30-11-11
Super 8 (2011) **½
Bij het zien van de film dacht ik meteen dat regisseur J.J. Abrams naar zijn jeugdjaren wou terugkeren, een beetje zoals George Lucas dat deed met zijn American Graffiti (1973). Je merkt meteen dat hij heel vertrouwd is met die periode. Maar in tegenstelling tot de film van Lucas, verliest deze prent gaandeweg zijn ziel in de speciale effecten en de blauwe anamorphic lens flares.
Korte inhoud: In de zomer van 1979 sluit de Amerikaanse Luchtmacht een sectie van Area 51. Alle materialen worden per trein vervoerd naar een opslagplaats in Ohio. De trein wordt echter aangereden door een truck en ontspoort. Een groepje kinderen, dat bezig is om hun eigen zombie-film te maken met hun 'Super 8' camera, stuit op de ravage. Al snel wordt vermoed dat het niet om een ongeluk gaat, als er plotseling verdwijningen plaatsvinden en onverklaarbare dingen gebeuren. Een lokale sheriff (Kyle Shandler) probeert het mysterie te ontrafelen, maar wil hij de angstaanjagende en onmenselijke waarheid wel weten?
Ook al vind ik het acteerwerk wat wisselvallig, moet ik toch bekennen dat de 13-jarige Elle Fanning een vat vol acteertalent is, en net zoals haar iets oudere zus (Dakota) zullen we nog heel veel van dat meisje horen. Maar naast haar zijn er niet meteen vertolkingen waar je van achterover zult vallen. Maar je voelt wel doorheen de beelden de aanwezig van Steven Spielberg, iets wat meteen voor de nodige magie zorgt. Mocht Abrams zijn personages iets beter hebben uitgewerkt en al de cgi-troep achterwege gelaten, dan had deze prent gemakkelijk van het niveau van E.T.: The Extra-Terrestrial (1982) kunnen zijn.
Super 8 heeft tevens een film in een film. De jongeren zijn bezig met het maken van een zombiefilm (waarschijnlijk ook aan verwijzing naar de jeugdjaren van de twee filmmakers). En het is net het productieproces van deze prent die ervoor zorgt dat ze bij toeval getuige zijn van het trein-ongeluk. De omver gevallen camera filmt het wezen die uit de trein ontsnapt, maar dan gebeurt er verder niets meer. Het ontdekken van het buitenaardse wezen op de super 8 camera is tevens van ondergeschikt belang. Meer nog, de HOOFDPERSONAGES hebben geen enkele invloed op de gebeurtenissen. Alles draait rond de nostalgie van het moment, en voor Amerikanen die in die periode zijn geboren zal dit wel volstaan. Op het einde krijgen we zelfs de volledige kortfilm te zien die de jongeren hebben gemaakt, en dit heeft een beter plot dan de film op zich.


Het ziet er allemaal heel mooi uit, maar het is één van de meest overbodige films en misschien wel, tezamen met The Tree of Life (2011), één van de grootste teleurstellingen van 2011. Abrams probeert iets teveel Spielberg te imiteren, maar het gaat hem niet af en hij overstijgt amper het cliché of de hommage. Het enige wat de film overstijgt, is het gewone moster-genre.
Maar de blu-ray van Super 8 maakt dan weer veel goed, met zijn meer dan 2 uur durende extraatjes, naast de audio-commentaar van J.J. Abrams waar je heel wat opsteekt van het filmproces. Zeker een aanrader voor mensen die in de filmsector werkzaam zijn.
***Related Post***
14/05/2011: Super 8 trailer
Gepost door © dave in DVD/Blu-ray, Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: super 8, steven spielberg, jj abrams, american graffiti, et the extra-terrestrial, kyle shandler, elle fanning, the tree of life
27-11-11
Trollhunter (2011) **½
In de nasleep van The Blair Witch Project en het iets duurdere Cloverfield komt er nu een Noors antwoord op het found-footage genre. Trolljegeren of Trollhunter (2011) is de tweede film van regisseur André Øvredal, die met zijn prent voor de eerste keer het documentaire aspect vermengt met het fantasy genre. Met het laatste beeld van de film zou je deze prent zelfs kunnen omschrijven als een mockumentary. Binnenkort krijgen we tevens een nieuw experiment, met een mengeling tussen docu en de super hero film, met Chronicle (2012).
Korte inhoud: Een groep studenten, Thomas (Glenn Erland Tosterud), Johanna (Johanna Mørck), en hun cameraman Kalle (Tomas Alf Larsen), hebben besloten een documentaire te maken over een vermeende beer stroper, ganaamd Hans (Otto Jespersen). Op de plaats van een gedode beer, interviewen ze diverse lokale jagers. De sporen doen vermoeden dat het karkas werd verplaatst. Finn Haugen (Hans Morten Hansen), hoofd van de Noorse Wildlife Raad van Bestuur verwerpt het idee dat de beer sporen had kunnen vervalsen. De studenten proberen ondertussen de stroper een interview van hem te ontfutselen. Maar groot is hun verbazing wanneer ze te weten komen dat Finn niet op beren jaagt, dan wel op gigantische 'trollen'. Hij werd door de overheid aangesteld om de trollenpopulatie op peil te houden.
