekomen, eveneens een misdaadverhaal onder de Mediterrane zon. The Two Faces of January (2014) was geen slechte film, maar mist die finesse van een The Talented Mr. Ripley. Ook de muziek van Gabriel Yared (The English Patient, Cold Mountain) brengt deze prent naar een superieur niveau. Bij momenten heb je de indruk naar Bernard Herrmann te luisteren in een Alfred Hitchcock film. En ook al heb ik genoten van deze thriller, zijn we toch wel wat verwijderd van het werk van de meester van suspense.

    rating

    Beoordeling: 3,5 / 5
    Recensie door op 15 februari 2015

  • Astérix aux Jeux Olympiques met Benoît Poelvoorde

    Pin it!

    Hier is dan de duurste Franse film aller tijden, Astérix aux Jeux Olympiques (2008), de derde Asterix film na Astérix et Obélix contre César (1999) van Claude Zidi en Astérix & Obélix: Mission Cléopâtre (2002) van Alain Chabat. De eerste film deed het minder goed dan de sequel die zijn productiebudget van 47 miljoen dollar minstens verdubbelde (111 miljoen dollar waarvan 74 miljoen enkel en alleen in Frankrijk).

    03

    Verwacht wordt dat het derde deel deze monsterscore kan evenaren. Maar de film zit wel, volgens Imdb, met een loeizware productiekost van 94 miljoen dollar en dat is nog altijd 4 miljoen dollar meer dan Le Cinquième Elément (1997) van Luc Besson. Ik zeg dat er even bij omdat er heel wat foutieve berichten de wereld werden ingestuurd alsof de film van Luc Besson de duurste was.

    Korte inhoud: De beeldschone prinses Irina (Vanessa Hessler) wordt door menig man aanbeden, zo ook door Caesars (Alain Delon) zoon Brutus (Benoît Poelvoorde). Ze heeft haar hart echter al verloren aan de Galliër Alafolix (Stéphane Rousseau). Prinses Irina rest niets anders dan te verklaren dat ze zal trouwen met de winnaar van de Olympische Spelen. Asterix (Clovis Cornillac) en Obelix (Gérard Depardieu) worden uitgekozen om als afgevaardigden van de Galliërs deel te nemen aan deze Spelen. Samen slaan ze de handen ineen tijdens de meest opzienbarende Olympische Spelen van de Oudheid.

    De regisseurs van dienst zijn deze keer Frédéric Forestier (Le Boulet) en Thomas Langmann die het zoontje is van de beroemde Franse cineast Claude Berri die hiermee ook zijn debuut maakt. Een beetje een vreemde samenstelling. Langmann zat al in het productie-team van de eerste Asterix-films maar heeft geen enkele regie-ervaring en blijkbaar wordt hij hier een beetje gecoached door Forestier.

    Christian Clavier, die in de eerste twee films de rol van Astérix op zich nam, keert niet terug in de rol van de dappere Galliër. Clovis Cornillac (Le Serpent, Un long dimanche de fiançailles) vertolkt nu de hoofdrol. Gérard Dépardieu is wederom te zien als de dikke Obélix. Een andere ronkende naam is die van Alain Delon, die in de huid van Julius Caesar kruipt. Het Italiaanse model Vanessa Hessler vertolkt de rol van de Prinses Irina. En Panoramix wordt vertolkt door de vader van Vincent Cassel, Jean-Pierre Cassel, die net na de opnames stierf aan kanker. Dit is dus meteen ook zijn laatste filmrol. Maar de ster van deze film is zonder enige twijfel de Belg Benoît Poelvoorde in de rol van Brutus.

    010203
    040506
    © A-Film Distribution

    Veel aandacht is besteed aan het visuele aspect van de film. Twee vaste teamleden van Jean-Pierre Jeunet, de decorontwerpster Aline Bonetto en de kostumière Madeline Fontaine, verleenden hun medewerking aan de film. Grootste struikelblok was het Olympisch Stadion, maar door een slim concept werd een groots decor bedacht, dat inzetbaar was voor zowel de hardloopscènes, het speerwerpen en eveneens de race met strijdwagens. Maar ga niet met al te hoge verwachtingen naar deze film. Voor diegene die verzot zijn op de vorige Asterix-films zal dit wel een aanrader zijn. De film draait vanaf 30 januari 2008 in onze zalen.