Eindelijk nog eens een monsterfilm zonder vampieren of weerwolven. Het enige spijtige is dat de prent nooit echt angstwekkend aanvoelt, ook al had dit met een iets strakkere regie een mogelijkheid kunnen zijn. Nu walst de film een beetje tussen horror en onderkoelde Scandinavische zwarte komedie (zo kunnen Trollen het zweet ruiken van zij die geloven in Christus, vraag is of ze ook moeite hebben met moslimvrouwen), zonder echt uit te blinken in één genre. Alles komt ook heel traag op gang, maar naar het einde toe maken we toch een opwindende achtervolging mee, wat veel van de film goed maakt. Maar spannend blijft de film wel, en dit omwille van het docu-karakter waarmee je je al toeschouwers meteen betrokken voelt met de gebeurtenissen – hoe onwaarschijnlijk deze ook moge zijn. De monsters in deze prent (of toch de laatste twee exemplaren) zijn tevens meer geloofwaardig dan pakweg het monster uit Super 8 (2011).
Wat eigen is aan het genre zijn de bruuske handheld-camera bewegingen, en in deze Trollhunter werken ze bijzonder wel op de zenuwen. Misschien zelfs iets teveel. Maar de makers weten met hun vrij beperkte middelen (3,5 miljoen dollar) toch een bijzonder knappe film af te leveren die nooit echt verveelt. Hoewel, om ten volle te kunnen genieten van deze prent, moet je in de bioscoop zitten of achter een groot tv-scherm met surround systeem. De film moet het grotendeels hebben van zijn wow-momenten en zijn geluidseffecten. Qua plot en karakter-ontwikkeling blijft het allemaal wel wat rommelig en to little to care.

Mensen die iets afweten van Scandinavische mythologie zullen hier mateloos van kunnen genieten, want zoals ik later heb kunnen vernemen zitten er heel wat verwijzingen in (de eigenschappen van trollen, de eet-competities, de geit op de brug en de trol eronder,…). Ik ga er vanuit dat de doorsnee Vlaming hier niet echt van wakker zal liggen. Maar er is hoop, want ja, er is binnenkort een Amerikaanse versie van de film, en ik heb zo een vermoeden dat het scenario wel iets beter uitgewerkt zal worden. Uiteraard zal de gehele Noorse flair uit het project zijn verdampt, maar anderzijds denk ik wel dat het een veel betere film kan worden met een veel beter script. Niets belet hen om de film tevens op te nemen in Noorwegen.
Gepost door © dave in DVD/Blu-ray, Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: trollhunter, andre ovreda, found footage, chronicle, mockumentary, glenn erland tosterud, tomas alf larsen, otto jespersen, hans morten hansen, super 8, johanna morck
26-11-11
The Tree of Life (2011) *
Als we de Amerikaanse en vooral Europese critici mogen geloven heeft Terrence Malick ons dit jaar, met zijn The Tree of Life (2011), gebombardeerd met een mijlpaal in de filmgeschiedenis. Hij heeft ons een meesterwerk bezorg dat kan wedijveren met Stanley Kubrick’s 2001: A Space Odyssee.
Dat het merendeel van de cinemabezoekers ambitieuze, ingewikkelde filmprojecten met een traag maar gestaag verteltempo niet meer kan smaken en te ongeduldig blijkt, is de laatste jaren een understatement. Grote cineasten als Francis Ford Coppola krijgen geen budgetten meer van studio’s om nog grootse filmproject te realiseren. Sterke scenario’s moeten het afleggen tegen clichématige, risicoloze blockbusters (Twilight, Transformers). Kladbrieven met bier & koffievlekken die men scripts noemt halen probleemloos de productietafel.
Dat neemt niet weg dat, als Terrence Malick er toch in slaagt om carte blanche te krijgen van Fox voor zijn droomproject (met sterrencast), dit automatisch een win-win situatie creëert waarbij de man zichzelf overstijgt vanwege ongelimiteerde vrijheid…
Korte inhoud: De elfjarige Jack heeft twee broers en woont bij zijn ouders. Op jonge leeftijd lijkt alles hem toe te lachen. Zijn moeder (Jessica Chastain) is lieflijk en vergevingsgezind en zijn vader (Brad Pitt) probeert hem klaar te stomen voor de harde wereld. Dat de wereld inderdaad geen prettige plaats is, leert Jack als hij in aanraking komt met ziekte, lijden en de dood. Als volwassen man wordt Jack (Sean Penn) een verdwaalde ziel in een moderne wereld die op bijzondere wijze zijn weg probeert te vinden.
The Tree of Life is helaas vakkundig gehyped door gefrustreerde critici die maar al te graag inhakken op commerciële vehikels (meestel terecht, soms ook niet) en die daarom Tree of Life als instrument hebben gebruikt om Hollywood er op te wijzen dat ‘films met een visie en hart’ meer dan ooit broodnodig zijn in het kale, zielloze filmlandschap van de 21ste eeuw. Het is ongezien hoe Malick's nieuwste opgehemeld wordt tot ongekende hoogten door deze zelfverklarende filmguru’s. Nog onbegrijpelijker was het feit het door Brad Pitt geproduceerde drama de Gouden Palm 2011 heeft gewonnen. Totaal onverdiend.
Ik heb de plicht om als 'criticus voor de jonge generatie' u erop te wijzen dat The Tree of Life de meest overroepen film is van het jaar, en misschien wel van dit decennium. Deze film is een puinhoop en lachwekkend slecht. Een eerstejaars filmstudent had het beter gedaan dan Terrence Malick, die de pedalen duidelijk heeft verloren. Tree of Life is een incoherente en vooral extreem saaie film die nergens naartoe lijkt te gaan. Een kluwen van nietszeggende dialogen en doelloze verhaallijnen maken van de 2 uur durende film een marteling om naar te kijken. Enige lichtpuntje in deze klucht zijn de getoonde segmenten van natuurbeelden. Deze zijn even goed (en soms zelfs beter) dan de fraaiste natuurfilm ooit, anderzijds wekken ze net als de rest van de film geen greintje emoties los, daar ze met het verhaal en de karakterontwikkelingen geen samenhang vertonen.


Iedere Terrence Malick fan weet natuurlijk dat je je mag verwachten aan een kunstige, alternatieve film met een dosis poëtische beeldspraak en dialogen die als gedichten klinken. Maar als er geen coherentie is, geen vaste verhaallijn, geen rode draad, dan verlies je houvast en betrokkenheid… Je loopt verloren en kan onmogelijk meevoelen met een film die zo mooi en meesterlijk had kunnen zijn. Het is zeer frustrerend dat Malick de hoge verwachtingen niet kan inlossen. Hij heeft met ondermeer The Thin Red Line en Badlands reeds bewezen dat hij absolute wereldcinema kan maken die iets uniek brengt. De man is anno 2011 helaas volledig het noorden kwijt.
Dat zelfs Sean Penn in interviews moest bekennen dat hij niet wist wat hij in de film deed en het script niet begreep, dan moet je als kijker toch vragen beginnen te stellen bij een film die decennia lang op zich heeft laten wachten. Nochtans is de boodschap gruwelijk simpel: De mensheid is maar een nietig, nietsbetekenende zandkorrel in een oneindig, wonderlijk universum. Hij waant zich superieur aan de natuur rondom hem en stelt zich teveel vragen bij de dood en zijn persoonlijke problemen. Dit terwijl de natuur rondom hem gewoon verder gaat alsof er niets aan de hand is. Wie zijn wij om te verlangen dat we eeuwig zouden moeten leven, wie zijn wij om god te vervloeken als er een geliefde sterft.


Een zeer mooie boodschap, en de Christelijke ondertoon die deel uitmaakt van het (bijna onbestaand) plot stoort absoluut niet. Maar de vertaling naar het grote scherm mislukt compleet en ik kan gerust stellen dat Terrence Malick’s talent en visie compleet afwezig was tijdens de opnamen van dit debacle. Er valt de cast trouwens weinig te verwijten. Brad Pitt speelt erg goed als de getormenteerde vader, Sean Penn komt weinig in beeld maar maakt er het beste van, en Jessica Chastian zet een onberispelijke prestatie neer.
Malick weet trouwens van geen ophouden meer. Hij wacht meestal 5 of 10 jaar met het uitgeven van een nieuwe film, nu staan er maarliefst 4 nieuwe projecten in de steigers, allemaal kort achter elkaar. Telkens met een absolute topcast. Ook al gaat Malick met zijn The Tree of Life zwaar de mist in, toch kijk ik uit naar de toekomst. In het bijzonder dan naar Lawless (2013), een drama met Christian Bale en Ryan Gosling in de hoofdrollen. Wie deze 2 karakteracteurs kent, weet dat hier een potentiële klassieker in de maak is. Dit ensemble roept herinneringen op aan het vuurwerk tussen Robert De Niro en Al Pacino in Heat (1995).
Ik weet dat de fans van de meer alternatieve cinema The Tree Of Life toch een kans gaan geven, na het lezen van deze review. Maar bij deze zijn jullie toch gewaarschuwd: op je doodsbed zal je het jezelf nog beklagen dat je 2 uur van je kostbare leven hebt verloren.
***Related Post***
20/12/2010: Veelbelovende The Tree of Life met Brad Pitt - trailer
Gepost door © joris in DVD/Blu-ray, Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (9)
Tags: the tree of life, terrence malick, brad pitt, jessica chastain, sean penn, lawless
25-11-11
The Darkest Hour met Emile Hirsch
Mijn grootste probleem met alien-films, is dat die buitenaardse wezens er vaak allemaal hetzelfde uitzien, dezelfde geluiden maken en iets teveel humanoïde kenmerken vertonen. En ook al verwacht ik dat The Darkest Hour (2011) van visueel-fx genie en regisseur Chris Gorak op de ballen zal trekken, ben ik blij om eens een alien-invasie te zien op een geheel originele manier; namelijk met onzichtbare aliens.
Deze keer hebben we niet te maken met grijze mannetjes, maar wel met een buitenaards wezen die zich manifesteert via elektriciteit. Er was ooit iets gelijkaardigs in Virus (1999), maar deze prent was zo slecht dat iedereen deze ondertussen is vergeten.
Korte inhoud: Buitenaardse wezens zijn geland op aarde en hebben het complete elektrische netwerk op de planeet platgelegd. Hierdoor is de mensheid niet in staat om zich te organiseren en terug te vechten. De buitenaardse wezens jagen systematisch op het ongeorganiseerde hopeloze leger. Ondertussen probeert een kleine groep Amerikaanse toeristen in Moskou hun krachten te bundelen, in een poging de indringers te stoppen voordat de volledige mensheid is uitgeroeid.
Tja, een groepje Amerikaanse teenager toeristen die Rusland moet redden van een alien invasie, je kunt het zo zot niet bedenken. Het verhaal werd geschreven door Leslie Bohem, die ondermeer het scenario schreef van Daylight (1996) en zich met aliens inwijdde met de mini-serie "Taken". Het scenario komt dan weer van Jon Spaihts, die ondermeer bezig is met het script voor de nieuwe alien film van Ridley Scott, Prometheus (2013).
Dat de trailer iets weg heeft van Wanted (2008) is logisch, gezien de producer van de film niemand minder is dan de Rus Timur Bekmambetov (Wanted, Night Watch). Een grappige nooit in de trailer is dat de man wordt bewierookt als "visionair". Daarnaast is ook de visuele effectenmaker Stefen Fangmeier opnieuw van de partij. Onder de acteurs zien we Emile Hirsch in de hoofdrol (pic), met Rachael Taylor, Olivia Thirlby, Joel Kinnaman en Max Minghella (de zoon van de overleden regisseur Anthony Minghella).
Maar los van alles voelt deze Darkest Hour wel nieuw aan, en dat hebben we vooral te danken aan de locatie. Moskou als arena voor een Amerikaanse blockbuster is iets wat we niet zo vaak zien, en al zeker geen opnames op het Rode plein. Red Heat (1988) heeft zoveel jaar gelden de deur open gezet, maar er zijn maar weinig producties die effectief ginder hun tenten hebben opgezet – als je daar al een tent mag opzetten. Er is nog geen releasedatum bekend maar met een beetje geluk krijgen we deze al in de winter van 2011 te zien.
Gepost door © dave in Trailer | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (2)
Tags: the darkest hour, chris gorak, virus, red heat, leslie bohem, daylight, jon spaihts, prometheus, wanted, timur bekmambetov, stefen fangmeier, emile hirsch, rachael taylor, olivia thirlby, max minghella, night watch
23-11-11
Vol lof voor The Elder Scrolls V: Skyrim
Het zal sommigen al zijn opgevallen, dat we met De FilmBlog de laatste tijd heel wat games hebben verslonden. Dat heeft deels te maken met de kwaliteit ervan, en/of het filmische karakter. Games hechten ook steeds meer aandacht aan hun verhaal en cinematics. Een paar maand geleden was er zelfs een game die werd gelanceerd op een filmfestival. Dus ja, ze hebben zeker een plaats op deze filmblog.
Normaal gezien krijgen enkel de films een rating, maar dit game zou van mij zeker een ****½ verdienen. Na vier tergend lange jaren wachten is het eindelijk zover: Bethesda Game Studios laat zijn nieuwste virtuele schepping op de wereld los: The Elder Scrolls: Skyrim (VG 2011). Het vorige deel in de saga van The Elder Scrolls: Oblivion was meer dan een schot in de roos. Het was bijna een meesterwerk en een revolutie in het verzadigd geachte Roll Playing Game segment.
Het leek dan ook onwaarschijnlijk dat Bethesda dit succesverhaal nog eens kon overdoen. Maar ook na The Elder Scrolls IV: Oblivion (VG 2006) lukte het hen om ons te bekoren met de apocalyptische 3rd person RPG Fallout 3 (VG 2008). Echter leek het erop dat de passie van de makers toch wat zoek was gegaan omdat er - nog meer dan bij vorige games van deze studio – een plaag van bugs het spel teisterden. Dergelijke onvolmaaktheden wijzen steeds op commerciële belangen. Zonder mods en patches was de game niet speelbaar, vooral niet op de PS3. Ook de spelwereld was iets te klein en te eenzijdig ten opzichte van het aantal speluren. Dit falen kwam echter pas boven water als je de game al minstens 20 uur gespeeld had.
Pas nadat de Game of the Year edition werd uitgegeven begin 2009 kon men spreken van een topper (de bugs en irritante glitches werden weggepoetst). Het is echter bijna onvergefelijk dat dergelijke ongepolijste games de markt halen.
Wonder o wonder: Skyrim lost alle hoge verwachtingen in en krijgt amper te kampen met bovenstaande perikelen. Men slaagt erin om The Elder Scrolls IV: Oblivion te overtreffen en de bugs van het begin af te weren uit de wederom immense, nee, gigantische spelwereld. Het klopt dat er nog hier en daar wat kleine schoonheidsfoutjes het scherm vervuilen, maar het is een zeer grote verbetering ten opzichte van voorgangers. Skyrim kan ei zo na The Elder Scrolls III: Morrowind (VG 2002) evenaren (het beste game van Bethesda) door de meest epische muziekscore ooit in een game te verweven, en een spelwereld te bieden die bloedmooi oogt (het noorderlicht! De sneeuwvlakten! De mammoeten! De reuzen!...) en levensecht aanvoelt. De landschappen zijn enorm veelzijdig. De fictieve wereld is de mooiste ooit in een game. Je zou bijna denken dat God zich gemoeid heeft met deze schepping. Er werd enorm veel tijd gestoken in kleine details: veranderende seizoenen, vallende bladeren, fladderende vlinders, prachtige sneeuwstormen, uitgestreken sterrenhemels, veranderende wolkenformaties en vooral: de prachtige watereffecten. Oogverblindend mooi…
De AI van sommige NPC’s is nog steeds niet optimaal (soms wat houterig tijdens gevechten, doch ook hier een duidelijke verbetering merkbaar), maar dat wordt meer dan goedgemaakt door al de andere facetten in het game.
Korte inhoud: Skyrim speelt zich 200 jaar af na de ontwikkelingen in Oblivion. Er heerst een burgeroorlog na de moord op de koning. Je personage wordt ongewild in de oorlog betrokken: onterecht wordt je ter dood veroordeeld voor verraad van het koninkrijk, maar ontsnapt aan de dood nadat een draak plots terreur komt zaaien tijdens de executie. Je kan vluchten en begint te onderzoeken waarom er opeens draken (die enkel in legendes zouden bestaan) in Skyrim neerstrijken. Al snel ontdek je dat je ‘Dragonborn’ bent: het bloed van de mythische draken stroomt door je aderen en je kan de krachten van deze mastodonten absorberen. Je wordt door hogere krachten gestuwd naar je onvermijdelijke lot: de drakengod Alduin elimineren om zo de rust weder te laten keren…

Het game biedt zoals zijn voorgangers meer dan 100 (!) speluren en een onbeperkte vrijheid in een gigantische fantasiewereld. Een epische main quest houdt je meer dan 20 uur zoet. De sidequests en het ontdekken van de landschappen, steden, kerkers, gilden en bandietenkampen kan makkelijk 80 uur duren. The Elder Scrolls houdt woord en blijft de meest non lineaire spelervaring in het hedendaagse gamelandschap. Het stemmenwerk van 2 grote personages wordt verzorgd door topacteurs Max Von Sydow en Christopher Plummer, die met passie hun steentje bijdrage aan Skyrim.
De kroon op dit werk voor de hardcore fans is het dual-wielden. Je kan nu tegelijkertijd met 2 wapens of spells te keer gaan. Dit systeem houdt je inventief (noodgedwongen experimenteren met wapens en het casten van spells tegen een waaier van vijanden) en zorgt voor meer variëteit tijdens duellen. Voor de eerste maal in de Elder Scrolls reeks kan je ook perks kiezen (het systeem van Skill optimalisatie overgenomen uit Fallout). Je kan ook ‘shouts’ verdienen na het doden van draken (Je slorpt hun krachten op). Ook zullen bevriende NPC’s je veel sneller vergezellen tijdens quests wat het dragelijker maakt als je een leger bovennatuurlijke vijanden klein moet krijgen.
De dungeons zien er ook opvallend beter uit dan in Oblivion. Werkelijk elke kerker ziet er anders uit, en er is geen detail over het hoofd gezien. Kleine stofdeeltjes, druppend water, schaduweffecten van kampvuren en fakkels, stalactieten, lichtinvallen… alles is levensecht en nooit eenzijdig. Skyrim mist misschien dat tikkeltje 'ziel' en vernieuwing dat Morrowind 10 jaar geleden bracht daar de open wereld kleiner is en de keuzemogelijkheden (tijdens gesprekken) bij quests beperkter, toch is ook dit een absolute topgame. De bovenstaande nieuwigheden zorgen voor een game dat soortgenoten op alle vlakken overstijgt. Er bestaat bijna geen discussie dat dit de beste game van het jaar is en één van de beste RPG’s aller tijden.
Afsluitend: Dit is één van de beste RPG games ooit gemaakt. Na het spelen van Skyrim wordt het pijnlijk duidelijk hoe zielloos en overgewaardeerd recente games als Rage (VG 2011) en Call Of Duty: Modern Warfare 3 (VG 2011) wel zijn. Ze vervallen in het niets als ze het moeten opnemen tegen een game dat met ziel, passie en respect voor de speler wordt gemaakt. Gewoon in huis halen dit juweeltje en het escapisme van een andere wereld in al zijn glorie ervaren.
Gepost door © joris in Games | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: skyrim, the elder scrolls, roll playing game, fallout 3, morrowind, rage, call of duty, modern warfare 3
22-11-11
Carnage (2011) ***½
De fel geplaagde regisseur Roman Polanski is sinds zijn verbanning uit de States niet gaan zitten piekeren in een hoekje, maar wel stuk voor stuk aangrijpende films gemaakt (cf. The Pianist, Oliver Twist) met onlangs nog de politieke thriller The Ghost Writer (2010). En ook deze Carnage (2011) lijkt een heerlijke acteursfilm te zijn.
Korte inhoud: De film speelt zich af in het hedendaagse New York. Twee getrouwde stellen ontmoeten elkaar voor het eerst kort nadat hun zonen ruzie hebben gehad op het schoolplein. Michael, verkoper van huishoudelijke artikelen, (John C. Reilly) en Penelope (Jodie Foster) die werkt in een boekenwinkel, hebben een zoon wiens tanden eruit zijn geslagen met een stok. Ze nodigen topjurist Alan (Christoph Waltz) uit en Nancy (Kate Winslet), top beleggingsadviseur met breed inkomen, om de zaken uit te spreken. De poging tot het hebben van een beschaafde discussie over wiens kind verantwoordelijk is voor de ruzie, en hoe de ouders invloed hebben op dit gewelddadige gedrag verandert al snel in een grote ruzie.
Carnage is een bewerking van een Frans toneelstuk Le Dieu du Carnage van Yasmine Reza, die beschaafde mensen toont die zich als volstrekt losgeslagen ruziemakers zullen opstellen. Als het gespreksonderwerp over het opstootje tussen hun zonen is afgerond zonder veel ophef, beginnen de opgekropte emoties en ergernissen over elkaars gedrag op te borrelen. De sfeer staat op springen en de "beschaafde mensen" beginnen elkaar onbesuisd verbaal aan te vallen en onderuit te halen. Het doet meteen een beetje denken aan dat andere verfilmde toneelstuk van Edward Albee, Who's Afraid of Virginia Woolf? (1966), waarin twee koppels tegenover elkaar werden gezet, en waarbij vooral Elizabeth Taylor en Richard Burton het bloed onder elkaar nagels haalden.
Het is een moderne klassenstrijd waarin beide partijen op brutale en vrij lompe manier elkaar op hetzelfde niveau ontmoeten. De evenwichtige discussie moet plaats ruimen voor scheldtirades en vooroordelen tussen de koppels maar ook binnenin het koppel lijken er nog veel demonen de kop op te steken. En de kracht van de film zit hem dan ook in het uitstekende script met zijn vlijmscherpe dialogen, waarin elk argument op de spits wordt gedreven.





Ik zeg het al zo vaak, een film valt of staat met zijn acteurs, en deze prent is hiervan een schoolvoorbeeld. Je verwacht niet anders van een Kate Winslet om een sterk personage neer te zetten, maar wat meer in het oog sprong was de vertolking van Christoph Waltz en Jodie Foster. Het acteer-spel en de mise-en-scène komt zo natuurlijk over dat je toeschouwer wordt van het gebeuren. En ook al zit je met een soort huis-clos, is het verhaal nooit vervelend en zit er goed veel vaart achter. En dat het niet verveelt zal ook wel te maken hebben met de korte duurtijd van de film die net onder de 80 minuten zit.
Ik heb hier van genoten. Het is een grappig en intelligent drama, waar het geweld voornamelijk van verbale aard is. Polanski laat zichzelf zien van zijn betere kant, met een heerlijk, onconventionele satire, vol met vlijmscherpe dialogen en sterke vertolkingen. Een echte aanrader !
Gepost door © dave in Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: carnage, roman polanski, john c reilly, kate winslet, jodie foster, christoph waltz, yasmine reza, the ghost writer, whos afraid of virginia woolf
21-11-11
Give 'em Hell Malone (2009) **
Give 'em Hell, Malone (2009) van Russell Mulcahy is een van de zovele adaptaties van een comic. Toen ik de DVD in handen kreeg vond ik dit wel interessant op het eerste gezicht.
Het beloofde keiharde actie te worden met cartooneske geweldsscènes, droge humor, oneliners om je tenen van af te likken en wulpse femme fatales, wat moet je nog meer als je je eens wilt amuseren op een dooie avond. De dvd zelf sterkte mijn interesse door de vergelijking te maken met Sin City (2005). Helaas...Sin City is een van de beste cartoonverfilmingen ooit. Give 'em Hell, Malone komt eigenlijk nog niet in de schaduw ervan.
Korte inhoud: Het verhaal is kort zoals gewoonlijk. Malone (Thomas Jane) werd van privédetective omgedoopt naar huurmoordenaar sinds criminelen heel zijn gezin uitmoordden. Zijn roeping bestaat eruit iedereen die hem ook maar een strobreed in de weg legt, tijdens zijn wraaktocht, overhoop te knallen. Wanneer hij tijdens een missie een koffertje bemachtigd, krijgt hij de hele kleurrijke onderwereld over zich heen. Maar de vraag is what the fuck zit in dat koffertje?! En daar rammelt het scenario ook een beetje denk ik. Of ik denk misschien net iets teveel over deze film.
Russel Mulcahy doet wel wat we van 'm gewoon zijn. Fans van Resident Evil: Extinction (2007), The Scorpion King: Rise of a Warrior (2008), Highlander (1986) en vele tv-episodes, zullen niet van een koude kermis thuiskomen.
De film volgt heel erg sterk het stramien van een cartoon. De droge bijna onverschillige vertelstem van de held die zonder verpinken tientallen tegenstanders afknalt. De knappe beelden, slow-motion of de juiste momenten, bloed dat in het rond spuit. Heerlijk. Al is het wat simpel bij momenten.
De knipoog naar de Aziatische slashermovies met het opdraven van een Japanese killerlady is leuk gevonden. De femme fatale van dienst is Evelyn, Elsa Pataky, helaas iets te weinig uitgewerkt om wel te zijn, maar in een cartoon is alles beetje oppervlakkig misschien. Slechts af en toe toont ze de emoties en acteert de actrice overtuigend.





En dat is het probleem met alle personages. Ze tonen te weinig diepgang, ze missen ergens overtuigingskracht. Niettemin is het een bont gezelschap en dat werkt wel. Frankie De Crooner (French Stewart) als slijmerige onderkruiper, Matchstick (Doug Hutchison) de psychopatische pyromaan is geweldig, al verbrandt hij zich letterlijk en figuurlijk in de laatste scènes met een beetje over the top-acteergedrag. Ving Rhames als Boulder, de kleerkast die met zichzelf worstelt, Gregory Harrison als Whitmore, het misdadig brein achter alles. Hadden ze de vergelijking met Sin City maar niet gemaakt, want niemand was zo overtuigend als Bruce Willis en de andere protagonisten in die film.
De film werd ingeblikt voor een slordige 12 miljoen dollar, wat meteen ook één van de goedkoopste "mainstream" comic-adaptaties is. Wie fan is van wat hersenloos entertainment, met af en toe toch een grappige knipoog, en zich niet teveel ergert aan het samenraapsel van elementen uit andere film, zal met smaak zijn chips en cola nuttigen.
***Related Post***
22/03/2009: Give 'em Hell, Malone moet Thomas Jane's reputatie als actieheld bevestigen
Gepost door © jeronimo in Comics | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: give em hell malone, russell mulcahy, thomas jane, ving rhames, elsa pataki, sin city, french stewart, doug hutchison, gregory harrison
20-11-11
The Hangover part II (2011) *½
Met het succes van The Hangover (2009) lag een vervolgfilm in het verschiet, en The Hangover part II (2011) van Todd Phillips heeft niet ontgoocheld. De sequel heeft het financieel nog stukken beter gedaan dan de eerste film. Maar dit bewijst in ieder geval één ding; een betere box-office wil nog niet zeggen dat de film beter is dan het origineel. En spijtig genoeg is deze sequel allesbehalve vernieuwend.
Korte inhoud: Phil (Bradley Cooper), Stu (Ed Helms), Alan (Zach Galifianakis) en Doug(Justin Bartha) reizen af naar het exotische Thailand voor de bruiloft van Stu met Lauren (Jamie Chung), de zus van de vervelende Teddy (Mason Lee). Na het onvergetelijke vrijgezellenfeest in Las Vegas wat uitliep op een grote ravage kiest Stu nu voor een veilige, ingetogen 'pre-bruiloft' brunch. Echter, dingen gaan (weer) niet zoals gepland. What happens in Vegas, may stay in Vegas, maar wat het gezelschap in Bangkok staat te wachten overtreft al hun verwachtingen...
'Wanneer de kat van huis is dansen de muizen', en je zou het een beetje kunnen zien als de tegenhanger van Bridesmaids (2011). Maar alle Hangover ingrediënten zijn aanwezig, van de de exotische dieren tot zelfs Mike Tyson en Mr. Chow (Ken Jeong) toe. Scenaristen Craig Mazin en Scot Armstrong hebben het werk van hun voorgangers Jon Lucas en Scott Moore gewoon klakkeloos overgenomen. Het is dus vrijwel hetzelfde concept maar in een ander kleedje op een andere locatie. En dit is toch zeker wel een beetje van een teleurstelling. Dat dit dan uiteindelijk het principe is van een sequel, kan ik begrijpen, maar hier hadden ze toch wel iets meer moeite kunnen doen.
Je zou denken dat ze met een locatie als Bangkok toch iets origineler uit de hoek kunnen komen met dezelfde karakters. Maar ik heb de indruk dat het script er snel moest komen en niet voldoende tijd had om te rijpen. En dus krijg je een film waar het ene cliché op het andere wordt gestapeld. Zach Galifianakis moet de humor brengen in de film, maar als de acteur geen teksten krijgt aangereikt met leuke insteken, dan kan je hem ook geen verwijten naar de kop gooien. Het is duidelijk dat het een product is die de wereld wordt ingestuurd om geld te maken, en minder de bedoeling had om een geslaagde komedie te brengen.
In de film zit er zelfs geen nevenplot die de moeite waard is om te vertellen. In de eerste prent had je nog de ingewikkelde relatie van Stu die onderdrukt werd door zijn vrouw Melissa (Rachael Harris), en plots gevoelens kreeg voor de stripper Jade (Heather Graham). In deze sequel heeft Stu al de vrouw van zijn leven gevonden. Wat hem echter te doen staat is het vertrouwen te winnen van zijn irritante schoonvader. Een slap equivalent die waar weinig vonken geeft. Als kijker voel je je totaal niet betrokken bij de situatie, en dit is nog maar eens te danken aan het luie script die voorhanden was. Er zitten wel degelijk nu en dan grappige interventies in, maar je kunt ze op één hand tellen.





Kortom, als je de eerste film nog niet hebt gezien, dan zou ik niet beginnen met deze prent, ook al heb je niet meteen voorkennis nodig. Anderzijds zal je de sequel waarschijnlijk als een betere film ervaren als je niets van de eerste film af weet. Het feit dat de inspiratieloze scenaristen de copy-paste techniek hebben toegepast is het grootste minpunt van deze prent. En ik verwacht zelfs dat ze er nog een derde film zullen uitpersen, zeker na dit box-office succes. Maar net zoals Ocean's Eleven (2001) en zijn flauwe sequels, zal het nooit het origineel overtreffen. Misschien moeten ze voor het mogelijke derde deel net niets minder diep in het glas kijken alvorens een script op papier te zetten.
***Related Posts***
18/05/2011: Vrouwelijke Hangover film
27/02/2011: The Hangover part II trailer
11/05/2010: Hangover spin-off voor bejaarden
06/01/2010: Top 10 Beste Films 2009
25/11/2009: The Hangover filmbespreking
Gepost door © dave in DVD/Blu-ray, Review | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (3)
Tags: the hangover, the hangover 2, todd phillips, bradley cooper, zach galifianakis, justin bartha, jamie chung, mason lee, bridesmaids, mike tyson, ken jeong, craig mazin, scot armstrong, rachael harris, heather graham
19-11-11
Antwoorden en winnaars van de X-Men: First Class Quiz
We hebben ons doorheen de mailtjes gewrongen en hier zijn dan uiteindelijk de antwoorden en de winnaars van de X-Men First Class filmquiz, die geheel in het teken stond van de sequels. Er zitten een aantal nieuwe wedstrijden in de pijplijn, maar we zijn aan het bekijken of we niet met een invulformulier kunnen werken in plaats van een email-adres, kwestie om het verbeterwerk misschien wat te verlichten en te zorgen dat bepaalde deelnemers geen 15 e-mailadressen met 15 verschillende persoonsgegevens kunnen invoeren. Suggesties hoe we de quiz in de toekomst nog kunnen verbeteren zijn altijd welkom.
De antwoorden:
1. X2 (2003) (ook goed: X-Men 2)
2. Scream 4 (2011) (ook goed: Scre4m)
3. Fast Five (2011) (ook goed: Fast & Furious 5 of Fast and Furious 5)
4. Charlie's Angels: Full Throttle (2003) (ook goed: Charlie's Angels 2)
5. Tron: Legacy (2010)
6. Underworld: Evolution (2006) (ook goed: Underworld 2)
7. Species III (2004) (ook goed: Species 3)
8. The X-Files: I Want to Believe (2008) (ook goed: The X-Files 2)
9. Saw VI (2009) (ook goed: Saw 6)
10. Scary Movie 3 (2003)
Antwoord op de schiftingsvraag: 1'157 minuten
De 8 mensen die in de prijzen vallen en een X-Men: First Class (2011) prijs winnen zijn:
- De Zutter L. (blu-ray/dvd + stationary set + horloge)
- Buysse K. (blu-ray/dvd + stationary set + horloge)
- De Vries P. (blu-ray/dvd + stationary set + horloge)
- Rijckaert R. (dvd + stationary set + notitieboekje)
- Van Cleemputte D. (dvd + stationary set + notitieboekje)
- Willems J. (pet)
- Pfeiffer C. (pet)
- Valkiers Y. (pet)
Alle prijzen zullen pas verstuurd worden op vrijdag 24/11. Proficiat aan de winnaars en blijf De FilmBlog volgen voor nog meer filmquizjes.
17-11-11
Need for Speed: The Run
En de fans van Need for Speed race games zullen blij zijn te vernemen dat Electronic Arts de nieuwe Need for Speed: The Run (VG 2011) hebben uitgebracht, een waardige opvolger van het niet onaardige Need for Speed: Hot Pursuit (VG 2010), ook al vertoont het game heel wat zwaktes. Gamers bevinden zich hier weer aan de verkeerde kant van de wet en moeten vechten voor hun leven in een bloedstollende race van San Francisco naar New York.
Bij het opstarten van het game begon het al slecht wat blijkbaar kon het game de on-line server niet vinden, en moest je dus uitloggen alvorens je het spel effectief kon spelen op PS3. Maar het zou kunnen dat dit een probleem te wijten is aan de nieuwe veiligheids-maatregelen die Sony heeft genomen en dus niet aan het game zelf. Maar eenmaal alles geladen werd, brengt het game je meteen in een korte fictie waar meteen het hoofdpersonage wordt voorgesteld die dringend uit de schulden moet geraken. En hiervoor moet hij doen waar hij goed in is, u raadt het: racen.
Het spijtige aan het game is dat het niet van de makers is van Criterion, die het vorige Need for Speed hebben ingeblikt, maar het deze keer de beurt was aan het Canadese Black Box, die zichtbaar niet dezelfde vaardigheden delen. Anderzijds ziet het game er wel heel aantrekkelijke uit, met sfeervolle nacht-sequenties, glimmende sportwagens en smaakvolle vormgeving. De korte fictie filmpjes zijn al zo overtuigend als de de game-module zelf.
Het grootste verschil met de andere games is dat je nu uit de wagen kunt stappen, maar spijtig genoeg kan je wel niet vrij rondlopen. Af en toe moet je zelfs te voet van de politie ontsnappen, maar ook hier kan je niet vrij rondlopen, maar ben je beperkt tot het indrukken van welbepaalde knoppen. Een behoorlijk irritante bezigheid als je het ons vraagt. Je kan je wagen ook niet gaan aanpassen met betere banden of een andere kleur, want ook wat teleurstellend is. The Run is onderverdeeld in negen stukken, die elk nog eens is opgesplitst in kleinere hoofdstukjes. Er is een systeem uitgewerkt met resets, wanneer je met je voertuig van de baan vliegt. Op zich wel leuk, was het niet dat je soms terug op de baan wordt gekatapulteerd met een andere wagen met een compleet verkeerde snelheid. De race is dan in vele gevallen wel verloren, en je vraagt je af of je niet gewoon beter vanaf het begin kon herbeginnen.


Qua decor kunnen we niet klagen. We duiken van de nacht-sequenties naar sfeervolle dag-opnames, van stedelijk gebied naar het bergwegen en platteland. Het kiezen van de juiste auto voor het passende wegdek is dus van cruciaal belang. Er bestaat wel een optie om tijdens de race van wagen te veranderen in een benzinestation, maar weet dat je dan naar alle waarschijnlijkheid de race hebt verloren. Niet meteen een stimulans dus om eens andere auto-modellen uit te testen.
Wanneer je erin slaagt om on-line te spelen, kan je genieten van een beter uitgewerkt autolog systeem, die al in het vorige game aanwezig was. Het houdt in dat je je statistieken kan bijhouden en vergelijken met die van de vrienden. Je kunt bijgevolg tegen een vriend racen die niet on-line is. Zo kan je ook je rijtechniek wat gaan verbeteren.
Kortom, Need for Speed The Run heeft zowel goede punten als een aantal zwaktes, maar het is al bij al nog geen slecht game. Toch hadden de makers toch wel iets meer moeite kunnen steken in een verhaal dat je niet in een mum van tijd kan uitspelen. Gelukkig is er nog een on-line platform, tenminste als je erin slaagt om het on-line te spelen, en je geen boodschap krijgt in de stijl van: “verbinding maken met autolog servers” die het game compleet blokkeert.
Gepost door © filip in Games | Permalink | Email dit
Facebook | Commentaren (1)
Tags: need for speed, the run, electronic arts, hot pursuit
























